Substandaard in de Tweede Kamer: “Je mot dit en je mot dat”

NRC-Nieuwsbrief De Haagse Stemming

Wie dagelijks een overzichtje van het belangrijkste Nederlandse politieke nieuws wil hebben, kan zich abonneren op de nieuwsbrief van NRC Handelsblad die De Haagse Stemming heet: een aanrader. Deze eindigt telkens met een Quote van de Dag, vandaag ontleend aan het coronadebat van gisteren (01.04.2020) waarover verderop meer. Eerst terug naar het vorige debat over hetzelfde onderwerp van 26 maart.
Daarin sprak minister De Jonge (VWS) volgens de ongecorrigeerde Handelingen van “een enorme uitbreiding van de testcapaciteit” die nodig was. Hij had het even verderop over zijn wens dat de Kamer “een beetje zuinig” moest zijn (op haar eigen instrumentarium).

Los van de kwesties waarover het ging, ik hoorde de minister in die twee citaten dialect spreken, substandaard-Nederlands: hij noemde het in mijn herinnering “heule andere testcapaciteit” en wenste “zunig an” te doen. Ik heb mijn eigen gelijk niet via Debatgemist gecontroleerd.

De Quote van de Dag in de nieuwsbrief van de NRC betreft dus een aanhaling uit de mond van premier Rutte, gebaseerd op het verslag van Barbara Rijlaarsdam en Pim van den Dool: “We organiseren het als samenleving met elkaar zonder dat we betuttelend tegen iedereen hoeven te zeggen: ‘Je mot dit en je mot dat.’” Substandaard! Hugo de Jonge spreekt soms bewust ‘niet aan de normen van de standaardtaal beantwoordend’ (zoals Van Dale het omschrijft), ook de premier zegt wel eens iets dat geen ABN is en toch Nederlands genoemd kan worden, laten we zeggen volkstaal. Die uitlating van de premier had ik gisteren gemist en ik controleerde vervolgens mijn eigen ongelijk.

Ongecorrigeerde Handelingen

Volgens het Verslag zei de minister-president: “We organiseren het als samenleving met elkaar zonder dat we betuttelend tegen iedereen hoeven te zeggen: dit is exact wat je moet doen.” Zoals het bij de Handelingen gaat, er wordt niet letterlijk genotuleerd maar wel vlakbij wat er gezegd is. Deze keer hebben de stenografen naar wat ik op Debatgemist hoor gelijk aan hun zijde: ik hoor niet dat de premier hier het werkwoord motten gebruikt. Hij had dat héel goed zo kunnen zeggen, absoluhuut! Hij zei het niet – voorzover ik kan nagaan. Kennen de verslaggevers van de NRC de premier misschien té goed toen zij het volgende schreven?

Verslag NRC Handelsblad

Ik hoop dat de Dienst Verslag en Redactie die bewust-dialectische taal in de Handelingen accepteert. “Je mot dit en je mot dat” klinkt als zodanig al betuttelend en de gekozen variant onderstreept dat: het ging er in dit blog vaker over, niet alleen bij Teugen en bij een woordenlijstje met taal van premier Rutte. Zeker voor iemand met wortels in het Zeeuwse Bruinisse zoals Hugo de Jonge heeft zunig een toegevoegde waarde en dat zal met heule voor ‘hele’ niet anders zijn.

P.S. Snelle (re)actie Barbara Rijlaarsdam via Twitter:

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Variatie in familieberichten (11): Lina en Sina af te leiden uit reeksen doopnamen

Ina en Gina kwamen in aflevering 10 aan de orde, Lina en Sina vergezellen hen nu. Nu ja, Lina is maar één variant in een rijtje dat langer te maken is via bijvoorbeeld Lien, Line, Lineke, Lini, Linie, Liny, Lyneke. Maar Lina c.s. allemaal moeten (afgaande op de bekeken familieberichten via mensenlinq.nl) als doopnaam teruggaan op een bonte reeks doopnamen zoals deze: Abelina, Abeline, Adelina, Akkeliena, Akkelina, Alina, Angelina, Angeline, Anjelina, Annechina, Anselina, Apolina, Arendina, Ariana, Arline, Asselina, Aukelina, Aukina, Barelina, Barellina, Barlina, Bartelina, Bateliena, Berendina, Berliena, Bernardina, Bijkina, Caesarina, Carolien, Caroliena, Carolina, Caroline, Catalina, Cathalijntje, Cathalina, Cathalyna, Catharina, Catherina, Catholijntje, Celina, Christina, Christoffellina, Clazina, Cornelia, Délina, Derkolina, Dirklina, Doekelina, Doelina, Ebelina, Edelina, Edzelina, Egberdina, Eikelina, Ekelina, Eliene, Engeliena, Engelina, Engeline, Esselina, Eveline, Everdina, Feikeliena, Foekelina, Fokelina, Fokkelina, Francina, Garrelina, Garrelina, Geessiena, Geessienna, Gelina, Gelina, Gerardina, Gerridina, Gerritdina, Geselina, Gezina, Gillina, Harkeliena, Harkelina, Harmina, Harmine, Heilina, Helena, Henderika, Hendrina, Hermina, Hesselina, Hillechiena, Hubertina, Hyachinthus, Imelina, Irmeline, Jacomina, Jacqueline, Jantien, Jantina, Jantine, Jantine, Jellina, Jetskliena, Jibbelina, Josephina, Jozefina, Juliana, Karolina, Karoline, Lammechien, Lammerdina, Liduina, Lidwina, Liekelina, Losientje, Louwina, Machaliena, Machalina, Macheliena, Machelina, Magchelina, Magdalena, Marina, Martina, Mechelina, Mechtelina, Megchelina, Meglina, Mettiena, Michalina, Michelina, Okkelina, Orselina, Osselina, Ottolina, Paulien, Paulina, Pauwelina, Pellina, Philippine, Pieterdina, Remmelina, Rikselina, Roeliena, Roelina, Roliena, Rolina, Rosalia, Seikeliena, Seikelina, Selina, Sibbelina, Sipkelina, Stephelina, Stoffelina, Tallina, Thalina, Tjaakolina, Tjaardina, Ubelina, Urselina, Ursulina, Vogelina, Voulina, Vroukiena, Warmelina, Wemeliena, Wemelina, Wemeline, Wendelina, Wentelina, Wenzelina, Wesselina, Wievenliena, Wilhelmina, Wilkolina, Willemina, Zegeline

Uit De Kanaalstreek

Al die doopnamen komen of kwamen tot voor kort onder ons voor, allicht ongeweten – en er is weinig fantasie voor nodig om te veronderstellken dat zij als naam verdwijnen, want hoe vaak worden kinderen nu nog Ebelina, Edelina, Edzelina, Egberdina, Eikelina, Ekelina genoemd, of Seikeliena, Seikelina, Selina, Sibbelina, Sipkelina, Stephelina, Stoffelina?

Sina (en Sien, Siena, Sina, Siene, Sieneke, Sieni, Sienie, Sientje, Sieny, Sini, Sinie, Siny of mannelijk Sinus) gaan op net zo’n manier als roepnaam terug op Alphonsina; Andriessiena; Assina; Blasina; Blazina; Clasina; Clasinus; Clazina; Demacena; Eelsiena; Eisiena; Elsiena; Elsina; Elsine; Elsinus; Elziena; Elzina; Elzinus; Esziena; Euphrosine; Francien; Francijna; Francina; Francisca; Fransina; Frencina; Fritsina; Geessiena; Geessina; Geeszien; Georgine; Geselina; Gesiena; Gesina; Gezien; Geziena; Gezienus; Gezina; Gezinus; Gosiena; Gosina; Gossina; Gozina; IJntsina; Insiena; Jansiena; Jansina; Jesina; Jetsina; Josina; Jozefina, Jozina; Karsiena; Kassina; Klaasientje; Klaasina; Klaassien; Klaassiena; Klaassina; Klasien; Klasina; Klaziena; Klazina; Knelsina; Knelsinus; Knelziena; Meinzina; Mensiena; Mensina; Neissina; Nicolasina; Niessina; Osina; Regina; Rensina; Renzina; Servasina; Teunissina; Teunsina; Thijssiena; Tiesiena; Vrouwsina; Wesselina; Zijna; Zweerzina; Zwiersina

Uit DvhN

Rina (en met haar Rien, Riena, Rina, Rieneke, Rineke, Rienie, Rini, Rinie, Riny, Rinni, Rienk, Ries, Riet, Rietje, Rita; Rinus) is afgeleid van een veel minder lange reeks zoals Adrianus; Alexandrina; Andrinus; Arina; Bernardina; Catharina; Catharinus; Cathrina; Hendrienus; Hendrina; Adriaan; Marien; Marijnus; Marina; Marinus; Quirinus; Reindina; Reinira; Rini; Rinus; Adriana, Ariena, Huigerina, Katharina; Hendericus, Hendrikus; Jasperina; Jasprina; Jerina; Berendina; Rudolfina; Katarina; Krina; Laurina; Lawerina; Lourina; Louwerina; Marina; Quirina; Regina; Stofferina; Theorina; Woudrina; Gijsberdina; Wouterina; Wilhelmina; Zegerina; Doederina, Everina; Rinze, Rintje, Renske, Rindertje; Arinus; Catharinus; Catrinus; Goverinus Jacobus; Hillechienus; Marianus; Marinus; Martinus; Mathrinus; Quirinus; Reinierus; Ringnerus; Sandrinus; Severinus; Sophrinus; Tarinus.

Uit PZC

Heerlijke lijsten, prachtige advertenties waarin zulke namen genoemd staan, nog eenmaal hun gewone vorm demonstrerend gegroeid op vaak zo ongewone grond.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Ik heb goed geluisterd, ik begrijp de vraag heel goed en het eerlijke antwoord is

Het debat over de ontwikkelingen rond het coronavirus van vandaag (01.04.2020) is nog niet afgerond, maar in de antwoorden van de minister-president kwamen drie elementen bij herhaling terug:
• Ik heb goed geluisterd
• Ik begrijp de vraag heel goed
• Het eerlijke antwoord is

Dat is Nederlands en het lijkt ook normaal Nederlands, maar deze stukjes komen wel erg vaak langs in de plenaire zaal. Altijd als taal in de Kamer frequent gebruikt wordt, is er reden om op te letten – terwijl de luisteraar juist door de hoeveelheid keren in slaap gesust wordt.

In het hele kalenderjaar 2019 horen we niet alleen van MP Rutte “Ik heb goed geluisterd” maar we vernemen dit cliché ook uit de mond van een aantal mede-bewindslieden: Grapperhaus (geregeld), Ollongren, De Jonge, Knops, Slob, Van Veldhoven en Blok.
“Ik heb goed geluisterd” is ook iets wat nogal wat Kamerleden zeggen, in 2019 het meest Bram van Ojik (GroenLinks) maar hij allerminst als enige.

Veel meer bewindslieden vallen de premier bij in de uiting “Ik begrijp de vraag heel goed” te weten Hoekstra, Dekker, Schouten, Koolmees, Grapperhaus, Bruins, Ollongren, Van Engelshoven, Van Ark, De Jonge, Knops, Kaag. Zijn er Kamerleden die het zeggen? Jazeker, niet bij uitsluiting maar vooral leden uit de coalitiefracties.

Niet zo gebruikelijk uit ministeriële mond is dat over “het eerlijke antwoord”, maar ik noteerde desondanks Koolmees, Blok (diverse malen), Bruins, Hoekstra (eveneens geregeld), De Jonge, Van Engelshoven en Dekker.
Kamerleden stellen vragen aan het kabinet of aan elkaar en van die zijde valt dat “eerlijke antwoord” zelden te horen.

De drie stukjes taal van Mark Rutte vanmiddag staan in de ongecorrigeerde Handelingen van 2019 alle drie ook bij één en niet meer dan één bewindsman, vice-premier Hugo de Jonge.

Wat betekent het wanneer iemand zegt “Ik heb goed geluisterd, ik begrijp de vraag heel goed en het eerlijke antwoord is”? Natúurlijk luistert een bewindsman goed naar het parlement, uiteráard is deze voldoende ingevoerd om vragen te begrijpen en vanzelfsprékend gaan we uit van eerlijke antwoorden van de kant van het kabinet.
Het betekent dus niets, driemaal niets ben ik geneigd te beweren.

Tóch wat nieuws gehoord vandaag, uit de mond van zowel de premier als de eerste vice-premier: iets onder schot hebben. Dat is een andere omschrijving voor ‘iets in het vizier hebben’ maar klinkt wat onprettiger.

Posted in Uncategorized | 14 Comments

Op dezelfde bladzijde – een importliedje van Hugo de Jonge

Tweemaal al in dit kalenderjaar heeft minister De Jonge (VWS) in de Tweede Kamer op een nieuwe manier geconstateerd dat een spreker en hij het eens zijn. Tegen Lodewijk Asscher (PvdA) zei hij over de firma Roche:
• Kortom, we zitten wat dat betreft op dezelfde bladzijde, denk ik.
En Hayke Veldman van coalitiegenoot VVD kreeg vrijwel hetzelfde te horen in verband met een amendement:
• Ik heb twee kanttekeningen daarbij die de heer Veldman volgens mij zelf ook al heeft beantwoord, dus ik kijk hem toetsend aan of wij op dezelfde bladzijde zitten wat dat betreft.

Dat is – voorzover ik weet – een nieuwe manier van zeggen in de Tweede Kamer, op dezelfde bladzijde zitten. Omdat het te populair lijkt voor een Protestantse manier van zeggen, sloeg ik een bijbel van het Engels op, de Oxford English Dictionary. Bij het woord page ‘pagina’ staat sinds een aantal jaren een aanvulling in verband met figuurlijk gebruik, in het bijzonder in Amerikaanse politieke taal: “to be on the same page (and variants): to be working as a team; to be in agreement; to have mutual understanding”.

De OED verwijst zelf door naar een mogelijke variant. Die geef ik hier graag door voor het specifieke gebruik door de minister, mocht hij instemming willen constateren met wat er door bijvoorbeeld de heer Segers (CU), de heer Van der Staaij (SGP) of iemand uit de CDA-fractie naar voren is gebracht. Op basis van de suggestie uit Oxford (“to sing from the same hymn sheet (to sing from the same hymn (also song) sheet) to present a united front, esp. by being seen publicly to agree. Frequently in political contexts”) horen we in de toekomst allicht nog eens: “ik constateer dat (iemand uit de CDA, CU of SGP) en ik van hetzelfde blad zingen”.

… van hetzelfde blad …
Posted in Uncategorized | Leave a comment

Variatie in familieberichten (10): Ina en Gina af te leiden uit reeksen doopnamen

Emmeken en Mariken als afleidingen van de doopnaam Maria onderstreepten ten overvloede, hoe vaak voornamen een verkleinwoord zijn. Dat betreft vooral vrouwelijke, bij mansnamen ligt dat anders: Jantje is óf ‘kleine Jan’ óf een vrouwennaam zónder leeftijdsaanduiding en dus ook een oudere persoon. Emmeken en Mariken bezitten zichtbaar een achtervoegsel uit een andere tijd, zoals er ook regionaal gevarieerd suffixen voorkomen. Dat zien we bijvoorbeeld bij Gien, Giena, Giene, Gieni, Gienie, Gieny, Gina, Gineke, Gini, Ginie die bovendien nog illustreren dat één voornaam ontstaan kan zijn uit een reeks van doopnamen – het tegengestelde dus van wat we bij Maria zagen (één doopnaam > talloze roepnamen).

Ik vond via mensenlinq.nl bijvoorbeeld deze mogelijke afleidingen van Giena e.d. < Aagien, Achina, Annechien, Annechiena, Annechienus, Annegien, Annegienus, Anneginus, Anniggina , Bouchiena, Bouchiene, Eggina, Fennechien, Fennechienes, Fennechienus, Fennegina, Fennegina, Fenneginus, Georgina, Gerrechiena, Gesienus, Gesina, Geziena, Gezienus, Gezina, Gezinus, Gezinus, Hemmechiena, Hemmechienus, Hemmechina, Hillechien, Hillechiena, Hillechienes, Hillechienes, Hillechienna, Hillechienus, Hillechina, Hillechinus, Hillegien, Hillegienus, Hilleginus, Hillichien, Jechienus, Jeichien, Jeichiena, Jeichina, Lamechina, Lammechien, Lammechiena, Lammechienus, Lammechina, Lammegien, Lammegiena, Lammegina, Lammerchina, Louchiena, Lubbechien, Lubbegien, Luchiena, Luchientje, Luchina, Lumchiena, Lummegien, Lupchina, Machelina, Machina, Magina, Marchien, Marchiena, Marchienes, Marchina, Margien, Margiena, Margienus, Margina,Regiena, Regina, Regina, Reginus, Seichiena, Siebegiena, Sijchien, Tammechina, Uchiena, Virginia, Wibbechiena, Wobbechiena, Wobchien, Wopgiena, Wubbechiena, Wubbegien, Wubbegina, Ychiena. Kortom: in feite lijkt Giena e.d. in de eerste plaats een verkleinsuffix, vrouwelijk behalve eindigend op –us.

Uit DvhN

Wat Gien, Gina e.d. kenmerkt, zien we ook bij Dien, Dina e.a.:
Aberdina, Aendina, Alberdiena, Albertina, Alkedina, Allerdina, Aradina, Ardina, Arendina, Arnoldina, Augustien, Barberdiena, Barendina, Barteldina, Baudina, Bendina, Berdina, Berendina, Bernadina, Bernardina, Berndina, Bernhardine, Blondina, Bondina, Catharina, Cherardina, Dedtje, Dieverdina, Dijmphena, Dijmphna, Dijnphna, Dimphana, Dimphena, Dimphina, Dimphna, Dina, Dingena, Dymphena, Dymphna, Dynphna, Edskedina, Eduardina, Egberdina, Eggedina, Engberdina, Engelina, Eppedina, Everdina, Fiebodina, Fijbedina, Folgerdina, Folkerdina, Garbrandiena, Gardina, Garritdina, Gediena, Geerdiena, Geerdina, Geertdina, Gelmerdina, Geraldina, Geraldine, Gerardina, Gerardina, Gerardine, Gerberdina, Gerdina, Gerhardina, Gerhardina, Gerradina, Gerridina, Gerritdina, Geurdina, Geurtdina, Gijsberdina, Goudina, Goverdina, Goverdina, Gradina, Hadina, Heildina, Henderina, Hendrika, Hendrina, Hendrina, Hilberdiena, Huberdiena, Huberdina, Hubertina, Hubertina, Huiberdina, Iebeldina, Jasperdina, Joostdina, Judina, Jurdina, Jurrendina, Koenerdina, Lamberdina, Lammerdina, Leferdina, Lefferdina, Lewidina, Liduina, Ludina, Lupkedina, Lutgerdina, Martendina, Martina, Ouwerdina, Pieterdina, Reertdina, Reierdina, Reijerdina, Reinderdina, Reindina, Richardine, Robberdina, Sandiena, Secundina, Siebechiena, Sieberdiena, Siewerdina, Sijbrandina, Sijtskedina, Sjoerdina, Stevendina, Stofferdina, Tina, Tjeerdina, Ulberdina, Walradina, Wanderdina, Warnerdina, Wandrina, Werdina, Wicherdiena, Wiggerdina, Wilkedina, Willebrordina, Wolterdina, Wolterdiena, Woudina, Zwaandina.

Of Ina e.a. < Aaltiena, Adolfine, Afina, Agina, Alberdina, Albertina, Alexandrina, Alkina, Aloïne, Amelina, Annechiena, Annechina, Anthonina, Antina, Antonia, Arendina, Arina, Barendina, Beikina, Berdina, Berendina, Berendine, Bernardina, Bernhardina, Bethina, Bindina, Borrina, Bouwina, Bregina, Burgerina, Carolina, Casparina, Catharina, Catherine, Cathrina, Christina, Christine, Christoffelina, Clasina, Clazina, Clementina, Commerina, Derkina, Domiena, Douwina, Ebelina, Ebrina, Egberdina, Eline, Elsiena, Elsina, Elziena, Engelina, Engeline, Enochina, Esselina, Evelina, Everdina, Everdine, Everlina, Filipstiena, Fokkina, Foskiena, Francina, Frankina, Fransina, Geerdina, Geertdina, Geessiena, Geraldina, Gerardine, Gerdina, Gerhardina, Gesiena, Gesina, Gesine, Geziena, Geziene, Gezina, Gijsberdina, Gijsberdine, Goudina, Harmina, Henderina, Hendrina, Hermina, Hermine, Hetserina, Hilberdina, Hillechiena, Hillechina, Huberdina, Hubertina, Jacomina, Jansina, Jantina, Japina, Jasperina, Jerina, Josina, Jozina, Jurjendina, Jurrina, Justina, Kassina, Katharina, Katriena, Katrina, Klaassiena, Klaassina, Klasina, Krina, Lambertdina, Lambertine, Lammechiena, Lammechina, Lammegina, Laurina, Lauwerina, Lavina, Lazina, Leffertdina, Leontina, Lesina, Levina, Liduina, Lourina, Marchiena, Marchina, Martina, Mechelina, Mechtelina, Nijsiena, Okkiena, Paulina, Pauline, Peterina, Philippina, Philomena, Pieterina, Pieterine, Qurine, Regina, Rienkoliena, Rijfiena, Roelfiena, Roelfina, Roelina, Santina, Seraphina, Sibbelina, Siebina, Sijkina, Simina, Tekkelina, Teugina, Tiessina, Tjaakina, Tjarwina, Walina, Wemelina, Wevelina, Wiebina, Wilhelmien, Wilhelmina, Willemina, Wivina, Wouterina, Woutrina, Zweerzina.

Uit de Stentor

Donderdag komen Lina en Sina Ina, Gina en Dina gezelschap houden.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Delen in Coronatijd: minister De Jonge (VWS)

Het is een bekend grapje waarin een winkelier tegen een collega zijn eigen zoontje roemt omdat die op school al zo goed kan rekenen, nu ja optellen. Ach, zegt de ander, aftrekken dat doen anderen later dan wel.
Het brengt ons op de vraag, hoe het staat met délen in tijden van coronacrisis. (Over vermenigvuldigen in die periode van social distancing gaat een andere mop.) Eerst even terug in de tijd, ik bladerde in de Handelingen vanaf ongeveer 1950 op zoek naar het werkwoord delen, meer in het bijzonder “ik deel”. Afgezien van de Voorzitter die aan de Kamer allerlei zaken mede deelde, zien we hoe ik deel gecombineerd wordt met woorden als deze: bezwaren, gedachte, gevoelen, ideeën, inzicht, ongerustheid, oordeel, optimisme, opvatting, standpunt, uitgangspunt, vrees.

De volgorde in het debat is daarbij dat de spreker zich bij iemand (zoals een eerdere spreker, een bewindsman, een commissie) aansluit door te zeggen “ik deel” (het gevoelen, de opvatting, het uitgangspunt enz.) of juist niet. Soms komt daar een onderstreping bij zoals via het inmiddels bijna verdwenen ten volle. *)
De begrippen waarnaar verwezen wordt zijn dus telkens een wijze van zien of een gemoedstoestand – die laatste situatie wordt beredeneerd en het rationele aspect is kennelijk het essentiële punt bij het gebruik van dit werkwoord delen.

De eerste maal dat ik in de Handelingen iets aantrof dat voorzichtig begon af te wijken van het gangbare was in 1975, toen Hans de Boer (AR/CDA) als volgt geciteerd werd: “De Minister zegt dat hij, voor wat betreft de doorwerking van mijn betoog, met name moeite heeft met de consequenties daarvan voor het regeringsbeleid. Ik kan dat in grote lijnen volgen en ik deel dat.” Ik deel dat – in alle vaagheid.
In het midden jaren ‘70 van de 20ste eeuw vindt de ommekeer plaats naar de taal die we tegenwoordig zo vaak in de Haagse debatten kunnen horen. In die tijd moet het nog vreemd geklonken hebben, wanneer iemand zei (volgens de Handelingen) “ik deel de opmerking van” die en die.

Ik deel een gevoelen, een standpunt, bezwaren betekende voor de spreker: ‘precies, zó is het bij mij ook’ (of met een ontkenning juist het tegengestelde). Rond de tijd dat de huidige minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport geboren is (1977) gaat ik deel betekenen ‘ik ben het eens’. Laten we Hugo de Jonge aan het woord laten op basis van wat hij volgens het ongecorrigeerde verslag heeft gezegd bij het corona-debat van gisteren, 26.03.2020:
• De bedden. Een van de meest cruciale ankers in onze aanpak is zorgen dat de zorg het aankan, zorgen dat de zorg in de benen blijft en zorgen dat de beddencapaciteit op orde is. Dat is spannend, zei de heer Gommers gisteren in de hoorzitting. Ik deel dat met hem. Natuurlijk is het spannend.
Ik deel heel erg wat de heer Veldman hier zegt. We moeten gewoon doen wat werkt. Als een telefoontje beter werkt dan een wetboek, dan moeten we een telefoontje pakken.**)
Ik deel dus die achtergrond, maar voordat ik hier een Singaporees model afkondig, wil ik het wel in de volgorde doen dat we eerst alles op alles zetten om te gaan werken aan meer testcapaciteit in Nederland via eigen productie en dat we daarna kijken op welke manier we dat zo eerlijk mogelijk kunnen verdelen.
• Ik doe alles om ervoor te zorgen dat er voldoende beschermingsmiddelen zijn, maar hier staat wel echt een resultaatverplichting in. Ik vind het ingewikkeld om daar ja tegen te zeggen, want ik vind dat ik eerlijk moet zijn. Wat ik niet kan garanderen ga ik ook niet garanderen. Om die reden zou ik deze motie willen ontraden, maar ik deel natuurlijk de noodzaak van alles doen om te zorgen dat er voldoende beschermingsmiddelen zijn. (Dat betrof een motie-Wilders: De Jonge reageerde net als zijn voorganger een week geleden.)

De Jonge zegt in deze vier citaten dus achtereenvolgens ‘ik ben het met hem eens’, ‘ik ben het zeer met hem eens’, ‘ik ben het eens’ en ‘ik ben het eens’ maar telkens gebruikt de bewindsman ik deel (heel erg, natuurlijk).

Ik heb de neiging, dit gebruik van delen als een typisch vergaderwoord te betitelen en onderdruk de neiging te beweren dat het vooral vrouwen zijn die zich er van bedienen want naast Stientje van Veldhoven, Vera Bergkamp, Pia Dijkstra, Cora van Nieuwenhuizen, Carola Schouten en een reeks anderen (fem.) horen we het ook meer dan incidenteel van Roelof Bisschop, Wouter Koolmees of Pieter Heerma, afgaande op wat er in het kalenderjaar 2019 zoal in de plenaire zaal genoteerd is. We krijgen dan voorbeelden van 21ste eeuwse Nederlandse vergadertaal als deze:
• Dat begrijp ik zo goed, en ik deel die frustratie ook zo.
Ik deel eigenlijk alles wat hier staat.
Ik deel uw urgentie.
Ik deel dat dit zo snel mogelijk moet gebeuren.

Delen is zich aan het ontwikkelen – en Van Dale zou op dat punt nog iets eigentijdser kunnen zijn. Het laatste citaat in deze opsomming van vier was van Roelof Bisschop (SGP). Hij verdient het slotwoord in een tekst die licht-komisch begon.
“Voorzitter. Laat ik beginnen met te vertellen dat een collega die toen ik nog les gaf constateerde dat ik ziek was — vorig jaar speelde dat trouwens ook en was ik op 5 december ziek — tegen zijn andere collega’s zei: zie je wel, Bisschop werkt zwart. Dat is een heel beladen grapje geworden inmiddels, maar ik deel het maar even zodat ik mijn gemoed gelucht heb.”

*) Eenmaal vond ik de wijze van zeggen “ik deel in die mening” maar dat is na 1950 kennelijk niet meer gebruikelijk.
**) Dat moet een contaminatie zijn van de telefoon pakken + een telefoontje plegen.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Variatie in familieberichten (9): Maria als doopnaam waar talloos vele roepnamen van afgeleid zijn

Inderdaad, het is een mirakel dat oude verhaal van Die waerachige ende Een seer wonderlijcke historie van Mariken van Nieumeghen die meer dan seven iaren metten duvel woende ende verkeerde, maar een fraaie historie. Mariken woont bij haar oom buiten Nijmegen. Hij stuurt haar naar die stad om inkopen te doen en er op bezoek te gaan bij zijn zuster. Als Mariken daar een ellendige ontvangst krijgt en door tante “seer schandelijcken toe ghesproken” wordt, roept ze wanhopig om hulp: “God of die duvel, tes mi alleleens”. Wat kan het Mariken bommen? Als daarop de duivel zich meldt en als ze samen besluiten op te trekken, maakt die Duvel bezwaar tegen Marikens naam. Zij is daar juist op gesteld: “Want Maria daer ic naer hete, dats alle mijn troost”.


Geen probleem, zegt die Duvel: “Ick ben te vreden dat ghi hout deerste lettere
Van uwen name, vrou ongheblaemt fijn,
Dats de M; dus suldi Emmeken genaemt sijn.
In u lant sijn doch veel maechden ende vrouwen
Die Emmeken ghenaemt sijn.” (Hoe makkelijk is het om deze teksten en de volgende afbeelding te vinden via dbnl.nl)

Mariken en Emmeken illustreren dus al in de Middeleeuwen, hoezeer er van de voornaam Maria afgeleide roepnamen bestaan. Het lijstje van verderop is gebaseerd op familieberichten in een van de bestudeerde kranten die via mensenlinq.nl op te roepen zijn. Wat er overeenkomstig aan is, dat is het voorkomen van een doopnaam Maria en een andere roepnaam die daarop gebaseerd moet zijn, zelfs als dat verband voor ons misschien niet zo rechtstreeks is als bij Mariken (verkleinvorm) of Emmeken (de eerste letter verkleind). Het maakt onder meer duidelijk dat een roepnaam kan zijn gekozen door een gedeeltelijke identiteit met een doopnaam. Meta kan daar een voorbeeld van zijn, Machteld, Mirjam waar misschien zelfs enkel de initiaal van Maria benut is om op een andere roepnaam uit te komen en het verband met de officiële naam toch in stand te houden.

Uit BN De Stem

Wat nu volgt is maar een selectie, want namen als Riet, Ria en dergelijke kunnen bijvoorbeeld ook verbonden zijn met Henderika en dat leidt direct tot de algemene vraag: welke roepnaam hoort precies bij welke doopnaam? In het kader van verbasteringen uit de sfeer van de kindertaal zal dat nog een punt van aandacht zijn.

Maria > Maartje, Maike, Maaik, Maaike, Mayke; Mar, Margot, Mari, Maria, Marian, Mia, Mieke, Marianna, Marianne, Marie, Marijke, Marieke, Mariet, Mariët, Mariëtte, Marije, Marijke, Marika, Marike, Marieke, Marina, Marion, Marit, Marita, Marja, Marjan, Marjo, Marjolein, Marjolijn, Marjon, Marrie, Marry, Mary, Mattie, Matty, Maud, Maya; Meta; Mia, Mie, Miek, Mieke, Miem, Miep, Mies, Miet, Mya, Mirjam, Myriam, Marie, Marianne, Marianna, Marietje, May, Maaike, Maatje, Miek, Maatje, Machteld, Marga, Maja, Mariolijn, Marrigje, Martje; Ria e.d, Riek, Riet.

Er zullen aan deze collectie uit familieberichten allicht nog vele namen aan toe te voegen zijn, ook regionale. Een voorbeeld daarvan vinden we in Mai/Maij/May (bij uitstek in Limburg gevonden) of het meer algemeen Zuidelijke Marij. Ons mam, inderdaad: Brabant.

Uit Brabants Dagblad
Posted in Uncategorized | Leave a comment