Onwaarschijnlijk veel gevallen (i)

Het woord – of liever het gebruik van het woord – viel me pas op bij de Algemene Politieke Beschouwingen en de Regeringsverklaring van Rutte-III in de Tweede Kamer. De premier zei toen over de Brexit: “Mijn opvatting is daadwerkelijk dat Engeland of Groot-Brittannië een onwaarschijnlijk fout besluit heeft genomen. Zij verlaten nu de Europese Unie.” In hetzelfde debat noemde hij het eerder “van een onwaarschijnlijk groot historisch belang” dat we vanuit een gemeenschappelijke set van waarden met elkaar samenwerken binnen de Europese Unie.

Onwaarschijnlijk wordt hier in een functie gebruikt die Van Dale nog moet registreren, namelijk als bijwoord, preciezer gezegd: bijwoord van graad. Onwaarschijnlijk betekende oorspronkelijk natuurlijk ‘niet waarschijnlijk’ maar het heeft een versterkende betekenis als het betrekking heeft op een bijvoeglijk naamwoord. In de twee voorbeelden van Rutte betrof de versterking dus fout en groot. Dat stiekeme slaan met de vuist is iets waar politici onbeschaamd verzot op zijn, onfatsoenlijk gek op, ontiegelijk verrukt van want ze gebruiken die versterkende bijwoorden onmatig veel, onmenselijk vaak, ontstellend frequent.

Telkens hebben we hier een voorbeeld van een vorm van nadruk die we in die voorbeelden van Mark Rutte (onwaarschijnlijk fout, onwaarschijnlijk groot) ook zien: een bijwoord van een ontkennende soort wordt blijkbaar graag als uitroepteken benut. Maar Rutte is niet de enige die dat in de Tweede Kamer doet, hij wordt in dit opzicht vele malen overvleugeld door het D66-lid Sjoerdsma. Die is bij de kabinetsformatie gewoon in het parlement achtergebleven en werd niet uitgenodigd om deelgenoot te worden van zijn naamverwanten Halbe Zijlstra en Wopke Hoekstra. Sjoerd Sjoerdsma zei eerder bijvoorbeeld:

  • Oekraïne werkt op onwaarschijnlijk veel terreinen mee met onderzoeken en het overdragen van verantwoordelijkheden.
  • daar ben ik het gedeeltelijk mee eens, want we doen onwaarschijnlijk veel
  • Dat was een onwaarschijnlijk lang verhaal, maar ik vind het wel goed dat collega Ten Broeke een en ander even rechtzet
  • Volgens mij is er volgend jaar minder geld beschikbaar dan dit jaar en is het geld onwaarschijnlijk hard nodig
  • iets wat ik onwaarschijnlijk belangrijk vind

Sjoerd Sjoerdsma (website TK, november 2017)

 

 

 

 

 

 

In de tijd vanaf september 2016 tot aan die Regeringsverklaring van 1 november 2017 waren het verder alleen maar twee vertegenwoordigers van Groenlinks die hetzelfde geluid lieten horen. Het betrof Liesbeth van Tongeren (“Ik zou er onwaarschijnlijk veel voor over hebben om president Trump van gedachten te doen veranderen”) en Rik Grashoff (“hoe komt het dat Europa, overall eigenlijk de tweede defensie-investeerder in de wereld, zo’n onwaarschijnlijk zwakke militaire kracht heeft?”). En eergisteren voegde Rudmer Heerema van de VVD zich erbij met de uitspraak: “We hebben veel hoogbegaafden, jonge ondernemers en zelfs onwaarschijnlijk veel internationale topmodellen.”

Laten we hier maandag even verder naar kijken.

 

 

About Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord).
Publicaties staan onder het kopje C.V.

This entry was posted in PARLEVINKEN, Rijp voor opname (Van Dale), Taal van Rutte. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *