Archaïsche achtervoegsels zoals in eerstens en laatstens (iii)

Het wordt een spannende week voor wie de Tweede Kamer volgt: hoe zal Vera Bergkamp het als voorzitter aanpakken, hoe zal ze het doen? Zal ze net als Khadija Arib vanaf 12 november 2020 systematisch deed de stenografen bedanken aan het eind van de vergaderdag? De diensten noemde mevrouw Bergkamp op haar sollicitatie-dag frequent. Zullen we deze gewaardeerde verslaggevers van de Dienst Verslag en Redactie weer zichtbaar aanwezig hun werk zien doen, logisch gezeten tussen de drie plekken vanwaar er officieel gesproken wordt, afgezien van de voorzittersstoel vanuit vak-K, spreekgestoelte en interruptiemicrofoons? En talig gezien, zal mevrouw Bergkamp sprekers ook aankondigen als “namens + partijnaam”?*)
Het heeft me verbaasd dat mevrouw Arib dat deed en niet gewoon van zei.

Namens is een woord waar we allicht een achtervoegsel in kunnen herkennen, maar welk? Het zou ook in rechtens kunnen zitten, in wegens, blijkens, willens, zinnens, nopens, wetens maar ook in nevens en krachtens (en alvorens)?
Ze klinken net als de gevallen in de twee eerdere afleveringen van dit reeksje vooral juridisch. Dat is anders bij een groepje dat er wel wat op lijkt, maar dat door de overtreffende trap tegelijkertijd afwijkt: hoogstens, minstens. Hoogstens is hetzelfde als ‘ten hoogste’, zoals minstens identiek is aan ‘ten minste’. Is het achtervoegsel nu -ens of -ns? Ik kies voor het laatste op grond van de verwantschap met eerstens, tweedens, derdens e.d.: we hebben immers geen *tweed of *derd, dus ik neem aan tweede+ns e.d. Maar het zoeken naar een suffix –ns in Van Dale of de e-ANS is even vergeefse moeite als naar –ens.

Er zijn een paar meer van die apartige woorden op -ns die nog altijd in de plenaire zaal gehoord worden en Mark Rutte is er een liefhebber van, weet de lezer van dit blog al langer en getuige zijn optreden in de Handelingen:
• Wat ik nu zo snel kan nagaan, is dat wij eind november, begin december te horen kregen: vroegstens 4 januari kunnen wij van start.
• Wij zullen de Tweede Kamer daarna snelstens informeren.
• Uiteraard bestens. Je kunt nooit duizend procent garantie geven.

Als minister Van Ark (Medische Zorg) zegt: “Dan gaat het vooral, primair en eerstens om het garanderen van de continuïteit van zorg voor de patiënt in de regio”, dan kunnen we voorzichtig vermoeden dat ze dit taalgebruik heeft afgekeken van partijgenoot Rutte of van een voorganger op die post, Bruins.

Woorden als vroegstens, snelstens klinken misschien niet zozeer juridisch als wel over-de-grenzig – Rutte is qua talen NED, hij spreekt Nederlands en Engels maar is daarnaast ein wenig deutschsprachich. Als de premier het nog een poosje aan het Binnenhof volhoudt, maken we een keer mee dat hij ook laatstens gaat gebruiken. Dat zou een aansluiting aan parlementair taalgebruik uit 1817 en 1847 impliceren.

Bestens is van deze aparte woorden nog weer een vreemd geval door z’n vooral financiële context. Het is relatief succesvol in het Binnenhofs en we horen minister Ollongren (BZK) het misschien nog het meest gebruiken: “We zullen (….) in de tussentijd bestens moeten handelen in het belang van de inwoners van Sint-Maarten.”
Ik neem aan dat het vooral ambtenaren zijn die dit woord nu en dan insteken.

Vreemde kostganger in dit geheel is meestens.
“Verder heb ik aandacht gevraagd voor de 14.000 meestens kinderen waarvan het ene deel wel onder de Wet langdurige zorg komt te vallen en het andere deel niet.” (Mona Keijzer CDA op 11.09.2014) Vreemd, niet alleen omdat het ontbreekt in Van Dale (dat geldt ook voor vroegstens en snelstens) maar door de betekenis ‘vooral’. Die andere woorden zijn telkens te omschrijven als ‘op z’n best’, ‘op z’n snelst’ en ‘op z’n vroegst’ maar dat is bij meestens niet mogelijk.

*) Logisch is het om een spreker X (m/v) te voorzien van de aanduiding “X van de (partijnaam)”; dat betekent “van de” als er een partij volgt die een letternaam heeft (VVD, D66, PvdA e.d. maar misschien “van het” als er iemand van de CDA-fractie aangekondigd wordt); bij fracties die zonder letternaam door het leven gaan, VOLT, JA21, Bij1, ontbreekt het lidwoord: mevrouw Simons van Bij1, de heer Eerdmans van JA21 verschillen daarin van de heer Wilders van de PVV en mevrouw Marijnissen van de SP.

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.