De term “nabrander” en de dood van Frans Andriessen

De term nabrander staat voor het eerst opgetekend in de Handelingen van de Tweede Kamer van 30 november 1911 en betreft dan de oorspronkelijke, militaire betekenis. Het viel bij een debat over een ongeval op Hr. Ms. Hertog Hendrik. Kolonel Joor Verheij las het rapport daarover: “Ik heb daaruit opgemaakt, dat het ongeval te wijten was aan een nabrander. Bij het gelijktijdig afgaan van het schot van het nabijzijnd kanon van 24 c.M. bemerkte de wigman, d. i de man die de wig behandelt, niet, dat de patroon weigerde, en in stede van te wachten, zooals dat dan is voorgeschreven, heeft hij werktuigelijk met de hand den tuimelaar buiten werking gesteld, toen het sluitstuk geopend, waarna de patroon bij geheel geopend sluitstuk ontbrand is.”

Van de militaire betekenis is alleen het figuurlijke aspect nog over als Ruud Nijhof (DS70) de eerste is die het weer gebruikt, afgaande op de verslagen. Op 4 maart 1980 spreekt hij over de Arbeidsvoorwaarden en zegt dan: “Andriessen heeft ook deze ombuigingen (m.b.t. Gemeente- en Provinciefonds SR) als ten dele niet hard gekwalificeerd in zijn exit-brief. Wordt bij de maatregelen ten aanzien van de vrije beroepsbeoefenaren gedacht aan een versneld bereiken van de zogenaamde norminkomens? Uit mijn kritiek, ten dele eerder geuit bij het exit-debat volgt dat ik de visie van Andriessen goeddeels onderschrijf, zij het dat ik toen zijn kritiek als een nabrander ten opzichte van het beleid zoals dat te vinden is in de Miljoenennota 1980 heb gekenmerkt.” Minister van Financiën Frans Andriessen (deze week overleden) trad af op 22 februari 1980 en liet daarbij in de vorm van een vertrekbrief een bommetje achter dat later tot ontploffing kwam. Door toedoen van Ruud Nijhof is nabrander aan een nieuwe toekomst begonnen, bijna 60 jaar na het vorige gebruik.

Ruud Nijhof (Google-afbeeldingen)

Zelf draagt Nijhof daaraan bij op 7 oktober van hetzelfde jaar 1980 tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen door in hetzelfde verband met het aftreden van Andriessen te zeggen: “Met de Miljoenennota 1980 werd het Bestekbeleid definitief onderuit gehaald dank zij de heer Lubbers; als nabrander volgde het vertrek van de heer Andriessen.”

Nadat mensen als Henk Couprie CDA, minister Van den Broek, minister Kok en Flip Buurmeijer (PvdA) het woord ook gebruikt hebben, is het Frans Weisglas (VVD) die nabrander op 24 september 1992 voor het eerst z’n procedurele betekenis geeft die tegenwoordig gangbaar is aan het Binnenhof. Weisglas richt zich tot Ina Brouwer (GroenLinks) die aan het woord is en benut haar spreekbeurt om iets aan het kabinet te suggereren: “Mag ik dit als nabrander aan de regering vragen?” (De voorzitter: Nee, want u hebt uw termijn reeds gehad. U kunt niet buiten de twee minuten om.)

Presidium TK (actuele website TK: bij de klok, niet bij de tijd)

Tegenwoordig is het begrip nabrander niet alleen procedureel van inhoud maar zelfs specifiek bedoeld voor binnen het mondelinge debat – ik associeer het allereerst met een voorzitter als Anouchka van Miltenburg maar dat is misschien onterecht. Van haar hoorde ik het waarschijnlijk het eerst bewust en meer dan eens. Vooral de voorzitter (m/v maar meer v) speelt met dat woord óf hij/zij krijgt het van deelnemers (m/v en het meest v) aan het debat te horen. In 2019 kwam het tot dusver 7x voor en we hebben pas éen kwartaal achter de rug:

• Vera Bergkamp (D66): “Ik heb nog even een nabrander over een heel concreet punt: de overgangsperiode.”

• De voorzitter: U bent net geweest, mevrouw Kuiken. Of heeft u een briljant voorstel?
Attje Kuiken (PvdA): “Nou, een briljante nabrander. Ik ga ervan uit dat die brief er gewoon woensdag is.”

• Minister Dekker (Rechtsbescherming): “Ik heb zelf nog één korte nabrander. Die is meer van technische aard,(…).”

• De voorzitter (t.w. Vera Bergkamp): “Er is nog een nabrander van mevrouw Bromet.”

• Vera Bergkamp (D66): “Even een nabrander over de bemiddeling.”

• De voorzitter (Arib): “Een korte vraag, mevrouw Buitenweg. Zo te zien heeft u een nabrander.”

• Kathalijne Buitenweg (GroenLinks): “Ja, zeker. Het was eigenlijk een nabrander voor de minister van Justitie en Veiligheid. Mag ik toch nog snel iets tegen hem zeggen?” (De voorzitter: Ja hoor.)

Aanvulling 30 maart 2019. Vera Bergkamp, derde van rechts op de foto van het presidium, reageerde via Twitter: “Dank! Interessant. Ik kende deze achtergrond/geschiedenis niet. Ik gebruik het soms als ‘haakje’ om ergens op terug te komen.”

About Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.