Fantastisch: wat het is en wat het niet zo lang geleden was

Nog even een duikje nemen in de Handelingen van de Tweede Kamer, en wel die van zeer nabij, namelijk het huidige kalenderjaar? (Zie de vorige bijdrage over met droge ogen beweren.) Als we het woord fantastisch en fantastische opzoeken, komen we tot een kleine 100 stuks, zelfs al zitten we nog enkele weken vóor het zomerreces. Fantastisch wordt veel gebruikt, van oppositie….

• (….) in tijden van zo’n fantastische economische groei (Lilian Marijnissen, SP)
• Is het dan niet goed dat het minimumloon omhooggaat? Fantastisch, echt waar. (Jesse Klaver, GroenLinks)
• Ten eerste is het natuurlijk fantastisch dat daar een designated minister op komt. (Sylvana Simons, Bij1)

…. tot coalitie en kabinet:

• Het zou een fantastisch mooi signaal zijn als de minister-president ook zelf aan de slag gaat met dat herstelplan voor de cultuur (Jan Paternotte, D66)
• Het zou fantastisch zijn als het kan. Maar ja. (minister Kuipers, VWS)
• Dat is dat fantastische open stelsel dat we in Nederland kennen. (minister Weerwind, Rechtsbescherming)

Het is niet te ontkennen dat fantastisch(e) een uiterst positieve connotatie heeft – fantastisch mooi komt voor, maar fantastisch lelijk is bijvoorbeeld een ondenkbare combinatie. Van Dale bevestigt die impressie. Als we even negeren wat er staat in verband met de oorspronkelijke basis voor fantastisch (‘voortgebracht door de fantasie’) zijn de omschrijvingen “buitengewoon goed, geschikt, prachtig = super-de-luxe”. De verstrekte concrete voorbeelden sluiten hier bij aan, net als bij wat we in de taal van de Plenaire Zaal zagen:

een fantastische kerel, vent, vrouw

fantastisch!
dat is prachtig! heerlijk!

Door het lezen van Ron Fresens impressies als duider van het Achtuurjournaal, pakte ik het boek van Rons verre voorganger uit de kast: Ton Planken, Den Haag Vandaag Televisie en de zekerheid van een scheef beeld, Amsterdam 1980.


Dat is een boek om het hier nog eens over te hebben, maar laat ik me bij deze gelegenheid beperken tot de gevallen van het gebruik fantastisch die ik hierin aanstreepte:

• de fantastische stromen informatie (blz. 21)
• een fantastische investering in mensen (blz. 25)
• een fantastische verwringing van het informatie-ideaal (blz. 27)
• Op fantastische wijze wordt ook duidelijk hoezeer de besluitvorming over moderne, ingewikkelde kwesties zich heeft verwijderd van de wensen van gewone Nederlanders. (blz. 55)
• de politiek, die zo’n fantastische greep op het omroepbestel heeft (blz. 124)
• het fantastisch ingewikkelde spel met zijn economische, juridische en politieke verwikkelingen (blz. 139)
• De stroom informatie (…) is namelijk van een fantastische omvang. (blz. 147)
• In dat ambtelijk apparaat (….) gebeurt fantastisch veel dat het scherm had dienen te halen (blz. 156)
• de fantastische beperkingen die de huidige tv voor de programmamaker meebrengt (blz. 162)

Ik heb hopelijk geen geval gemist, maar ook al zou dat zo zijn, dan nog moet het iedere lezer in 2022 opvallen, hoe het Nederlands-van-nu op dit ene puntje verschilt van dat van 1980. Dan immers betekent fantastisch ‘enorm’ en bovendien is dat eerder negatief van lading dan positief.

Als Ton Planken verder naar het einde op blz.194 een onderzoeksresultaat van een NOS-dienst “ronduit fantastisch” noemt, mag de lezer dus eerder kritische dan positieve opmerkingen verwachten.

