De Kamervoorzitter: ‘Heel goed’, maken we daarvan

Corona maakt dat de Tweede Kamer het hele jaar door vergadert, ook tijdens het laatste zomer- en nu zelfs enkele keren tijdens het verkiezingsreces. Bij het debat van 12 augustus 2020 noteerde ik dat Lilian Marijnissen (SP) over iets zei “dat het verdomd lastig, ontzettend lastig is”. In de ongecorrigeerde Handelingen van die dag zie ik haar wel ontzettend maar niet verdomd zeggen. De betrokken stenograaf heeft “ontzettend lastig” allicht opgevat als een talige zelfcorrectie van “verdomd lastig” en liet daarom (neem ik aan) het eerste stukje weg.

Rob Oudkerk (PvdA) zei blijkens de Handelingen eind november 2000: “Het is helemaal niet mijn gewoonte om voor de minister op te komen, dat kan ze zelf verdomde goed, maar…
De voorzitter: ‘Heel goed’, maken we daarvan.
De heer Oudkerk (PvdA): Neem me niet kwalijk, mijnheer de voorzitter. De minister kan zelf heel goed voor zichzelf opkomen.”
Ik neem aan dat Frans Weisglas (VVD) toen de vergadering leidde. Dat deed hij vier jaar later eveneens bij een lastig debat van de Tweede Kamer met staatssecretaris Nijs, zijn partijgenote. Kijken we opnieuw in de Handelingen:

De staatssecretaris: Ik weet verdomde goed wat ik zeg.
De voorzitter: “U weet heel goed wat u zegt.
Staatssecretaris Nijs: Sorry, voorzitter. Ik weet heel goed wat ik zeg.

Dit ingrijpen door de voorzitter is tegelijkertijd begrijpelijk (verdomd is niet in elke kring een acceptabel woord) maar anderzijds ook niet, want het valt al vanaf 1970 geregeld in de Tweede Kamer en kreeg daarmee het parlementaire etiket zou je kunnen zeggen. Ook aan dit woord is te illustreren dat er cultureel gezien een waterscheiding is zo tussen de jaren ‘60 en de jaren ‘70 in de vorige eeuw. Bram van der Lek (PSP/GroenLinks) begon ermee, hij had het bij de CRM-begrotingsbehandeling op 17.11.1970 over concerns die volgens een vooropgezet plan “zulke verdomd aardige mensen (in dienst nemen), dat je gewoon niet kwaad op hen kunt worden”. Het kwam gewoon in het verslag van 17.11.1970.

Op 3 september 1991 stond de Herziening asielprocedure op de agenda van de Tweede Kamer waarin op dat moment de Centrum-Democraten vertegenwoordigd waren. Fractievoorzitter Janmaat voerde bij dat onderwerp uiteraard het woord en dat moet volgens de weergave in de Handelingen als volgt zijn verlopen:

Janmaat: De KRO heeft er in Brandpunt aandacht aan besteed, dat onze ontwikkelingsgelden soms worden gebruikt voor het ronselen van Afrikaanse jongeren. Zij worden van een ticket voorzien en op een vliegtuig naar Nederland gezet. Het gaat natuurlijk niet om vele duizenden. Zij zitten ertussen. Ik wil enigszins voorbijgaan aan de uitglijder van de woordvoerder van de PvdA, die de asielzoekers handel noemde, die teruggestuurd moest worden. Maar is het een uitglijder? Ziet de PvdA dat als handel in mogelijk toekomstige kiezers? Ik zeg het vriendelijk.
De heer Van Traa (PvdA): De heer Middel heeft daarop mevrouw Sipkes al
geantwoord. Dat weet de heer Janmaat verdomd goed.
De heer Janmaat (Centrumdemocraten): Ik neem aan, dat dit parlementaire taal
is. Ik weet het heel goed, maar ik heb geen antwoord ontvangen. Mevrouw Sipkes
zegt…
De heer Van Traa (PvdA): Voorzitter!
De voorzitter: Ik onderbreek thans deze discussie. Ik verzoek de leden parlementaire taal te bezigen. Ik wijs de heer Janmaat erop, dat het woord “handel” niet op de manier is gebruikt, zoals hij in zijn uiteenzetting aanduidt. De verduidelijking is vorige week gegeven. Ik verzoek de heer Janmaat zijn betoog te vervolgen.

Maarten van Traa deed in verband met parlementaire taal een beroep op de voorzitter (Wim Deetman, CDA) maar dat bleek het woord handel te betreffen, niet verdomd.

Het woord verdomd ligt voor de ene fractie heel wat gevoeliger dan voor de andere. SGP en ChristenUnie gebruiken het nooit of te nimmer, het CDA soms (niet nagegaan maar veronderstellenderwijs: een RK-lid eerder dan een Protestant, het Zuiden gauwer dan het Noorden), van de VVD en D66 relatief ontzettend vaak, later ook de SP. Minister Wiebes (VVD) schuwde het woord zelfs allerminst in vak-K.
Het gekke is dat het bij verdomd en verdommen om twee bijzonderheden gaat die op zich niet verklaren waarom die term uit de Handelingen geweerd zou moeten worden. De klinker in verdommen is een volkstalige variant, de ABN-variant is verdoemen. Dat gebeurt vaker, misschien is volkstaal directer, harder overkomend. Het andere punt is dat dit werkwoord ‘veroordelen’ gebruikt wordt maar dat is een verkorting: God is weggelaten. Ook als een woord níet in de mond genomen wordt, kan het dus aanstoot geven. Nu ja, dat is eerder het geval in een strook van Dordrecht naar Barneveld dan in bijvoorbeeld Oss en omgeving. Ook Lilians vader Jan Marijnissen gebruikte het woord verdomd vaak, net als Emile Roemer.

 

P.S. Deze bijdrage is een actualisering van wat ik schreef in Dat gezegd hebbend…. (Assen 2018).

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.