Voor 65 jaar: zomer 1955 in advertenties (0) De tweelingzus van Annie MG

De Tweede Kamer is met reces, zij het dat we dit coronajaar bij voorbaat weten dat het vaker onderbroken wordt dan normaal. Neem nu het Pensioenakkoord dat afgelopen zaterdag ook van de FNV instemming kreeg en dat het alleen al nodig maakt om in vakantie plenair te vergaderen. Pensioen, dat was heel, heel lang hetzelfde als 65. Vijfenzestig jaar geleden, dat is de zomer van 1955. Een willekeurige krant uit de maanden juli en augustus van dat jaar heb ik via delpher.nl opgeslagen en bekeken – dat wil vooral zeggen: de advertenties. Hoe zag de wereld er in de zomer van 1955 uit vanuit het perspectief van Amsterdam?

Allereerst hadden we Annie M.G. Schmidt en Simon Carmiggelt die geregeld hun stukjes en stukken schreven voor deze krant. Carmiggelt zijn Kronkels, Annie MG haar kindergedichtjes, soms voor wat oudere kinderen én ze droeg geregeld bij aan de rubriek Voor de vrouw… (en voor haar niet alleen). Zowel de vrouw als de kinderen kwamen op zaterdag aan de beurt, maar moesten helemaal doorbladeren naar achteren voor hun eigen rubrieken.

In dezelfde tijd figureerde er in deze afdeling van de redactie iemand die zich Peter Jaspers noemde, die óok aan de vrouwen-afdeling bijdroeg en voor kinderen schreef. Laten we een voorbeeldje van haar dichtwerk geven, dan is de lezer minder verbaasd dat ik aanvankelijk rekening hield met de mogelijkheid dat Peter Jaspers een pseudoniem was van Annie M.G. Schmidt.

De ongewone Rat begint zo: “Een ongewone, grote rat // die altijd iets bijzonders had,// was dol op een angora-kat.” Het vierde couplet eindigt aldus: “Ze zijn al jarenlang getrouwd.// Ik sprak de rat laatst. Hij miauwt.”
Is het raar om bij zo’n bizar begin en zo’n verbluffend slot aan Annie M.G. Schmidt te denken?

Peter Jaspers bleek de laatste periode van Annie Schmidt óok voor Het Parool werkzaam en net als de laatste stopte zij daar in 1957/1958 en werd onder andere succesvol met schrijven voor de VARA-radio… net als Annie. Was Peter een zij? Ja, Peter Jaspers bleek een vrouw – maar veel is er van haar niet 1,2,3 te vinden. Ze stapte over naar Het Vrije Volk en publiceerde daar een aantal jaren geregeld kindergedichtjes. Die verschenen in bundeltjes zoals De Gouden Bel (Hollandia Baarn, 1958) er ook eentje is maar dan met vooral teksten uit Het Parool. In dat boekje staat dat gedicht van De ongewone Rat, zoals er ook teksten in staan die spelen in het kleine dorpje Bladerstil of gaan over de koningin van Istanboel, Meester Rumpus Rompelaar, het kasteel van Bordpapier of de heer van Jacoberte met zijn tijgers, met zijn herten. Peter Jaspers is een soort tweelingzus van Annie M.G. Schmidt, al vinden we haar niet genoemd in de biografie van Annejet van der Zijl.

Via Delpher vond ik een rouwadvertentie van Peter Jaspers uit 1964:

Via boekwinkeltjes.nl schafte ik De Gouden Bel aan en… vond een inlegvelletje van Hollandia met reclame voor de schrijfster, inclusief een foto van haar. Zeldzaam.

Terug naar de zomer van 65 jaar geleden – advertenties uit Het Parool: hoe zag de wereld er toen uit, hoe de taal?

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Wat zo’n in flagrante delicto is tegen wat wij beschaafd vinden.

Het was Henk van Ulsen die het zei maar in welke jeugdserie speelde hij nog maar waarin hij meer dan eens uitriep Arma virumque cano? Een gevorderde gymnasiast herkent er het begin van het verhaal van Aeneas in , maar de betekenis van de exclamatie van Van Ulsen was anders dan in Vergilius’ beroemde werk. Van Ulsen gebruikte een paar woorden Latijn om ergens nadruk aan te geven.

Zó roepen we andere talen graag te hulp. Dat doet heer Bommel als hij parbleu zegt, zoals er vast ook bekende figuren (literair of echt) zullen zijn geweest die het niet op z’n Frans maar op z’n Duits deden: Donnerwetter! En het Engels is momenteel de liefst geziene gast in uitroepenland: Wow! Crikey! Heavens! Shit!

Mark Rutte behoort tot de klassiek geschoolden en hij liet dat andermaal gisteren in het debat over institutioneel racisme in Nederland blijken toen hij door Lodewijk Asscher uitgedaagd werd om antwoord te geven op de vraag “hoe reflecteert u zelf op die uitspraken (van Rutte zelf, SR) en wat gaat u doen?” Rutte nam ons mee terug naar z’n optreden bij Zomergasten in september 2016 en zijn beroemde pleur-opuitspraak over een gebeurtenis in Rotterdam: “Die “pleur op” had ermee te maken dat een groep Turkse jongeren zichzelf zo had neergezet — ik zeg Turks-Nederlands, maar voor die groep waren het op dat moment Turkse jongeren, die met Turkse vlaggen stonden te demonstreren — en iets deed wat zo’n in flagrante delicto is tegen wat wij beschaafd en normaal vinden en grondwettelijk hebben georganiseerd in de vrijheid van meningsuiting, dat dat mijn manier van normeren was. Dat gaan we in dit land niet doen.” Tegenover Turks-Nederlandse jongeren gebruikte de premier Haags dialect (door hem later gecorrigeerd tot pleurt op!) en bijvoorbeeld niet een keuriger klinkende Franse uitroep va-t-en!

Op bijna 5 uur in het debat….

Wat de premier van dit land in de Tweede Kamer tegenover Lodewijk Asscher deed, was zoeken naar stevige taal in dit citaat en hij greep naar het Latijn. Waarschijnlijk wilde Rutte zeggen dat de handelwijze van de jongeren “in flagrante tegenspraak” was met wat hier in Nederland beschaafd en normaal is. En net zo veronderstellenderwijs: de premier wilde dat onderstrepen door flagrant van een Latijns uitroepteken te voorzien via in flagrante delicto. Dat maakte het misschien stelliger maar in flagrante delicto betekent op zich niets anders dan ‘op heterdaad’. Het verband is het zoeken naar flagrant ‘overduidelijk + ongunstig woord’ maar in die zoektocht vervolgens terechtkomen bij in flagrante delicto in een soort versterkingsoperatie, als ik dat als Groninger zo mag noemen.

Lang geleden hoorde ik Henk van Ulsen en ik herkende Vergilius. Ik citeer mezelf uit een eerder stukje in dit blog: “de Nederlandse minister-president zei op 29.03.2011 pacta servanta (maar werd in de Handelingen gecorrigeerd tot pacta servanda). Op 21.04.2011 zei dezelfde MP: “Habemus papem” – wat misschien foutief Latijn is óf de Engelse uitspraak van Habemus papam.”

Lastig, in een verhit debat staan, iets willen onderstrepen en je overeind houden in het Nederlands én een serie andere talen.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Corona en ingetogen zingen: de psalmpolitie

Typische vraag voor de zondag: wat is dat precies, de grondwettelijke vrijheid van godsdienst? En in het verlengde daarvan niet minder: moet een godsdienst aan wettelijke vereisten voldoen om ‘godsdienst’ in de zin der wet te zijn of zou dat nu juist in strijd met de godsdienstvrijheid zijn? Vrijheid van godsdienst is een begrip dat in coronatijd geregeld opduikt. Het corona-advies, ingetogen te zingen raakt aan de godsdienstvrijheid, leerden we deze week in de Tweede Kamer.

Dat brengt ons bij een typisch woord voor de zondag, de term die Kees van der Staaij (SGP) in het laatste voorzomerse coronadebat van 25 juni 2020 introduceerde: psalmpolitie. Het woord haalde de volgende dag welgeteld éen krant, het Nederlands Dagblad. Dit was de betreffende passage: “In kerkdiensten moet voorlopig niet gezongen worden, vindt premier Mark Rutte. Maar een psalmpolitie komt er niet, beloofde minister Hugo de Jonge donderdag. ‘Ons dringende advies aan kerken is: doe het niet. Er zitten risico’s aan’, zei De Jonge. ‘Maar we gaan daarover wel op een normale manier in gesprek.’ Ook wordt er nog meer onderzoek gedaan naar de risico’s van zingen. De medici die het kabinet adviseren, gaan ervan uit dat door zingen het virus zich gemakkelijker verspreidt – en anderhalvemeterafstand tussen mensen dan niet voldoende is.

Er is discussie over wat het Outbreak Management Team precies bedoelt met ‘geforceerd zingen in groepsverband’. SGP’er Kees van der Staaij ziet daarmee niet per se kerkzang getypeerd en wil graag ruimte houden voor maatwerk, als kerken bijvoorbeeld ingetogen willen zingen. Omdat het kabinet sprak van een ‘verbod op geforceerd zingen’, vreesde hij dat er in kerken op gecontroleerd zou gaan worden. Maar dat gebeurt dus niet.” (ND 26.06.2020)

Zondag of niet, we hebben twee soorten politie in Nederland, neutraal en niet-neutraal. De eerste variant is die van “het blauw op straat” of het meer zwart geklede bij de ordehandhaving in bijzonderder omstandigheden. Net zo gewoon zijn die politiesectoren die in het bijzonder werkzaam zijn in een bepaald deel van de maatschappij zoals de spoorwegpolitie, de vreemdelingenpolitie, de verkeerspolitie, de rivierpolitie of de veldpolitie. Dat wil zeggen, die laatste bestond vroeger en soms klinkt de roep om een terugkeer van deze speciale afdeling die bijvoorbeeld op stropers jaagt.

De veldpolitie brengt ons in de nabijheid van de Animal Cops, een aparte dierenpolitie die door toedoen van Dion Graus van de PVV in het regeerakkoord van Rutte-I werd opgenomen. Niet iedere parlementariër nam dat serieus en dat bleek uit begrippen als caviapolitie of puppypolitie uit de mond van tegenstanders van die Animal Cops. In caviapolitie heeft -politie de niet-neutrale betekenis van ‘ongewenste toezichthouder’ net als in kattenpolitie en muizenpolitie. Taalpolitie en gedachtepolitie waren in de Tweede Kamer de vervoerders van even afgeserveerde voorstellen.
Dat andere politie – dit tweede lid van een samenstelling met negatief beoordeelde inhoud komt nog wel een keer in Van Dale – is typisch iets van kort na 2000. André Rouvoet (ChristenUnie) zei bijvoorbeeld in 2002: “De onderwijsinspectie moet geen onderwijspolitie worden, laat staan een godsdienstpolitie.” Die variant kent en gebruikt Mark Rutte ook. Als oppositieleider van de VVD verweet hij Balkenende milieuregels in te voeren (nota bene, spáarlampen) en hij vatte in 2007 Balkenende-IV samen op deze manier: “Dit is een kabinet dat heel veel zaken micro regelt, niet de hoofdthema’s aanpakt maar het gebrek aan daadkracht toedenkt met allemaal kleine leuke plannetjes die ook weer leiden tot betutteling op allerlei terreinen, van de winkeltijden tot en met die spaarlampenpolitie.”
Landbouwminister Verburg verklaarde zich in 2008 tegen maatregelen die gezonde en diervriendelijke voeding zouden moeten bevorderen. Waarom? Anders krijgen wij een keukenpolitie.

De term -politie als afgeserveerd onderwerp voor controle van de zijde van de overheid kwam woensdag dus ter tafel door Kees van der Staaij die geen decibel-waarnemers in de kerken wenste. Geen psalmpolitie. Eerder in deze kabinetsperiode was de koranpolitie al buiten de deur gehouden.

Die pet past ons allemaal
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Van een mug, een olifant en een verdwenen kanon

Geert Wilders sprak over de anderhalvemetersamenleving in termen van dictatuur en terreur, vandaag in het coronadebat (25.06.2020). Toen premier Rutte dat tot tweemaal toe “relativerende opmerkingen” van de heer Wilders noemde, zocht deze naar woorden om zijn eigen uitingen kracht bij te zetten. Hij vond dat de premier met een olifant op een mug schiet.

In het parlementaire woordenboek Dat gezegd hebbend…. komt de verminkte uitdrukking van het schieten met een kanon, van die muggen en olifanten in twee stukjes voor. Dit staat er onder het trefwoord Kanon:

Dat gezegd hebbend… (Assen 2018:168)

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De minister als sluipmoordenaar: kan dat?

De omschrijving in Van Dale luidt: “iem. die een sluipmoord pleegt” bij het trefwoord sluipmoordenaar. Gelukkig werd er vandaag bij het Kamerdebat niet naar Het Woordenboek gegrepen want dan was de plenaire zaal misschien wel te klein geweest. Iemand die een sluipmoord pleegt, de minister! En, aangifte gedaan?

Thierry Baudet (FvD) 18.06.2020

Thierry Baudet (FvD) begon zijn bijdrage in het Stikstofdebat aldus (volgens de ongecorrigeerde Handelingen): “Daar zit ze, de sluipmoordenaar van de agrarische sector.” Voorzitter Arib moest even slikken en onderbrak de Fvd-woordvoerder: “U gaat toch niet de minister een sluipmoordenaar noemen? (…) Nee, dat kan niet! Neem het terug. Dit kan echt niet. Dit gaat te ver!”

Wat te doen: Arib vs Baudet 18.06.2020

Baudet nam het niet terug en nam kennis van de mening van de voorzitter dat dit stuitend was en niet kon, de minister een sluipmoordenaar noemen.
Ze kreeg bijval van enkele Kamerleden, William Moorlag (PvdA) wilde een schorsing voor overleg met collega’s en kreeg daarvoor steun. Prima, aldus Baudet. Maar Frank Futselaar (SP) voorkwam dat: “Een kind dat voortdurend om aandacht schreeuwt, moet je niet belonen met die aandacht. Wat mij betreft gaan we gewoon door.” Dat vond Baudet ook prima en toen Esther Ouwehand zich bij Futselaar aansloot, ging het debat door en Baudet maakte een passieve constructie van zijn eerdere opening: “Er wordt een sluipmoord op de agrarische sector uitgevoerd, en de …”
De voorzitter:
Nee, nee, nee. De vraag is: neemt u dat woord terug? Want uw uitspraak was gericht op de minister als persoon, als minister, als mens. Als u dat niet terugneemt …

De heer Baudet (FvD):
Nee, ik neem dat niet terug.

De voorzitter:
Dat vind ik dan ontzettend jammer. Ik vind dat gewoon schofferend, in het parlement, maar ook naar de minister toe.”

De gebeurtenis kreeg buitengewoon veel aandacht in de media vandaag.
Wie nazocht wat er gewoon is in het Nederlands, ontdekt allereerst hoe vaak het woord bijvoorbeeld alleen al deze maand in kranten gebruikt is. Het Jakobskruiskruid wordt sluipmoordenaar genoemd, corona, verzilting, de ziekte van Kahler, fysieke klachten (door geestelijk leed), hitte, onzinnige zorg, droogte, stikstof, koolmonoxide. Van alles, maar niet een persoon: een eerste zoeken in geschreven media wijst erop dat we de moordenaar in dit geval niet als een persoon moeten zien maar als een personificatie van iets.

Dat heeft mevrouw Arib vast niet geweten, net zo min als de aanwezige Kamerleden, Thierry Baudet incluis. Hij immers verwees met de gewraakte term wel degelijk naar een persoon, minister Schouten.

Wat zei die later, in haar termijn?
“Ik heb geleerd dat juist in dit huis woorden ertoe doen. Woorden hebben impact. Woorden hebben effect. Ik betrek het altijd maar op mijzelf. Voor mij is het belangrijk dat ik weet, me realiseer, dat wat ik zeg niet heel betekenisloos is, integendeel. Ik denk dat dat gewoon voor iedereen in deze Kamer zou moeten gelden.

De heer Baudet (FvD):
Daar ben ik mij zeer van bewust. Daarom heb ik ook niet teruggenomen dat ik de minister een sluipmoordenaar van de agrarische sector heb genoemd.”

Dat was waar, de heer Baudet had niet teruggenomen, maar hij had zijn openingszin wél vervangen door eentje van de lijdende vorm. Dat kwam nogal wat dichter bij die hedendaagse gewoontes van het Nederlands dan de aanvankelijke ouverture: sluipmoordenaars zijn dingen, geen mensen.

Aanvulling 19.06.2020: In het debat over het intrekken van de Wet raadgevend referendum (20.02.2018) gaf Baudet de nu gewraakte kwalificatie zonder problemen aan een andere vrouwelijke minister: “De sluipmoordenaar van de democratie. Kajsa Ollongren.” Hij verwees in latere debatten daar enkele malen naar terug.

Vooral VVD-woordvoerders kunnen spreken van de sluipmoordenaars van de koopkracht (in de sfeer van andere lasten of inflatie).

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Goh! en jee! Verrassing en schrik: een tweedeling in de Tweede Kamer

Of het nu jip-en-janneketaal is, maar afgaande op een aantal steekproefjes, lijkt de VVD de grootste gebruiker van tussenwerpsels aan het Binnenhof, met D66 als goede tweede. Volgens het Algemeen Nederlands Woordenboek is de historie van jip-en-janneketaal als volgt: “VVD-lid Bas Eenhoorn gebruikte de term in 2002 in de aanloop naar de verkiezingen en maakte die bij het grote publiek bekend, maar de term was eind jaren tachtig al eens gebruikt door Peter Zuydgeest, persvoorlichter bij de gemeente Voorburg.”
Het lastige van Peter Zuydgeest is zijn achterneef, naam- en vakgenoot Peter Zuijdgeest – maar wie van beiden nu precies de communicatie-adviseur was van Anouchka van Miltenburg? (Zij was Kamervoorzitter, maar houdt zich na haar vertrek buiten de publiciteit.) Bas Eenhoorn heeft een eigen website, waaruit af te leiden is dat hij VVD-voorzitter was toen hij de term jip-en-janneketaal lanceerde.

Hoe dan ook, jip-en-janneketaal wijst langs diverse lijnen naar de VVD én ik meen dat deze partij afgaande op de tussenwerpsels het meest spreektalig klinkt in de Tweede Kamer. Zie bijvoorbeeld de uitkomst van het voorkomen van uitroepen als joh! en jonges! *) Kijken we naar het aantal malen goh! in de ongecorrigeerde Handelingen van 2019, dan wordt het klassement aangevoerd door de VVD (17x), gevolgd door D66 (14x) en GroenLinks (11x). De ene woordvoerder is losser dan de andere. Premier Rutte draagt in zijn eentje belangrijk bij aan het goh-gebruik (en vergeet Klaas Dijkhoff in dit opzicht niet), zoals minister Van Engelshoven de score van D66 in opwaartse richting stuwt. Vroeger was Pechtold een belangrijk tussenwerpsel-gebruiker. Bram van Ojik is een GroenLinks-Kamerlid met veel uitroepend Nederlands.

Van Dale onthult geen geheim als het schrijft dat goh! een “vervorming van God” is. Nu ja, vervorming, het lijkt het begin van dat woord. God, Jezus en Christus zijn in enige vorm in allerlei interjecties terug te vinden. Het moet daar mee te maken hebben, dat we géen woordvoerder van de SGP in de Handelingen vinden die goh zou hebben gezegd en hetzelfde geldt voor de ChristenUnie.
Verbazingwekkender is dat er in 2019 wél CDA-woordvoerders in de Kamer geweest zijn die “goh” gezegd moeten hebben, Chris van Dam zelfs tweemaal. Naast hem betreft het René Peters, Jaco Geurts, Michel Rog en Martijn van Helvert. Het verbazendst is het voorkomen in deze opsomming van Jaco Geurts met zijn worteling in de Biblebelt.

Minder gebruikelijk maar desondanks goed mogelijk in het Binnenhofs, is de aanduiding “Jee”. In 2019 staat het 17x in de plenaire verslagen. Jee! is als uitroep een afslijting van de eigennaam Jezus, het is het begin zoals goh! van God. Soms klinkt het als “jees” of “tjees” maar dat zal in de Handelingen niet vindbaar zijn. Jee!-zeggen is kennelijk geen probleem, ook niet uit de mond van premier Rutte: hij draagt bij aan de winnende score van de VVD (6 stuks).
Het CDA heeft met minister Hugo de Jonge een woordvoerder die in 2019 zelfs tweemaal “jee” zei, Pieter Omtzigt eenmaal. Uiteraard komt Jee! niet in het vocabulaire van ChristenUnie en SGP voor, althans niet in het openbaar van de plenaire zaal.

Jee is vaak onderdeel van “o jee!” en drukt dan een vorm van schrik uit, al dan niet gespeelde schrik. Goh is een uiting van verrassing, maar ook hier kan de context (of de expressie van de spreker) duidelijk maken dat het theater is.

*) Tussenwerpsels keren hier nu en dan terug, kijk bijvoorbeeld in dit stuk (onder meer over jeetje) of dit (over gut, gut-gut).

Aanvulling 26.06.2020: Minister De Jonge (VWS) kreeg een vraag uit zijn verwante CDA-fractie omtrent de begrijpelijkheid van een bepaald zorgvoorschrift (gegeven het feit dat 70% van de Nederlanders maximaal mbo-niveau heeft, aldus Joba van den Berg): “Ik ga gewoon (de sr) boodschap overbrengen aan het RIVM en ze vragen of ze even een nijntjeversie zouden kunnen maken van een vrij doorwrocht handelingsadvies.” (Binnen dit betreffende coronadebat van 25 juni 2020 was de houding van minister De Jonge tegenover de hoogleraren in Nederland niet minder los. Op een vraag van Lodewijk Asscher (PvdA): “Wees er gerust op, wij zullen ook deze hoogleraren, en dan hebben we denk ik alle hoogleraren van Nederland gehad, erbij betrekken.” Asscher stond stil bij de zogeheten in-action review naar het corona-beleid en een brief daarover van vier hoogleraren. De Jonge: “Op eigenlijk alle terreinen maken we gebruik van een enorme bos adviseurs. Er is bijna geen hoogleraar meer in Nederland …” Let in dit verband op de hoeveelheidsaanduider bos, betrekking hebbende op personen, adviseurs.)

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Respiratoir en hygiëne tijdens corona: En français s’il vous plaît

In de kast staan drie uitspraakwoordenboeken. Helpen die bij de vraag, hoe bijvoeglijk naamwoorden als illusoir, inflatoir en provisoir gezegd (moeten) worden in het Nederlands? Vast: ze bestaan alle drie al een jaar of 20 of dateren zelfs van een halve eeuw geleden en ze zijn door de kritiek niet weggemaaid, twee hebben zelfs meerdere drukken gehaald. Dat laatste geldt niet voor het actueelste van de drie, het Uitspraakwoordenboek van Josée Heemskerk en Wim Zonneveld uit 2000. Nog altijd te koop en wel voor een kleine 70 euro, maar het bevat dan ook ruim 800 bladzijden. De uitgave kwam tot stand met medewerking van de Nederlandse Taaluinie (sic!), het is dus een boek waar zowel gezag aan toegekend kan worden als waar de menselijke maat niet ontbreekt. Het is ondanks de Taalunie een Nederlandser boek dan de andere twee met hun duidelijker wortels in Vlaanderen. Juist voor de uitspraak van die Franse woorden zullen Vlaanderen en Nederland uiteenlopen. Bovendien zijn die laatste twee duidelijk ouder.

Het gebruikte boek

Het rijtje woorden dat ik in Heemskerk-Zonneveld vond bestaat uit accessoir, inflatoir, illusoir, notoir, obligatoir, preparatoir, provisoir en suppletoir. Er stonden nog een paar op het zoeklijstje, maar die hebben het Uitspraakwoordenboek niet gehaald; ze zullen in de opvatting van de samenstellers gevallen hebben buiten wat zij noemen “de normale dagelijkse conversatie” (blz. 7). Corona was nog ver weg, respiratoir staat er niet in.

Variatie is de opvallendste uitkomst tussen dat wat er vindbaar is: tegenover acceswaar, illuzwaar en suppleetwaar staan inflatoor en preparatoor. Bij obligatoir en provisoir bieden Heemskerk en Zonneveld twee keuzes, dus zowel die op “-waar” als op “-oor”. Noemen we die achtereenvolgens de Franse en de Nederlandse manier van zeggen, dan is het logisch om te veronderstellen dat obligatoor en provizoor aan de winnende hand zijn. Heemskerk en Zonneveld geven beide varianten, maar er was in elk geval éen leraar Nederlands die notoir al voor 1970 als notoor liet uitspreken: die van mij op de middelbare school.

Misschien is het daarom, dat meer dan een halve eeuw nadien de respiratware aandoeningen uit de mond van minister De Jonge (VWS) mij iedere keer opvallen en ze vallen váak. Jonges, denk ik dan terwijl ik ieder graag zijn vrijheid van meningsuiting gun, ook aan de medici van wie de minister deze realisering allicht heeft overgenomen. En toch, joh, doe nou gewoon. Luchtwegklachten zijn toch in bredere kring verstaanbaar en dus ook prima? Nu ja prima, even vervelend en bedreigend voor wie met Covid-19 te maken krijgt.

Die aandoeningen kwamen de voorbije maanden als gevolg van Covid-19 talloze malen langs, net als de hygiënemaatregelen van het frequent en lang genoeg je handen wassen en in je elleboog niesen. Niesen doet premier Rutte net als een minderheid in Nederland (de overgrote meerderheid zegt en schrijft niezen) en hij spreekt de voorlaatste klinker van hygiëne net als iedereen uit op z’n Frans: “hygiejène” en niet “hygiejeene”. Datzelfde geldt dus ook voor de minister van VWS en dat is verbazend.
We kregen ooit een minister met Milieuhygiëne in zijn portefeuille. Milieu-hygiëne! Hij was lid van het kabinet-Biesheuvel, Louis Stuijt in 1971. De term Milieuhygiëne verloor later z’n tweede lid en leefde voort onder de korte aanduiding Milieu. Maar toen Stuijt minister werd, gebruikte iedereen nog het langere woord en sprak dus van “milieuhygiejène”. Hygiëne werd gewoner en verloor mettertijd z’n Franse uitspraak: kijk in dat boek van Heemskerk-Zonneveld en lees fonetisch weergegeven “hygiejeene”.

Stukje Biesheuvel: Stuijt achter Schmelzer

En ziedaar, hebben we corona, moeten we allemaal onze handen stukwassen omwille van de hygiejène en gaat het opeens om die extra kwetsbare groep met respiratware aandoeningen. Hoezeer de betekenis van het Frans bij ons in de afgelopen halve eeuw ook mag zijn verminderd, plotseling ontlenen belangrijke mensen uit de corona-sfeer de uitspraak van enkele wezenlijke termen weer aan die taal.

Kan het zijn dat de Franse realisering meer opvalt, dus zwaarder van gewicht is en daarom meer gezag uitstraalt? Vreemde uitspraak dwingt? Vandaar dat niesen! Voor sommige Kamervoorzitters heeft “coem soewies” als uitspaak voor cum suis (c.s.) meer dan “cee-ès”. En op de enorme Binnenhofse voorliefde voor etcetera (en nog meer etcetera etcetera) boven enzovoort heb ik hier al té vaak gewezen. Kijk via het zoekblokje in de rechter kolom.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen