We gaan naar Ron in Den Haag: Acht jaar Achtuur

Toen ik de laatste bladzijden van Ron Fresens Acht jaar Achtuur (Uitgeverij Balans) afgelopen vrijdag aan het lezen was, begonnen de uitslagen van de lokale Britse verkiezingen binnen te komen. Daar doorheen dwarrelde ook het bericht dat de politie in Durham opnieuw een onderzoek deed naar het overtreden van de coronaregels door Labour-leider Keir Starmer. De Conservatieven verloren op grote schaal onder andere als gevolg van al de partijtjes die tijdens de lockdown door Johnson waren gegeven, en nu kwam er een herhaald onderzoek naar de leider van de oppositie?
Onder invloed van het boek van Fresen was er maar één overheersende vraag: heeft 10 Downingstreet dit ingestoken, net nu? Datzelfde gevoel kwam op, toen eerste commentaren het verlies van de Tories iets kleiner lieten zijn dan voorspeld. Een voorbeeld van wat aan de andere kant van de Noordzee expectation management heet?

Na de verhalen van Fresen komen dergelijke veronderstellingen direct op: Acht jaar achtuur maakt achterdochtig en gaandeweg ga je net als Fresen anders naar het Haagse nieuws kijken. Voor een deel net als een advies in dat Duitse boek waar het hier laatst over ging: Cui bono? Wie heeft er baat bij bepaalde berichtgeving?

Ron Fresen bij DWDD (youtube.com)

Ron Fresen – ik heb enkele malen contact met hem gehad, een keer cappuccino met hem gedronken, een plezierige man – is de verteller in dit boek. Bij eerste lezing van de tekst hoorde zijn vrouw hem práten en dat aspect hebben de correcties door derden gelukkig niet veranderd. Neem als voorbeeld het slot van hoofdstuk 3: “(Is ons parlementaire stelsel SR) Een circus? Een spel? Hou op. Er is zoveel om te vertellen.”
Hou op – Ron is met ons in gesprek, hij spréekt tegen ons. Op bladzijde 82 zien we: “Vooraf zeg ik nog maar eens dat…” Weliswaar ontkomt de pen van Fresen enkele malen niet aan “echter” (zie bijvoorbeeld hier binnen dit blog), maar dat zijn kleine schrijftaal-elementjes die opvallen in hun contrast met de enkele malen dat hij iets klote noemt. Of: “Hállo, er komen verkiezingen aan” – de verteller aan het woord, Hállo! Op p. 250: “Kom op zeg.” Fresen is direct met ons in gesprek, kom op zeg.

Als je dergelijke tussenwerpsels zo aanstreept, doet dat denken aan die wekelijkse persconferentie in mei 2016, toen Rutte eens ontplofte op een vraag van Fresen: “Denk je nou werkelijk Ron dat ik bij iedere gladiool in dit land, die totaal matteklap is, langs ga om aan die man of vrouw aandacht te gaan besteden? Ben je nou goed snik? Dat doe ik toch niet? Come on… Ik ga toch niet achter een gek die zo’n Facebookpagina, ga ik toch niet de eer doen daar langs te gaan?” Hier sprak de minister-president van Nederland op een persconferentie.

Premier Rutte heeft het de aanwezigen ook eens verteld op een van die vrijdagse persconferenties, Ron is Hagenees. Hij schrijft er een paar talige observaties over. Vinden de koekwauzen van bladzijde 130 hun oorsprong in het Haags? Inderdaad, hij sprak als duider naturel en zo schrijft hij ook. Toch duiken op allerlei plaatsen woorden op die ik eerder voorbeelden van Binnenhofs zou noemen, niet op straat of in z’n jeugd geleerd maar vast overgenomen uit de Tweede Kamer. Neem benoemen voor ‘onder woorden brengen, zeggen’, “een Rob-Jettentje” of “als een dolle” dat ook in vergaderingen graag gebruikt wordt. Volle bak, schrijft Fresen diverse malen. Gerommel in de marge.

Maar dat haalt het niet bij twee zó frequent gebruikte woorden dat ik ze bijna als stopwoordjes zou aanmerken. Geen bezwaar, het versterkt het vertellende karakter. Staat het woord direct in Acht jaar Achtuur? Ik denk het niet. Daar staat tegenover dat we de moderne variant gelijk daarvan vele, vele malen tegenkomen: Ik moest ook gelijk denken aan die ene keer, Het was gelijk einde uitzending, Ik moet gelijk een bekentenis doen, Ik ben gelijk verkocht, en dan zijn we nog niet op pagina 25.

Net zo vaak bijna zien we het versterkende bijwoordje verdomd, dat ik me niet kan herinneren van ook maar één van die talloze stand-ups in acht jaar lang Achtuur. Bij wijze van illustratie van een paar bladzijden:
• Ik neem politiek verdomd serieus.
• …. die je verdomd stevig moet wantrouwen
• …. daarvoor verdomd hard werken
• Ik heb er verdomd weinig trek (in)

Fresens herinneringen dateren vooral uit 2021, ik heb ze met plezier gelezen.

Iedereen kon nu eens lezen wat zijn Binnenhofse werk bij uitstek is geweest: wachten (inderdaad, soms bij het hek van het Catshuis), met een collega op nieuws lopen hopen in de wandelgangen, praten en luisteren, appjes sturen, bellen en dan weer wachtend hopen op antwoord. Ineens realiseerde ik me dat ik moest denken aan een verre voorganger van hem: Ton Planken, Den Haag Vandaag. Wat een verschillen tussen Ron en Ton.

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

1 Reactie naar We gaan naar Ron in Den Haag: Acht jaar Achtuur

  1. Ron schreef:

    Wat een mooie en eervolle observaties Siemon. Erg leuk om te lezen en ik dacht gelijk dat je verdomd gelijk hebt. 😊.

    Hartelijke groet. Ron

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.