Mathijs Deen De Hollander: kanttekeningetjes (iii)

De watergrens tussen Duitsland en Nederland is inderdaad een punt waarover Duitsland en Nederland hebben besloten niet verder over te twisten: stimmen wir zu, nicht einverstanden zu sein – maar het meningsverschil blijft. Als het lichaam van Klaus Smyrna via een Nederlands patrouilleschip in dat vage gebied aan wal gebracht wordt, dan wordt dat ons Delfzijl en niet hun Emden. Daarover ontspinnen zich soms nijdige discussies die het boek extra vaart geven. Dat grensaspect speelt in alle stilte op een andere plaats ook een rol: een attente jonge agent uit Bunde steekt tussen de middag even over naar Nederland om bij het benzinestation van de Poort van Groningen een snelle hap te halen; hij merkt dan dat iemand iets stiekem haastig weggooit in een container; wat een mooie rugzak blijkt te zijn, neemt hij mee de grens over naar Duitsland. Die zak speelt natuurlijk een rol in het verhaal, net als een ander en niet minder essentieel object uit de wadloperij, de peilstok.

Lattewitz, Smyrna, Reinhard: de familienamen van de Duitse wadlopers kunnen misschien wel uit een zeer groot deel van Duitsland of Europa stammen. Dat is anders met de voor- en achternamen aan Nederlandse kant – Geeske Dobbenga, Anne-Baukje Visser (uit Morra bij Dokkum), Liewe Cupido uit Texel, Henk van de Wal (Termunten), de verrassende, Shakespeare citerende Derk Wortelboer die ook Beckett kent. Dat is of klinkt allemaal Noordelijk en wie weet heeft Deen er wel verwijzinkjes of tekentjes mee bedoeld of in uitgedrukt. Met Aron (en niet Mozes, maar mooi wel verwijzend naar een soort wadloperij in het Oude Testament door de Schelf- of Rietzee of het dito -meer) is dat net zo het geval als Henk van de Wal die niet op zijn plaats is op het water en inderdaad een van-de-wal-in-de-slootfiguur is. Dat Liewe Cupido kennelijk relatieloos door het leven gaat mag passen bij veel hoofdrolspelers uit de detectivewereld, we weten nu al dat hij in vervolgdelen op het terrein van de liefde dingen zal meemaken. Een lieuw is in het Fries ‘leeuw’, liewe klinkt in die taal hoorbaar naar ‘lieve’. De Duitse patholoog-anatome draagt niet voor niets de familienaam Specht, het staat zelfs extra vaak genoemd op blz. 173.

Overigens: Lode Föhrmann mag een Duitse schilder zijn, hij moet voor Nederlandse ogen gemodelleerd zijn naar Geurt Busser.

Van blog Geurt Busser

 

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.