Van zelfkastijding in de taal: zich het snot voor de ogen werken (ii)

Zich het snot voor de ogen werken is niet voor iedereen de favoriete uitdrukking (zoals Sylvana Simons van Bij1 op 14.07.2021 al zei), maar het is wel een bijzondere. Uniek is het als type niet. AD/Groene Hart tekende bijvoorbeeld al op 17 mei 2001 op uit de mond van een verpleegkundigde: “Mijn collega’s van het lab werken zich vandaag kleurenblind om iedereen te kunnen helpen” en zo kunnen we beide idiomatische uitdrukkingen als het ware over elkaar leggen en zien dan drie basiselementen, ABC:
zichhet snot voor de ogenwerken
zichkleurenblindwerken

Aan het begin hebben we verplicht het wederkerend voornaamwoord zich (A), aan het eind is er steeds een werkwoord (C) en als tussenelementB zien we iets lichamelijks, een fysieke ongesteldheid zoals een ziekte. Denk aan de pleuris (werkte Anouk zich de -, De Gelderlander 31.12.2020), een geslachtsziekte (zich een – hoereren, Elsevier Weekblad 03.03.2001), de pokken (Willem Breuker lachte zich de – BN/De Stem 10.12.2003), de pestpokken (een argeloze wandelaar schrikt zich de – , De Limburger 07.11.2020). Maar het kan evenzeer een kleiner element zijn (zich suf praten, zich lam schrikken) als een eerder komisch bedoeld element als de blubber (zich de – trainen), een versuffing (zich een – blowen). Kortom B manifesteert zich naast het ook ongemakkelijke het snot voor de ogen onder meer als:

de pleuris, een geslachtsziekte, de pokken, de pestpokken, suf, lam, de blubber, een versuffing

Bijzonder: het snot voor de ogen is een zeldzaam reëel geval in deze constructies, althans aanvankelijk. Dat het daarna in vreemde contexten buiten wielrennen en schaatsen gebruikt is zoals het snot voor de ogen in de zórg (!), lijkt dan logisch en meer sporend met dit soort taal.

Het werkwoord C betreft wel eens iets niet of moeilijk onderdrukbaars zoals lachen, schrikken of vervelen maar meestal is het een handelingswerkwoord dat de veroorzaker is van element B. Vaak zijn het werkwoorden die juist geen lijdend voorwerp bij zich krijgen maar hier dus op een aparte manier wél. Het onderwerp van dat werkwoord doet het zichzelf aan en dat is een interessant dubbel-aspect van A: zich is bij wijze van spreken onderwerp en meewerkend voorwerp tegelijkertijd; zich is dader én slachtoffer, een zelfkastijder, een automutilant.*)

Hoe herkenbaar de constructie ook is en hoe retorisch misschien, veel vinden we het type niet in de Handelingen van de Tweede Kamer. Een voorbeeld met pleuris, pestpleuris, pestpokken of blubber vond ik in het huidige kalenderjaar bijvoorbeeld niet, andere alleen incidenteel:
• MP Rutte: Dit kabinet hervormt zich een ongeluk.
• Tony van Dijck (PVV): De Europese Commissie leent zich suf op de kapitaalmarkt (….)
• Farid Azarkan (DENK): dat mevrouw Palmen, toen zij in de machinekamer van de toeslagen stapte, zich rot geschrokken is (…..)

Maar succesvol is wél een slag in de rondte met deze vijf (misschien toevallig vrouwelijke) gebruikers:

• Sofie Hermans VVD: In datzelfde ziekenhuis werken zorgmedewerkers zich opnieuw een slag in de rondte.
• Sylvana Simons Bij1: Maar dat zijn dezelfde mensen die zich helemaal een slag in de rondte werken en niet kunnen overleven.
• Caroline van der Plas BBB: zich een slag in de rondte lachend omdat ze haar vrijheid terug heeft;
• Mirjam Bikker CU: Verzorgenden en verpleegkundigen in ziekenhuis, verpleeghuis en gehandicaptenzorg blijven zich een slag in de rondte werken.
• Joba van den Berg CDA: (…) hoewel de mensen in de zorg zich een slag in de rondte werken

Plus dus zich het snot voor de ogen werken dat momenteel het meest gekozen geval van deze zelfkastijdingsconstructies zal zijn in de plenaire zaal van de Tweede Kamer. Ook dat is dit jaar taal door Rutte en vrouwelijke sprekers.

Zich is dus verplicht in dit soort Nederlands, ook als de minister-president dat wel eens vergeet (“Daar wordt echt het snot voor de ogen gewerkt”) en het wel erg ongebruikelijk combineert met men (“dankzij het feit dat men zich het snot voor de ogen werkt in de zorg”) – daarmee wellicht suggererend dat hij nog bezig is aan deze taal te wennen maar alvast wel in de plenaire zaal gebruikt. Kijk ook naar dit citaat van Mark Rutte de fractievoorzitter: “Het is de taak van een kabinet, en zeker ook van een minister-president, om het snot voor de ogen te werken.” (12.05.2021)
Aldus de fractievoorzitter van de VVD die tegelijkertijd demissionair minister-president was en zichzelf dus aansprak.

Rutte had eerder ook in de verkiezingstijd van maart 2021 de uitdrukking op zichzelf betrokken, zo viel allerlei journalisten op:
• “Als ik Rutte hoor zeggen dat hij zich het snot voor de ogen werkt, dan denk ik: schitterend, die moet ik onthouden!” (Barbara Rijlaarsdam in de NRC 13.03.2021)
• “Tegen een gedupeerde zei hij tijdens een verkiezingsdebat dat hij zich het ‘snot voor de ogen’ werkte om de problemen op te lossen.” (Thomas Verbogt in Trouw 07.04.2021)
Zo koppelen wij zich het snot voor ogen werken niet enkel meer aan anderen die wij om hun inzet bewonderen, dus aan topsporters of de werkers in de zorg, maar allereerst aan Mark Rutte. En een beetje aan Gert-Jan Segers die er aan het Binnenhof mee begon en het betrok op zijn eigen, kleine maar zeer hard werkende ChristenUnie-fractie.

*) Voor wie houdt van grammaticale termen: bij die constructie zich het snot voor de ogen werken lijkt me sprake van een predicatieve objectsbepaling. Voorbeeld uit het leerboek: Hij verft de deur groen. Gaat het om schrikken dan is het eerder een predicatieve subjectsbepaling (het leerboekvoorbeeld: Het bord viel stuk). Voor wie Grieks gehad heeft, denk bij het werkwoord aan het medium als tussenvorm van actief en passief. En classici: zich oogt als een dativus incommodi of commodi.

Aanvulling 29.11.2021: Ik zie nu dat minister Dekker voor Rechtsbescherming de afgelopen week bij de begrotingsbehandeling ook eenmaal sprak van zich een slag in de rondte werken en wel door de sociale advocaten. Direct aansluitend zei hij overigens dat niemand zo hard werkt als rechters, daarmee afbreuk doend aan de intensiteit van die juist gebruikte uitdrukking.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Van zelfkastijding in de taal: zich het snot voor de ogen werken (i)

Voor het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2021 mocht ik een kleine tekst schrijven over taal, nieuwe taal in de Tweede Kamer in de periode september 2020 – augustus 2021. Daarin ging het onder andere over het onderwerp van deze en de volgende aflevering. Daarin zag ik voorbij (een mens vergeet wel eens iemand of iets) aan Gert Jan Segers en dat zet ik hier wat recht door met hem te beginnen en in de volgende aflevering te eindigen.

Voorzijde Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2021

Soms duurt het lang voordat een uitdrukking zó’n graad van populariteit krijgt dat het de Tweede Kamer haalt en vooral dat het daar gemeengoed wordt. Die manier van zeggen met “snot voor de ogen” is via LexisNexis vindbaar vanaf de vroege jaren ‘90 van de vorige eeuw, toevallig ook het begin van die krantenbank. Maar veel eerdere voorkomens zijn niet zo waarschijnlijk, veronderstel ik. Tussen een krant in 1992 en het Binnenhof in 2018 ligt meer dan een kwart-eeuw. Bij de Algemene en Politieke Beschouwingen van 21 september 2018 zei Gert-Jan Segers (ChristenUnie): “Ik sta hier als vertegenwoordiger van een partij met vijf zetels — dat is vrij beperkt — die zich het snot voor de ogen werkt. We hebben ook tijden gehad dat wij in de oppositie zaten en wij ons soms afvroegen of wij wel een deuk in een pakje boter sloegen.”
Na één enkel ander citaat nog in hetzelfde kalenderjaar (Michiel van Nispen, SP over de grote inzet in de strafrechtketen) komt de doorbraak van dat stukje idioom in het midden van 2020, corona.

Het is een grappige manier van zeggen, met dat snot voor de ogen, ontegenzeggelijk begonnen in de terminologie van sporten als wielrennen en schaatsen: fysiek in hoge mate actief en vooral voorovergebogen bezig waardoor er kan gebeuren wat er in de taal wordt uitgedrukt.*) Zich het snot voor de ogen zwoegen en – rijden waren vroege voorbeelden, werken volgde later. Daarmee is de grondslag gelegd voor de betekenis ‘het in hoge mate en langdurig lichamelijk ingespannen bezig zijn’. In 1996 wordt het bijvoorbeeld voor het eerst gebruikt bij het afleggen van een marathon (lang en inspannend maar dus niet voorover gebogen), bij voetbal in 1997, hockey in 1998 – de uitdrukking verbreedt zich. Dan is het geen wonder dat het bij een verder gaande ontwikkeling mogelijk is om sport als toepassingsgebied te verlaten. Nu ja, hard werken aan corsowagens (1999) of lopen en springen in het kader van een Zeskamp tussen dorpen, dat is ook nog in een sportieve sfeer te zien.
Maar als de uitdrukking in 2000 gebruikt wordt om het buffelen op een redactie mee aan te geven en een jaar later het ploeteren van wethouders in de politiek en weer een jaar later het vele lopen van obers in de horeca, dan is zich het snot voor de ogen (+ werkwoord) een algemeen toepasbare manier van zeggen geworden voor ‘een (niet per se fysiek) zeer grote inspanning leveren’. Kijk nu in de krant en zie het gebruikt worden in een breed scala met een toepassing op designers, de bloemenveiling, een strafkamp, bramenjam roeren, hard werken in het algemeen, door vrijwilligers en welzijnsmedewerkers, door de organisatie van een festival, coronapersoneel, op de IC, door docenten, door Sandra Beckerman (SP), een schaatsenslijper, mensen in het ziekenhuis, docenten, pakketbezorgers naast nog altijd een royaal aantal voorkomens in de sfeer van sport.

Maar in de Kamer is het op 25.06.2020 door minister De Jonge (VWS) voor het eerst toegepast op de zorgsector die met Covid-19 vanaf het vroege 2020 zo onder druk kwam te staan dat daarvoor een speciale beloning aan de orde kwam: “We willen natuurlijk dat het geld ten goede komt aan de mensen die zich in de afgelopen maanden het snot voor de ogen hebben gewerkt.” Corrie van Brenk (50PLUS) gebruikte het enkele maanden later, waarna premier Rutte de grootste gebruiker ervan wordt vanaf eind 2020. Een niet-uitputtende opsomming:
• Rutte 18.11.2020: Op dit moment gaat nog zo’n 30% tot 40% zorg — het percentage was hoger — niet door omdat de ziekenhuizen belast zijn, omdat artsen, verpleegkundigen, patiëntenvervoerders, schoonmakers, iedereen die daar werkt, zich het snot voor de ogen werken om deze tweede golf in goede banen te leiden.

• Rutte 08.12.2020: Ik vind het ontzettend aardig dat hij ook Stef Blok daar even bij noemt, die zich inderdaad het snot voor de ogen heeft gewerkt, geïnspireerd door de heer Omtzigt, om dit voor elkaar te krijgen.

• Rutte 15.12.2020: al die verpleegkundigen en al die artsen die iedere dag, dag in, dag uit, zich het snot voor de ogen werken en een fantastische baan doen.

• Rutte 04.02.2021: Ik wil alleen wel gezegd hebben dat het er nu, dankzij het feit dat men zich het snot voor de ogen werkt in de zorg, ook in het slim maken van de combinaties in de logistiek, gelukkig beter voorstaat dan bij de eerste golf.

• Rutte 10.03.2021: Ik kan alleen maar zeggen dat iedereen zich het snot voor de ogen heeft gewerkt om dat zo snel mogelijk te doen.

Rutte 15.04.2021: Maar ik zeg ook tegen de heer Wilders, die terecht zo’n groot hart heeft voor de zorg: als je ziet dat mensen zich daar het snot voor de ogen werken, dat (….)
• id id Niet iedereen heeft zich het snot voor ogen hoeven werken in het kader van corona.

• Rutte 22.04.2021: Daar wordt echt het snot voor de ogen gewerkt,….

• Mark Rutte (VVD) 12.05.2021: Het is de taak van een kabinet, en zeker ook van een minister-president, om het snot voor de ogen te werken.

• Rutte 03.06.2021: Maar de impact die dit soort vragen heeft op de mensen die zich daar het snot voor de ogen hebben gewerkt en het gevoel hebben: o, dus we hadden ook nog, wat misschien structureel al beter had gemoeten in het verleden …

Eenmaal op 15 april 2021 corrigeert Caroline van der Plas (BBB) de premier (“Ik wil eerst even ingaan op de opmerking van de heer Rutte dat niet iedereen in de zorg zich het snot voor de ogen weg werkt. Alle mensen in de zorg werken het snot voor hun ogen weg.”) en dan merken we aan haar taalgebruik wat ook al aan Rutte hoorbaar was: de uitdrukking zich het snot voor de ogen werken wordt wel eens licht gewijzigd. Wordt vervolgd.

*) Peter Winnen publiceerde in 2005 de bundel Het snot voor ogen en andere verhalen. Winnen was wielrenner.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Zo ontzettend niet normaal veel pijn maar wel gewonnen: Suzanne Schulting

Is er verband tussen vuurwerk (in het nieuws dit weekend door het verbod dat het kabinet uitvaardigde) en Suzanne-ik schaats rondjes-Schulting die dit weekend weer aan de lopende band scoorde als shorttrackster in Debrecen (Hongarije)? Talig gezien viel me een poosje geleden iets van haar op. Ze heeft enkele weken geleden iets gewonnen (op 30 oktober 2021) en komt dan nog uitgeput maar wél breed lachend voor de NOS-microfoon. Haar genietende reactie bevat onder andere de uitspraak “dat doet zo ontzettend niet normaal veel pijn!”
Daar komen we op terug, eerst naar het Nederlands in het algemeen en de ontwikkeling van de betekenis van niet normaal – wie vaker op dit blog heeft gekeken, zal het niet verbazen dat ik te rade ga bij wat er vastgelegd is aan taal in de Tweede Kamer. Tja, zijn dat nu de vertegenwoordigers van het Nederlandse volk of niet. Niet normaal is bekeken vanaf 1950 heel lang simpelweg de ontkenning van normaal, zo wordt bijvoorbeeld de prijs-ontwikkeling zeker in de grote steden niet normaal genoemd, of “wat op het ene ogenblik normaal is, is op het andere ogenblik nog niet normaal”.

Maar vroeg in de jaren ‘90 moet er van verschuiving sprake zijn, alleen al blijkend uit de combinatie dat iets niet normaal meer is. Niet normaal is dan onderweg naar een sterke uitroep. Neem als voorbeeld Remco Dijkstra (VVD) op 7 november 2018: “Het filemonster is terug en dat is een probleem. Vorige week dinsdag 970 kilometer file en donderdag 1.145 kilometer. Nieuwe records. Niet normaal.” Daar hoor ik een uitroepteken achter!

Maar wat Suzanne Schulting zei, niet normaal veel pijn, is een stapje verder. Wie het via Nexis Uni probeert te vinden in Nederlandse media, treft het vanaf 2011 héel aarzelend aan. Het eerste citaat dat ik zag dateert van 24 november 2011 in Het Parool: “Ik heb heel veel geld uitgegeven aan taxi’s, niet normaal veel”.
Niet normaal is een bijwoordelijke combinatie als versterking van veel. Hetzelfde, dus met de combinatie van veel, vinden we gedurende enkele jaren éen enkele keer per jaar in de media, zij het vaak tussen aanhalingstekens geplaatst. Iemand zégt het, de noterende journalist valt het op als bijzondere uiting en legt het de geïnterviewde door die aanhalingstekens zichtbaar in de mond. Logisch, het is nieuwe taal. Het rijtje aan vondsten tot 2020 ziet er verder als volgt uit:
• 14 december 2012 (De Volkskrant over Viviane Sassen) Met haar digitale camera schiet ze soms wel 22 shots op één dag, ‘niet normaal veel’.

• 23 juli 2013 (Alphen.cc) Ook zijn we op een dag veertien kilometer gaan wandelen. Niet normaal veel.

• 28 juni 2014 (De Gooi- en Eemlander) Het smaakt allemaal heel goed, de mannen smullen van hun eendenborst, maar al gauw wordt er ook wat kipvlees naar de andere kant van de tafel geschoven, want het is niet-normaal veel.

• 21 augustus 2015 (NRC) Toen hij na 84 minuten het veld in kwam met ,,niet normaal veel zin”, nam hij direct het initiatief met een schijnbeweging en een passeeractie, waarna het publiek hevig applaudisseerde. Eindelijk actie.

• 12 maart 2016 (De Telegraaf) Hij zei ‘niet normaal veel sollicitaties’ te hebben gehad.

• 15 september 2017 (Het Parool) Bij De Graafschap spelen ze met vijf verdedigers, een systeem waarop ze ‘niet normaal veel’ hebben getraind.

• 24 augustus 2018 (Het Parool) “Het was echt pappen en nathouden deze zomer, ik heb niet normaal veel water in de tuin gegooid,” zegt ze, zittend onder een parasol in haar achtertuin.

• 11 februari 2019 (Haarlems Dagblad) “Ik werd niet normaal veel vastgehouden, maar dacht gewoon doorlopen”, keek de spits terug.

Vanaf 2020 begint de frequentie toe te nemen en we zijn dus getuige van een hyperactuele taalontwikkeling in het Nederlands. Er zijn meer combinaties mogelijk. Floortje Dessing zegt van zichzelf in 2014: “Ik ben echt onwijs moe, niet normaal moe.” In Zeeland prijst de VVV sinds 2020 de provincie aan met “Niet normaal mooi”. Niet normaal betekent ‘ontzettend’.

En in de Tweede Kamer? Ik vond één voorbeeld, gedateerd op dinsdag 10 december 2019. Het is het wekelijkse Vragenuur met onder meer een kwestie van het lid Van Dam voorgelegd aan de minister van Justitie en Veiligheid over het kopen van zwaar vuurwerk. En zo komen we weerom bij Suzanne Schulting die één spetterende show van overwinningen afleverde daar in Hongarije.

Foto’s van Youtube

Wat zei Chris van Dam (CDA)? “Journalisten kochten op vrij eenvoudige wijze een Cobra 6. Ze hadden ook nog een mortierbom, ook wel een shell genoemd, willen kopen, maar de verkoper zei dat die uitverkocht waren, want het was niet normaal druk.” De verkoper noemde als verklaring voor het uitverkocht zijn van een zwaar stuk vuurwerkgeschut dat het niet normaal druk was!

Het verklaart dit nieuwere Nederlands niet, al zijn er meer ontwikkelingen op bijwoordelijk terrein, denk aan de soms onvoorspelbaarheid van Amerika en een soort van gewaardeerd.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Zoeken naar taaltrends in de Kamer: best wel, eerlijk, ingewikkeld, ernstig. Leugens!

Laat in het kalenderjaar 1968 zegt het KVP-kamerlid Nico van den Heuvel bij de behandeling van de Begroting van Economische Zaken over een nota dat daarin “best wel revolutionaire suggesties in mogen doorklinken, in overeenstemming met wat de omstandigheden vragen”. Als ik het goed zie, is dit de eerste keer dat een spreker in de Handelingen vermeld staat met het gebruik van dat wat toegevende “best wel”.*) Het ging hier eerder een keertje over.

Hoe succesvol is deze manier van zeggen tegenwoordig, een halve eeuw later? Best wel! Begin november is het in de nieuwe Kamer (gerekend vanaf eind maart) al rond de 250 maal in de Handelingen vindbaar en dat is eenvoudigweg het doortrekken van een simpele lijn uit het verleden.
In het tijdvak 2000-2009 komt best wel 2x per miljoen woorden voor, in de periode van 2010-2019 is dat gestegen naar 15x per miljoen woorden. Het merendeel van de groei moet wel in de latere jaren vindbaar zijn, getuige de uitkomst van de rekensom over de laatste twee jaren. Sinds begin 2020 vinden we best wel 44x per miljoen woorden: dat wat in de jaren ‘70 nog ongebruikelijk Nederlands moet zijn geweest, is nu bijna een verplichting voor iemand die eigentijds wil spreken. Geïnspireerd op coronacijfers is dat hier eerder incidentie genoemd.

Is het een groot verschil als we 2000-2009 tegenover 2010-2019 zetten en achtereenvolgens een incidentie van 2 tegenover 15 per miljoen zien? Me dunkt. Maar kennelijk is dit “best wel” nieuwer, onlangs geïntroduceerd Nederlands en dan oogt een groei misschien al snel spectaculair omdat het uit het niets komt.
Het woord eerlijk (en langere varianten daarvan) is zeker geen voorbeeld van moderne taal, maar afgaande op de incidentie in dezelfde tijdvakken moeten we bepaald tot een toenemende gebruiksfrequentie aan het Binnenhof concluderen: in het tijdvak 2000-2009 tel ik eerlijk 158x per miljoen woorden, in de volgende tien jaar is het gestegen tot 237x per miljoen. En in de afgelopen twee jaar zette de groei door naar een incidentie van 314x per miljoen. Eerlijk is een belangrijker en belangrijker wordende onderstreper in het Binnenhofs, vergelijk wat hier eerder stond over echt en echt oprecht – woorden die het Nederlands in de politiek nodiger en nodiger blijkt te hebben.

Groei zien we ook bij ingewikkeld: van 73 (2000-2009) naar 114 (2010-2019) naar 165 per miljoen woorden gerekend over de voorbije twee kalenderjaren. Is de politiek-bestuurlijke wereld zó gecompliceerd geworden in de laatste kwarteeuw? Hier biedt zich een andere verklaring aan, het toenemende gebruik van ingewikkeld in een andere betekenis getuige voorbeelden uit 2021:
• Ook de gedachte om dat debat te voeren met de minister van Binnenlandse Zaken, die vanwege een heel andere verantwoordelijkheid daar naar mijn gevoel niet bij zou horen, vond ik uiterst ingewikkeld. (premier Rutte)
• Voorzitter, dan moeten we schorsen, want ik moet daarvoor een bron prijsgeven en dat vind ik ingewikkeld. (Mark Rutte, VVD)
• Eenduidigheid vind ik echt een ingewikkelde. (minister Koolmees)
• Ik vind de als-danredenering ingewikkeld, ook al omdat de NOW ook staatssteun is. (minister Hoekstra)
• De motie laat inderdaad volop ruimte voor interpretatie, dus dat wordt echt ingewikkeld. (minister Schouten)

Het is geen wonder dat dit ingewikkeld vooral door leden van het kabinet gebruikt wordt: ingewikkeld is een vriendelijker, eufemistische manier van ontraden, nee zeggen, niet willen e.d. Die betekenisontwikkeling kan de toeneming van de gebruiksfrequentie verklaren, het klinkt diplomatieker.

Ernstig oogt als een wat gedateerd woord in het Nederlands: kijk naar de voorkomens in DBNL-gram en zie de regelmatige afkalving gerekend vanaf 1900 na een eerdere groei vanaf 1800.

ERNSTIG volgens Ngramviewer DBNL

Datzelfde zien we in de Kamertaal, zelfs als we ons beperken tot de jaren vanaf 2000: 142 per miljoen naar 119 per miljoen woorden achtereenvolgens in 2000-2009 en 2010-2019. Maar zorgt corona misschien voor een voorzichtige trendbreuk? In 2021 komt ernstig(….) tot dusver (begin november) 120 maal per miljoen gebruikte woorden voor.
We zien daarbij gesproken worden van het ernstige virus, ernstige complicaties (pericarditis of myocarditis), iets ernstigs krijgen als gevolg van corona, “mensen blootstellen aan een risico waar ze best ook wel (! S.R.) ernstige schade van kunnen ondervinden” e.v.a. Vergelijken we ernstig met serieus over dezelfde periode vanaf 2000, dan zien we dat beeld van grote afneming niet en de verklaring zou dus allereerst in het woord zélf gezocht kunnen worden. Bovendien ondervindt serieus steun vanuit het Engels, ernstig niet.

Na coronadebatten van de afgelopen periode is het niet onlogisch te kijken naar de frequentie van het woord leugen (en langere varianten daarvan), een begrip waar Forum voor Democratie het meest mee schermt. In de periode 2000-2009 kwam dat woord 4x per miljoen woorden in de Handelingen voor, in de periode 2010-2019 was dat 8x per miljoen woorden. Tot en met eergisteren (16.11.2021) bevatten de plenaire verslagen van de Tweede Kamer in het kalenderjaar 2021 24x per miljoen woorden de term leugen. Eerlijk: best wel veel die verdrievoudiging. Ingewikkeld. Ernstig.

*) Hieronder zullen dus ook voorbeelden vindbaar zijn als “dus ik wil mijn best wel doen”, maar dat zijn er niet veel.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Het zeggen van aanhalingstekens en de rol van de stenograaf

Piet Jongeling (GPV) – ik vervolg het reeksje over hem hier niet, maar gebruik zijn naam alleen door een toevallig gevonden passend citaat – zei op 12.10.1965: “Mijnheer de Voorzitter! Wij krijgen een complete bestedingsbeperking. Ik herinner mij, dat toen het vorige kabinet ook kwam met het voorstel bepaalde dingen een beetje af te remmen, het woord „bestedingsbeperking” hier in alle toonaarden heeft geklonken, vooral uit de mond van de man, die deze nieuwe bestedingsbeperking gaat doorzetten. Daarnaast krijgen wij een gedwongen lening; deze wordt ons verkocht als een soort „belastingverlaging” (het is jammer dat men geen aanhalingstekens kan zéggen).”
Niet gezegd? Wél gezegd, de aanhalingstekens staan keurig in de Handelingen.

Kan een spreker geen aanhalingstekens zeggen? Er zijn minstens twee methoden voor. Bij een langere aanhaling zeg je gewoon iets in de sfeer van (kort gezegd) quote/unquote. Maar Jongeling wilde niet iets citeren, hij wou de luisteraars wél wijzen op het onterechte of minstens kwestieuze gebruik van woorden als “bestedingsbeperking” en “belastingverlaging”. Jongeling zag graag in het verslag aangetekend dat hij kritisch afstand nam van die termen en dat deed hij door ze uitdrukkelijk te laten aanhalen: het zijn niet mijn woorden, ja ik waarschuw u er zelfs voor!

Tegenwoordig is er een andere, veel terloopsere methode om aan te halen. Juist dat impliciete doet veronderstellen dat het niet gaat om het citeren en dat het feitelijk beoogde publiek helemaal niet de collega-afgevaardigden zijn maar de kijkers van het eigen sociale kanaal. Ik heb er nooit in het bijzonder op gelet, maar afgaande op de impressies tot dusver, betreft het een gewoonte van Forum voor Democratie. Wat daar gedaan wordt is als het ware onuitgesproken en alleen gesticulerend op afstand gaan van een term door bij het uitspreken daarvan links en rechts op schouderhoogte met de vingers te knippen. Een paar schermafbeeldingen van Frederik Jansen illustreren wat hij doet, overigens net als zijn fractieleider Thierry Baudet. Die nam afstand van de term corona door bij het uitspreken van dat woord in het debat van 3 juni 2021 een vingerbeweging te maken.

Jansen begint bij het debat over het Eindverslag formateur Remkes (05.10.2021) met de eerste wijze van aanhalen door te zeggen “ik citeer”. Wat cabaretier Jay Leno gezegd heeft, is door de Dienst Verslag en Redactie (DVR) overigens niet tussen aanhalingstekens geplaatst maar de context maakt het hier duidelijk.
Op drie momenten knipt Jansen met de vingers:
• Nu verwacht men van de “OPPOSITIE” dat men boos is,….
• het lijkt misschien alsof er een “felle verkiezingsstrijd” is ….
• “INTERNATIONAAL RECHT”, regimechange in het Midden-Oosten, ruzie maken met Rusland,….

Wat tussen aanhalingstekens staat, zijn die momenten waar het citaat-gebaar door de spreker gebruikt wordt. Eenmaal is dat door de DVR gehonoreerd – misschien keek de dienstdoende stenograaf toen net ook even naar het scherm en ging niet louter af op zijn gehoor. Tweemaal is het niet gebeurd en dat zijn die twee plaatsen waar ik dat zichtbaar heb gemaakt via de hoofdletters.
De Forum-woordvoerder suggereert dus dat er geen sprake kan zijn van oppositie, dat een felle verkiezingsstrijd nep was en hij gaat ook op afstand van het bestaan van zoiets als internationaal recht. De Kamer reageerde nergens op de toegeworpen brokjes.

In de Tweede Kamer schijnt een volksvertegenwoordiger alles te mogen zeggen en voorzover dat relevant is moet de stenograaf dat in geschrifte vastleggen, nu ja digitaal. Ik vind dat de weergave vrij precies zou moeten gebeuren, ook al mogen zinnen natuurlijk tot betere leesbaarheid geredigeerd worden en irrelevante eh-tjes verwijderd. Maar als een woordvoerder zich door een gebaar zichtbaar kritisch betoont over een woord of groepje woorden, dan móet dat in de plenaire verslagen terug te vinden zijn, lijkt me.

Trouwens: per ongeluk gemaakte, overduidelijke vergissingen moeten gecorrigeerd worden, al dan niet met een redactionele noot ten behoeve van degene die de tekst vergelijkt met wat er is uitgesproken. Daar heeft ook de spreker zélf een rol, al is de kans zeer groot dat een deelnemer aan het debat het tegenwoordig gauwer wel oké vindt wat er in de Handelingen aan hem of haar toegeschreven staat in vergelijking met vroeger. In een van de debatten over de Kinderopvangtoeslag-zaak (te weten dat van 29 april 2021) zei premier Rutte het volgende: “Als Leijten, Omtzigt en anderen, van DENK en de VVD, zoals Neppérus en Azarkan, en journalisten, voor juni 2019 niet aan de boom hadden staan schudden, weet ik niet zeker of we in juni 2019 al in volle omvang hadden gezien hoe erg het was.” Meestal worden Leijten en Omtzigt (beiden door Rutte zonder partijnaam genoemd) om hun werk in dit kader geprezen, geregeld maar minder vaak ook Azarkan (in het antwoord van Rutte inclusief partijnaam). De premier (VVD) haalt er in dit debat het werk van Helma Neppérus bij, zijn partijgenote die in 2017 de Kamer verliet. Zij wordt in dit kader nooit genoemd – de premier moet Lodders (eveneens VVD) bedoeld hebben, van voornaam ook Helma geheten. Die fout (veronderstel ik), staat in de Handelingen tot op de dag van vandaag.

Handelingen 29 april 2021

De premier roemde hier journalisten in het algemeen, niet specifiek die van Trouw en RTL. De Telegraaf noemt hij graag bij name: zie de aflevering over dit onderwerp.

Aanvulling 22.11.2021: Thomas Kirchner schrijft in de Süddeutsche Zeitung een commentaar over Forum voor Democratie onder de kop “Rechte im Schutz der Meinungsfreiheit” (geplaatst op de SZ-website op 19.11.2021). Daarin wijst hij op het bewust plaatsen van de term Holocaust tussen aanhalingstekens door Baudet.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Zendeling in eigen land: Piet Jongeling (GPV) (vi)

Nog eenmaal een bijdrage over Piet Jongeling en daarvoor terug naar zijn schrijvende begin. Ook in dat opzicht liggen zijn Wedloop met de dood en Snuf de hond niet zo ver van elkaar als bij enerzijds een egodocument en anderzijds een kinderboek gedacht zou kunnen worden.
De Wedloop is op diverse manieren gepubliceerd. In deze aflevering kijk ik daar als het ware administratief-afsluitend naar. Maar hoe administratief de tekst ook benaderd wordt, het blijft een aangrijpend relaas en verbazend is ook hoe Jongeling dit zó kort na die ellende na drie jaar opsluiting gedetailleerd op papier heeft kunnen brengen. Maakte hij onderweg van Oranienburg naar Schwerin aantekeningen? Kon hij op iets anders steunen? Hij heeft voorzover ik zie maar op één punt een correctie aangebracht, de aanpassing van een Amrikaans bombardement van 12 naar 10 april 1945.

• De eerste uitgave is dus die in zijn eigen Nieuwe Provinciaal Groninger Courant. De eerste aflevering van Wedloop met den dood daarin dateert van 28 mei 1945. Ruim een maand later is de slotaflevering verschenen, de enige keer dat hij zijn naam prijsgeeft en dan ook nog in de vorm van het pseudoniem Piet Prins. De tekst in de krant van Jan Haan oogt zeer correct gezet, inclusief oude spelling (menschen en zoo) en nog met inmiddels goeddeels verdwenen naamvallen.

• Hoe de Wedlooptekst het Amerikaanse orgaan Onze Toekomst in Chicago bereikte, het blijft gissen. Maar daar verschijnt dus de 2e editie vanaf Kerst 1945 tot in februari 1946. Het heeft er de schijn van dat deze tekst door verschillende mensen gezet is. Dat de basis de versie is die in de Nieuwe Provinciale heeft gestaan lijkt duidelijk te zijn. Maar de oudere naamvallen worden lang niet altijd overgenomen (direct al in het begin in de hoek in plaats van in den hoek, elke avond in plaats van elken avond). Verrassend in het begin is de geregelde vervanging van me en we door mij en wij: was men bij de redactie bang voor een verkeerde, Engelse, uitspraak mie en wie?
De tekst is soms wat preciezer maar in andere delen juist slordiger gezet, waarbij in een aantal gevallen ook de woordvolgorde is aangepast. Op twee plaatsen is een klein aantal regels weggelaten of over het hoofd gezien.

Op een andere pagina van Onze Toekomst wordt nieuws uit allerlei hoeken gemeld, als voorbeeld een stukje Roseland Nieuws. Daar wordt duidelijk, hoe protestants het orgaan is en hoe Jongelings tekst daar past.

Onze Toekomst (Chicago) 26.12.1945

• Jongeling zelf plaatst Wedloop met de dood dus ook in de krant waarvan hij later hoofdredacteur werd, het Gereformeerd Gezinsblad. In 25 kleinere stukjes staat het in het eerste deel van 1950 op de voorpagina. De afronding met Nawoord staat op 25 april 1950. Niet ongewoon voor Jongelings stijl is de afsluiting in de vorm van een tekst uit de Bijbel.
In deze reeks kiest hij geen pseudoniem. Hij combineert ook de eerste aflevering met een inleiding die hij met zijn eigen naam ondertekent.

Ter inleiding
In 1945, na mijn terugkeer uit Duitsland, beschreef ik, op verzoek, het evacuatie-transport van de tienduizenden politieke gevangenen, die in het concentratie-kamp Sachsenhausen, Oraniënburg, zaten, dertig kilometer ten noord-westen van Berlijn. Deze gevangenen, waarbij ook honderden Nederlanders waren, werden in het laatst van April 1945 door de Duitsers weggevoerd in noord-westelijke richting. Later heb ik vaak verzoeken gehad van mensen, die, evenals ik, als gevangenen deze tocht hadden meegemaakt, en die graag het toen verschenen verslag, dat hoofdzakelijk in de provincie Groningen bekendheid had verworven, wilden lezen.
Gewoonlijk moest ik deze briefschrijvers teleurstellen. Nu weldra vijf jaren zijn voorbijgegaan, kan het zijn nut hebben, de toenmalige gebeurtenissen nog eens in de herinnering terug te roepen. Niet om de haat tegen de Duitsers aan te wakkeren. Daar is te minder reden toe, nu sindsdien wel is gebleken, dat ook sommige Nederlanders, die tegen de nazi’s vochten, zich na de bevrijding aan erge dingen hebben schuldig gemaakt.
Maar wel is het goed, dat we ons herinneren, hoe zwaar de hand des HEEREN op ons gedrukt heeft en hoe hij tóch in zijn toorn des ontfermens gedacht heeft en op wonderlijke wijze uitkomst heeft gegeven.
Dit verslag werd in Mei 1945 geschreven onder de verse indruk van het gebeurde. Ik heb het beter geacht er, afgezien van een heel enkele verduidelijking, practisch niets in te veranderen, al zou ik het vandaag een ietsje anders schrijven. Dit betreft uiteraard niet de verhaalde feiten, doch de visie op sommige dingen.

P. JONGELING

Praktisch niets veranderd, dat klopt als men voorbij ziet aan de modernisering van de naamvallen en de spelling. Er is één feit verbeterd (12 april werd dus 10 april als dag waarop Amerikanen een bombardement hebben uitgevoerd), maar ik zie niet waar Jongeling “een heel enkele verduidelijking” heeft aangebracht. Althans de vervanging van zorg door vrees lijkt geen duidelijk voorbeeld daarvan. Jongeling merkte weliswaar op dat zijn eerdere rapportage hoofdzakelijk in de provincie Groningen bekendheid kreeg, maar hij laat na, als verklaring daarvan te vermelden dat dit komt door de plaats van publicatie nl. de Nieuwe Provinciale Groninger Courant. Concurrentie-overwegingen kunnen daarbij een rol gespeeeld hebben.

• Een van Jongelings meest nabije lotgenoten was Henk Dulfer. Op een familiesite staat de tekst van het Gereformeerd Gezinsblad overgenomen. Voor de goede orde meld ik het hier, het is gevonden via Google. Ik heb geprobeerd contact te leggen met de familie maar daar is geen reactie op gekomen.

Jongeling ten voeten uit moet de volgende publicatie zijn maar deze is vrijer. In de eerste plaats onderbreekt de samensteller van dat boek de tekst van 1945 en geeft de hoofdpersoon vervolgens als het ware weer het woord. Hij redigeert de oudere tekst hier en daar eveneens, ja maakt deze daarmee wat eigentijdser (Wageningen, 1971). Een voorbeeld daarvan is de vervanging van kunstvaardigheid door vaardigheid die de chauffeur van de Rode-Kruisauto bleek te bezitten. Waar Jongeling graatmager schreef, maakte Valkenburg er broodmager van en zo zullen er meer voorbeelden vindbaar zijn. Jongeling heeft het door zijn medewerking aan deze uitgave goedgekeurd. (Zie wat Herman Jongeling in een eerdere aflevering van deze reeks als commentaar schreef over talige ingrepen van Valkenburg, die juist oudere, allicht protestantse taal betreffen.)

• In 1995 plaatst het Nederlands Dagblad “deze kreupele versie” van Valkenburg, zo meldt Herman Veenhof in zijn biografie van Jongeling. (Zie Zonder twijfel. Pieter Jongeling (1909-1985) Journalist, politicus en Prins. Barneveld 2009. blz. 97.)

Jongelings schoonzoon Jurn de Vries wees me erop dat er langs de route van Oranienburg naar Schwerin een Gedenkstätte is. Het wachten is op een geschikte gelegenheid voor iemand om Jongelings tekst op een verzorgde manier zelfstandig uit te geven, inclusief foto’s van langs de route en dergelijke. Zo’n aangrijpend egodocument verdient aparte aandacht.

In een omgebouwde sporthal in Brandenburg an der Havel vindt momenteel een rechtszaak plaats tegen Josef F., bijna 101 jaar oud. Hij zou als bewaker geassisteerd hebben bij de moord op minstens 3518 mensen in KZ Sachsenhausen. De website van de Süddeutsche Zeitung van o7 november j.l. meldt: “Es gibt mehrere Dokumente, auch Originalakten der SS, die belegen, dass ein Josef S., 1920 geboren in Gustaiciai nahe Mariampol in Litauen, von Ende Januar 1942 bis Mitte Februar 1945 in sechs verschiedenen Kompanien des SS-Totenkopf-Wachbataillons im KZ Sachsenhausen Dienst getan hat. Am 1. Januar 1944 wurde er zum Rottenführer befördert.” De aangeklaagde blijft zwijgen, ook na een oproep door de rechtbank.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Op het spoor terug: Bas van der Vlies en Pieter Zandt (SGP)

Het bericht van het overlijden van Bas van der Vlies deed me denken aan de kamer van zijn opvolger Kees van der Staaij én aan Sharon Gesthuizen. Achteraf vraag ik me af of het boek van de laatste in dat gesprek aan de orde is geweest. Nee, waarschijnlijk niet, gemiste kans.
Mark Kranenburg noemt Van der Vlies vanochtend op de website van de NRC ouderling. Die gingen (mede) over de tucht in protestantse kerken. Van der Vlies (Bas, zeg gerust Bas) had kunnen zeggen wat hij ervan vond wat Sharon schreef: zie deze eerdere bijdrage waarin zij over haar vrees heen stapt om met hem in vak-K een wetsontwerp te gaan zitten verdedigen, bang voor onwelgevallige taal in protestantse kring.
Dat steekt daar misschien wel nauwer dan in de meeste segmenten van de maatschappij. Een spoortje zien we in een bijdrage van staatssecretaris Bleker (Henk, zeg rustig Henk) in de Kamer: “Toen ik vandaag die brief kreeg van het Ctgb, dacht ik: verdraaid – ik vloek nooit maar zou het bijna hebben gedaan – wat gebeurt hier?” Ik vloek nooit aldus Bleker, net nadat hij “verdraaid” heeft gezegd. Henk zegt vaak verdraaid. Blijkbaar blijft dat woord binnen de grenzen van het betamelijke, nog net. Kijk of luister naar de taal van CU’ers als Blokhuis en Slob.

Menno de Bruyne, de alom tegenwoordige en gerespecteerde regelaar-op-de-achtergrond van de SGP, had eind januari 2019 de afspraak met Van der Vlies gearrangeerd naar aanleiding van het verschijnen van Dat gezegd hebbend. Het was kort na de aanbieding ervan aan Dries van Agt in Nijmegen, na een enthousiast stuk erover in de Volkskrant door Ariejan Korteweg en kort voor een ontmoeting met Dolf Jansen live in Spijkers met Koppen. Toegegeven, er zijn minder enerverende weken in iemands bestaan.

Dat woordenboek van Binnenhofs taalgebruik uit de jaren na 1950 bevat van een aantal politici véél voorbeelden. Van Agt dus, Wiegel, maar Van der Vlies stak hen naar de kroon! Als ik het goed zie, kan de lezer onder deze trefwoorden ook zijn naam vinden: Aan snee, Afconcluderen, Consciëntie, Deernis, Doorkruizen, -erij, Grachtengordel, Kindvriendelijk, Majeur, Modewoorden, Moment, Niemand kan over zijn eigen schaduw heen springen, Onzent (ten –), Ootmoed, Politiek met een kleine p, Punaise, Schuttersputje, Te kort door de bocht, Verdraaid, Voorsorteren, Want ja.

Ja, hij vond het een mooi boek, maar eerst verkenden we het terrein wat inleidend. Van der Vlies begon over een voorganger van hem, ds. P. Zandt – Groninger nietwaar. Als ik diens geboortehuis helder voor de geest heb, denk ik op het spoortraject Stedum-Loppersum (of andersom) even aan die wat moeilijk sprekende, van het papier zijn preek voorlezende SGP-woordvoerder van vroeger; strenger in de leer dan Van der Vlies die uiteraard al een eindje verder in de richting van de tegenwoordige tijd gearriveerd was. En hij vertelde van W.G. van de Hulst, de beroemde kinderschrijver in protestantse kring, een nabije collega van Van der Vlies’ vader die ook schoolmeester in Utrecht was.

Kom eens langs in Maartensdijk, zei Van der Vlies en dat herhaalde Menno later. Toen ik er deze zomer fietsend in de buurt was, heb ik het nagelaten en stapte op de trein bij Hollandsche Rading naar Utrecht. Voortaan zal ik op dat stukje spoor aan Bas van der Vlies denken.

Google-afbeeldingen
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen