Van hier tot Tokio – Facetten (v)

Credits Natasja Ybema

In deze sfeer is het niet verrassend maar wel komisch door het allitererende extraatje dat er verstrekt wordt, wanneer Carmiggelt zich op zaterdag 6 februari 1954 zogenaamd op een klagende manier uitlaat. Hij doet geërgerd over de kritische brieven die hij soms op de krant ontvangt. Wat kúnnen groepen mensen (zelfs al in deze tijd zonder bv. Twitter of X) gauw aangebrand zijn! Wat hébben zij, of het nu kruideniers of kelners betreft, een lange tenen! Zo heet deze aflevering dan ook (Tenen) en de maat die Kronkel de mensen neemt wordt door hem zó uitgedrukt: “De volksgroepen hebben tenen van hier tot Tokio.” Dat is op dat moment iets nieuws in het Nederlands – veronderstel ik. [Ik baseer me op wat ik vind via delpher.nl en het past dus bij dat soms olijke Nederlands dat te zien is in het verlengde van de afloop van WO II.]

Uit Het Parool 06.02.1954 via Delpher.nl

Deze Kronkel trekt de aandacht. Dat blijkt een week of twee later uit Het Binnenhof (Den Haag) van 19.02.1954. Kennelijk – ik heb er geen onderzoek naar gedaan – werd bij deze courant soms een “officieel parochieblad van het bisdom Haarlem Editie voor het dekanaat Den Haag” bijgevoegd, Sursum Corda geheten, ‘omhoog de harten’. In een openingsartikel schrijft een zekere A.B. daarin: “Alle eer aan S. Carmiggelt, die mensen met lange tenen een tenenmaat neemt „van hier tot Tokio”. Ook ons rijke Roomse leven kent zulke formidabele teengangers. Uiteraard bedoel ik hiermee niet de missionarissen, wier bloed zelfs geneigd is te kruipen waar de tenen niet meer gaan kunnen.”
Trouwens, in deze jaren viel ook al eerder in datzelfde blad Het Binnenhof dit soort Nederlands op te tekenen bijvoorbeeld in volksige taal:

  • • “Ik heb d’r zelf een paar van de veldslag terug zien komme met een deuk in d’r lui harnas en een blauw oog van hier tot gunter. Mot ik dan soms anneme, dat die buite an het knikkere wazze en dat ze over een wolkie gestruikeld benne? Maak mij nou effe wat!?” (Het Binnenhof 05.08.1950)
  • • “„Je weet niet eens wat ik wou wensen”. „Haha”, zei Pom-Pom, „dat wist ik op hetzelfde ogenblik, dat jij iet wist. Je eerste wens was een stuk drop van hier tot Sittard, je tweede wens, dat je nooit meer een beurt op school zou krijgen en je derde wens, dat je drie nieuwe wensen mocht wensen.” (Het Binnenhof 07.01.1952)
  • We zijn waar we naartoe wilden, van hier tot Tokio. Wordt vervolgd.

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.