Slecht Nederlands in de Tweede Kamer (ii): van schooltaalhumor op de vergadervloer

Ja, geklaagd over taal wordt er in ons parlement geregeld. Vanaf een jaar of 30 geleden wordt de uitdrukking slecht Nederlands ook komisch gebezigd. Zover is Bas van der Vlies (SGP) op 15 februari 1993 nog niet in een commissievergadering als hij zegt, zich niet aan de indruk te kunnen onttrekken – humor komt in de Tweede Kamer voor, geloof me, understatements ook – “dat de diverse invals-hoeken van waaruit de minister en de staatssecretaris spreken nog niet “afgerijpt” zijn. Ik weet dat dit een slecht Nederlands woord is, maar ik weet zo gauw geen beter.
De voorzitter : Tot volle wasdom gekomen.
De heer Van der Vlies (SGP): Geweldig, maar dat is langer en ik moet kort spreken.
De voorzitter: Daarom help ik u.”
Afbouwen, afrijpen, doordelegeren, dat soort samenstellingen vinden parlementariërs kennelijk snel niet door de beugel van de Nederlandse taal kunnen. Waarom eigenlijk niet? Laat in datzelfde jaar 1993 vindt Van der Vlies het door-exerceren van zichzelf ook niet passend: “Ik heb de indruk dat wij nog lang niet alle aspecten daarvan hebben doorgeëxerceerd, om het even in slecht Nederlands te zeggen.”

Maar inmiddels heeft half juni 1993 D66-woordvoerder Pieter ter Veer op dit terrein een nieuwtje gelanceerd. Het gaat over een onderwerp dat nog een poosje langer onderwerp van beraadslaging blijft in Den Haag, mest. Toen in 1993 ging het over de verhandelbaarheid van mestquota – nou, althans voor een deel. Ter Veer: “Laten wij het compromis in het midden zoeken; let’s compromise on the middle, om het in slecht Nederlands te zeggen.”
Ter Veer is voorzover ik het kan vinden in 1993 de eerste die “slecht Nederlands” als excuus-etiket plakt op iets wat van het Engels geleend is. Hij zal niet de laatste blijken te zijn, ook al komt de oorspronkelijk-letterlijke lezing nog steeds voor. Zo noemt Leen van Dijke (RPF, voorganger-partij van de ChristenUnie) wakkerheid slecht Nederlands in 1996, in 1997 vindt Van der Vlies terugcompenseren niet kunnen.
Ad Lansink (CDA) gebruikt “slecht Nederlands” in 1997 als veroordeling van overrulen, in 1998 grijpt Ter Veer andermaal naar zijn eigen grap als hij carports in slecht Nederlands ‘overkappingen’ noemt. In de jaren erna wordt deze talige humor weliswaar door diverse sprekers in ‘s Lands Vergaderzaal gedebiteerd zoals minister Plasterk als hij het heeft over een gap year, Jesse Klaver als excuus bij het gebruik van corebusiness, Peter Recourt: “In dat geval zijn alle problemen al gemediate, om het maar eens in slecht Nederlands te zeggen” en een reeks anderen.

Arie Slob (van Google-afbeeldingen)

Te midden van hen zijn er een paar sprekers die zéér op deze vorm van humor gesteld zijn, verreweg het meest waarschijnlijk Arie Slob (Christen Unie), zowel als parlementariër als in een rol in vak-K:
• Ik vond het echt powerplay, om het in slecht Nederlands te zeggen.
• Ik heb met de collega’s Van der Vlies en De Vries een amendement ingediend op stuk nr. 30 dat ik, in slecht Nederlands, een soort next-best-amendement noem.
• De Nederlandse regering heeft een aantal keren in slecht Nederlands gezegd: there is no agreement until there is an agreement.
• In de bespreking is ten aanzien van de boetes de term “naming-and-shaming“, in slecht Nederlands, een aantal keer langsgekomen.
• Ik vond het echter echt the limit, om in het slecht Nederlands te zeggen, dat hier wordt voorgesteld om toch nog even snel een grondwetswijziging te behandelen,….
• De heer Van Meenen had het in slecht Nederlands over een twilight zone of schemergebied.
• Ik heb de minister-president en de fractievoorzitters van de coalitiepartijen echter zo begrepen dat er wat hen betreft — ik zeg het maar even in mijn eigen woorden en in slecht Nederlands — geen no-goareas zijn.
• Men kan bijvoorbeeld de ondersteunende dienst voor de bedrijfsvoering ineenschuiven. Ik heb het dan over de shared service centers, zoals die altijd zo mooi in slecht Nederlands worden genoemd.
• Ik zeg u even in heel slecht Nederlands: no way!
• Het derde is dat hij bekijkt wat er in het kader van fast lanes, zoals wij dat in slecht Nederlands noemen, mogelijk is.
de lead — in slecht Nederlands — is hier bij de beroepsgroep zelf gelegd….

De eerste die slecht Nederlands combineert met een ander schooltaalwoord buiten het Engels is Thom de Graaff (D66, de partij die bovengemiddeld let op het Nederlands). Het gebeurt al in 1997 dat de stenograaf dit voor hem noteert: “Deze stelling is eigenlijk het belangrijkste ’’Leitmotiv’’ – ik weet dat het slecht Nederlands is, het is zelfs geen Nederlands – voor de collega’s Koekkoek en Van Middelkoop om vandaag hier een initiatiefvoorstel te verdedigen dat….” Koekkoek (CDA) en Van Middelkoop (ChristenUnie) hadden meer dan anderen oog voor de taal en derzelver positie in wet- en regelgeving.
Ook Arie Slob gebruikt deze humor jenseits der Grenze:
• Het was voor mij wel een zekere aha-erlebnis, zeg ik in slecht Nederlands, om hier aanwezig te zijn
• Daar wordt vrij rücksichtslos, om het in slecht Nederlands te zeggen, een streep door gezet.

Nog vrij actueel deed minister Koolmnees eenzelfde D-Mark in het zakje: “Maar uit het onderzoek van de WRR blijkt bijvoorbeeld ook dat diversiteit in diverse wijken ook leidt tot een unheimisch Gefühl, om het eens in slecht Nederlands te verwoorden.” Unheimisch vinden de Duitsers tegenwoordig slecht Duits, zij spreken van unheimlich – aber was soll’s ‘but whatever’?

Engels onder een excuusdoekje in het Nederlandse parlement is blijkens de verslagen verder ook nog key interlocutor, countervailing power, margin of appreciation, een coldturkeysituatie, de early adopters, een lock-in, we can fix this, we can solve this, de can-domentaliteit, second-guessen, een level playing field, een gamechanger in dit debat, best practice, shared service, een revolving fund, een zero-sum game, tracken en tracen, een offer you cannot refuse, “corona readiness team”.

Dit is wat in de Nederlandse Tweede Kamer de laatste jaren allemaal slecht Nederlands is genoemd.

Voordat iemand tegenwoordig met goed fatsoen deel kan nemen aan een debat in het Haagse hart van de Nederlandse democratie, dient hij of zij met goed gevolg een examen Engels op middelbaar niveau afgelegd te hebben.
En anders?
Shut up of moven!

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.