“Dikke mik kans” – zuidelijke taal die de Handelingen niet haalde?

Op 4 juni 2020 verscheen in dit blog een tekstje over het amicale taalgebruik dat in de Tweede Kamer duidelijk wordt via de tussenwerpsels jongens! en joh! Wie de huidige Van Dale bekijkt, ziet dat een blogstukje ook twee jaar later nog heel wat meer informatie kan bieden dan het grote woordenboek.

Op dezelfde vierde juni van 2020 was er een corona-debat in de Tweede Kamer. Als ik de destijds overgenomen ongecorrigeerde Handelingen daarvan bekijk, zie ik taal die door de stenografen niet gecorrigeerd is maar anderzijds ook wel. Theo Hiddema (dan nog FvD) zegt “om zelf te kunnen gloreren”, maar dat is gezuiverd tot gloriëren. Als Carla Dik-Faber (ChristenUnie) naar haar partijgenoot Blokhuis verwijst en zegt dat de staatssecretaris hier niet “vertegenwoordigd” is, dan is dat gehandhaafd, terwijl ze tegenwoordig in de betekenis ‘aanwezig’ bedoeld zal hebben en niet dat er iemand door hem is afgevaardigd.
Een bijzondere uitspraak van Joba van den Berg (CDA) heeft mijn aantekeningenboekje wel, maar niet het verslag gehaald. Dit staat er in de Handelingen: “(….) als ik daar alleen tijdens kantooruren terechtkan, dan is er een dikke kans dat er weer een dag verloren is voordat die test kan worden afgenomen.”
Ik noteerde in plaats van “dikke kans” het komische (maar voor mij zeer ongebruikelijke, ja onbekende) “dikke mik kans”. Hier lijkt een combinatie gemaakt van twee vastere woordkoppels, dikke kans + dikke mik. Misschien ligt het verband in het kuren dat uit mikken spreekt en het kansberekenende van het andere woord in kwestie. Van zoiets komisch taalcreatiefs verlengds houden diverse sprekers van het Buitenhofs. In wezen is iets als van ze lang zal ze leven niet vergelijkbaar of nota-beide-bene, maar ook allerlei woorden. (Zie Dat gezegd hebbend voor voorbeelden zoals winstwaarschuwing waar simpel waarschuwing bedoeld wordt.)

Iets vergelijkbaars met dikke mik kans kon ik in de plenaire verslagen alleen uit de mond van minister Hans Alders vinden, toen hij een keer zei dat er “een kans van 51% dikke mik aanwezig” was – net niet helemaal hetzelfde maar wel dichtbij. En ja, ik dacht er even aan toen die sportpresentator volle bak medaillekansen aankondigde, vandaar die twee eerdere stukjes.

Dikke mik is iets wat we aanvankelijk vooral in Zuidelijke krantenbronnen vinden. Alders kwam uit Nijmegen. Joba van den Berg is volgens parlement.com afkomstig uit Utrecht, maar ze heeft een reeks RK aandoende voornamen. Ook buiten het Nederlands van Zuidelijk-Nederland denk ik dat er een en ander aan de hand is in het Nederlands op bijwoordelijk terrein. Nóg een stukje, over een paar dagen.

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.