Wie spreekt er eigenlijk: “opleeswoordjes” in een bijdrage aan een debat

Iemand die bijvoorbeeld voor de microfoon van de radio een tekst moet voorlezen en door ervarener krachten geholpen wordt, kan bijvoorbeeld dit als praktische tip krijgen: zorg voor een eenzijdig geprinte tekst. Niets is onhandiger dan je papier tijdens de voordracht te moeten omdraaien, dan nét even te vergeten hoe de zin ook alweer precies liep en terug te moeten draaien.
Niet minder belangrijk maar wat bewerkelijker is de raad om de tekst bekkend te maken, dus zodanig geschreven dat je ‘m makkelijk uit je mond krijgt. Een collega van me wilde bijvoorbeeld nooit “onder de titel” zeggen omdat hij daar licht over struikelde, althans daar bang voor was – ik nadien ook.

Wie teksten voor-schrijft die een ander dus zegt, moet beseffen dat het voorleesteksten zijn en zal minstens moeten proberen er spreektaal en geen schrijftaal van te maken, want dat zijn echt twee variëteiten. Het lijkt me een belangrijke les voor ambtenaren die zo hoog in de hiërarchie geklommen zijn dat zij antwoorden voor een bewindsman mogen formuleren.
Hoe ervaren minister Schouten (minister voor Armoedebestrijding, Participatie en Pensioenen) inmiddels ook is, in het lange, lange pensioendebat zei ze volgens de Handelingen het volgende bij de beantwoording van vragen (technische vragen, vanzelfsprekend): “De heer Azarkan heeft vragen over de solidariteitsreserve. Hij vraagt: kunnen binnen pensioenfondsen schokken ontstaan omdat de pot leeg is en hoe wordt ervoor gezorgd dat er dan geen gedupeerde deelnemers zijn? Zoals eerder gezegd moet het beleggingsrisico voor deelnemers en gepensioneerden passen bij hun risicohouding en bij de beleggingsrisico’s die zij kunnen en willen lopen. In die zin mogen zij niet geconfronteerd worden met te hoge risico’s. Verder kunnen financiële schokken in de uitkeringsfase worden gespreid. Dat voorkomt ook te grote negatieve uitslagen. De solidariteitsreserve kan daarbij een rol vervullen, maar is secundair aan de twee bovengenoemde instrumenten. De solidariteitsreserve kan natuurlijk tijdelijk leeg raken, maar dan blijven de andere twee instrumenten — een passend beleggingsrisico en de mogelijkheid van spreiden — nog steeds van kracht.”

Ik neem aan dat de minister het ook vrij precies zó heeft gezegd, dus voorgelezen.
Dat kunnen we allereerst zien aan het ontbreken van Schoutens gebruikelijke stop(lap)woordjes als ook en juist ook. Maar hoorbaar is het nog het duidelijkst als de formulering van het antwoord een woord als bovengenoemde bevat (De solidariteitsreserve kan daarbij een rol vervullen, maar is secundair aan de twee bovengenoemde instrumenten.). Dat is gewoon in een uitgeschreven tekst, maar niet in een voor te lezen bijdrage, kies dan liever voor “eerdergenoemde”. Eerder in een mondelinge bijdrage kun je iets zeggen, niet het schrijftalige boven.

Maar gebruik ook niet de variant die de tekstschrijver van Caroline van der Plas (BBB) in haar bijdrage voor datzelfde pensioendebat meegaf: “Er is dus helemaal geen acute noodzaak om deze wet op basis van voornoemde reden koste wat het kost snel door te willen voeren.” Voornoemd is vrijwel net zo uitgeschreventeksterig als bovengenoemd. Sylvana Simons (Bij1) doet het (“Voorzitter. Al het voornoemde is mijn probleem met de bestuurscultuur in Den Haag.”), de voorzitter soms ook: “Daarmee sluit ik de beraadslaging over voornoemd wetsvoorstel.” Maar bewindslieden gebruiken véel vaker dan Kamerleden opleeswoordjes als “bovengenoemd”, want zij hebben nu eenmaal véel meer derden-handen die stukken tekst aandragen.

