Zendeling in eigen land: Piet Jongeling (GPV) (iii)

Pieter Jongeling op de voorzijde van Jongeling ten voeten uit

Waar en wanneer verscheen de uitgebreide tekst over de dodenmars uit Sachsenhausen onder de ook wel door anderen gebruikte titel Wedloop met de dood? Rik Valkenburg documenteert het niet. Jongeling moet het – nog maar net weerom in Groningen – in een razend tempo opgeschreven hebben en in zijn eigen Nieuwe Provinciale Groninger Courant gepubliceerd. Het eerste stuk verschijnt al in de week na zijn terugkeer uit het concentratiekamp op maandag 28 mei 1945 onder de kop De wedloop met den dood. Het is een volle rechterkolom op de voorpagina van een krant die dan nog zeer dun is, logisch. Via Delpher zijn verder alleen aflevering 4 op 06.06.1945 en nr. 13 op 19.06.1945 te vinden. Als iemand de rest bezit of weet te vinden, ik hou me aanbevolen. Vijf jaar later verschijnt Wedloop met de dood nogmaals maar dan in de krant waar Jongeling inmiddels zijn tweede hoofdredacteurspositie bekleedt, luttele straten naar het centrum van de stad Groningen zetelend bij het Gereformeerd Gezinsblad. Het gaat nu om 25 stukjes in het eerste deel van 1950 op de voorpagina, links onderaan. Het begint met een korte inleiding.

In Jongeling ten voeten uit wordt het relaas – onderbroken door Valkenburg – 21 jaar later nogmaals geplaatst en ditzelfde stuk nogmaals een jaar of 20 later in het Nederlands Dagblad. Nieuwe Provinciale > Gereformeerd Gezinsblad > Nederlands Dagblad?

Delpher verrast degene die “wedloop met den dood” opzoekt. De reeks blijkt ook al vanaf Kerst 1945 tot vroeg in het jaar erop verschenen in het orgaan Onze Toekomst, een Holland American Weekly uit Chicago, Illinois. Onze Toekomst, lees liever Onze Herkomst – het betreft de rubriek Nieuws uit Nederland. Aan de heer P. Slager sr. in de buurt van Chicago blijkt in 1945 een lange brief gestuurd te zijn en deze tekst is “ons vriendelijk ter plaatsing afgestaan”. (Jurn de Vries, Jongelings opvolger als hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad en schoonzoon, mailt op vragen dat hij van deze publicatie niets weet en dat hij aanneemt dat Jongeling hiervan ook geen weet gehad heeft. Hij meldde dat Jongeling bij het schrijven van de Wedloop gebruik kon maken van de brieven die zijn vrouw hem naar Sachsenhausen stuurde.) [P.S. Na plaatsing: Dr. De Vries corrigeert me via de mail: “De correspondentie tussen Jongeling en zijn vrouw eindigt echter in het najaar van 1944, omdat er toen geen postverbinding meer was. De inhoud van die brieven heeft dus niets met de tocht van Sachsenhausen naar Schwerin te maken. Ik vermeldde het alleen omdat dit het enige is wat het NIOD van Jongeling bezit.”]
De Wedloop wordt in Chicago in enkele stukken geknipt en vanaf Kerst (26.12.1945) geplaatst in de nummers van 09.01.1946, 23.01.1946, 06.02.1946 en 13.02.1946. Bovenaan staat “Stedum, 18 October ’45”, de afgedrukte tekst eindigt met “(P.J.) Stedum 18 Oct. ’45”

Wat is er hier aan de hand geweest? Ik veronderstel dat een bovenmatig geïnteresseerde lezer in Groningen die teksten uit de Nieuwe Provinciale Groninger Courant naar Pieter Slager gestuurd heeft. Iemand van die naam is kort voor 1900 uit Stedum naar de omgeving van Chicago geëmigreerd, samen met zijn echtgenote Jantje Tamminga uit Middelstum. Als de zaak auteursrechtelijk wél netjes geregeld is, zou de lijn via Dirk Rustema naar Jongeling gelopen kunnen hebben. Rustema was een van de lotgenoten van Jongeling: ze maken in het kamp heel begrijpelijk kennis met elkaar omdat Jongeling daar de administratie deed van de inhoud van de koffers van nieuwe kampgenoten. Ze spreken dan kort en Gronings met elkaar. (Volgens Herman Veenhof zegt Jongeling: “Du bist ‘n Grunneger net aas ik.”) Ook tijdens de dodenmars zijn ze in elkaars nabijheid.

In de tekst van Onze Toekomst wordt het vluchtende leger beschreven: “Naast ons dondert en davert het Duitsche vluchtende leger voorbij. Het is een eindelooze stroom van auto’s, pantserwagens, en zware tanks. Soldaten met moede, onverschillige gezichten, hooghartige SS officieren met vrouwen bij zich op de wagens, jonge, knappe Duitsche vrouwen van het soort dat gewoon is met een zweep naar gevangenen te slaan. Nu maken ze zich met hun spullen uit de voeten.”

De Amerikaanse lezers moeten het vóor zich gezien hebben, net als vijf jaar later die van het Gereformeerd Gezinsblad. Daar is de tekst trouwens net iets anders: “Naast ons dendert en davert het vluchtende Duitse leger voorbij. Het is een eindeloze stroom van auto’s, pantserwagens, zware tanks. Soldaten met moede, onverschillige gezichten, hooghartige SS-officieren, met vrouwen bij zich op de wagens, jonge, knappe Duitse vrouwen van het soort dat gewoon is met een rijzweep naar de gevangenen te slaan. Nu maken ze zich met haar boelen uit de voeten.”

Onze Toekomst (links) versus Gereformeerd Gezinsblad (rechts)

Afgezien van de zweep tegenover de rijzweep en dondert versus dendert is het opvallendste dat er oorspronkelijk althans in Chicago van spullen gesproken wordt, in de nieuwe tekst in 1950 van boelen. Jongeling was verzot op de term boeltje. Ik weet niet wat hier de versie van de Nieuwe Provinciale was, maar misschien is er in Chicago gedacht dat bullen bedoeld was zoals eenmaal gebruikt: “We vliegen omhoog en grijpen onze bullen.” Bullen betekent inderdaad ‘spullen’, maar Jongeling moet op die andere plaats echt boelen bedoeld hebben, oudtestamentisch als hij onderlegd is (denk aan Ezechiël, zie diverse citaten in de Statenvertaling). Betekenis ‘overspelige personen’. Werd dat in de VS niet meer begrepen of was het onkies? Het zou mooi zijn als er iemand in de sfeer van het archief van de VU op dit punt even kon helpen – daar in Amsterdam-Zuid bezitten ze het archief-Jongeling.*)

De impact van Jongelings relaas wordt duidelijk uit Loe de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog 1939 – 1945 deel 10b (tweede helft), p. 1239:
“Van de ca. negenhonderd Nederlandse mannen die op 20 en 21 april Sachsenhausen hadden verlaten, konden tweehonderdzes-en-dertig gerepatrieerd worden – alle overigen waren tijdens de evacuatiemars bezweken of doodgeschoten dan wel kort nadien in Duitsland overleden.” De Jong haalt Jongeling niet aan, maar op basis van andere bronnen geeft hij allerlei details die identiek zijn in vergelijking met Wedloop met den dood.

Twee kleine opmerkingen tot besluit van dit deel van deze kleine serie.
• Gronings klinkt Jongeling niet in Wedloop met de(n) dood – het belangrijkste kenmerk lijkt me zijn zuinige gebruik van het woordje er en ik aarzel wat rond woorden als gevangen(en)kleeding. Bijna on-Gronings vind ik die plaatsen waar Piet Jongeling in de vrouwelijke vorm over eten spreekt: over gortpap “natuurlijk is ze dun en waterig, maar ze smaakt ons overheerlijk”; een snee brood: “maar ik eet ze maar half”; macaroni: “Zullen ze haar ooit weer eten?” Lezer, kijk even naar de reactie van Herman Jongeling onder de vorige aflevering.

• Intrigerend is de persoon van dr. Edouard Calic, een Kroaat met wie Jongeling op zeer goede voet staat. Veenhof zegt over hem niet veel anders dan dat Jongeling Calic na de oorlog “wat schaapachtig loyaal” bleef. Calic bemoeide zich later met het proces van Van der Lubbe (de Rijksdagbrand) en Loe de Jong was in dat opzicht zeer kritisch over hem. Voor wie wil: kijk in de Duitse Wikipedia voor een omvangrijk lemma over deze Kroaat.

*) Attente en vlotte reactie van de kant van dit VU-archief inclusief verwijzing: we hebben het niet, wellicht het NIOD. Op dit moment eindigt hier het spoor. 

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.