Wie alle drukken van Van Dale in de kast heeft staan, zou moeten kunnen nagaan of die verschuiving onder het lemma fantastisch van negatief naar positief daaruit blijkt en of de betekenis ‘enorm’ er op een zeker moment tussen 1980 en 2022 uit is verwijderd óf daar nooit in heeft gestaan.

Los daarvan, naar dat boek van Planken moeten we dus nog eens kijken.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Net geen liegen: “met droge ogen beweren”

Als ik het goed geteld heb, is de uitdrukking met “droge ogen” in dit kalenderjaar tussen de tien en 15 maal in de plenaire vergaderzaal van de Tweede Kamer gevallen. We gaan af op de Handelingen en die kunnen we serieus nemen. Het exacte aantal is wat lastig te bepalen omdat de voorzitter net dán een enkele keer tussenbeide komt om erop te attenderen dat er niet met elkaar maar via haar gedebatteerd wordt.
Als voorbeeld van droge ogen deze kwaaie reactie van Jesse Klaver (GroenLinks) tegenover premier Rutte tijdens het debat over de regeringsverklaring van Rutte-IV op 19 januari: “Dit is toch een potje blufpoker, ongelooflijk! Dat je met droge ogen hier, nota bene tegen mij, durft te zeggen dat het hier niet over vermogensongelijkheid is gegaan. Ik was het zelf die als eerste Piketty in Nederland, hier in het Nederlandse parlement uitnodigde …” Ja dat weet ik allemaal wel, zei de premier snel tussendoor, – wat ook niet de bedoeling is maar soms toch mag met zwijgende instemming van de voorzitter.

Jesse Klaver (van website tweedekamer.nl): potje blufpoker

Hier en daar iets ingekort gaat het verder om citaten als deze, allemaal uit de eerste helft van het kalenderjaar 2022:
• Het is onvoorstelbaar dat de minister-president aan het begin van het debat met droge ogen beweert dat de oppositie van alles wil (….) Vervolgens dragen wij ideeën aan die nota bene uit uw verkiezingsprogramma komen, meneer Rutte.
• hoe kun je nou met droge ogen zeggen “we willen de samenleving opengooien”, door ‘m voor een substantieel deel van de bevolking dicht te houden?
• Om vervolgens een maand later met droge ogen het nieuws te verkondigen dat de reguliere zorg moest worden afgeschaald.
• Ik snap niet dat de heer Jansen hier met droge ogen staat te beweren dat dit met klimaatbeleid te maken zou hebben.
U houdt hier dus met droge ogen vol dat u niet heeft gesproken over de mondkapjesdeal. Wij weten dat het anders zit.

Volgens Van Dale bestaat er een uitdrukking “dat is met geen droge ogen aan te zien”, omschreven als ‘zonder te huilen, zonder geëmotioneerd te zijn’. Dat geloof ik graag maar dat gaat om kijken en ook nog zonder droge ogen. Ontbreekt in het grote woordenboek de vergelijkbare uitdrukking met droge ogen (die zich daaruit allicht heeft ontwikkeld) in combinatie met beweren, zeggen, volhouden? Daar is de betekenis duidelijk anders.
In de hier bedoelde gevallen is er geen sprake van een emotie maar van iets wat we kunnen uitdrukken met een andere Nederlandse manier van zeggen, namelijk zonder blikken of blozen ‘zonder tekenen van verwarring, verlegenheid of schaamte’. Ongegeneerd! Losgezongen van de werkelijkheid! Met droge ogen beweren en die hele groep van de zogeheten verba dicendi (de werkwoorden die iets in de sfeer van zeggen en beweren tot uitdrukking brengen) komt net als Klavers blufpoker in de buurt van ‘willens en wetens liegen’ maar is daar nog nét een parlementair overkomende variant van. Bruikbaar met zwijgende toestemming van de voorzitter maar op het randje, zou ik denken.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Analogisch Nederlands: een aantal maal, een aantal maand en een aantal nummer.

Een aantal keer, een aantal jaar en nog sterker een aantal uur is Nederlands van anderen waarover ik struikel. Toch wordt het al tientallen jaren gebruikt, ook in een krant als de NRC. (Zie eerder dit blog toen het over dit onderwerp ging.) Dat kan heel goed te maken hebben met dat gewone maar ook weer verrassende enkelvoudige gebruik in “drie keer“, “vier jaar” en “vijf uur“.
Zou dan de nieuwe gevoelde regelmaat zijn dat we op de plaats van dat telwoord een aantal in het Nederlands kunnen combineren met een enkelvoud, althans in die gevallen dat het betreffende woord eindigt op een -r en als het frequentie of tijd uitdrukt?

Dat is kennelijk te beperkt weergegeven, want ook een woord als maal kan op deze wijze enkelvoudig blijven ondanks de combinatie met het direct voorafgaande “een aantal”. Al in 1990 registreert Nexis Uni in NRC Handelsblad: “Een aantal maal vertolkte hij zeer succesrijk Beckett-rollen.” Enkele duizenden andere gebruiksgevallen van “een aantal maal” zijn sindsdien in die bron vindbaar.

Maal lijkt op keer (zelfde betekenis en hun slotklanken zijn een tweeling), geen wonder wellicht dat taal op deze manier verandert. Veel minder frequent is iets in de krantenbank te vinden voor “een aantal maand“. Dit staat vooral het Vlaamse Nederlands toe maar hier en daar is het ook elders in ons taalgebied te vinden:

• “In de verkiezingspropaganda hadden jullie de mond vol over echte inspraak en nauwelijks een aantal maand later willen jullie de adviesraden al terug politiseren”, aldus de schepen tot besluit. De Krant van West-Vlaanderen, 1 maart 2019

• (…) ik maak portretten en sinds een aantal maand doe ik ook journalistieke fotografie.
Huis aan Huis, 18 maart 2015

• Als over een aantal maand of drie de steigers weer weg zijn,… Dagblad Tubantia/Twentsche Courant, 2 maart 2007 (Hier is allicht sprake van een contaminatie-slip, S.R.)

Dat is vrij opvallend, want hoe vaak komen we in geschreven media noem eens wat, “een aantal muur“, “een aantal dag” of “een aantal boer” tegen? Nimmer.
En toch – te veronderstellen is dat er de laatste jaren op dit punt wel degelijk iets breders aan het veranderen is in het Nederlands.
Nemen we het woord nummer:

• Binnenkort wil Longplayers graag een aantal nummer op vinyl uitbrengen. Haagsche Courant, 30 juli 2003

• Via een auditie in november zijn deze jonge muzikanten geselecteerd en mochten ze zondagmiddag hun muzikale en vocale kunnen bij een aantal nummer presenteren.
De Stentor/Sallands Dagblad, 13 januari 2004

• Het was de regionale omroep die Korvemaker stimuleerde een aantal nummer vast te leggen op cd. Dagblad van het Noorden, 12 juni 2004

Van het meervoudige “een aantal nummer” zijn nog enkele tientallen andere vindplaatsen via LexisNexis op te sporen. Dat is te veel om te kunnen denken aan iets als een tikfout.

Dit zijn niet meer dan een paar steekproefjes. Ze duiden erop dat het Nederlands op dit kleine punt minder vast gegrondvest is dan we nog niet zo lang geleden misschien hebben gedacht.
Het gebeurt niet zo snel misschien (“Dat kan een aantal week duren.”, Dagblad van het Noorden, 16 augustus 2013), maar er ís iets analogisch aan het verschuiven.