Voornoemd, bovengenoemd en dat soort schrijftaal past wel in moties, maar niet in een normale mondelinge bijdrage aan een debat. Nu ja, ze laten wel zien (eh horen) dat de spreker m/v hier de voorlezer m/v van wijsheid van een ander m/v is. We zouden in de waan moeten blijven dat degenen die met elkaar in debat gaan in de Kamer zélf aan het woord en geen ventriloquisten zijn. Ventriloquist klinkt (staat) minder negatief dan buikspreker.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Nog eenmaal in het voetspoor van Pieter van Os

Van de lagere school herinner ik me dezelfde emotie als later bij een van de eerste nationale dictees: belachelijk Nederlands dat er werd voorgelezen. Pesterige taal enkel en alleen omdat het zo moeilijk was. Waar later het antimakassartje of het przewalskipaard voor diende (struikelblokken) werd in klas 6 Het kauwtje zat in zijn kouwtje te kouten voor gebruikt. Woedend mocht ik inwendig zijn, je kon het niet laten blijken, meester wist wat goed voor ons was. Aan kouten deden we niet, een kouwtje gebruikten we niet en voor de kleine kraai hadden we in het dialect een ander woord, veel mooier bovendien.
Ik dacht eraan toen ik in het boek van Pieter van Os las dat Kamerleden het ambtelijke jargon van de macht nabouwden (blz. 261). Zó geschreven – ik herinnerde me het dicteewoord dat ik waarschijnlijk nimmer zal gebruiken.

Daarmee is het lijstje van Van Os’ door de oren gestuurde Nederlands klaar en kunnen we over naar de belangrijker zaak van de taalverruwing waar hij op dezelfde pagina (261) over begint. Met de komst van SP, later LPF en PVV kreeg het Nederlands in de Tweede Kamer trekken van straattaal, zegt Van Os. Hij geeft het voorbeeld van Dion Graus’ “Als een of andere klootzak wordt opgepakt die een hond in elkaar heeft getrapt …” Voorzitter Jan ten Hoopen (VVD) steekt een vinger omhoog, heeft op de wedervraag van Graus geen alternatief woord in de aanbieding maar zegt wel: “Dit soort krachttermen hebben wij hier niet nodig”.

Eerder datzelfde jaar 2008 noemde Graus zijn CDA-collega Henk Jan Ormel “mogelijk een beginnend lijder van Alzheimer”. Toen ontwikkelde zich onder het voorzitterschap van Ernst Cramer (ChristenUnie) het volgende volgens de Handelingen:

De voorzitter: Mijnheer Graus…
De heer Graus (PVV): …verzoekt de regering, onmiddellijk tot actie over te gaan…
De voorzitter: Mijnheer Graus…
De heer Graus (PVV): …tegen deze malafide praktijken door Japan kenbaar te maken…
(De voorzitter schakelt de microfoon van de spreker uit.)
De voorzitter: Neen, mijnheer Graus. U mag uw termijn afmaken, maar ik sta u niet toe dat u een collega op deze manier aanspreekt.
(De spreker verlaat het spreekgestoelte en de vergaderzaal.)
De voorzitter: Ik schors de vergadering voor een enkel moment. (De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.)
De voorzitter: Mijnheer Graus. Wilt u alstublieft even terugkomen in de Kamer?
(stilte)
De voorzitter: De heer Graus heeft de vergadering verlaten. Het woord is aan mevrouw Ouwehand.

In het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2022 spreekt voorzitter Vera Bergkamp haar zorgen uit over de omgangsvormen in de Tweede Kamer (blz. 134). Als een serieuze journalist en een Kamervoorzitter het weloverwogen zeggen, dan moet er iets van kloppen. De vorige week troffen Gideon van Meijeren (FVD) en Martin Bosma (PVV) in de rol van voorzitter elkaar, en niet voor het eerst. Bij een snelheidsovertreding zijn er vrij precieze marges waarbinnen wel of niet en zo ja waarbij er zwaarder of minder zwaar gestraft wordt. (Er bestaat zelfs een Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen met aparte aandacht voor recidive.) Voor dicteewoorden hebben we het Groene Boekje. Kennelijk geeft het Reglement van Orde van de Tweede Kamer op dit punt onvoldoende handvatten aan degene die de vergadering voorzit. Deze bepaling is onvoldoende duidelijk:

Artikel 8.14 Gedrag in de vergadering
Ieder lid gedraagt zich in de vergadering op een wijze die getuigt van onderling respect, en die geen afbreuk doet aan de waardigheid van de Kamer.

Nederland lijkt een land met een Volksvertegenwoordiging die regels voor de spelling met streepjes en dubbele punten vaststelt, maximum-snelheden op de wegen tot achter de komma voorschrijft, maar niet in staat is te bepalen wat precies onderling respect en waardigheid van de Kamer inhoudt.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

“Een paar kleine, minor dingetjes”: het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2022

t Wordt aaltied wel weer licht: Max van der Stoelzaal Tweede Kamer 15.11.2022

De aanbieding van het 24ste Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2022 (op 15 november 2022) zette voor mij zelf al vóór de Max van der Stoelzaal in met een dommigheid. In het vorige stuk in dit blog (over schrijven via de oren door Pieter van Os) noemde ik Gerrit Voerman, degene die door Van Os was aangehaald. Waar het eergisteren in het gebouw van de Tweede Kamer eventjes serieus werd en nagegaan moest worden of we geen wapens of bommen bij ons droegen, zag ik iemand achter me in de wachtrij in wie ik Gerrit Voerman van het Nederlandse Documentatiecentrum Politieke Partijen herkende. Ik sprak hem enthousiast aan: “Hé Gerrit!”
De man achter me reageerde verbaasd en gevat: “Sorry, ik ben Kees.”
Ik kon me voor m’n hoofd slaan en bood excuus aan: “Ach meneer Vendrik, neem me niet kwalijk.”
Het bleek ongezocht de snelste manier om met een onbekende plezierig contact te leggen – dank meneer Vendrik. (Hij komt op ettelijke plaatsen in dit blog voor, zijn taal moet daarom bovengemiddeld interessant zijn.)

Op een afstandje vergaderde de Tweede Kamer verder toen Vera Bergkamp de voorzittersstoel verliet om samen met haar collega van de Senaat klaar te gaan zitten voor het in ontvangst nemen van de eerste exemplaren van dat Jaarboek 2022. Thom de Graaf (Raad van State maar hier als stichtingsbestuurder) overhandigde deze. Martin Bosma nam intussen in de Kamer de honneurs waar en zei tegen zijn mede-leden: “Ik vervang even mevrouw Bergkamp. Zij heeft een paar kleine, minor dingetjes om te doen, wat ditjes en datjes. Dus dan komen de reservetroepen het veld in. Daarom zit ik hier.” Cabaret op de voorzittersstoel.
Kleine dingetjes om te doen? Het 24ste exemplaar van het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis waar in Nijmegen en elders in het land zo lang op gewerkt is! Ineke van Gent kwam ervoor van Schiermonnikoog naar Den Haag (he-le-maal van Schiermonnikoog, dat ligt ergens in de buurt van Stavanger). Loek Hermans vertoonde zich er met zijn partijgenoten Uri Rosenthal, Willibrord van Beek, Ankie Broekers-Knol – dan hebben we al heel wat parlementaire geschiedenis bijeen. Driemaal PvdA daartegenover? Gerdi Verbeet was er, Joop van den Berg (voorheen senator, veertiendaags interessante columns publicerend via parlement.com), Klaas de Vries.
Kees van der Staaij en zijn rechterhand Menno de Bruyne was er; Stephan Schrover kwam het boek ophalen voor Mark Rutte die zelf nog in batikhemd op Bali zat.
De journalisten (Wilma Borgman, Joost Vullings, Xander van der Wulp) laat ik ongenoemd net als het smaldeel aan wetenschappers dat uit Nijmegen aangereisd kwam.

Na de aanbieding sprak prof. Paul Boven d’Eert (onlangs bij Nieuwsuur om kritisch te zijn over de rol van Vera Bergkamp) vertrouwd met Gerdi Verbeet (kortgeleden bij Buitenhof over hetzelfde onderwerp). Oud-Griffier Willem Hendrik de Beaufort was er, hij had vooraf al met mevrouw Verbeet gesproken.

Ik haastte me na afloop naar de uitgang van de Tweede Kamer. In het donker onder een afdak schuilend tegen de regen stonden twee Kamerleden op zachte toon te overleggen. Het waren een fractievoorzitter en een partijgenoot-naaste-collega. Wisten zij al wat ik even later zag op het Teletekst, namelijk dat er een raket was neergekomen in Polen, bij de Oekraïense grens? Wat zouden zij daarvan gevonden hebben?

Het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2022 (fraai uitgegeven door Boom) is een mooie bundel, met als steeds een handig overzicht van het vorige parlementaire jaar, een interessant stuk uit vroegere kabinetsnotulen, meer of minder zeggende In Memoriams en natuurlijk stukken rond de in mei in werking getreden Wet open Openheid, de nieuwe WOB.
Treffend: op de voorzijde staat die beroemde foto van Bart Maat met positie-Omtzigt wanneer Verkenner Ollongren zich besmet met Covid-19 naar huis rept om in quarantaine te gaan. Er staat ook een stukje over taal in het vorige parlementaire jaar in het Jaarboek, – vandaar mijn aanwezigheid.

De NRC haalde de volgende ochtend in de nieuwsbrief De Haagse Stemming Vera Bergkamp wat haastig aan (= verwees naar of refereerde aan) die Claudia de Breij had geciteerd.

NRC, De Haagse Stemming 16.11.2022

P.S. Diezelfde Claudia de Breij kwam dezer dagen in het Noorden in het nieuws met haar vertolking van het bekendste nummer van de Groninger zanger Ede Staal – zo raken twee werelden van mij elkaar even, taal in Den Haag, taal in Groningen.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De wurggreep van Pieter van Os uit 2013

Op de politiek rare zondag die het gisteren was, las ik de eerste helft van het boek van Pieter van Os, Wij begrijpen elkaar uitstekend. De permanente wurggreep van pers en politiek. Dat boek verscheen in 2013, ik kende het niet en ik lees het met veel plezier. Interessante beschrijving van achtergronden van politiek en media. Goed, het dateert van enkele jaren geleden inmiddels, maar misschien is het daardoor extra interessant. Dat zou bijvoorbeeld kunnen gelden voor de onderhand licht veranderde houding tegenover de PVV; Van Os lijkt in 2013 op dat punt feller dan je journalisten nu hoort. Heeft Forum die plek overgenomen en daarmee een relativerende invloed op het bestaan van Wilders en Bosma uitgeoefend?

Van Os is open, allereerst over zichzelf en dat is sympathiek.
Hij is belezen en heeft een stuk van de wereld gezien – dat geeft het boek extra inhoud. Er is kennelijk geprobeerd om het niet wetenschappelijk te laten overkomen, want de geciteerde bronnen worden niet even op een A4tje verzameld en verwijzingen blijven globaal.
De cliffhanger van dit weekend wordt straks het hoofdstuk over De spin, ik heb het hoofdstuk over de leunstoelgeneraals net achter de rug. Daarin biedt Van Os met zoveel woorden excuus aan voor de wijze van citeren van Gerrit Voerman, hoogleraar in Groningen (die mij ook heeft geholpen bij het samenstellen van Dat gezegd hebbend).
Leunstoelgeneraals zijn de wetenschappers die over de politiek meningen hebben en die via media laten horen, bij voorkeur in prettig compacte vorm. In dat kader schrijft Van Os op p. 159: “Voortaan zou ik eerst eens pijlen of erkende geleerden uit de politieke wetenschap dachten wat ik vermoedde dat ze dachten.”

Ik was door het pijlen verrast – peilen moet Van Os bedoeld hebben al was het maar omdat dat vriendelijker en minder dreigend is. Het klinkt identiek, dat is zo. Heeft de uitgeverij Prometheus • Bert Bakker bij de eindredactie een foutje over het hoofd gezien?
Ik houd het voor mogelijk dat de Amsterdamse uitgeverij Van Os’ kopij helemaal niet of hooguit marginaal heeft bekeken: hij was een ervaren journalist met een staat van dienst.
Ik vermoed dat op grond van een eerder foutje (p. 89) waar Van Os zichzelf citeert: Een collega “wijdt haar neergang aan haar eigen optreden – of het gebrek daaraan.”
Maar in de NRC van 22 april 2010 schrijft Van Os het net iets anders over een collega van Mei Li Vos: “(….) de neergang van Mei Li Vos wijt hij aan haar eigen optreden – of het gebrek daaraan.” Daar is het correct om een vorm van het werkwoord wijten te gebruiken. Bij het overtikken van zijn eigen citaat gaat Van Os af op hoe de werkwoordsvorm wijt klinkt, ook kán klinken.

Dat heeft hij niet gezien, de uitgeverij ook niet.

Zoiets gebeurt nogmaals. Op blz. 108 gaat het over journalisten die na een jaar of 30 geen ander werkterrein meer willen dan het Binnenhof. Van Os: “In hen vroedt de angst niemand te zijn als geen weekblad of omroep meer achter ze staat.”
In hen vroedt de angst – bedoeld moet een persoonsvorm geweest zijn van het werkwoord wroeten (spreek uit vroeten). Voor het oor is het opnieuw wel correct, voor het oog niet.

Wij begrijpen elkaar uitstekend. De permanente wurggreep van pers en politiek is interessant genoeg om toen in 2013 op allerlei plaatsen besproken te zijn, dus de kans is groot dat anderen op dit soort foutjes (plus ik vindt) gewezen hebben. Wie eerder was: sorry, ik ken het boek pas sinds enkele dagen en recensies heb ik niet gezien.
Mooi boek, functioneel ook. Het hielp de zondag door toen alleen Sjuul Paradijs (WNL) commentaar wilde geven op de kwestie-Arib en Gerdi Verbeet (bij Buitenhof). Actieve politici hielden zich gedeisd nu de OR het vertrouwen in Bergkamp en de hele politieke top van de Tweede Kamer heeft opgezegd, maar zij zullen deze week de schade inhalen.
Verrassend trouwens, dat Sjuul Paradijs gisteren objectiever overkwam dan Gerdi Verbeet en dat die laatste hoewel PvdA toch weing ophad met de OR.

Aanvulling 14.11.2022: Pieter van Os reageerde direct via Twitter:

OK!, sr

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Vera Bergkamp en hoe goed of aangenaam het is in de Tweede Kamer

Misschien is in de politiek zelden iets toeval, in dit blog komt dit stukje on-opzettelijk aan de orde. Het gaat om Vera Bergkamp en haar taal (vaker besproken zoals bijvoorbeeld hier) (of hier) en staat dus helemaal los van de affaire-Arib (zo noem ik het toch maar) die toevallig afgelopen vrijdag tot een nieuwe uitbarsting kwam.*) Daarom eerst maar even uitleg omtrent het ontstaan van deze tekst.
Ik keek eerder deze week naar een deel van het Pensioendebat, dat eindeloze overleg waarvan minister Schouten het tempo niet vergrootte door haar niet minder eindeloze reeks van inhoudsloze woordjes als ook, ook, ook, juist ook, nou ja. De taal van de minister was in dit blog eerder een onderwerpje, zoals hier.
Waar leidt zo’n woordenreeks toe? Tot afleiding bij althans deze waarnemer en het oog viel me op het blauw van de stoeltjes in vak-K. Blauw en zónder het logo van de Tweede Kamer. Daarvan zijn wel alle 149 stoeltjes in de plenaire zaal voorzien en ik vroeg me af: hebben ze wel gedacht aan de verhoogde stoel van de voorzitter of staat die als het ware tussen Kamer en Kabinet in, logoloos?

Vera Bergkamp bezette die plek bij het Pensioendebat (dat ze bovengemiddeld stuurde om de oeverloosheid niet te vergroten) maar ze kwam te weinig in beeld om mijn stille logo-vraag te kunnen beantwoorden. Ik greep naar Google en informeerde naar “stoel voorzitter Tweede Kamer”. Eén klik verder, daar opende zich al een afbeelding die een opmaat was naar een filmpje, beginnend met “Hallooo, ik ben Vera Bergkamp.”

Actueel en verzorgd! Soepel loopt Vera voor de camera, de loopjes zijn ingestudeerd, de tekst is fol Amsterdamse medeklinkers maar vast geoefend: Voorlichting loopt als het ware met u mee, zou Ybeltje zeggen. Vera voelde zich thuis in het oude gebouw aan het Binnenhof, zegt ze, maar ook aan de Bezuidenhoutseweg “is het goed vertoeven”.

Twee shots uit het betreffende filmpje naast elkaar met ondertiteling

Mijn verbazing dateert al van vóor vrijdagmiddag, toen de brief van griffier Simone Roos aan de “Kamerbewoners” via NRC wereldkundig werd en waar in staat waarom zo ongeveer de hele ambtelijke top van de Tweede Kamer de taken neerlegt. Ik was daarom niet inhoudelijk maar talig verwonderd over het genoegen waarmee Vera Bergkamp in de Kamergebouwen verblijft.

Waar beginnen we, bij Van Dale?

Toeven is versteende taal, het Nederlands idioom: “goed toeven, aangenaam toeven” – veel andere smaken zijn er waarschijnlijk niet. Van Dale noemt ook prettig. Ik zou verrast zijn als er in de Handelingen iets anders staat dan dat gebruik van toeven. Aangenaam vertoeven? Goed vertoeven? Nimmer. Als het al gezegd zou zijn (kleine kans), dan zou het direct verwijderd zijn bij de redactie van het verslag.

Ik zocht via LexisNexis en vond tegenover een massa keren “goed toeven” minder dan honderd maal “goed vertoeven”. De hoogste score van iets onder de 50 is vindbaar in het Algemeen Dagblad en een van de vele regionale kopbladen ervan, in de NRC 0 keer, jarenlang Trouw lezen leidt tot de vondst van 1 geval.

Kort en goed: wat Vera Bergkamp zegt in dat filmpje is anno 2022 incorrect Nederlands. Maar de fout ligt zó voor de hand, dat het een kwestie van tijd is dat goed of aangenaam of prettig vertoeven voldoende gezegd wordt om geen zout meer te leggen op deze slak. Zelfs niet als dit Nederlands gezegd wordt in een verhoogde zetel met logo door de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal.

P.S. Op 11 november 2022 legt de voorzitster (uit het hoofd!) een persverklaring af. Uit haar wedervraag op een vraag van een journalist met daarin de woorden “dan bent u gezien” blijkt mevrouw Bergkamp deze uitdrukking niet te kennen.

*) Bij de vorige voorzitter blijf ik denken aan de verplaatsing van de stenografen uit en later naar de rand van de plenaire zaal. Ik stelde daarover destijds een vraag aan het Presidium maar kreeg geen enkel antwoord. Zie onder meer dit stuk daarover.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Het toch wat trendy-achtige Nederlandse achtervoegsel -vriendelijk (iv)

Wat is het tegengestelde van het suffix -vriendelijk? Volgens het woordenboek zou dat dus -vijandig zijn. Maar in de vorige aflevering zagen we dat ook een voorgeplaatst on- mogelijk is. Wel krijgen we dan bij een dubbele ontkenning moeilijke te snappen taal als niet vogelonvriendelijk. Niet zo lang geleden had Joba van den Berg (CDA) het in de Tweede Kamer over een “ongebruiksvriendelijk systeem” – ook een manier van ontkennen van vriendelijkheid.
Blijkbaar is -vijandig het tegengestelde van -vriendelijk, maar het verschil is toch wel wat sterker dan wanneer we on- voor een woord met –vriendelijk zetten. Er zijn dus gradaties in de ontkenning.

De laatste jaren is MKB-vriendelijk een zeer gebruikelijke combinatie in de vergaderingen van de Tweede Kamer. Dat moet bijna wel leiden tot de conclusie dat het MKB een sector is die politiek in de aandacht staat, tenminste van een aantal leden van de Kamer. Dion Graus (PVV) is er in 2022 de voornaamste gebruiker van, Thierry Baudet (FVD) en de andere Thierry, Aartsen (VVD), in de paar jaar ervoor. Maar jaren eerder had Sharon Gesthuizen (SP) het er ook al over.

De nieuwste ontwikkeling van het suffix -vriendelijk is de combineerbaarheid met de stam van een werkwoord. Dat leidt ook tot een nieuwe en meer actieve betekenis want in plaats van het eerdere ‘rekening houdend met’ is de inhoud nu ‘ter bevordering van, uitnodigend tot’. Het duidelijkste voorbeeld is beweegvriendelijk. Neem het Reformatorisch Dagblad van 13 oktober 2022: “ ‘Sport en spel hebben een belangrijke rol op onze school, net als gezond eten en drinken’, zegt een woordvoerder, wijzend op een bordje aan de muur waarop ‘gezonde school’ staat. Dat predicaat wordt toegekend aan scholen die hun schoolplein ‘beweegvriendelijk’ inrichten. Door schoolpleinen aantrekkelijker te maken, zijn kinderen nog eerder geneigd tot bewegen, zo is de gedachte.”

Ook het loopvriendelijker maken van binnensteden (in combinatie met autovrij) komt in de media voor, net zo op te vatten als een werkwoord als wanneer er sprake is van het fietsvriendelijk inrichten van kruispunten. Zie de betreffende website, er is een Certificering Fietsvriendelijke Bedrijven.

Zelfs zwemvriendelijk komt voor. Neem Dronten: “Een ander plan is om de vijver in het bos zwemvriendelijk te maken en dat betekent volgens Bosma dat er geen honden meer in mogen komen.” Zwemvriendelijk blijkt hondvijandig.

Kortom: dat voorheen vaste verband tussen zelfstandig naamwoord en –vriendelijk wordt wordt losser omdat werkwoorden nu dus ook met het achtervoegsel gecombineerd kunnen worden. De taal is en blijft in beweging, de redactie van Van Dale moet aan de bak: de ambtenarij en de politiek maakt nieuwe woorden waar je bij staat, we leven in een verzinvriendelijke tijd.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Het toch wat trendy-achtige Nederlandse achtervoegsel -vriendelijk (iii)

In de Tweede Kamer lijkt –vriendelijk nu misschien wat over het hoogtepunt heen, maar het gebruik van suffixen wordt (zoals meer het geval is bij taal aan het Binnenhof) vooral gekarakteriseerd door golfbewegingen, dus wie weet wat de toekomst brengt. Na het eerste succes van milieuvriendelijk (zoals onder meer gezegd in relatie tot vormen van vervoer zoals de trein of de fiets) duurt het maar even of in het spoor van de emancipatiebeweging wordt vrouwvriendelijk een veelgebruikt woord. (Pas later zal het gaan over vrouwvriendelijke didactiek van de B-vakken.) De biologe Rie de Boois bezigt als eerste natuurvriendelijk in 1978, maar dan is golf I van woorden op –vriendelijk kennelijk voorbij, als we op de Handelingen mogen afgaan.

Een nieuwe en werkelijk iets voorstellende serie komt in 1990 op gang, vooral het jaar 1994 blijkt in dit verband een productieve periode:
• De bezwaren die wij tegen het ijkprijzensysteem hadden, waren dat het patiënt-onvriendelijk is en dat er een alternatief was, het Omni-partijenakkoord (OPA). (De Pree 1990)
• VROM heeft zojuist een nieuwe blijk van cliënt-vriendelijkheid ingevoerd. (Vreugdenhil 1990)
• Indien je tot lineaire bekostiging overgaat, wordt de bekostiging zelf aanzienlijk fusie-vriendelijker. (Staatssecretaris Wallage 1992)
niet-vogelonvriendelijk (Blauw VVD 1993)
bedrijfs-vriendelijk voor mainport Schiphol en milieuvriendelijk voor de omgeving (Te Veldhuis 1994)
• namelijk het zeer publieks-vriendelijk en publieksgericht houden van tentoonstellingen. (Van Heemst 1994)
• of de oplossing wel of niet convergentie-vriendelijk is, om het zo maar eens te zeggen? (mw Kamp 1994)
• Het betekent dus dat je een systeem moet bedenken dat zeer gebruikers-vriendelijk en eenvoudig is. (Deetman 1994)
• Nu blijkt een nieuw systeem energie-vriendelijker te zijn, waarbij het telkens opnieuw in werking zetten van de roltrappen gunstiger uitkomt. (mw Versnel id.)


• wanneer met de pijn van het moeten bevriezen, toch een zodanige keuze wordt gemaakt dat de lastenverlichting koopkrachtvriendelijk aan de “onderkant” uitwerkt. (Wallage id.)
• Die zijn zowel portemonneevriendelijk als milieu-vriendelijk. (Te Veldhuis id.)
• Een meer continent-vriendelijke oriëntatie van ons land lag en ligt onder deze omstandigheden voor de hand. (Voorhoeve id.)
• dat in Nederland over het algemeen een “werkgelegenheids-vriendelijk” CAO-beleid wordt gevoerd. (Saatssecretaris Adelmund id.)

Nieuwe woorden op –vriendelijk blijven in het Nederlands verschijnen (en in dat van de Tweede Kamer), maar niet meer zoveel als in dat van amicaliteit druipende jaar 1994.

Nog eenmaal verder kijken.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen