Jeetje, mijn hemel e.d.: het terrein van PVVD66

L.S. Dit stukje lag er zogezegd nog: een tijd terug geschreven samen met een andere tekst maar niet geplaatst op dit blog. En dan zoekt het Nederlands Dagblad contact over verruwing van taal in de Tweede Kamer. Is dat zo? Kunnen we dat zomaar bevestigend beantwoorden? Binnenkort zou in die krant kunnen staan wat ik geantwoord heb voor de telefoon – hier is dat eerder geschreven stukje, dat raakvlakken heeft met dat ND-onderwerp én met enkele andere stukjes in dit blog.

Jeetje zal de verkleinvorm van jee zijn, het begin van Jezus, hier niet als naam maar als uitroep gebruikt. Zoals gut en goh afgeleid zijn van God en daarmee voor een bepaalde groep sprekers niet acceptabel zijn, zo is dat zonder twijfel in alle kleinheid het geval met jeetje. Sprekers van SGP en ChristenUnie vallen er niet op te betrappen – evenmin als op het gebruik van gut. Maar er is wél een enkele CDA’er m/v die het gebruikt, zoals Mona Keijzer nog als Kamerlid:
• Jeetje, nu ben ik de naam kwijt (2015)
• Jeetje wat een details (2016)
Net als bij gut in de mond van Carl Romme (KVP) lijkt het voor de hand te liggen, hier te wijzen op de mogelijkheid van een r.k.-herkomst van Maria Cornelia Gezina Keijzer (afkomstig uit Volendam). Dat geloofsaspect zal ook een rol spelen bij de Limburger Martijn (Johanna Franciscus) van Helvert.

De VVD maakt het etiket van tussenwerpsel-partij waar, als we kijken naar het gebruik van jeetje. Kamerlid Jeroen van Wijngaarden deed dat bijvoorbeeld in 2020 net als zijn partijgenoot premier Rutte. In 2019, 2018, 2017 scoort Eric Wiebes deze interjectie zeker een keer of zeven. Jeetje, waar ben ik nou aan toe; jeetje, er zijn wel erg veel loketten; jeetje, er wordt geld overgeheveld… zijn delen van uitingen van deze bewindsman in deze jaren.

Afgaande op dit taalgebruik zijn de fracties van PVV en D66 de buren rechts en links van de liberalen. Rob Jetten (ook al is hij niet zelf aan het woord in het citaat “jeetje, wat gaat er een geld naar Europa”) is in dit opzicht de opvolger van Alexander Pechtold die van dergelijke exclamaties hield: Jeetje, moet het allemaal zo diepgaand? (2018)
Léon de Jong, Alexander Kops en Geert Wilders zijn op dit punt parallelle voorbeelden van de PVV.

Rekensom n.a.v. het tussenwerpsel Jeetje

In hemelsnaam is een interjectie die verreweg het meest in de Handelingen voorkomt in de bijdragen van dezelfde PVV-fractie. Hier manifesteert Alexander Kops zich in de nabije jaren het nadrukkelijkst, op geringe afstand gevolgd door Martin Bosma en Emiel van Dijk.
Dilan Yeşilgöz scoort hier namens de VVD’ers, zij het dat deze partij naar verhouding minder manifest is bij in hemelsnaam – Eric Wiebes is wederom van de partij nu in het gezelschap van Tamara van Ark, dan nog als staatssecretaris. Verrassende CDA’ers die in hemelsnaam gezegd hebben zijn René Peters (uit Oss) en Harry van der Molen (Kootstertille), respectievelijk een kleinere en een grotere surprise.

Mona Keijzer komt net als bij jeetje enkele malen naar voren bij het zoeken naar de uitroep mijn hemel: in 2014 (“mijn hemel, hoe moet ik dit allemaal rondbreien”) en in 2015 (“mijn hemel, als wij dat hadden geweten”). Hoewel ook Jesse Klaver (GroenLinks) het enkele malen zegt, is Alexander Pechtold (D66) de winnaar van het mijn-hemelklassement. En stiekempjes klinkt het ook verrassend geregeld vanuit de neutrale voorzittersstoel, bijvoorbeeld in de vorm van “mijn hemel, het gaat lekker!” Het is aannemelijk – althans niet uit te sluiten – dat de spreekster daar buiten de orde en terloops iets van te horen krijgt van wat strengere protestants-christelijke zijde. Laten we zeggen een beperkte emotie van treurnis.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Voor de bus gooien: de inburgering van to throw under the bus

Ergens in (naar aan te nemen is) de afgelopen tien jaren begonnen sprekers van het Nederlands een uitdrukking te gebruiken waarin een vorm van het werkwoord gooien voorkwam en het begrip de bus. Dat is geen uitvinding van ons, het is een ontlening aan het Engels, het Amerikaanse Engels. Laten we de Oxfordse OED citeren en het Amerikaanse Merriam Webster er ook even bij pakken.

De Oxford English Dictionary onder bus:
“P2. colloquial (originally and chiefly U.S.). to throw (a person) under the bus and variants: to abandon or betray (a person, esp. a colleague or friend) in order to protect or advance one’s own interests; to make a scapegoat of.” (Er volgen voorbeelden vanaf 1998.)
Het betreft dus het opofferen van een persoon om van een probleem af te zijn.

Dit is wat Merriam Webster zegt:

Dat is vergelijkbaar met de OED: iemand tot zondebok maken, vooral een lagere in rang. Het Duits heeft er al veel langer het woord Bauernopfer voor, dus ‘pionoffer (in het schaakspel)’.

In Nederlandse kranten komt de uitdrukking zo te zien vooral vanaf 2012 voor. Neem de Volkskrant (maart van dat jaar): “De Republikeinse kandidaten verwijten Obama dat hij Israël ‘onder de bus gooit’ door aan te dringen op een einde aan de Joodse nederzettingen in de Palestijnse gebieden, en op een tweestatenoplossing.” Dat is een belangrijk citaat, dat verderop in 2013 in allerlei varianten in Nederlandse kranten opduikt, zoals de Groene Amsterdammer, het Reformatorisch Dagblad, nogmaals de Volkskrant, de NRC, de Telegraaf.
In de jaren erna komt dit “onder de bus gooien” nu en dan in de Nederlandse media voor, niet veel maar wel geregeld. Wielrenners als Rasmussen en Armstrong deden eraan, het IOC eveneens. (“Bach gooide zaterdag ook nog even klokkenluider Julia Stepanova onder de bus door te zeggen dat de organisatie niet verantwoordelijk is voor haar veiligheid.” Het Parool, oud-wielrenner Thijs Zonneveld die de uitdrukking vaker benut.)

Nadat het in september van 2015 in de Leeuwarder Courant al gebruikt was in verband met de politiek in een provinciaal-Friese kwestie (iemand spreekt van een ,,uitvergrote perceptie” van commissaris John Jorritsma en statengriffier Alwin Oortgiesen en stelt dat de provincie een oud-statenlid ,,onder de bus wil gooien”. Jorritsma is inmiddels burgemeester van Eindhoven, SR) is het eerste citaat van een landelijke politicus in 2016 vindbaar: “D66-Kamerlid Sjoerdsma vermoedt dat de minister George Maat onder de bus heeft gegooid: “Het heeft er alle schijn van dat deze minister te snel heeft gereageerd.”” (BNR) Dat heeft betrekking op minister Van der Steur, later afgetreden.

In de Tweede Kamer gebruikte Femke Merel van Kooten-Arissen het als eerste, afgaande op de Handelingen. Dan is het inmiddels al 2019, het betreft het debat over het Nederlandse bombardement op Hawija (Irak): “Het valt toch niet uit te leggen dat er wordt overgegooid met een ministeriële verantwoordelijkheid alsof het een hete aardappel is, dat bewindslieden naar elkaar blijven wijzen, blijven liegen en blijven draaien om vooral zichzelf uit de wind te houden en anderen voor de bus te gooien?”

Merk op dat onder de bus hier gewijzigd is in voor de bus. Die manier van zeggen zal school maken in de Tweede Kamer. Ik vind nu al vijf voorbeelden, alle uit 2020:
• Minister Asscher organiseert stiekem een bijeenkomst waarin maatschappelijke groeperingen worden overgehaald om Zwarte Piet voor de bus te gooien. (Martin Bosma, PVV)
• U kunt toch niet zeggen dat we in het kader van de crisisbestrijding de ouders en de opa’s en oma’s van Nederland voor de bus gooien? (Geert Wilders, PVV)
• …omdat u als minister-president onze hele cultuur voor de bus gooit. U gooit gewoon in één keer Zwarte Piet weg. (Geert Wilders, PVV)
• U moet niet naar aanleiding van een incident, terwijl we geen probleem hebben, ons halve land en de tradities voor de bus gooien. (Geert Wilders, PVV)
• Dat heeft toch echt te maken met het onmetelijke talent van Rutte om andere partijen in te palmen, voor de bus te gooien en in te zetten om z’n eigen macht te bestendigen. (Farid Azarkan, DENK)

“A person, esp. a colleague or friend” was het slachtoffer in het Engels, in het Nederlands kon het ook een abstractere figuur betreffen, de traditie die bekend staat als Zwarte Piet. Eerder zagen we Israël als slachtoffer in de uitdrukking figureren.
Under the bus werd spoedig gewijzigd in voor de bus. Waarom? Is het beeld wat ruwer als er een bus aan komt denderen?
De bus werd door Wilders enkele malen gewijzigd in de tram (tegen premier Rutte: “Nederland (…) waar u Zwarte Piet voor de tram heeft gegooid”). Met het gebruik van tram wordt de regio waar Rutte zijn gekritiseerde daad heeft gepleegd beperkt tot de Randstad.

Andere middelen van vervoer dienen zich aan (een trein?, een tank?), to throw kan een ruwere inhoud krijgen door het gebruik van zwaarder aangezette werkwoorden als donderen, lazeren, sodemieteren. (Denk aan de schutting waarover iets gedeponeerd kan worden, zie Dat gezegd hebbend blz. 269-270.*)) Zo is een Amerikaanse manier van zeggen bezig om de weg naar inburgering in het Nederlands af te leggen, nu of in de nabije toekomst.

Kennelijk is to throw under the bus in het Engels ook specifiek op te vatten is als “unfair criticism from a boss or a colleague” – zie https://leadingwithtrust.com Er blijken gelukkig 8 tips voor de omgang met dit probleem.

*) Dit is het begin van het trefwoord Schutting, over de –:

Uit: Dat gezegd hebbend (In Boekvorm Assen, 2018)
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Jullie, jullie, jullie

Hoe vaak kwam in 2016 het woord gij voor in de Handelingen van de Tweede Kamer? Ik schreef er een bijdrage over in dit blog onder de titel Gij, gij, gij.
Hoe vaak kwam jullie voor op de tweede dag van de Algemene Beschouwingen van 2020? Dit stukje is niet toevallig getiteld Jullie, jullie, jullie. Jullie – het is hier enkele malen opgemerkt – is aan een opmars bezig in de Tweede Kamer. Waar U respect en misschien ontzag uitdrukt (de vervanger geworden van Gij), daar is jullie om te beginnen de amicaal-collegiale aanspreking. Dat is te horen aan degene die jullie aan zo’n duidelijke groeispurt in de plenaire zaal heeft geholpen, Kamervoorzitter Arib. Van eerder en van gisteren:
• Nee, meneer Baudet … Ik ga jullie nu allebei even … Want ik wil eigenlijk …
• (tegen Van Haga) Hebben jullie deze interruptie afgesproken of zo?
• (tegen de premier): u heeft nog een paar onderwerpen. Als die kort zijn, doen we die eerst. (tegen de woordvoerders) Dan kunnen jullie daar misschien vragen over stellen.

Dit is het collegiale jullie.

De tweede jullie-gebruiker gisteren was premier Rutte. Met al zijn ervaring en taalgevoel is het bij hem niet het directe maar het onrechtstreekse gebruik: als Rutte “jullie” zegt is dat (vrijwel) altijd in een citaat, uit de mond van een ander.
• De premier van Nieuw-Zeeland zei tegen mij: wat hebben jullie prachtige tractoren in Nederland. (Gelach, het betrof het boerenprotest op het Malieveld)
• op dit moment is de situatie in Syrië niet zo dat je tegen de Syrische vluchtelingen kunt zeggen: jullie gaan terug, wij verplichten jullie om terug te gaan.
• Dan was er een vraag van de heer Van der Staaij, die eigenlijk een heel andere kant op ging: gaan jullie niet meer ruimte maken voor een eigen, Nederlandse koers?

Dit is het indirecte, geciteerde jullie.

Baudet bij eerste termijn APB 2020

Jullie, jullie, jullie. De derde variant is in al zijn duidelijkheid gebruikt in de tweede termijn van de fractieleider van Forum voor Democratie, de partij met zijn mediterrane taal en beeld in de naamgeving, maar gisteravond ook weer met nadruk in de afsluitende bijdrage van Thierry Baudet (net als Asscher uit het hoofd sprekend). Pompeï haalde hij gisteravond aan, Trojanen, Ptolemaeus in een verdediging van “onze identiteit, onze grenzen, ons volk”.

• een beschaving (…) die de meesten van jullie volkomen vergeten zijn
Jullie hele vertrekpunt, van links tot VVD en CDA, al die partijen, is postnationaal.
Jullie denken helemaal niet meer na over Nederland, over het Nederlandse volk, over Nederland met grenzen, met een geschiedenis.
• Dat is wat er gebeurd is in jullie hoofden, en dat is een geloof.
• Maar ik sta hier en het feit is dat ik hier sta en deze woorden spreek en getuige ben van een beschaving die 1.000 jaar oud is en die door jullie allemaal wordt verkwanseld, van links tot rechts, het hele kartel. SP, VVD, jullie kunnen zo van lijsttrekker wisselen.
Jullie kunnen zo met elkaar regeren. GroenLinks, het CDA. In grote lijnen maakt het niet meer uit.
• Ik ben ervan overtuigd dat het overgrote deel van de bevolking dit niet wil. Het overgrote deel van de bevolkingen in onze oude landen wil dit niet. En ik ben echt ontzettend benieuwd wat er het komende halfjaar gaat gebeuren, maar het zou zomaar eens kunnen — en dat is niet voor het eerst in de geschiedenis — dat jullie versteld zullen staan als jullie over het Place de la Bastille lopen, wat daar dan ineens gebeurd is.

Dit is een ander jullie: het is niet collegiaal gericht tot ambtgenoten of ambtsgenoten, het is allerminst indirect, het wekt allereerst een terechtwijzende impressie. *)

Jullie neemt toe in de Tweede Kamer – in de periode september 2016 tot september 2020 loopt het aantal malen per 100.000 woorden op op deze manier:

Dat lijkt toch op een cultuurverandering, daar aan het Binnenhof.

*) Vergelijk wat Baudet eerder weglopend van het rostrum tegen de collega-fractieleider van GroenLinks zei: “Je moet niet alles geloven wat je op de NPO ziet, Jesse!”

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

En noem (het) maar op: stiekeme taalverandering

In actuele debatten van de Tweede Kamer komen blijkens de Handelingen dit soort uitingen voor – en laten we aannemen dat de twee volgende groepjes citaten correcte weergaves zijn van wat er gezegd is:

• Verleid mensen ertoe om dat te doen, heb eerst je zaken op orde en ga dan pas die burger verplichten tot iets, met allemaal strafbare feiten en noem maar op. (Wilders, PVV)
• Op basis van die landenspecifieke aanbeveling moeten de hervormingsplannen hervormingen van pensioenen, de arbeidsmarkt en noem maar op bevatten. (Rutte, MP)
• hoe we dat straks allemaal gaan terugbetalen: die uitgestelde belastingen, die uitgestelde aflossingen, die uitgestelde huren en noem maar op. (Tony van Dijck, PVV)

Net niet helemaal hetzelfde zien/horen we in de volgende quotes:
• Wat is er aan de hand? Waarom vragen we van u om afstand te houden? Waarom vragen we van mensen om geen drukke plekken op te zoeken? Noem het maar op.
• (…) dat eigenlijk Kamerbreed ook langjarig meer waardering voor de publieke sector gewenst is, en specifiek voor verpleegkundigen in de zorgsector, en al die anderen in de thuiszorg, noem het maar op.
• Die vergelijking vind ik moeilijker met theaters, bioscoopzalen en noem het maar op, waar de 1,5 meter gehanteerd moet worden.

Bijna hetzelfde en voorzover ik kan zien met een identieke betekenis, noem maar op en noem het maar op. Of is noem maar op een verwijzing naar iets onbepaalds naar eigen keuze terwijl noem het maar op beperkter is omdat het refereert aan een zekere, afgesproken verzameling?

De uitdrukking noem (het) maar op is een handige combinatie van een afkorting (‘ik laat van alles weg’) en daarmee onderstreping. Dat is een belangrijk element in de hedendaagse debatten waar de bijdragen van de sprekers van de zijde van de Kamer tot op de seconde worden bijgehouden! Alleen al dit kalenderjaar hebben sprekers (m/v maar vooral m) er tien-tal-len malen een opmerking over gemaakt, hoe de voorzitter (m/v maar vooral v) dat hoorbaar in de gaten hield. Wat een gemors van debattijd, die opmerkingen over seconden en minuten!

Noem maar op en noem het maar op scheelt dus spreektijd en is een wat duidelijker retorische onderstreper dan etcetera en etcetera etcetera.
De oudere variant van deze twee is noem maar op. Noem het maar op begint tegen 1990 in de Handelingen te verschijnen en vooral zo rond 2010, 2011 neemt de frequentie toe. Om de verhoudingen te schetsen: in 2020 stond in die Kamerverslagen tot dusver (eind augustus) 47x noem maar op, 15x noem het maar op. In het kalenderjaar 2017 was het achtereenvolgens 69 versus 7. Van Dale heeft maar één variant:

Van Dale s.v. opnoemen

Noem het maar op is nieuwer Nederlands en is aan de winnende hand – en ik kan vooralsnog maar één argument verzinnen waarom dat het er bij is gekomen. Leentjebuur gespeeld bij het Engels, you name it. It!

Is Rob Jetten (D66) een bewuste taalgebruiker? Hij neemt tot nu toe de helft van alle noem het maar oppen van het kalenderjaar 2020 voor zijn rekening, ook de drie hier boven aangehaalde voorbeelden komen volgens de stenografen uit zijn mond. Ik zal het hem via Twitter vragen bij de bekendmaking van de publicatie van dit stuk.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Een constructie met ingebouwd wegwerpgebaar

Als een taalkundige het heeft over modaliteit dan gaat het over iets extra’s dat een spreker aan een uiting meegeeft. Van Dale zegt van het begrip: “de subjectieve houding of beoordeling van de taalgebruiker ten opzichte van de inhoud van een (deel van een) zin”.

Er zijn bijwoorden van modaliteit: echt, oprecht “ter uitdrukking van een stellige bevestiging”. In het hedendaagse Binnenhofs is het toenemend de gewoonte om echt oprecht in éen adem te noemen en iets op die manier wel zéer stellig bevestigen. (Eerder dit jaar Onderwijsminister Slob: “Ik ben dus echt oprecht verbaasd dat ik het verwijt krijg dat ik een motie niet uitvoer.”) Maar ja, als het altijd samen gezegd wordt dan is het mettertijd gewoon weer “ter uitdrukking van een stellige bevestiging” ook als ze als Siamese broeders uitgesproken worden.
Meer gebruikt is het woordje best waarmee een spreker als het ware iets impliciet erkent getuige deze voorbeelden vroeg in dit kalenderjaar, dus nog voor corona:

• “dat het soms best moeilijk is om onderscheid te maken” (Minister Van Veldhoven)
• die best graag naar een kleiner appartement zouden willen (id)
• Daar kan best uitkomen dat er geen aanwijzingen zijn (Renske Leijten SP)
• Ik snap best dat de coalitiepartijen geen zin hebben om over deze feiten te praten (Henk Nijboer, PvdA)
• Ik zou daar misschien best in mee willen gaan (Mark Harbers, VVD)

Dat bijwoordje best is telkens prima misbaar – daarom staat er een streepje door – de spreker v/m geeft alleen nog net even iets persoonlijks mee in de sfeer van ‘ik geef toe…’

Er zijn ook werkwoorden van modaliteit, bijvoorbeeld moeten, willen, mogen, kunnen. Dat is een aparte groep (kijk naar de vervoeging!) die de houding van de spreker als het ware weergeeft, hij/zij ziet iets als een verplichting, een dringende wens, een mogelijkheid.

Bijwoorden en hulpwerkwoorden van modaliteit vestigen in alle helderheid de aandacht op de positie van de spreker, maar er zijn ook bedektere methodes. Neem de volgende twee groepjes werkwoorden die ontleend zijn aan de Handelingen van de Tweede Kamer in de afgelopen jaren:

gaan zitten + handelingswerkwoord:

• om daar weer creatief met kurk aan te gaan zitten knutselen (minister Plasterk, 2016)
• Nu kunnen we gaan zitten dimdammen (Alexander Pechtold, D66 2017)*)
• Dus niet schijnheilig gaan zitten doen. (Dion Graus, PVV 2018)
• Niet meteen ouderwets gaan zitten schoolmeesteren. (Paul van Meenen, D66 2019)
• Als ik daar zou gaan zitten kruidenieren, om het maar even huiselijk te zeggen (minister De Jonge, 2020)

*) Het werkwoord dimdammen is allicht naar aanleiding hiervan in oktober 2017 in de elektronische Van Dale opgenomen met de betekenissen ‘dubben, delibereren, beraadslagen’.

gaan lopen + handelingswerkwoord:

• zonder dat wij iedere keer weer gaan lopen porren (Erik Ziengs, VVD 2016)
• Als wij op eigen houtje op ons eilandje Nederland van alles gaan lopen klussen (Agnes Mulder, CDA 2017)
• Dan wordt het namelijk pas echt een zooitje, als wij hier gaan lopen micromanagen. (Steven van Weyenberg, D66 2019)
• en vervolgens hier gaan lopen klagen over chantage (Emiel van Dijk, PVV 2020)
• Om nu al in de eerste weken gelijk te gaan lopen knabbelen aan andermans portefeuille (Staatssecretaris Van ‘t Wout, 2020)

Net als in de eerdere voorbeelden met het bijwoordje best, kunnen we in deze beide groepen minstens een van de drie werkwoorden moeiteloos schrappen – er mist dan slechts éen klein element, waar de spreker de nadruk impliciet legt op het negatieve, afgekeurde. Voorbeeld: Nu kunnen we gaan zitten dimdammen en als wij hier gaan lopen micromanagen
Ook al kan ook gaan soms als overtollig gezien worden, voor mijn gevoel geeft dat zitten de afkeuring al weer en versterkt een werkwoord als lopen dat nog in de tweede groep. Zitten benadrukt het negatieve passief, lopen doet dat op een actievere manier. De spreker gaat op distantie, door het gebruik van de constructie op zich en in veel gevallen sowieso door een op zich al veroordelend werkwoord (dat een handeling uitdrukt) als zeiken, rotzooien, janken, zeuren om maar een paar te noemen die in kranten van begin september 2020 vindbaar zijn.

En de premier? Mark Rutte gebruikt ook eerder de zitten-constructie dan die nog meer veroordelende met lopen. Gehoord op vrijdagse persconferenties waarvan hij er inmiddels een kleine 300 gehouden heeft in de afgelopen 10 jaar:

• “Ik kan als minister-president niet zomaar over alles naar hartenlust gaan zitten filosoferen, dat gaat niet.”

• “Je zag er ook echt dertig-, veertigjarigen tussen die blijkbaar geen leuk leven hebben en dan ’s nachts wijken onveilig gaan lopen maken omdat het te warm is.”

Onveilig gaan lopen maken. Daar spat in stilte de ergernis van af en dat wordt onderstreept door de aansluitende zin: “Of weet ik veel wat ze voor problemen hebben.”

Een cricket-scheidsrechter geeft veel minder stiekem aan dat hij zich distantieert, nu ja van een batsman: uit!

Uit The Dictionary of Cricket (Michael Rundell, London 1985)

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Een excuus aan Agnes Mulder (CDA) en het gebruik van “schijt” in de Tweede Kamer

Dit stukje is een verlaat excuus aan Agnes Mulder, Kamerlid voor het CDA. Waarom?
Bij het begin beginnen en dat ligt in de afgelopen week, toen Femke Merel van Kooten-Arissen (momenteel onder eigen naam in de Tweede Kamer, afgekort als vKA) het in het debat rond Grapperhaus en diens vergeten van de 1,5 meter opnam voor mensen die wegens overtreding van de coronaregels voor de strafrechter komen en veroordeeld worden, anders dan de minister van Justitie en Veiligheid. Maar, zei mevrouw Van Kooten, het betreft “gewoon normale mensen die buiten in het park met hun familie een taartje zitten te eten. Dat zijn geen grote groepen mensen die coronafeesten houden en zogezegd “schijt hebben aan de regels en aso’s zijn”.”
De Dienst Verslag en Redactie maakte deze minder parlementaire uitspraak wat milder door aanhalingstekens te plaatsen, en inderdaad: spreekster maakte er een soort excuus bij.

Ruim een jaar geleden verscheen het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2019. In een kleine bijdrage daarin haalde ik Farid Azarkan (DENK) aan uit de Handelingen. Deze had in 2018 het gedrag van Thierry Baudet (FvD) in het parlement als volgt beschreven: “Hij komt vaak hier binnenvliegen. Hij begint te fladderen. Hij krijst. Hij schijt de boel onder. En dan kunnen wij het weer opruimen als hij weg is.” Zeemeeuwpolitiek noemde Azarkan dat. Dat de redactie van het Jaarboek 2019 Natuur, milieu, klimaat als thema had gekozen was werkelijk toeval, mij ging het om de taal in de Tweede Kamer.

Toen ik in de verslagen van de Tweede Kamer nazocht wie vóor vKA het woord schijt zoal hadden gebruikt, bleken daar in de afgelopen jaren van de huidige Kamerperiode weinig voorbeelden van vindbaar. Wel vond ik dat meeuw-beeld van Azarkan van 2018 terug, in juni dit jaar opnieuw door hem gebruikt en andermaal in de richting van de FvD-leider. Verder is het in deze jaren zéer stil rond het woord schijt, dat na een eerder aanloopje in 2006 en 2009 juist in de vorige Kamer-periode aan zo’n opmars leek te zijn begonnen.

Dat was misschien nog het minst ongewoon uit de mond van Esther Ouwehand, woordvoerder van de Partij voor de Dieren nietwaar. Verder klonk het vooral in bijdragen van SP’ers Leijten, Karabulut, Merkies, Smaling, Ulenbelt, Van Gerven. Tweemaal staat het genotuleerd voor iemand van het dan eveneens oppositionele CDA. In 2015 betrof dat het lid Peter Oskam en in 2013 Agnes Mulder.

Waarom haar excuus zou moeten worden aangeboden? Voorzover mij nu bekend – schrijf ik, voorzichtig geworden – was zij de eerste die dat beeld van een schijtende meeuw op een politicus toepaste. In het Vragenuur van 05.03.2013 viel ze Sjoerd Sjoerdsma (D66) bij in kritiek op de dan niet aanwezige minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking: “De afgelopen tijd hebben wij van mevrouw Ploumen meermaals via de media stukjes en beetjes horen langskomen, als een meeuw die langskomt, krijst en de boel onder schijt, terwijl zij haar visie niet deelt met de Kamer. De CDA-fractie heeft daar grote moeite mee.” Mevrouw Ploumen en haar collega’s in Rutte-II waren in de loop van november aangetreden, exact vijf maanden tevoren.

Agnes Mulder (CDA) die een vliegende meeuw imiteert in debatgemist 05.03.2013

Dat citaat van Agnes Mulder kende ik niet, toen die bijdrage aan het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2019 geschreven werd. Of Farid Azarkan of iemand anders uit de DENK-sfeer bij Agnes Mulder inspiratie heeft opgedaan, – in theorie mogelijk is het in elk geval.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Lilian M. en Saïda M.: het zins-einde spetterdespetterend in de pan

Dit is een impressionistisch stukje. Marc van Oostendorp (actief over een breedheid van fronten en universiteiten als geen ander in de sfeer van de Nederlandse taalkunde) attendeerde me zoveel jaren geleden ongeweten via een filmpje op het verschijnsel van vocal fry. Vocal is vocaal, de stem betreffend; fry in deze context is volgens de OED: “To cook (food) with fat in a shallow pan over the fire.” Shallow-fry is kort braden.

Wat gebeurt er bij vocaal kort braden? Het simpelst is, te verwijzen naar sprekers die het doen (v/m maar in de praktijk v), het bij hen te observeren en vanaf dat moment is het helder… Het is te vergelijken met de barstjes van craquelé: het begin van een zin klinkt normaal, maar tegen het eind gaat de toonhoogte wat omlaag en daar begint het braden, de hoorder krijgt een impressie alsof de stem een tikkeltje breekt. Geen nood, een tel later is alles weer normaal, dat wil zeggen totdat de stem aan het einde van een nieuwe zin weer naar beneden gaat en het gespetter opnieuw eventjes aangeeft dat hier een punt bereikt wordt. Trouwens, een woord dat met een glottisslag begint (in de spelling een klinker) is ongeacht de positie in de zin gevoelig voor vocal fry.

Voorbeeld? Ik legde het aan Marc van Oostendorp voor en vroeg hem of vocal fry een kenmerk was van Journaal-presentatrice Saïda Maggé.

Saïda Maggé (website NOS)

Hij schreef snel en to the point iets terug als: Ik denk dat je gelijk hebt, het is heel licht, maar waarschijnlijk vocal fry. Het is soms moeilijk vast te stellen omdat die vocal fry ook een automatisch effect kan zijn van iemand die net een beetje te laag spreekt voor zijn of haar stem. Maar het lijkt me, hoewel heel licht, vrij systematisch voor haar. Tot zover Marc van Oostendorp.

Kortom, lezer: zoek via internet naar actuele taal van deze – overigens plezierig overkomende – presentatrice van het NOS Journaal en let op het einde van haar zinnen.

In de Tweede Kamer is Lilian Marijnissen (SP) de opvallendste braadpan-spreekster. Zij doet het net iets minder systematisch dan Saïda Maggé (die leest teksten voor van de teleprompter en ziet het zinseinde aankomen) maar door haar frequente optreden in de plenaire zaal is Marijnissen opvallender dan de paar andere Kamerleden die in de buurt komend van de uitgang van een zin nog even naar de keuken rennen om een visje te keren. Zo zijn er, tot mijn grote verrassing Anne Kuik (CDA) en Stientje van der Graaf (ChristenUnie)*) – juist in deze christelijk-politieke sector verwacht je het niet zo snel als bijvoorbeeld bij andere stromingen. Maar systematisch heb ik er niet op gelet (en dat was ook lastig ten tijde van corona), wie weet zijn er meer. De stenografen van de Tweede Kamer zullen deze vraag zó kunnen beantwoorden, maar dat zal hun uit hoofde van het ambt wel verboden zijn.

Marijnissen, Kuik, Van der Graaf (website TK)

Wie zeker niet aan vocal fry doet is Pia Dijkstra (D66), een al weer wat verdere voorganger van Saïda Maggé bij het Journaal. Daar is een simpele reden voor: te oud. Vocal fry is een vrij nieuw verschijnsel. Lees wat Marc van Oostendorp als feitjes toevoegde aan zijn eerdere reactie: “Overigens is het in Engeland ook vrij nieuw, maar doet in Amerika volgens mij inmiddels iedereen van de kusten (iedereen die niet op Trump stemt) van onder de vijfenveertig het inmiddels, ook mannen.”

Dr. Maria Van Kerkhove van de WHO is een vocal fry-spreekster, maar ja dat is ondanks haar Vlaamse naam een Amerikaanse. Verrassender zijn twee actrices in Downton Abbey, een serie waarvan de inhoud voor WO II is afgelopen. Desondanks worden de rollen van vooral Edith Grantham (Laura Carmichael) en iets minder van Mary Crawley (Michelle Dockery) krakend vervuld op zinseinde. Enkele tientallen jaren te vroeg, veronderstel ik. Hun moeder is én speelt Amerikaanse, maar juist deze (Cora Grantham die in werkelijkheid Elizabeth McGovern heet) laat geen vocal fry horen en dat klopt misschien in dit eerste deel van de 20ste eeuw. Bij de BBC is verslaggeefster Anna Collinson een voorbeeld van weer wél. Liever nog een Nederlands voorbeeld? Prof. Mary Pieterse-Bloem bij Buitenhof op 24.05.2020.

Mary Pieterse-Bloem (beeld van Buitenhof-uitzending)

In Nederland lijkt het momenteel dus een jong en middelbaar feminien verschijnsel maar dat zal veranderen; de fry-spreeksters zullen ouder en ouder worden, mannen zullen opduiken in dit koor. Aannemelijk is bepaald niet, dat de drie spreeksters in de Tweede Kamer dat braad-gepraat geleerd hebben van hun moeder maar wie hebben ze dan wel geïmiteerd? En hoe bewust is dat geweest en waarom namen ze dat over? Merkten ze dat er anders, positiever gereageerd werd op die craquelé-spraak in vergelijking met te praten zoals vroeger?

Vragen te over. Ik vraag me ook af, of het voor de stembanden goed is – merken we allemaal later.

Wie sprekers (v/m) aan het Binnenhof of anderen wil aanvullen: welkom! En of het ook al in Vlaanderen is doorgedrongen, ik weet het niet.

*) Aanvulling 06.09.2020: Stieneke van der Graaf trad zojuist op als gast van Andries Knevel op NPO2. In dat gesprek viel van haar nauwelijks vocal fry te horen – ze sprak tegenover hem voorzichtiger (aarzelender en hoger!) dan ze in de Kamer gewoon is. Duidelijker deed ze dat eerder deze week op 3 september zonder dat zo systematisch te doen als de genoemde Journaal-presentatrice of de SP-leidster : zie en beluister desgewenst https://debatgemist.tweedekamer.nl/debatten/burgerinitiatief-ik-ben-onbetaalbaar

Aanvulling 08.09.2020: De afgelopen dagen hoorde ik vocal fry via de BBC vain politiek verslaggeefster Helen Catt en Breakfast-presentatrice Louise Minchin. Ook bij University Challenge (07.09.2020) was het hoorbaar, dat wil zeggen uit de mond van enkele vrouwelijke deelnemers tijdens het voorstellen van zichzelf. Geen wonder dat het niet registreerbaar was bij het geven van antwoorden: de intonatie dan is veelal vragend en dus hoger van toon. En is minister Matt Hancock een van de weinige mannen die dit spraakkenmerk vertonen?

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen