Van zelfkastijding in de taal: zich het snot voor de ogen werken (i)

Voor het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2021 mocht ik een kleine tekst schrijven over taal, nieuwe taal in de Tweede Kamer in de periode september 2020 – augustus 2021. Daarin ging het onder andere over het onderwerp van deze en de volgende aflevering. Daarin zag ik voorbij (een mens vergeet wel eens iemand of iets) aan Gert Jan Segers en dat zet ik hier wat recht door met hem te beginnen en in de volgende aflevering te eindigen.

Voorzijde Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2021

Soms duurt het lang voordat een uitdrukking zó’n graad van populariteit krijgt dat het de Tweede Kamer haalt en vooral dat het daar gemeengoed wordt. Die manier van zeggen met “snot voor de ogen” is via LexisNexis vindbaar vanaf de vroege jaren ‘90 van de vorige eeuw, toevallig ook het begin van die krantenbank. Maar veel eerdere voorkomens zijn niet zo waarschijnlijk, veronderstel ik. Tussen een krant in 1992 en het Binnenhof in 2018 ligt meer dan een kwart-eeuw. Bij de Algemene en Politieke Beschouwingen van 21 september 2018 zei Gert-Jan Segers (ChristenUnie): “Ik sta hier als vertegenwoordiger van een partij met vijf zetels — dat is vrij beperkt — die zich het snot voor de ogen werkt. We hebben ook tijden gehad dat wij in de oppositie zaten en wij ons soms afvroegen of wij wel een deuk in een pakje boter sloegen.”
Na één enkel ander citaat nog in hetzelfde kalenderjaar (Michiel van Nispen, SP over de grote inzet in de strafrechtketen) komt de doorbraak van dat stukje idioom in het midden van 2020, corona.

Het is een grappige manier van zeggen, met dat snot voor de ogen, ontegenzeggelijk begonnen in de terminologie van sporten als wielrennen en schaatsen: fysiek in hoge mate actief en vooral voorovergebogen bezig waardoor er kan gebeuren wat er in de taal wordt uitgedrukt.*) Zich het snot voor de ogen zwoegen en – rijden waren vroege voorbeelden, werken volgde later. Daarmee is de grondslag gelegd voor de betekenis ‘het in hoge mate en langdurig lichamelijk ingespannen bezig zijn’. In 1996 wordt het bijvoorbeeld voor het eerst gebruikt bij het afleggen van een marathon (lang en inspannend maar dus niet voorover gebogen), bij voetbal in 1997, hockey in 1998 – de uitdrukking verbreedt zich. Dan is het geen wonder dat het bij een verder gaande ontwikkeling mogelijk is om sport als toepassingsgebied te verlaten. Nu ja, hard werken aan corsowagens (1999) of lopen en springen in het kader van een Zeskamp tussen dorpen, dat is ook nog in een sportieve sfeer te zien.
Maar als de uitdrukking in 2000 gebruikt wordt om het buffelen op een redactie mee aan te geven en een jaar later het ploeteren van wethouders in de politiek en weer een jaar later het vele lopen van obers in de horeca, dan is zich het snot voor de ogen (+ werkwoord) een algemeen toepasbare manier van zeggen geworden voor ‘een (niet per se fysiek) zeer grote inspanning leveren’. Kijk nu in de krant en zie het gebruikt worden in een breed scala met een toepassing op designers, de bloemenveiling, een strafkamp, bramenjam roeren, hard werken in het algemeen, door vrijwilligers en welzijnsmedewerkers, door de organisatie van een festival, coronapersoneel, op de IC, door docenten, door Sandra Beckerman (SP), een schaatsenslijper, mensen in het ziekenhuis, docenten, pakketbezorgers naast nog altijd een royaal aantal voorkomens in de sfeer van sport.

Maar in de Kamer is het op 25.06.2020 door minister De Jonge (VWS) voor het eerst toegepast op de zorgsector die met Covid-19 vanaf het vroege 2020 zo onder druk kwam te staan dat daarvoor een speciale beloning aan de orde kwam: “We willen natuurlijk dat het geld ten goede komt aan de mensen die zich in de afgelopen maanden het snot voor de ogen hebben gewerkt.” Corrie van Brenk (50PLUS) gebruikte het enkele maanden later, waarna premier Rutte de grootste gebruiker ervan wordt vanaf eind 2020. Een niet-uitputtende opsomming:
• Rutte 18.11.2020: Op dit moment gaat nog zo’n 30% tot 40% zorg — het percentage was hoger — niet door omdat de ziekenhuizen belast zijn, omdat artsen, verpleegkundigen, patiëntenvervoerders, schoonmakers, iedereen die daar werkt, zich het snot voor de ogen werken om deze tweede golf in goede banen te leiden.

• Rutte 08.12.2020: Ik vind het ontzettend aardig dat hij ook Stef Blok daar even bij noemt, die zich inderdaad het snot voor de ogen heeft gewerkt, geïnspireerd door de heer Omtzigt, om dit voor elkaar te krijgen.

• Rutte 15.12.2020: al die verpleegkundigen en al die artsen die iedere dag, dag in, dag uit, zich het snot voor de ogen werken en een fantastische baan doen.

• Rutte 04.02.2021: Ik wil alleen wel gezegd hebben dat het er nu, dankzij het feit dat men zich het snot voor de ogen werkt in de zorg, ook in het slim maken van de combinaties in de logistiek, gelukkig beter voorstaat dan bij de eerste golf.

• Rutte 10.03.2021: Ik kan alleen maar zeggen dat iedereen zich het snot voor de ogen heeft gewerkt om dat zo snel mogelijk te doen.

Rutte 15.04.2021: Maar ik zeg ook tegen de heer Wilders, die terecht zo’n groot hart heeft voor de zorg: als je ziet dat mensen zich daar het snot voor de ogen werken, dat (….)
• id id Niet iedereen heeft zich het snot voor ogen hoeven werken in het kader van corona.

• Rutte 22.04.2021: Daar wordt echt het snot voor de ogen gewerkt,….

• Mark Rutte (VVD) 12.05.2021: Het is de taak van een kabinet, en zeker ook van een minister-president, om het snot voor de ogen te werken.

• Rutte 03.06.2021: Maar de impact die dit soort vragen heeft op de mensen die zich daar het snot voor de ogen hebben gewerkt en het gevoel hebben: o, dus we hadden ook nog, wat misschien structureel al beter had gemoeten in het verleden …

Eenmaal op 15 april 2021 corrigeert Caroline van der Plas (BBB) de premier (“Ik wil eerst even ingaan op de opmerking van de heer Rutte dat niet iedereen in de zorg zich het snot voor de ogen weg werkt. Alle mensen in de zorg werken het snot voor hun ogen weg.”) en dan merken we aan haar taalgebruik wat ook al aan Rutte hoorbaar was: de uitdrukking zich het snot voor de ogen werken wordt wel eens licht gewijzigd. Wordt vervolgd.

*) Peter Winnen publiceerde in 2005 de bundel Het snot voor ogen en andere verhalen. Winnen was wielrenner.

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.