De kerk: onderweg naar een depreciërend achtervoegsel

Woorden hebben stuk voor stuk hun eigen geschiedenis, natuurlijk.
Zo kun je begrijpen dat kerk en kurk ondanks hun gelijkenis twee verschillende verledens hebben. Kerk heeft Griekse roots met een betekenis die verband houdt met het woord kurios ‘heer en meester’, eventueel met hoofdletter ‘Heer’. Kurk mag erop lijken, het bezit een relatie met het woord voor ‘schors, bast’ (cortex) en is dus in derdaad iets heel anders.
Tussen en binnen talen variëren de uiterlijke vormen – ons kerk wordt dus net even anders uitgesproken dan het Engelse tsjurtsj (church), ons kurk klinkt over de Noordzee als kork (cork).

Wie in de Tweede Kamer luistert, kan horen, hoe ook de inhoud van een woord als kerk binnen het Nederlands kan verschuiven. Dat is bij voorbaat verrassend, want een kerk staat in de Nederlandse cultuur nog steeds voor de Christelijke geloofsgroepen, de moskee of de synagoge is bijna in contrast daarmee een gebedshuis van andere religies. Toch heeft kerk ook een algemenere notie, getuige enkele citaten van Wybren van Haga (Groep Van Haga) en Martin Bosma (PVV) waarin zij zich leerlingen tonen van Pim Fortuijn die ooit begon over de linkse kerk:

• “Vorige week was ik echt heel blij, want het CDA, nota bene een coalitiepartij, weliswaar van de coronakerk, stemde toen vóór een motie van de heer Kuzu van de firma DENK en mijzelf om niet te sturen op het aantal positieve PCR-tests, maar om te sturen op de bedbezetting.” (Van Haga)

• “De klimaatkerk geeft ons nog vier jaar om de wereld te redden.” (Bosma)

Hier wordt kerk gebruikt in een betekenis die Van Dale nog niet heeft opgenomen. Met de protestantse of katholieke religie heeft een woord als coronakerk of klimaatkerk niets te maken. Het rechterlid van deze samenstellingen drukt nu iets uit in de sfeer van een gezamenlijk beleden standpunt of liever nog visie en waar door de spreker (fel) afstand van genomen wordt. Kerk heeft hier zeer duidelijk een negatieve, ja anti-betekenis die iets weergeeft uit de sfeer van drijvers, drammers. Dit –kerk heeft wel een zeer onaangename inhoud.

Een partij als de SGP zit in de kamerbankjes dicht bij de groep Van Haga en niet minder in de buurt van de PVV. Ik weet niet of Kees van der Staaij en de zijnen al hoorbaar verzet hebben aangetekend tegen wat zij toch als het kapen van een dierbaar begrip zouden kunnen beschouwen. Het lastige voor hun positie is dat ze bij het linkerlid corona– en klimaat– juist in een vergelijkbare hoek van de Tweede Kamer zitten, ook inhoudelijk.

Aanvulling 17.12.2021: Dit stuk verscheen vandaag (met mijn instemming en onder een andere kop) op de opiniepagina van het Nederlands Dagblad. (De ND-redactie paste Fortuijn aan tot het gangbaardere maar naar mijn mening onjuist gespelde Fortuyn.)

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.