NRC juni 2022

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Destilleren op IJsberg: premier Rutte wordt door de RvD niet altijd goed verstaan

Alle tijd was er afgelopen vrijdag (20 mei 2022) bij Nieuwspoort op de wekelijkse persconferentie. De dag tevoren was er in de Tweede Kamer een lang debat over het weggooien van sms’jes op een oude Nokia geweest, de Voorjaarsnota was vastgesteld, de oorlog in Oekraïne woedde onverminderd door. Inderdaad nieuws en dus gespreksonderwerpen te over. En nog maar een keer, wat mooi is het ook voor later, dat de RvD een mediatekst maakt van die kleine 50 minuten pingpongen tussen premier en journalisten.
In de tekst van deze week was de hoeveelheid spelfouten gering in vergelijking met waar het hier eerder over ging, maar de persconferentie opende wel zicht op een ander nieuwtje: premier Rutte articuleert geregeld onvoldoende duidelijk voor de oren van de Rijksvoorlichtingsdienst. Bovendien moet hij werken aan zijn tempo.

• Een geval dat ik persoonlijk, namelijk binnen het kader van dit blog, interessant vind is dit stukje, naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad over Box 3: “Nou ja, de term is dan destilleren, en dat gaan we ook echt doen omdat het gewoon een hele ingewikkelde kwestie betreft.”
Hier bevestigt de RvD waar het hier vaker over is gegaan, de Ruttiaanse uitspraak van bestuderen. Bèstuderen, daar maakte degene die de tekst uittikte niet onlogisch destilleren van.

• Er moet een andere achtergrond vindbaar zijn bij het misverstaan van een Deense havenstad in dit stukje tekst: “Dat zie ik als, afgelopen woensdag in IJsberg, met mijn collega’s van Denemarken, Duitsland en België en de voorzittend commissie, en Rob Jetten, die daar ook was met zijn collega’s (….)”. Lees voor IJsberg Esbjerg.

• Op diverse plaatsen zal Rutte die ook amateur-pianist is, simpelweg prestissimo gesproken hebben, véel te snel voor de oren van de RVD – neem deze voorbeeldjes:

  • daar zal ik ook voorstellen doen [nee: daar zat ook een forse oploop SR] in het regeerakkoord, in dat Nationaal Groeifonds,
  • volgens mij hebben wij de familieruzie gisteren behoorlijk uitgeklopt [nee: uitgeknokt SR] en dat mag ook af en toe.
  • maar dat dat lelijke [nee: leningen- SR] deel wat minder populair is.
  • gesprekken met Noord-Macedonië die op dit moment ook al banen [nee: Albanië SR] blokkeren.
  • je krijgt natuurlijk wel met elkaar een gevoel voor waar zou een belangen [nee: landings- SR] grond kunnen zijn

Wie via Youtube de persconferentie terug wil zien, kan een automatische ondertiteling kiezen door CC aan te klikken. Over die bagger is hier vaker geschreven, zie de bijdrage Alle gedichten, Calliope, da’s groentes Q-Park en krokussen: automatische ondertiteling via de computer. Maar nu gebeurde er iets aparts. Als het gaat om zeer veel geld (“ik heb het al heel lang niet bij elkaar gezien”) waar iets af moet, zegt de minister-president volgens de mediatekst het volgende: “(….) wat is er ongeveer nodig. Het is niet een precies bedrag tot 5 cijfers achter de komma, dus dat laat enige ruimte om ook naar die bedragen te kijken.”

Mediatekst RvD – lees voor door de ogen ernaar kijkend door de oogharen kijkend


In mijn aantekeningen noteerde ik dat de premier hier een mij onbekend woord gebruikte dat de RvD geheel heeft weggelaten, iets als “bolpor”. Zoeken in een Engels woordenboek en daar de oplossing vinden, het aan honkbal ontleende begrip ball-park ‘onnauwkeurig’. Kijk dan in de automatische ondertiteling en zie…..

Er is onder al degenen die door ons bij de laatste verkiezingen naar de Tweede Kamer afgevaardigd zijn niemand naar wiens voltooide opleiding zó vaak in het parlement verwezen is als Mark Rutte, de historicus. Nog in het sms’jes-debat werd hem door Wybren van Haga (Van Haga) voorgehouden “Dat de historicus Rutte geen betrouwbare archivaris is, wisten wij al in 2018.” (Wat geïrriteerd overkomende reactie van Rutte: “Inderdaad, meneer Van Haga, ik ben een historicus; u herinnerde mij daar terecht aan.”) De tekstuele RvD-archivering van de wekelijkse persconferenties is om een inhoudelijke reden voor verbetering vatbaar, verstáán wat er door de hoogste baas gezegd is. Dat moeten historici beamen, nu of in de toekomst.

P.S. Ik vergat dit: “dat heeft potentieel enorme ratificaties, ook voor heel Noordelijk Afrika en andere delen van de wereld”. Mijn oren verstonden ramificaties ‘vertakkingen’.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De uitgewerkte persconferentie van de premier: een herexamen Nederlands voor de RvD

Op de persconferentie van afgelopen vrijdag (13 mei 2022) was premier Rutte goedgemutst. Wat zeg ik, hij was charmant, innemend soms, bijna alsof hij wist dat zijn aanstaande schoonmoeder meekeek.
De laatste verkiezingen, de VVD deed het goed, maar het was niet zozeer de verdienste van Mark Rutte, welnee: “ik was er de lijsttrekker van, dus zegt eerlijk gezegd ook iets misschien over de lijsttrekker maar vooral iets over partij denk ik”.
Natuurlijk heeft de premier (hij is dat al twaalf jaar “en daar moet ik mee leren leven”…) fouten gemaakt en hij zou bijna geneigd zijn voor de journalisten nu ook te gaan schetsen wat er wél gelukt is, maar nee – bescheidenheid in zijn puurste vorm.

Op de persconferentie van 29 maart 2019 refereerde Rutte niet voor het eerst aan zijn andere klus, maar dan als vrijwilliger: “Ik geef nu les op een middelbare school, ik kan je één ding verzekeren: wat wij nu vragen aan die kids om te kunnen en te kennen als ze eindexamen doen, en ik vergelijk dat met mijn eindexamen in 1984. Nou, ik weet niet of het mij nog gelukt zou zijn. Wat is dat onderwijs veel beter geworden en wat hebben we daar goede mensen voor die klas staan.” Dat laatste sloeg natuurlijk niet op de donderdagse rol van Rutte zélf, het was een compliment aan al die collega’s voor de klas én aan de huidige generaties leerlingen die eindexamens doen.

Was op dat punt ergens de afgelopen week de aftrap met het vak Nederlands? Ik moest denken aan een onderwerp waar het hier vaker over is gegaan, toen de uitgeschreven tekst van de persconferentie van de premier van 13 mei nog op de vooravond van diezelfde vrijdag op het net verscheen. Daarin zag ik dit soort ongelukkige (vrijdag de dertiende!) stukjes tekst:

• Wat wel is verandert is dat je ….
• De ronde was bedoelt om ….
• gemeenten die in heel veel gevallen wel bereidt zijn ….
u verteld dat u allemaal contacten heeft ….
• dat dat ertoe gaat leidden dat ….
vind u uzelf nog wel de geschikte premier?
• dat hij pas bereidt is tot een vredesakkoord als ….
• Maar vind u dat de sancties dan
• Moldavië wordt ernstig bedreigt, ….
Vind u dat bijvoorbeeld Nederland actief Moldavië kan steunen ….
in algemene zin geld dat ik altijd beschikbaar ben voor ieder telefoontje ….
• zijn wij allemaal in de NAVO en in de EU natuurlijk bereidt om te helpen als wij kunnen.
• in goede banen kunnen worden geleidt.
• dat heeft niet geleidt tot andere inzichten
• Dat heeft geleidt in een heel groot aantal gevallen tot uithuisplaatsingen ….

Dat was het vak Nederlands. Mijn oordeel: komt u maar eens terug. Dan nu rekenen. Rutte: “ik neem ieder Kamerlid serieus, we zijn met zijn allen samen, zijn we met 189 mensen, 150 Kamerleden en 29 leden van het kabinet, en daarnaast natuurlijk de 75 Eerste Kamerleden, vormen wij het landsbestuur (….).”

Niet dat de Koning niet bij het landsbestuur gerekend werd, maar klopte die rekensom van 150+29=189?

Ten slotte Duits, niet de taal waar de Rijksvoorlichtingsdienst in gespecialiseerd is. Bij de rol van de premier werd vrij nadrukkelijk stilgestaan door de journalisten (niet voor het eerst en de behendigheid waarmee Rutte zich op dat punt uitlaat is in de afgelopen twaalf jaren groter geworden). Dit zei hij in dat kader volgens de RvD: “en verder geldt natuurlijk ook dat de ambt (onverstaanbaar) daar ook iets mee te maken heeft”. Onverstaanbaar – en niet even navragen?
Rutte sprak van de “Amtsinhaber”, degene die het ambt van premier, in Duitsland kanselier, bekleedt.

Even verderop: “altijd met collectief leiderschap, en daar past niet een richting die aan competent achtige oplossingen bij, zoals de Duitsers kennen.”
Competent achtige oplossingen zoals de Duitsers kennen? Rutte zei in werkelijkheid: “daar past niet een Richtlinienkompetenz bij zoals de Duitsers kennen.”

De RvD wordt straks een bespreekgeval als de docenten de examencijfers moeten bepalen. Ze zullen meewegen wat de RvD niet zo lang geleden presteerde bij dat rechtsom tutoyeren zoals niemand. Rutte is er niet verantwoordelijk voor als er iets mis gaat, maar we kunnen hem er altijd op aanspreken, zo heeft hij vrijdag herbevestigd.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

We gaan naar Ron in Den Haag: Acht jaar Achtuur

Toen ik de laatste bladzijden van Ron Fresens Acht jaar Achtuur (Uitgeverij Balans) afgelopen vrijdag aan het lezen was, begonnen de uitslagen van de lokale Britse verkiezingen binnen te komen. Daar doorheen dwarrelde ook het bericht dat de politie in Durham opnieuw een onderzoek deed naar het overtreden van de coronaregels door Labour-leider Keir Starmer. De Conservatieven verloren op grote schaal onder andere als gevolg van al de partijtjes die tijdens de lockdown door Johnson waren gegeven, en nu kwam er een herhaald onderzoek naar de leider van de oppositie?
Onder invloed van het boek van Fresen was er maar één overheersende vraag: heeft 10 Downingstreet dit ingestoken, net nu? Datzelfde gevoel kwam op, toen eerste commentaren het verlies van de Tories iets kleiner lieten zijn dan voorspeld. Een voorbeeld van wat aan de andere kant van de Noordzee expectation management heet?

Na de verhalen van Fresen komen dergelijke veronderstellingen direct op: Acht jaar achtuur maakt achterdochtig en gaandeweg ga je net als Fresen anders naar het Haagse nieuws kijken. Voor een deel net als een advies in dat Duitse boek waar het hier laatst over ging: Cui bono? Wie heeft er baat bij bepaalde berichtgeving?

Ron Fresen bij DWDD (youtube.com)

Ron Fresen – ik heb enkele malen contact met hem gehad, een keer cappuccino met hem gedronken, een plezierige man – is de verteller in dit boek. Bij eerste lezing van de tekst hoorde zijn vrouw hem práten en dat aspect hebben de correcties door derden gelukkig niet veranderd. Neem als voorbeeld het slot van hoofdstuk 3: “(Is ons parlementaire stelsel SR) Een circus? Een spel? Hou op. Er is zoveel om te vertellen.”
Hou op – Ron is met ons in gesprek, hij spréekt tegen ons. Op bladzijde 82 zien we: “Vooraf zeg ik nog maar eens dat…” Weliswaar ontkomt de pen van Fresen enkele malen niet aan “echter” (zie bijvoorbeeld hier binnen dit blog), maar dat zijn kleine schrijftaal-elementjes die opvallen in hun contrast met de enkele malen dat hij iets klote noemt. Of: “Hállo, er komen verkiezingen aan” – de verteller aan het woord, Hállo! Op p. 250: “Kom op zeg.” Fresen is direct met ons in gesprek, kom op zeg.

Als je dergelijke tussenwerpsels zo aanstreept, doet dat denken aan die wekelijkse persconferentie in mei 2016, toen Rutte eens ontplofte op een vraag van Fresen: “Denk je nou werkelijk Ron dat ik bij iedere gladiool in dit land, die totaal matteklap is, langs ga om aan die man of vrouw aandacht te gaan besteden? Ben je nou goed snik? Dat doe ik toch niet? Come on… Ik ga toch niet achter een gek die zo’n Facebookpagina, ga ik toch niet de eer doen daar langs te gaan?” Hier sprak de minister-president van Nederland op een persconferentie.

Premier Rutte heeft het de aanwezigen ook eens verteld op een van die vrijdagse persconferenties, Ron is Hagenees. Hij schrijft er een paar talige observaties over. Vinden de koekwauzen van bladzijde 130 hun oorsprong in het Haags? Inderdaad, hij sprak als duider naturel en zo schrijft hij ook. Toch duiken op allerlei plaatsen woorden op die ik eerder voorbeelden van Binnenhofs zou noemen, niet op straat of in z’n jeugd geleerd maar vast overgenomen uit de Tweede Kamer. Neem benoemen voor ‘onder woorden brengen, zeggen’, “een Rob-Jettentje” of “als een dolle” dat ook in vergaderingen graag gebruikt wordt. Volle bak, schrijft Fresen diverse malen. Gerommel in de marge.

Maar dat haalt het niet bij twee zó frequent gebruikte woorden dat ik ze bijna als stopwoordjes zou aanmerken. Geen bezwaar, het versterkt het vertellende karakter. Staat het woord direct in Acht jaar Achtuur? Ik denk het niet. Daar staat tegenover dat we de moderne variant gelijk daarvan vele, vele malen tegenkomen: Ik moest ook gelijk denken aan die ene keer, Het was gelijk einde uitzending, Ik moet gelijk een bekentenis doen, Ik ben gelijk verkocht, en dan zijn we nog niet op pagina 25.

Net zo vaak bijna zien we het versterkende bijwoordje verdomd, dat ik me niet kan herinneren van ook maar één van die talloze stand-ups in acht jaar lang Achtuur. Bij wijze van illustratie van een paar bladzijden:
• Ik neem politiek verdomd serieus.
• …. die je verdomd stevig moet wantrouwen
• …. daarvoor verdomd hard werken
• Ik heb er verdomd weinig trek (in)

Fresens herinneringen dateren vooral uit 2021, ik heb ze met plezier gelezen.

Iedereen kon nu eens lezen wat zijn Binnenhofse werk bij uitstek is geweest: wachten (inderdaad, soms bij het hek van het Catshuis), met een collega op nieuws lopen hopen in de wandelgangen, praten en luisteren, appjes sturen, bellen en dan weer wachtend hopen op antwoord. Ineens realiseerde ik me dat ik moest denken aan een verre voorganger van hem: Ton Planken, Den Haag Vandaag. Wat een verschillen tussen Ron en Ton.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Zeker weten: vernieuwend Nederlands op bijwoordelijk terrein

Dezelfde woorden kunnen in dezelfde vaste volgorde voorkomen en toch inhoudelijk verschillen. Nemen we als voorbeeld de combinatie zeker weten, aanhalingen uit het kalenderjaar 2022 (ongecorrigeerde Handelingen):
• (Sophie Hermans, VVD) ik wil zeker weten dat het geld ook terechtkomt waar het terecht moet komen
• (Jan Paternotte, D66) zodat we ook zeker weten dat dat sanctiepakket klaarligt
• (Pieter Omtzigt, Omtzigt) Maar ik zou het graag zeker weten en ik zou ook graag willen weten hoe dat precies gebeurt
• (Maarten Hijink, SP) Wij moeten zeker weten (….) dat belangrijke onderzoeken niet tegen de wet in door bewindspersonen zijn gefrustreerd.

De sprekers willen zeker weten, ze moeten het zeker weten, ze zouden graag zeker weten, ze weten zeker. Vaak is zeker weten dus met een hulpwerkwoord gecombineerd, noodzakelijk is dat niet als het onderwerp van de persoonsvorm weten maar meervoudig is.
Maar in 2022 is er (tot dusver) ook één geval waarbij dat zeker weten gebruikt is op een andere manier, door Renske Leijten (SP): “Hoe ga je dan om met de enorme datadeling binnen de overheid, waarbij mogelijk — of zeker weten — schendingen van grondrechten aan de gang zijn?” Dit verder werkwoordloze zeker weten is hier hetzelfde als ‘zeker’, misschien zelfs ‘absoluut zeker, tegenspraak onmogelijk’.
Dat mag nu nog de enige maal van het kalenderjaar 2022 zijn, daar zal het dit jaar niet bij blijven. Dit is immers de oogst van deze constructie vorig jaar, 2021:

Zeker weten dat er in augustus met een noodvlag is gewapperd (Renske Leijten, SP
• Dan kunt u zeker weten een inhoudelijke reactie van ons verwachten. (Lilian Marijnissen, SP)
• dat er nu nog steeds tientallen tolken die voor ons hebben gewerkt, zeker weten in Afghanistan zitten (Kati Piri, PvdA)
• Als we ons zouden verschuilen achter het feit dat we demissionair zijn, hadden we zeker weten niet bijna 7 miljard vrij gemaakt voor klimaatmaatregelen (Staatssecretaris Yeşilgöz-Zegerius, EZ)
• Ik hoor in de mooie woorden over oplossingen goede dingen — zeker weten — maar ik zou nog wel graag (Eva van Esch, PvdD)
Zeker weten dat er dan weer nieuwe slots open zijn gezet waarvoor je een afspraak kunt maken. (Minister De Jonge, VWS)

Marijnissen, Yeşilgöz, Piri

Het kalenderjaar 2021 lijkt de doorbraak van deze constructie: in 2020 zijn er drie gevallen vindbaar, in 2019 nul, in 2018 twee stuks, in de paar jaren daarvoor zie ik niets in de ongecorrigeerde Handelingen.

Het bijzondere van dit zeker weten is dat het een bijwoordelijke constructie is, eentje die onderstreept of zelfs buiten discussie plaatst wat de spreker beweert. Zeker weten doet in al zijn kaalheid denken aan volle bak, dikke mik kans.
Ik zou graag zeker weten: is het Nederlands (althans maar niet alleen het Nederlands van het Binnenhof) de laatste jaren druk doende om zich juist op dit terrein te vernieuwen? Ik herinner de lezer aan enkele stukjes in dit blog over het nuancerende best wel, soort van. Net aan hoort hier misschien ook bij (het is net aan buitenspel dus hetzelfde als ‘net’) en wellicht het ook vrij actueel gangbare kantje boord? Of over juist onderstrepende en actuelere één-woord bijwoorden als onwaarschijnlijk, spectaculair, waanzinnig, krankzinnig, bizar, idioot. Niet normaal!

P.S. Incidenteel horen we in plaats van zeker (of zeker weten) de variant zekers. Altijd gedacht dat het een kenmerk van de taal van regio-Den Haag was, simpelweg omdat ik het voor het eerst bewust registreerde uit de mond van een collega uit Den Haag. Als de uit het Noorden afkomstige maar niet Noordelijk klinkende minister Bruins het daar heeft overgenomen, kan het kloppen. Hij staat er het vaakst mee genotuleerd in de verslagen, verder ook bijvoorbeeld Alexander Pechtold (D66), Gidi Markuszower (PVV).
Grappig. Zeker weten als het boven beschreven bijwoord staat niet als trefwoord in Van Dale opgenomen, of je moet al kijken onder zekers:

el. Van Dale

Zekers te weten: is dat wellicht primair Brabants? Afgaande op wat er in de krantenbank NexisUni staat, is dat waarschijnlijk.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen