Een presentje uit een boom zo vol geladen: het woordje ‘wijl’

Soms krijg je zomaar een ongedacht presentje. Pakken! Ik was op zoek naar de duur van het voorkomen van het voegwoord wijl ‘omdat’ in de Binnenhofse vergaderingen. De allerlaatste keer dat het in de Eerste Kamer in de verslagen genoteerd staat is zeker een jaar of 20 later dan wat duidelijk wordt uit die andere volle boom die bekend staat als de Handelingen van de Tweede Kamer. Ja, de laatste maal dat het in die Tweede Kamer opgeschreven staat (1975) komt het met een duidelijke knipoog voor in een verwijzing naar Jantje zag eens pruimen hangen. (Het echte laatste gebruik van wijl viel in de Tweede Kamer in 1971, in de Eerste Kamer in 1993. Senatoren zijn door de bank genomen kennelijk een ander soort volksvertegenwoordigers.)
Die verwijzing naar Van Alphens kindergedichtje in 1975 gebeurt door de spreker, Bas de Gaay Fortman (PPR/GroenLinks), op een impliciete manier: immers, in het origineel staat “schoon zijn vader ’t hem verbood.” Dat inmiddels uit het gebruik verdwenen voegwoord verving De Gaay jr. op grond van de context door een ander, eveneens uit de tijd: wijl. Alleen sloeg het hier op niet op vader maar op een andere leidinggevende figuur, “wijl zijn Minister het hem verbood”. Die minister was Van Agt, maar de vader van De Gaay Fortman (ARP/CDA) had diens post juist graag in het kabinet-Den Uyl willen hebben…. Van Agt als mede-formateur behield de plek voor zich, “Gaius” kreeg Binnenlandse Zaken.
Bas de Gaay Fortman sprak in het debat van 3 juni 1975 over het ontslag van staatssecretaris Glastra van Loon van Justitie, de kwestie die de afgelopen week ineens weer aandacht kreeg als gevolg van het ontslag van Mona Keijzer als staatssecretaris van Economische Zaken. Zoals premier Den Uyl er door Van Agt destijds niet in gekend werd, zo handelde minister-president Rutte buiten de ministerraad om. Over Keijzers vertrek naar aanleiding van haar kritiek op de coronapas kwam geen debat, anders dus dan in 1975.

Het was destijds een spannende kwestie, het was maar één van die werkelijk adembenemende affaires waar Van Agts naam mee verbonden was.
De zaak draaide om secretaris-generaal Mulder van het departement van Justitie: staatssecretaris Glastra van Loon had in hem een geharnaste tegenstander op minstens één punt van zijn beleid, het gevangeniswezen. Toen hij zich in interviews en op een persconferentie negatief over Mulder uitliet door de organisatie op het ministerie te kritiseren, was Van Agts vertrouwen in de staatssecretaris ernstig geschaad. Tot een mogelijk verzoenend gesprek tussen Glastra van Loon en Mulder kwam het niet, wijl Van Agt dat niet wilde.

Overigens was Van Agt tijdens de betreffende persconferentie in het buitenland, zoals hij vaker afwezig was. Dat brengt ons opnieuw bij de S-G Albert Mulder. Met hem kon De Gaay Fortman senior goed opschieten en dat was handig, gegeven het feit dat Van Agt en De Gaay Fortman elkaars collega ad interim waren. Mulder had tijdens Van Agts eerste ministerschap in het kabinet-Biesheuvel gemerkt dat deze geregeld absent was en adviseerde de oude Gaay om vanaf het begin te turven, hoe vaak hij op Justitie moest invallen. Volgens dat turven heeft hij gedurende 1100 dagen voor Van Agt waargenomen. Zie daarvoor p. 211 e.o. van De onverstoorbare gang van W.F. de Gaay Fortman (interviews door Willem Breedveld en John Jansen van Galen, Oudewater/Amsterdam 1996).
Diezelfde afwezigheidskwestie wordt ook behandeld in de prachtige Nijmeegse biografie van Van Agt Tour de Force (Johan van Merriënboer, Peter Bootsma, Peter van Griensven, Amsterdam 2008, p. 128 e.v.) – maar daar is De Gaays rekensom van 1100 dagen kennelijk niet bekend.

Bron: dbnl.org

De bezigheden weg van Den Haag van Van Agt doen denken aan de pruimen waar Jantje zo verlekkerd naar keek. Hij besluit ze níet te plukken: “ik wil gehoorzaam wezen (….): ik loop heen. Zou ik, om een hand vol pruimen, ongehoorzaam wezen? Neen.” Maar dat heeft vader gehoord en die beloont zijn zoon door fors aan de boom te schudden: “Jantje kreeg zijn hoed vol pruimen, en liep heen op een galop.” Krijgen in de dubbele betekenis van ‘ontvangen’ en ‘pakken’.

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.