Zendeling in eigen land: Piet Jongeling (GPV) (v)

Snuf de hond van Piet Prins = Piet Jongeling is al zoveel jaren zó succesvol, dat het nauwelijks nodig is, het boek uitgebreid samen te vatten. Het is een protestants-christelijk jongensboek dat in het slot van WOII speelt met de hond Snuf als belangrijkste assistent en redder van de hoofdpersoon Tom. Ze beleven allerlei avonturen, die uiteraard vooral met de oorlog te maken hebben. De pen van Jongeling blijkt onder meer uit gebeden tot, dankzeggingen aan en aanroepingen van God. In de eerste helft van Snuf de hond telde ik een stuk of 25 voorbeelden daarvan. Verder wordt er een joods meisje in bekeerd en impliciet lezen we in dit jongensboek in een gebed zelfs een opmerking over de kwestie van de Vrijmaking in de Gereformeerde Kerken (1944): of de Here Zijn kerk, die in zo’n zware strijd was gewikkeld, getrouw wilde maken. (ed. 19 p. 101, ed. 1 p. 122) Die kwestie volgde hij ook in KZ Sachsenhausen. Aan het geloof zitten twee aspecten: “De Here heeft  ons wonderlijk gespaard” (blz. 139 ed. 19 maar op andere plaatsen) en tegelijkertijd zijn de mensen in Nederland er de oorzaak van dat de oorlog over ons kwam: “Ons volk heeft ook wel verdiend, dat God ons zo zwaar bezoekt” (ed. 19 p. 32) en “De Here straft ons volk wel heel erg voor zijn zonden” (blz. 110 ed. 19).
Snuf wordt nog altijd herdrukt, althans via bol.com zie ik dat er in 2016 diverse omnibusdelen van zijn verschenen.

Oorspronkelijk ontstond het boek als feuilleton in het Gereformeerd Gezinsblad. Jongeling moet er snel na zijn aantreden als hoofdredacteur mee zijn begonnen. Kleine stukjes vanaf de herfst van 1948, later langer van omvang en ook frequenter verschenen. De krant gebruikte kleinere uitgaven ervan als reclamemiddel en als boek verscheen het eerste deel van wat een heuse serie zou worden in 1953. De jaartallen variëren, was het wellicht 1954? In het boek van uitgeverij Groenendijk in Rotterdam staat het niet.

Advertentie Gereformeerd Gezinsblad


Maar tussen die eerste en latere edities bestaan wel diverse verschillen. In de tegenwoordige delen (ik keek in de bepaald niet vlekkeloze 19de druk van Vuurbaak, dan nog gevestigd in Groningen) opent het verhaal met de komst van Tom en zijn vader naar een dierenwinkel, op zoek naar een hond. Tom en Snuf, dat klikt wederzijds direct.
In de eerste uitgave daarentegen (zo te zien gebaseerd op de tekst van het feuilleton) begint Jongeling bijna op de hurken te vertellen tot de jonge lezertjes over de geboorte van Snuf, zijn eerste woonadres, de wrede diefstal en dan de verkoop van de viervoeter. Zó komt het dier van een boerderij, via een smeerlap die hem aan een handelaar verkoopt in de dierenwinkel terecht (“Een deurtje met gaas er voor klapte open, en het hondje zat gevangen.” p. 8). Hij wordt verlost door de komst van Tom en z’n welgestelde vader, maar dat is het begin-hoofdstuk in latere uitgaven.

Tom beleeft al snel een avontuur als Snuf een inbreker herkent en betrapt en beiden worden opgesloten, door boeven. Gelukkig kan de gewonde Snuf het thuisfront na ontsnapping waarschuwen en de afwezige ouders worden direct gewaarschuwd. “‘s Avonds waren de ouders van Tom met de auto thuisgekomen” (p. 26 1e ed.) en de politie wordt erbij gehaald. Vader wil tempo bij de opsporing in het duister na de eerste EHBO aan Snuf: “Elke minuut is kostbaar en de hond lijkt mij nu al weer veel beter.” (p. 29 1e ed.)

In een volgende druk haalt Jongeling de oorlog op deze plaatsen subtiel wat naar voren, want dat donkere kleed verduistert het verhaal pas echt wat verderop. Bij het haastige thuiskomen van de ouders wordt nu gezegd dat dit gebeurde voordat het donker werd (p. 19) en als vader snel op onderzoek uit wil, lezen we nu het nieuwe element dat er niet gewacht kan worden tot de spertijd voorbij is.

De oorlog komt in de eerste druk pas in hoofdstuk 8 aan de orde, maar dan gebeurt het ook abrupt. Het gezicht van Tom verstrakt als hij soldaten op mars ziet en hoort: “Heute gehört uns Deutschland Und morgen die ganze Welt!” Jazeker, de Duitsers hielden Nederland al meer dan vier jaar bezet.

Datzelfde lied is het dat Jongeling in Wedloop met de(n) dood citeerde. Snuf wordt weggeroofd en belandt achter gaas, dat was Jongeling eveneens overkomen maar dan met KZ Sachsenhausen tot gevolg.
Tom redt een neergestorte piloot, maar hij doet meer. Met een vriendje luistert hij in een kist boven in de molen de vijand af en ze tekenen een kaart met gegevens waarmee ze via de linies naar de naderende bevrijders gaan. Voorkomen dat er slachtoffers vallen pál voor de bevrijding is hetzelfde oogmerk waarmee Jongeling en een naaste collega op de dodenmars meerijden met een auto van het Rode Kruis naar Schwerin. Ook zij leggen een kaart met gegevens op tafel, net als Tom dat later zou doen in het jongensboek. En of het nu de Amerikaanse is in Schwerin of de Canadese commandant in Snuf, bij beiden betrekt hun gezicht.


Die helse tocht uit Sachsenhausen bevat op diverse momenten in Snuf de hond elementen die daar aan doen denken, vooral op spannende ogenblikken in de openlucht. Piet Prins was het pseudoniem waarmee Jongeling zijn eerste Wedloop-tekst publiceerde, toen nog in de Nieuwe Provinciale Groninger Courant. Onder diezelfde naam schrijft hij later zijn kinderboeken, allereerst Snuf de hond. Nog één aflevering.

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.