Mathijs Deen De Hollander: kanttekeningetjes (vi)

• “Is hij in Holland ook bekend, dan?” (71)
• “Wat was er anders dan, als Reinhard erbij was?” (98)
• “Heb je dat gezien, dan?” (113)
• “Van wie is die auto dan?” (179)

Van Dale: dan 2

Van Dale heeft aandacht voor dit dan, alleen denk ik dat dit de voorloper van een inmiddels gewoner gebruik is dat het woordenboek nog moet vastleggen. Volgens Van Dale drukt het hier bedoelde dan een tegenwerping uit. Maar tegenwoordig is dit slot-dan de korte omschrijving voor “moet ik hieruit concluderen dat” en dus eigenlijk niet anders dan eenvoudigweg een vraagteken. Dit laatste woord van een vragende zin moedigt aan om verder te vertellen, voor de draad ermee.

Ik moet bekennen dat ik dit dan in de dagelijkse praktijk niet altijd neutraal registreer en soms zelfs als iets vervelends ervaar. Dat kan met de toon of met de overtolligheid te maken hebben: Waarom dan? Hoe laat was het dan? En hoe heet ze dan? Die vragen worden ineens veel prettiger-neutraal bij weglating van dat zeurende dan als laatste wagon van het vraagzintreintje.*)

Maar actuele spreektaal ís het dus wat we ook hier uit Deens pen genoteerd zien. Dat is net zo met deze gevallen, voorbeelden uit een langere reeks:

• hij gaat ze voor naar het mortuarium (112)
• Dat het niet aan mij ligt als ze wat overkomt. (137)
• Het water komt ze tot hun middel. (149)
• …. of wij nog wat voor ze kunnen doen (150)
• Xander loopt naar ze toe. (178)

Wat hier consequent gebeurt, is het gebruik van ze in een positie waarin het grammaticaal een voorwerp betreft én waar het gaat over personen. Kennelijk is er verschil tussen een meervoudig lijdend voorwerp in a) ik heb hen gezien en b) ik heb ze gezien. In de a-zin móet het over mensen gaan, vroeger zou je een tegenstelling veronderstellen met de b-zin, juist geen personen, wel dingen. Dat ze in de b-zin zou de betekenis ‘tentoonstellingen’, ‘platen’, ‘boeken’ kunnen hebben. Dat gebeurt in De Hollander bijvoorbeeld op p. 145 als er verwezen wordt naar aquarellen. (Je mag ze allemaal hebben.)
Momenteel kan dit ze ook als meewerkend of lijdend voorwerp voor levende wezens gebruikt worden en dat heeft voor de taalgebruiker een belangrijk voordeel: het is simpeler én hij/zij hoeft niet met betweters te steggelen over de keuze voor hen of hun.
Mathijs Deen kiest veelal voor dit moderne taalgebruik. In stilte vraag ik me af: heeft hij hier op college ooit iets van gehoord? Van Albert Sassen misschien? Sassen was en Deen is attent op dit aspect van het Nederlands. Het citaat van bladzijde 137 (Dat het niet aan mij ligt als ze wat overkomt.) wordt door hem zó vervolgd:
‘Als ze wat overkomt… zei ze dat zo?’
‘Ja, dat heeft ze meerdere keren zo gezegd: Als hun daar wat overkomt ligt het in ieder geval niet aan mij.’

Hun: tóch. Zeldzaam!

*) Nota bene. Zo’n vragende zin die eindigt op dan moet het accent niet krijgen op dat laatste dan: wáár was het dan? of waar wás het dan? informeert in het algemeen naar de plaats waar, waar was het dán wil een tegenstelling oplossen zoals in de omschrijving van Van Dale (en het betekent: ‘goed, hier was het niet maar waar dan wél?’).

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.