Een ontraadseling van Rutte

Als beoogd premier Schoof vandaag in zijn nieuwe rol voorgesteld wordt aan de voorzitters van beide Kamers, is dat een cesuur in de Nederlandse parlementaire geschiedenis. Een nieuwe minister-president! Tijd voor een terugblik. Ron Fresen en Wilma Borgman, twee ervaren NOS-mensen, schreven een boek over Het raadsel Rutte, Een onthullend portret van de meest enigmatische premier die Nederland ooit heeft gehad. (Balans, Amsterdam 2024) Zo’n 250 bladzijden zeer leesbare tekst. Ja, het is ook vóórleesbaar en dat verwondert niet bij auteurs met hun publieke media-ervaring.

Het is een product van een tweetal, met een vroeg (1) en een laat hoofdstuk (16) in de vorm van een dialoog tussen Wilma en Ron. De laatste neemt solo hoofdstuk 15 voor zijn rekening (want Mark Rutte kiest Fresen wel eens uit om belangrijk nieuws te brengen in Spuigasten van Den Haag FM), maar voor het overige oogt het boek als een eenheid van een schrijversduo.

Ze zijn gewend om tegen ons, luisteraars/kijkers, te praten en dat blijkt uit het hele boek: kom ik later op terug. Dat moet voor nogal wat lezers herkenning en toch ook weer verrassing oproepen, zoals bijvoorbeeld in dat gedeelte waarin Mark Rutte na de val van kabinet IV zijn vertrek uit de Nederlandse politiek in de Tweede Kamer aankondigde. Daar kijken we via een verslag mee weerom naar een plenaire vergadering. Maar het boek bestaat tussen journalistieke terugblikken door toch vooral uit interviews met laten we zeggen Rutte-insiders-die-mee-wilden-werken. Dat betreft uit zijn privé-sfeer Koen Petersen (als enige uit die sector), politieke vrienden (Klaas Dijkhoff en Halbe Zijlstra) of uit andere partijen Lodewijk Asscher, Sybrand Buma, Hugo de Jonge, Alexander Pechtold, Diederik Samsom, Carola Schouten en Gert Jan Segers. Ik vergeet Kees van der Staaij,- zat zeker even op de achterbank. Nu ik de informantenlijst check, zie ik dat ik Maxime Verhagen over het hoofd gezien heb; misschien niet al te opvallend geweest in zijn uitspraken? Het is dus typisch een boek uit de sfeer van audiovisuele media: interviews met sprekende informanten. We zien geen geschreven bronnen vermeld – ook naar diverse andere boeken of publicaties over Mark Rutte wordt niet verwezen.

Daar past de taal van deze makkelijk lezende publicatie bij. Leesbaar dus, ook met gesproken taal zoals in de contaminatie kort door de bocht gezegd (p. 72: kort door de bocht + kort gezegd) en als het je eenmaal opvalt vól met versterkende woordjes om ons op het puntje van de stoel te laten zitten, denk aan de plank faliekant misslaan, dondersgoed weten, een hypergevoelig onderwerp, iets heel hoog opnemen, iets in het diepste geheim voorbereiden, een extreem goed verbaal geheugen, heel urgent, muisstil, totaal overvallen, diepgevoeld besef, plotsklaps – ik streepte verderop in het boek in de veelheid zomaar wat voorbeelden aan.

Vertellende teksten voor radio of tv krijgen vaart als ze er zó uitzien: “Ik bel onmiddellijk de eindredacteur in Hilversum. Ja, we kunnen meteen op zender!” zoals Wilma schrijft. En Ron, met pensioen net aan de koffie met iemand op een terras als Rutte-nieuws tot hem doordringt: “We kijken elkaar aan en duiken gelijk in onze telefoons.” Dat is typisch Ron en verbaast de lezer niet die zijn boek over zijn Haagse Journaalperiode heeft gelezen: “ik hoef niet zo nodig meer gelijk alles te willen weten”, “ik kan het niet laten en gooi het er maar gelijk in”, “Rutte neemt gelijk aan het begin het woord voor een verklaring”. Wie dat eenmaal is opgevallen, kan 250 pagina’s lang variatie waarnemen tussen direct, meteen, onmiddellijk, op staande voet (ontslag) maar vooral het West-Nederlandse gelijk dat je eerder uit een Haagse mond (Fresen) verwacht dan van iemand uit Denekamp (Borgman). Radiomensen, dus ook pleonastisch lezen we is dit sindsdien de stijl van Rutte gebleven (p. 75: is sindsdien + is gebleven), meteen direct (p. 108: meteen + direct) en gelijk met de deur in huis (p. 134: gelijk+ met de deur in huis).

Is de politicus Mark Rutte nu ontraadseld? Ken ik nu die kennelijk licht gestoorde man (geheel van slag omdat de opvolger van zijn opvolger als fractievoorzitter z’n eigen werkkamer anders inricht p. 163), keiharde werker, die berekenende en blijkbaar ook vaak aardig gevonden man die ik me in gedachten het meest herinner op het podium voor een volle zaal met enthousiaste VVD’ers omdat hij wéér een verkiezing heeft gewonnen en naar wie hij (al dan niet) herkennend lachend wijst? “Hi!” Toch wat die corpsbal van Lodewijk Asscher. Of de ideaal overkomende schoonzoon wellicht eerder, met Teflon en al? Allerlei aspecten in het boek komen door hun frequentie zeer dichtbij: zijn vaste routines, de knappe debater die aan een driebander doet denken, het absoluut niet verrast willen worden, woede-uitbarstingen gevolgd door excuses, een fabelachtig geheugen dat hem volgens eigen zeggen enkele malen in zijn Haagse loopbaan na Unilever zo essentieel in de steek liet – ook zonder aandacht voor de muziek is het een overtuigend portret dat getekend is met veel herhalingen. Een redundante mediatekst zogezegd.

En de taal krijgt plezierig aandacht. Zie daarvoor in dit blog, waarin zijn naam zeker een 1300 maal genoemd is, bijvoorbeeld Ik maak ‘m even af of dat woordenlijstje van Rutte. Verrassend dat Rutte ons zó wist te verrassen met zijn epifane moment waarop hij inzag dat hij in Den Haag althans als politicus moest stoppen. Epifaan, een woord “waarvan iedereen in het land de betekenis moet opzoeken” schrijft Ron Fresen (p. 17). Vroeg in de zomer van 2023 gebruikte hij misschien die Nederlandse variant voor het eerst publiekelijk, maar epiphanies had hij op een persconferentie in 2020 al benut (29 mei om precies te zijn) om zijn veranderde overtuiging rond het verschijnsel Zwarte Piet te verklaren. Zie de tekst over Singuliere openbaringen over rookworsten: de persconferentie van de minister-president in dit blog. Eet smakelijk.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Ontstemd

Even vakantie en precies in die periode vallen de Europese verkiezingen. Nou en? Gesteld dat je net in het buitenland bent, wat doe je dan als je een stem wilt uitbrengen?

De websites van de overheid zullen afgestemd zijn op eenvoudige leken op stemgebied tot wie ik mij reken. En toch, ik begreep dat als ik mijn stem niet verloren wilde laten gaan, dan kon ik iemand vragen om bij volmacht voor me te stemmen. Hoe, dat was me na studie niet helemaal helder en dus zocht ik contact met mijn gemeente.

De gemeente-ambtenaar wilde mij aan het werk zetten en wees op websites maar was later ook bereid, het me uit te leggen. Nu ja, voorzover de kennis reikte want er moest ook nog even een collega aan te pas komen.

Ik kreeg een envelop toegestuurd met in te vullen formulieren, door mij en door de volmachtstemmer. ID niet nodig bij de gekozen aanpak.

Vervolgens ging alles na invulling door beide partijen weerom in de keurig geadresseerde en voorgefrankeerde antwoord-envelop. Opluchting!

Nu ja, na een aantal dagen kwam het gemeentelijke verzoek om toch alsnog een identificatie te sturen. Dat deed ik digitaal via een foto in een reply en m’n gevoel van opluchting was groter nog dan eerst.

Tegen de tijd van de verkiezingen op 6 juni zocht ik contact met de volmachtstemmer – neen die had en heeft van mijn gemeente niets vernomen. Ook niet op de laatst mogelijke dag van die zesde juni is de volmacht daar gearriveerd. Had ik daar vanuit het buitenland nog actie op kunnen ondernemen?

Mijn stem is verloren gegaan, ik word geacht niet te hebben gestemd maar heb intussen heel wat meer moeite gedaan dan de gemiddelde wel opdagende stemmer, neem ik aan.

Ik vraag me af: zou het mogelijk zijn, een veilig systeem te bedenken waarbij ik in zo’n geval een aantal dagen of weken vóór de Verkiezingsdag mijn stem schriftelijk kan inzenden? Of anders iets via de computer in combinatie met Digid?

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Woorden in de Kamer (2020-2023) (13)

Een huis-tuin-en-keukenmotie, een PVV-principe en het Kabinet-Kaag I

Ook zeer gangbare en neutrale of misschien zelfs saaie begrippen in de politiek-bestuurlijke sfeer zoals motie of kabinet kunnen voorzien worden van een komische inhoud. Toen het lid Omtzigt (Omtzigt) vroeg in 2022 en al in de eerste termijn een motie in wilde dienen, voorzag voorzitter Bosma deze van het predicaat huis-tuin-en-keukenmotie. Hij gaf daarmee in elk geval ook aan dat het een normale tekst was waarmee de Kamer gevraagd werd zich over iets (het coronatoegangsbewijs) uit te spreken. Regels zijn regels, er moest een speciaal voorstel van gemaakt worden om te bezien of indiening in deze eerste termijn voor de meerderheid acceptabel was.
Dezelfde spreker (Martin Bosma) maar dan als PVV-woordvoerder betitelde een motie van een D66-collega als friemelmotie. Met woorden kunnen dingen en mensen weggezet worden.
Premier Rutte beheerst dit aspect van het vak ook, zelfs in de richting van zijn trouwste oppositie-partners van de SGP. Een uitspraak van Roelof Bisschop vond Rutte op het moment van indiening feitelijk niet aan de orde, getuige zijn reactie waaruit andermaal kennis van het Engels sprak: “Op zich zijn er inhoudelijk geen grote bezwaren, maar het wordt anders een beetje “motherhood and apple pie”, dus een moeder-en-appeltaart-motie.”

Wegzetten kan in de Kamer waarschijnlijk nog veel beter door aan het begrip kabinet een naam te verbinden van iemand die politiek actief is maar momenteel juist níet de rol heeft van minister-president. Als de genoemde persoon wel deel uitmaakt van het kabinet, komt dat over als een tik naar de zittende premier. Zo betitelde oppositieleider Geert Wilders (PVV) het kabinet-Rutte IV enkele malen als Kaag-I. Impressie: Rutte voert uit wat D66 bij de formatie heeft binnengehaald.

Caroline van der Plas (BBB) moet een oplettende luisteraar zijn als collega Wilders het woord voert: nu en dan grijpt zij naar wat talig opvallend is en wat het PVV-lid eerder te berde heeft gebracht. (Vergelijk het gebruik van klimaatpaus als aanduiding voor Frans Timmermans.) Ook Van der Plas sprak van het kabinet-Kaag I (“eindelijk toonde deze minister een keer ballen, door zich te ontworstelen aan het juk van het kabinet-Kaag I”). Taal is een gebruiksvoorwerp, zeker in de debatten van de Tweede Kamer. Geregeld hard en soms komisch tegelijkertijd. Met iets nieuws op de proppen komen is daarbij geen verplichting, imitatie is toegestaan.

Toen er – niet eens zo lang geleden, op 7 april 2021 – een nieuwe Kamervoorzitter gekozen moest worden, bepleitte de woordvoerder van de PVV, Gidi Markuszower, robuust georganiseerde tegenmacht: “Onze Kamer heeft een Voorzitter nodig die aan de kant van de volksvertegenwoordiging staat en niet op schoot zit bij de macht. Daarom is onze fractie ten principale van mening dat de Voorzitter bij grote voorkeur afkomstig is uit een oppositiepartij.” Het was niet de enige keer dat de beeldspraak van op schoot zitten bij in de vergaderzaal klonk. Eenmaal reageerde minister Kaag onaangenaam getroffen, toen Farid Azarkan (DENK) haar op schoot van minister-president Rutte positioneerde (en dat later diverse keren herhaalde). Wat zou de BBB-leidster zeggen als die beeldspraak straks op haar en de fractievoorzitter van de PVV werd overgebracht? Of mevrouw Yeşilgöz van de VVD?

Andere vraag. Hoe stond premier Rutte vóór de vorige Kamerverkiezingen tegenover wat toen nog het Lid Omtzigt heette en wat later pas de fractievoorzitter van NSC werd? Waarschuwde hij toen vroegtijdig voor een succesvolle terugkeer van Pieter Omtzigt als leider van een grote groep, gevolgd door een minister-presidentschap van vele kabinetten? Rutte in financieel verband: “Wij denken dat die terugbetalingstermijn eerder moet beginnen en dat die ook niet kan doorlopen tot het kabinet-Omtzigt XII.” Klonk hier stiekempjes en toch duidelijk hoorbaar een Paus-naam in door in de richting van een RK-politicus, alsof het ging om Benedictus, Clemens Gregorius, Innocentius of Johannes XII? Waarom liefst twaalf kabinetten-Omtzigt aangekondigd? Was Rutte zó bang voor deze concurrent?
Rutte waarschuwde bij het indienen van een formatie-motie ook stilletjes voor een kabinet waar wél de PVV maar níet zijn eigen VVD deel van zou uitmaken: “Ik kan de heer Wilders geruststellen: het kan nog steeds eindigen in een kabinet-Wilders I, want er staat niet in de motie dat er een kabinet-Rutte IV komt. Het kan er nog steeds in eindigen dat ik de heer Wilders uit zijn stoel stoot als leider van de oppositie. Dat kan nog steeds. Er staat niets in de motie over wie de nieuwe premier wordt.”

Wie de nieuwe premier wordt. Dat was een vraag van Mark Rutte (VVD) op woensdag 12 mei 2021. Nu er vandaag in de Tweede Kamer een formateur gekozen wordt, is Wie de nieuwe premier wordt op 22 mei 2024 opnieuw de kwestie die wellicht morgen al beslecht wordt. Wie weet.

We gaan een poosje zomersluiten.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De wens en de moeder van de gedachte: Caroline

De entree op het BBBinnenhof

Twee vertegenwoordigers van de BBB zaten als harmonisch openingsduo aan de Buitenhof-tafel op Eerste Pinksterdag. Het hoofd van de partij, Caroline van der Plas (kleurig gekleed) en de man die zij bij afleiding een keertje als de nek betitelde, Henk Vermeer in effen beige. In een andere beeldspraak wellicht achtereenvolgens de mond en de hersenen van de BBB? Wie zal het zeggen.

Natuurlijk ging het veel over Europa, in Brussel is er immers veel meer binnen te halen dan vier kabinetten-Rutte hadden gepresteerd. Er meer metaforisch met de vuist op tafel slaan, was het BBB-motto. Het positieve van Nederland duidelijker maken, zei Caroline. Ik begreep: met trekkers erheen vol Hoop, lef en trots. Henk lichtte toe: we moeten een stevige onderhandelaar zijn, dingen daar in Europa willen halen en er niet “vingerwapperen” naar anderen. Hoorden we hier een tikkeltje een opening naar een Nederlandse Orban-benadering? Bbblokkeren zal ze leren. Hongarije onderhandelt stevig en doet vast niet aan vingerwapperen.

Pieter Jan Hagens vroeg of dat niet een beetje wensdenken was, zó zaken in Brussel denken binnen te halen. Dat raakte Caroline, die in de Tweede Kamer in 2023 nog tegen Laura Bromet had gezegd: “Ik zie wel vaker dat GroenLinks doet aan een soort wensdenken. In hun hoofd en in het sprookjesboek staat dat het allemaal kan, maar het kan niet.” Henk Vermeer zei in zijn nog wat kortere Kamerloopbaan een keer: “Dat is absoluut wensdenken, dat gaat niet gebeuren.” Als het politieke tegenstanders betreft gebruiken de BBB’ers wensdenken als aanduiding voor iets wat irreëel is en sprookjes – zoals gangbaar in het Nederlands of in het Latijn pia vota, in het Engels wishful thinking, in het Duits wunschdenken. In de woorden van Van Dale: ‘gedachtegang die meer berust op wat je wenst (dat zal gebeuren) dan op de feiten’.

Maar in het kader van de Brusselse onderhandelingstoer heeft wensdenken op deze Christelijke feestdag niks te maken met ijdele hoop. Zoals Caroline het uitdrukte: “Wat is er mis met wensdenken zolang je weet dat die wens gaat lukken?” Denken in wensen brengt de wereld vooruit! Kan zó aan de keukenmuur.

Caroline van der Plas (BBB) in Buitenhof 19.05.2024
Wat is er mis met wensdenken zolang je weet dat die wens gaat lukken?

Caroline karakteriseerde zichzelf in het interview zo ongeveer als de moeder van de formatietafel. Ik kreeg de indruk dat we bij deze nieuwe benadering van het begrip wensdenken een beetje de moeder van deze gedachte hoorden.

P.S. Mevrouw Van der Plas gebruikt taal die kennelijk opvallend is. Uit de malen dat ze in dit blog aandacht kreeg noem ik slechts die uitdrukking met hakken en poten in het zand, de symboliek van het dragen van kleding en het bezigen van het bijwoordje gewoon.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Greep krijgen op het Hoofdlijnenakkoord

Het Hoofdlijnenakkoord van de formerende partijen PVV, VVD, NSC en BBB is daar en het zet helder in: “Nederland is een prachtig land. Een land om trots op te zijn” is de openingszin van Hoop, lef en trots.
Het oogt inderdaad helder, vanzelfsprekend geschreven in het Nederlands. Hoe vaak wordt de term “Nederlandse taal” of “taal” gebruikt? Tweemaal:

  • Studiemigratie wordt selectiever door meer opleidingen in het Nederlands (…)
  • Bij langdurig verblijf krijgen werkgevers ook een verantwoordelijkheid voor het leren van de Nederlandse taal door deze werknemers.

Nederlands en migratie staan in het Hoofdlijnenakkoord in nauwe betrekking met elkaar.

Een klein taalverschil dat er waarschijnlijk niet toe deed, hoorden we op 15 mei nog voor de publicatie uit de mond van de vertegenwoordiger van de grootste en de kleinste fractie. Geert Wilders (PVV) had het over het onderhandelaarsakkoord, Caroline van der Plas (BBB) sprak van onderhandelingsakkoord.
Beide is het resultaat van onderhandelen, alleen bij Wilders klonk een politiek ervaren en wat formeel voorbehoudje door: de fractie moet nog instemmen, het is een akkoord tussen degenen die onderhandeld hebben.

Opmerkelijk is het herhaalde gebruik van het Engelse woordje grip in Hoop, lef en trots. Op de website van Onze Taal komt die vraag aan de orde (sinds wanneer,- het dateert in elk geval van vóór het verschijnen van het Hoofdlijnenakkoord) en er wordt in dit taalloket gewezen op “een klein verschil in gebruik: grip op iets krijgen betekent iets meer ‘doorkrijgen hoe iets in elkaar zit’. Greep op iets krijgen heeft iets sterker de betekenis ‘iets onder controle krijgen’.”

Grip heeft dus te maken met ‘be-grip’, greep met ‘controle’. In het Hoofdlijnenakkoord komt greep niet voor, grip op deze vier plaatsen:

  • Het strengste toelatingsregime voor asiel en het omvangrijkste pakket voor grip op migratie ooit.
  • Grip op asiel en migratie
  • Beperking van de omvang van en grip op alle soorten migratie naar Nederland, zo snel als mogelijk, (…)
  • Er worden concrete stappen gezet naar het strengste toelatingsregime voor asiel en het omvangrijkste pakket voor grip op migratie ooit.
  • Het is hard nodig grip te krijgen op arbeidsmigratie.

Het is duidelijk dat in het Hoofdlijnenakkoord een ander gebruik van grip gehanteerd wordt dan door het genootschap Onze Taal tot nu toe beschreven is, lees voor grip telkens greep. Verhullend zou ik zeggen.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Woorden in de Kamer (2020-2023) (12)

Klimaatgekte, stikstofgeneuzel en coronadictatuur

In enkele bijdragen kwamen al samenstellingen aan de orde die begonnen met klimaat: klimaatgekte, klimaatpaus, klimaatpredikers. Het tweede deel van deze composities maakt de negatieve connotatie duidelijk die er rond klimaat heerst in de kring van degenen die deze begrippen bezigen en dat is grotendeels beperkt tot het duidelijk rechterdeel van de Tweede Kamer. Vergelijkbaar is de gebruikssituatie met het aan klimaat inhoudelijk verwante woord duurzaamheid: duurzaamheidsdrammers, duurzaamheidsgekte, duurzaamheidsgeneuzel, duurzaamheidswaanzin.

Als sterke verwerping uitdrukkend rechterlid dient -geneuzel (stikstof-, gender-, diversiteits- en duurzaamheidsgeneuzel), –dictatuur (test-, corona-, stikstof-, klimaat-, gezondheids- en omdat dit alles inhoudelijk gesteund en bepleit is vanuit de hoek van de wetenschap werd het inmiddeels gedateerde anti-begrip doctorandussendictatuur gemaakt en gebruikt) of het tweede lid –waanzin (in relatie tot corona, stikstof, asiel, gender, duurzaamheid, het coronavirus, klimaat). Afstand wordt ook gecreëerd door het tweede lid –socialisme, getuige nepsocialisme en nepsocialisten, duurzaamheidssocialisme, klimaatsocialisme. Socialisme lijkt voor een deel van de Kamer een scheldwoord, net als links.

Wat telkens opvalt in bijdragen van Kamerleden – het springt het meest in het oog bij de PVV want het gebeurt daar het vaakst – is het zeer negatief benaderen van een aantal problemen door het gebruik van een deel van een samenstelling waar géén misverstand bij mogelijk is omdat het is gekozen uit de luidruchtige termen in het woordenboek. Argumentatie is een andere kwestie, maar aan helderheid is gewonnen. Juist door de herhaling van die composita verliezen woorden als duurzaamheid of klimaat hun positieve of neutrale kleur.

Bij de kwestie van asiel draait het bij de PVV om een van de allerbelangrijkste issues van deze partij. Daar gebeurt hetzelfde, bijvoorbeeld door een zeer sterk woord als –tsunami in een samenstelling met asiel te gebruiken, meer dan eens voorafgegaan door een bijvoeglijk naamwoord van duur:

• Ook de gevolgen van de asieltsunami zijn we nog niet te boven. (Danai van Weerdenburg, PVV)

• De voortdurende asieltsunami is niet alleen onbetaalbaar, maar (….) (Geert Wilders, PVV)

• daarom wil BVNL deze asieltsunami nu stoppen in het belang van Nederland. (Wybren van Haga, groep Van Haga)

• om Nederlanders weer op één te zetten, om die onbetaalbare asieltsunami te stoppen, (….) (Geert Wilders, PVV)

• waar de bevolking aldaar wordt geteisterd door de continue asieltsunami. (Gidi Markuszower, PVV)

Naast de tsunami vallen in deze jaren frequent gebruikte begrippen als asiel(in)stroom op (rond 200x in 2020-2023). Asielcriminaliteit, asielellende (voor het goede begrip: veroorzaakt tegenover Nederlanders) en asieltuig kennen door hun gebruik bijna automatisch een negatieve betekenis toe aan het eerste lid –asiel.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Woorden in de Kamer (2020-2023) (11)

Godgeklaagde ombuigingsbijbel en de links-liberale kerk

Het is Hemelvaartsdag. Dat Nederland een christelijke natie is, is in de beraadslagingen van de Tweede Kamer merkbaar aan de taal die er gesproken wordt. Dat geldt trouwens ook voor Nederlands dat door een deel van de leden als het ware verzwégen wordt. (Vergelijk de bijdrage waarin het ging over enkele tussenwerpsels in de Tweede Kamer.) Mensen die laten we zeggen in de sfeer van SGP of het strengere deel van bijvoorbeeld het CDA of ChristenUnie zijn opgegroeid, die weten hoezeer het woord ertoe doet. Vooral taal die niet behoorde te klinken speelde daarin een voorname rol, naast natuurlijk oudere, Bijbelse taal (de variant waaraan het begrip Kanaän wordt gehecht). Hoe zou er in de fracties van CDA, SGP en CU gekeken worden, wanneer een ander Kamerlid een term als godgeklaagd gebruikt? Jesse Klaver richtte zich misschien niet zonder reden tot een van de genoemde partijen toen hij zei: “Bouwprojecten kunnen niet doorgaan. Wegen kunnen niet worden aangelegd. Ik zie CDA-gedupeerden erover klagen dat het toch godgeklaagd is dat deze projecten niet doorgaan. Wat wil het CDA?” Zoú er uit christelijke hoek op Klavers Nederlands gereageerd zijn? Zou er al die andere keren minstens gefronst zijn als het woord viel, maar dan telkens uit de mond van een PVV’er?

Niet-confessionele fracties hebben met het gebruik van god- als eerste lid van een samenstelling geen enkel probleem, getuige de Handelingen. Maar dan vraagt Dion Graus (PVV) aan CDA-woordvoerder Jaco Geurts: “Als u zegt “ik ben de alleswetende, ik ben de godalmachtige; bekijk het maar”, dan is dat niet waar, want ik heb tot nu toe altijd gelijk gehad en u heeft altijd ongelijk gekregen.” Vervolgens zegt de aangesprokene – afkomstig van de Veluwe – betekenisvol: “Ja, wat moet je daar nou nog op antwoorden?”

Naar begrippen uit de christelijke sfeer wordt vaker in het Nederlands en zeker ook in dat van parlementaire vergaderingen gegrepen. Is daar confessioneel over gemopperd? In het voetspoor van Pim Fortuijn werd het bekendste voorbeeld het begrip kerk, depreciërend en dus vreemd benut in bijvoorbeeld de linkse kerk. Daarover ging het hier eerder. Is daar bij een van Bosma’s voorzitter-voorgangers wel eens bezwaar tegen aangetekend? Bosma zelf volgde als spreker het christelijke pad door het te hebben over “Denk aan klimaatsocialisme. Denk aan eurofilie. Denk aan massa-immigratie. Dat is de heilige drie-eenheid van de links-liberale kerk.” Heilig, drie-eenheid, kerk. Bosma zegt ook graag bij een overleden peresoon: “God hebbe zijn ziel.”

Veel minder succesvol zijn samenstellingen op –profeet en –paus maar ze komen voor. In de jaren 20-23 van deze eeuw kwamen ondergangsprofeet en oorlogsprofeet langs, veel frequenter viel de term klimaatpaus. Alexander Kops (PVV) was de eerste gebruiker; een keer of 10 plakte hij dit etiket op toen nog de door Nederland aangewezen Eurocommissaris Frans Timmermans. Kops kreeg in dubbel opzicht navolgers in anderen van wie sommigen (Caroline van der Plas, BBB) eveneens Ed Nijpels (VVD) zó betitelden. Is het toeval dat Timmermans en Nijpels uit het Zuiden afkomstig zijn? Kops sprak ook over (de grootheidswaan van de) klimaatpredikers. Haatprediker is een breed gangbare aanduiding in de plenaire vergaderingen. Farid Azarkan (DENK) noemde iemand van de RIVM coronapaus. Ja, imams komen in de Kamer ook negatief weggezet voor. Wilders sprak eenmaal van een PvdA-imam en in VVD-kring is de aanduiding haatimam geliefd.

Apart in dit geheel is minister De Jonge (zoon van een predikant) die onder verwijzing naar coronapersconferenties van de eerste minister zei: “Zie je bijvoorbeeld na een van de preken van dominee Rutte op dinsdagavond meteen weer beweging in het land?” Ds. Rutte en preken.

Fleur Agema (PVV) sprak driemaal van de ombuigingsbijbel van het ministerie van Financiën. Bijbel. Dat was evident negatief bedoeld, in schril contrast met begrippen als Bijbelboek, Bijbelschool, bijbelvast, familiebijbel, begrippen die klonken uit de monden van bijvoorbeeld SGP’ers die verder zo dicht bij de PVV hun zitplaats hebben in de Tweede Kamer.

Bijzonder, dat zóveel kerkelijke terminologie in zo’n vanuit de historie christelijk land als Nederland in de politiek na Fortuijn een zó negatief geladen betekenis kan krijgen. Is hel ook een christelijk begrip? De samenstelling klimaathel kwam in 20-23 als verreweg vaakst gebruikt woord op –hel voor. Bijzonder: het was deze keer primair en herhaald zeer sterk idioom van de linker zijde (Joris Thijssen, PvdA) en wel als waarschuwing, als een bestemming waar de planeet naartoe op weg is (volgens een motie van Lammert van Raan (PvdD) bevindt de planeet zich op de snel-weg daarheen). Dat riep bij Caroline van der Plas (BBB) een reactie op: jongeren, zei ze, “worden bang gemaakt door woordgebruik als “klimaathel”, dat alleen maar bedoeld is om links beleid erdoor te drukken.” Raymond van Roon (PVV) sprak eenmaal van de migratiehel waar Nederland is “in geloodst door linkse politici”. Deze hel riep geen reactie op van de BBB – maar werd ook minder vaak gezegd.

Judas is een figuur uit het Nieuwe Testament. In de betekenis ‘verrader’ kreeg hij het meest attentie in bijdragen van Thierry Baudet (FVD). Hoort Judas na Goede Vrijdag nog bij enige kerk? Hoe zit dat met een sekte? Martin Bosma (PVV) en Wybren van Haga (Van Haga) spraken beiden van een klimaatsekte.

Nederland wás een christelijk gevormde natie.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen