Je zorgen maken: de inflatie van de betekenis

De Tweede Kamer vergaderde in de eerste helft van 2020 beduidend minder dan normaal (wegens corona). Als de uitdrukking “zich zorgen maken” desondanks ergens tussen de 100 en 200 maal in de Handelingen van die periode staat, weten we dat het niet een al te zware betekenis kan hebben.

Neem de laatste twee gevallen in dit tijdvak van een half jaar, uit de mond van Kamerleden op 2 juli j.l.:

• “Goed dat in deze commissie verschillende mensen zich zorgen maken over de situatie van De Hoenderloo Groep en het Hoenderloo College.” (Lisa Westerveld, GroenLinks)

• “()…) dat ik mij natuurlijk ook zorgen maak over het vertrouwen in het Donorregister als er allerlei gegevens weg raken. (Pia Dijkstra, D66)”

Wat zien we een eind terug in de parlementaire geschiedenis, kijkend vanaf 1950 in diezelfde Handelingen?
Om te beginnen is de frequentie dan véel en veel geringer. Dat wijst op en spoort met wat we zien aan het concrete gebruik: je zorgen maken stelde 70 jaar geleden in het Nederlands van het Binnenhof meer voor dan nu. Het ging over belangrijke, aanvankelijk vooral financiële zaken zoals de vaderlandse betalingsbalans. De atoomwapens waren een ander vroeg voorbeeld van bezorgdheid die met deze uitdrukking onder woorden gebracht werd en dat is toch van een andere orde dan bijvoorbeeld een instelling voor speciaal onderwijs op de Veluwe. (Natuurlijk met alle respect voor De Hoenderloo Groep en het Hoenderloo College, mevrouw de voorzitter…)

De vijfde betekenis die Van Dale bevat (geen meervoud staat er ten onrechte bij) heeft de omschrijving gekregen “bekommering, vrees dat iets verkeerd zal uitkomen of aflopen, dat een ongeluk zal treffen” en dat lijkt hier van toepassing, althans in de lezing van een halve eeuw geleden.
De inflatie van de betekenis ging gepaard met begeleidende taal die aan de uitdrukking werd toegekend, vooral in de vorm van een bijwoord (of bijwoordelijke groep): niet al te veel, bepaald wel, serieus, nogal, wel degelijk (+ je zorgen maken). Er bleek gaandeweg dus ook iets afgedaan te kunnen worden, maar vooral in de jaren ‘90 van de vorige eeuw werd taal genotuleerd als “geweldige”, “zeer grote”, “de grootst mogelijke”, “buitengewoon grote” (+ je zorgen maken). Uit dezelfde jaren begeleiden bijwoorden als “steeds meer”, “verschrikkelijk”, “vreselijk” en “fors” deze manier van zeggen – dat laat de betekenisverzwakking zien.

Atomwaffen: afb. deutschlandfunk.de

De atoombom ligt ver achter ons, wellicht. Tegenwoordig is je zorgen maken over in het parlement ongeveer hetzelfde als ‘aandacht vragen voor omdat dat toch wel een beetje nodig is’.

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.