Oogharen

Tegen het einde van de Algemene en Politieke Beschouwingen gebruikte de minister-president de uitdrukking met oogharen op een bijzondere manier (22.09.2016): hoe, dat komt verderop, eerst een stukje talige historie.

Waarschijnlijk is de handeling van het kijken door de oogharen in de eerste plaats een bezigheid in artistieke sfeer. Een schilder of tekenaar tuurt langs penseel en potlood (of een fotograaf doet het) om essentiële dingen in het vizier te krijgen en daar details voor op te offeren. Zó was het gebruik in de midden jaren ’90, maar er kondigt zich dan ook een nieuwer gebruik aan waarin het om fantasie draait. Het heeft vooral plaats in de sfeer van de architectuur en de planologie. “Als je door je oogharen kijkt, zie je de boten dobberen in de havens, zijn er terrasjes op de kades en groene gebieden waar je doorheen kunt wandelen”, kan een wethouder van Buitenruimte zeggen bij de presentatie van plannen. En een museumdirectrice beloofde na de opening van een nieuw onderkomen aan de bezoekers de mogelijkheid om “door je oogharen heen naar andere tijden en andere werelden te kijken”.

De minister-president kent de uitdrukking en hij bedient zich er van. De vraag is: in welke betekenis, is het die eerdere van de visuele kunst (“zonder te focussen op de details” zoals Van Dale zegt) of de afgeleide juist met de ogen dicht, het voorstellingsvermogen?

Het antwoord is eenduidig, Rutte heeft het (MP-gesprek 10.07.2015) over “de eerste taxatie door de oogharen kijkend“, en hetzelfde is het geval bij een blik op voorstellen van collega Cameron “als je even door je oogharen keek” (08.01.2016).

In de Alg. Pol. Besch. van 2014 dook in de taal van Rutte opeens het woord rietje naast en waarschijnlijk als tegenhanger op van de uitdrukking met oogharen: “Als je door het rietje alleen naar de eerste schijf kijkt, heeft de heer Roemer gelijk” en met een vergrotende trap: “De heer Roemer kijkt op dit punt niet door een rietje, maar wel door een buisje.” Op de PC van 1 juli 2016 blijkt het echt ‘zich volledig concentreren, zich richten op’ te betekenen als het gaat over een denkbeeldige adviescommissie waarin Rutte zitting zou nemen: “Dan gaan we door een rietje naar dat ene probleem zitten kijken”.

Maar nu die Alg. Pol. Besch. van 2016, waarin de premier bij de behandeling van de moties zich ineens literair uitte door te spreken van “door de oogharen luisterend naar het debat”. Dat is waar tijdens de literaire analyse het begrip synesthesie bij van pas komt: de zintuigelijke waarneming langs twee manieren bij elkaar gebracht, luisteren via de ogen.

P.S. De uitdrukking met oogharen is zeker ook gebruik in de pre-Ruttiaanse periode en was Kamerbreed gangbaar. Minister Melkert in 1998 (“Welke formule je ook neemt, ieder jaar zal de Kamer weer van de regering vragen wat zij denkt dat er in het vat zit voor de Nederlanders, als zij door de oogharen kijkt naar de maatregelen voor het volgend jaar.”); minister Zalm “zo door de oogharen heenkijkend” (1998); minister Borst “als ik het even door de oogharen bekijk, dan is dat met 5 miljoen wel mooi” (1999); minister-president Kok in 2000: “Nou hebben wij eens een beetje door onze oogharen heen gekeken en vastgesteld dat (…)”.

Staatssecretaris Van Rijn uit Rutte-II is momenteel vermoedelijk de frequentste gebruiker van de uitdrukking van de kant van het kabinet, in Bas van ’t Woud (VVD) heeft hij in dat opzicht zijn compagnon in de Tweede Kamer.

Aanvulling 25.04.2020: Premier Rutte heeft het tegenwoordig in de coronacrisis weer geregeld over de oogharen. (Staatssecretaris Van Rijn is inmiddels minister in Rutte-III.)
In de Süddeutsche Zeitung van 25/26.04.2020 wordt de van tv-optredens bekende viroloog Christian Drosten geïnterviewd. Voor Pasen leek aangetoond door een onderzoek in Heinsberg aan de Nederlandse grens met Limburg, hoe hoog de immuniteit onder de inwoners daar zou zijn. Dat corrigeert Drosten met een Duitse variant op de oogharen: “Im Moment heißt dieser Konsens aus den Studien, zu denen wir Manuskripte haben: Mit zwei zugekniffenen Augen bewegen wir uns hinsichtlich der Immunität vielleicht im niedrig einstelligen Prozentbereich der Bevölkerung.”

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Taal van Rutte met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.