Een Kamerbezoekje – tweemaal tevergeefs

Veelbelovend onderwerp op de Kameragenda over de omgangsvormen tijdens vergaderingen, ik vind en registreer een tijdslot (tijdsslot?) en reis naar Den Haag. Vooraf in een café tref ik een oud-staatssecretaris, mooi meegenomen. Bij de eerste entree is er een kleinigheid omdat me eerst een verkeerde sticker wordt verstrekt. Dat foutje wordt vlot gecorrigeerd voor ik door de detectiepoort mag. Voor me zie ik bij een andere bezoeker enige opwinding. Zij krijgt na bestudering van de röntgenbeelden van de inhoud van haar tas de vraag of ze misschien vaseline bij zich heeft. Op het bevestigende antwoord houdt iemand van de bewaking trots een minuscuul doosje omhoog in de richting van degene die de beelden bekijkt: vaseline!

Voor de zekerheid leg ik mijn kleine houten tandenstoker die zo makkelijk breekt in alle openheid in de witte plastic bak – wat zal de lengte zijn, twee centimeter? Misschien kan ik er even veel kwaad mee aanrichten als met een likje vaseline. Ik mag rechtstreeks passeren.

De lockers, het is een kwestie van techniek. Maar wat direct al bij de ingang gezegd was: de reservering voor de Plenaire Zaal is vervallen, want er zijn geen debatten. Inderdaad, Vera Bergkamp heeft corona en nu resteert voor mij alleen nog de Statenpassage. Daar is het even rustig als overal in de centrale hal. Ik zie drie vrouwelijke Kamerleden staande met elkaar overleggen, eentje van de coalitie, twee van de rechterzijde van de oppositie.

In de Statenpassage (het is bijzonder dat een gewone burger daar een kop koffie en een boterham kan aanschaffen en nuttigen) zie ik journalist X met Kamerlid Y in een hoek overleggen. De krant van de journalist zal ik de komende dagen extra nieuwsgierig volgen.

Een Commissaris van de Koning loop ik er tegen het lijf (de trefkans is groot, er is bijna niemand) en hij maakt vriendelijk een praatje met me.

Na een uurtje heb ik het allemaal gezien en vertrek. Buiten roept een meisje naar een vriendin of klasgenoot dat ze Caroline gesproken heeft! Spreek uit “Kerrolain” en weet dan dat het de alom tegenwoordige leidsvrouwe van BBB is, zij was een van die drie in de centrale hal.

Ik besluit online te kijken of ik verderop deze dag na andere afspraken een herkansing kan boeken. Yep! Ik mag tussen 4 en 6 nogmaals. Ik ken nu de procedure, dat vergemakkelijkt mijn binnenkomst die wat later is dan gepland, ruim 5 uur. Ik krijg in één keer de goede sticker uitgereikt, leg mijn tandenstoker in de witte plastic bak naast m’n riem en alles wat ik bij me heb.

Dan volgt er oponthoud. Niet dat de metalen poort bezwaar aantekent, ik mag weer linea recta door; maar er wordt wel iets via röntgen in mijn spullen gezien. “Hebt u een mes?” Het idée. Neen, ik heb geen mes. Er wordt getuurd, en nog eens door een bijgehaalde collega. Een derde begint in mijn jas in de inmiddels doorgeschoven bak te voelen. Ik geef daar ongevraagd uitdrukkelijk toestemming voor, ga uw gang.

Als alle zakken leeg zijn, begrijp ik uit het overleg dat ofwel een balpen, ofwel een sleutelbos ofwel een portemonneetje met wat muntgeld de veroorzaker van het royale oponthoud is geweest. Een volgende keer, leer ik, moet ik álles uit de zakken open neerleggen in de bakken.

Nu begeef ik me (na de lockers, het blijft een techniek) snel naar de roltrap. Als ik daar op sta, klinkt de bel. Boven blijkt dat de hamer is gevallen en dat de laatste vergadering van vandaag juist gesloten is door voorzitter Bosma. Ik mag van de vriendelijke kamer-bewaarder wel nog even een blikje werpen in de plenaire zaal, als de paar bezoekers weg zijn. Ik zie een veel kleinere ruimte dan gedacht. Martin Bosma drentelt er wat napratend tegen de minister van Buitenlandse Zaken rond Hoekstra. Wopke zelf staart vooral in de verte. Denkend aan Oekraïne, aan de gemeenteraadsverkiezingen? Ik kan helaas niet meer zien hoe schandelijk de stenografen achterin tegen de zaal geplakt zitten. Zij hebben hun beurt erop zitten en gaan de Handelingen uittikken, inclusief de vele presidentiële, spottende terzijdes die ik later pas zal lezen.

Terug op het Prinses Irenepad realiseer ik me, hoe goed onze democratie beschermd wordt. Aan de andere kant, de Kinderopvangtoeslagkwestie, de btw-problemen bij de fiscus (hoe ver reikt fruit, waar wordt iets groente?) of de afhandeling van de aardbevingen in Groningen laten zien dat er verbeterpunten zijn. Een paar bezoekers die een poosje een debat bij willen wonen en die zich daarvoor met naam, gsm-nummer en mailadres hebben geregistreerd, nee, die kunnen geen berichtje krijgen dat de voorstelling wegens ziekte van een van de hoofdrolspelers is geannuleerd. Dat is toch een verrassende ontdekking op zo’n dag.

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.