Namen noemen we… (viii): buitenlandse invloed

Niet verbazingwekkend is de constatering dat er in buitenlandse talen andere regels gelden dan in het Nederlands. Hebben wij in het Nederlands een vrij strikt verbod op een familienaam als eerste lid van een compositie (Hillen-regeling is een voorbeeld van iets tegen onze regels, zie de vorige bijdrage), buitenlands aandoende voorbeelden zijn er in de Handelingen van de TK-2017 echt wel te vinden.

Volgens de fractievoorzitter van FvD zijn er ten opzichte van het onderwerp-Europa twee smaken. Baudet zei in de Tweede Kamer: je bent voor een Brexit of je steunt de Macron-Merkeltandem. Nederlandse waarden worden er misschien niet door bedreigd, maar een woord als Macron-Merkeltandem is structureel gezien ongebruikelijk in het ABN. Martin Bosma (PVV) sprak van de “Soros-/Merkelagenda van omvolking en islamisering” – idem dito, zei men in het Latijn.

Danai van Weerdenburg (PVV) sprak  in de Tweede Kamer in het kader van het internationale handelsverdrag TTIP. Ze verwees naar het Amerika onder de Obama-administratie. Dat is even on-Nederlands als andere samenstellingen die beginnen met een familienaam, want een Rutte-adminstratie kennen we nog niet.

Die composita – de enige van deze soort die ik in de Handelingen van 2017 kon vinden – zijn buitenlandse sporen in het Nederlands waar er zoveel van zijn – en wie zou zoiets willen verbieden. Sjoerd Sjoerdsma (D66) spreekt over het buitenland en stelt een dubbele vraag aan de minister: “Eén: zal hij alles op alles zetten om de sancties in stand te houden, zolang de Minsk-akkoorden niet volledig zijn uitgevoerd? En twee: wat vindt hij van de Magnitsky-acts, die nu in sommige landen, ook in Europese landen, worden ingesteld?” Aan Magnitsky-acts laat Sjoerdsma zien dat het Engels is, bij Minsk-akkoorden niet anders waren het bijvoorbeeld wel agreements geweest. Joël Voordewind (CU) zei: “Nederland zou verantwoordelijk zijn voor de dood van 8.000 Srebrenica-mannen”.

Nu is Magnitsky een persoonsnaam (Sergej Magnitsky was een Russische advocaat die onderzoek deed naar corruptie, zelf gearresteerd werd en in 2009 na bijna een jaar in zijn cel overleed), maar Minsk is als de hoofdstad van Wit-Rusland een geografische eigennaam net als Srebrenica. Kunnen die gemakkelijker als eerste deel van een Nederlandse samenstelling fungeren? Iets als Wageningen Universiteit mag het tegendeel suggereren, het tegendeel is het geval. Wageningen Universiteit is de een-op-eenvertaling van Wageningen University, vandaar dat het ook als twee woorden geschreven wordt – het blijft een vreemde eend, maar in het Nederlands zouden we zo’n compositum eerder als Wageningenuniversiteit noteren.

Minister Kaag (internationaal gelouterd en dat klinkt inmiddels wat in haar moedertaal door) zei: “De bekende Princeton-econoom Dani Rodrik was laatst in Nederland (…)”. Dat is nog geen gangbaar Nederlands, zoals dat ook niet het geval zou zijn wanneer iemand van een Rotterdam-econoom, een Utrecht-veearts of een Leiden-arabist zou spreken. Een VU-econoom is een ander en veel acceptabeler geval: kennelijk accepteren we zo’n samenstelling als deze begint met een universitaire naam wel, behalve als deze toevallig ook een plaatsnaam is. Princeton is een stad in New Jersey.

PRINCETON UNIVERSITY

Is het bij landennamen anders? Pieter Omtzigt had het over een Turkije-rapporteur, Alexander Pechtold sprak geregeld van de Turkije-afspraak die Malik Azmani (VVD) telkens Turkije-agreement noemde, Kees Verhoeven (D66) EU-Turkije-afspraken. Het is een logische veronderstelling dat landennamen in het Nederlands dezelfde behandeling krijgen als plaatsnamen. Maar als gevolg van onze internationale contacten en dus beïnvloeding beginnen we daar soepeler mee om te gaan in het Nederland-Parlement.

Voor wie een andere indruk mocht krijgen nog even benadrukken: het is uiteraard ieders vrijheid van (menings)uiting om de hier on-Nederlands genoemde woorden te gebruiken. Als dat genoeg gebeurt, is Nederlands geworden wat voorheen fout gerekend werd. Wat vandaag correct gevonden wordt, hoeft dat morgen niet meer te zijn.

About Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
This entry was posted in PARLEVINKEN. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *