De dagboekaantekeningen van Jhr. Van Nispen (3)

Een aparte, politieke woordvolgorde

Jhr. Van Nispen is zeker niet de enige bij wie je een Nederlandse woordvolgorde kunt observeren die ik geneigd ben afwijkend te noemen en die misschien wel kenmerkend is voor een generatie van politiek-bezige personen. Het gaat bij Van Nispen honderden malen om dit soort constructies zoals op p. 31: “Men prijst steeds weer het notuleren van de vergaderingen.”
Naar mijn indruk is deze woordvolgorde minder gangbaar in het Nederlands, lees in plaats daarvan het normalere waarbij steeds weer even op zijn beurt moet wachten:
Men prijst […..] het notuleren van de vergaderingen steeds weer.

Van Nispen doet dit in de beginjaren van zijn dagboekschrijven vrij weinig, maar zo vanaf 1956 is het toenemend waarneembaar. Een duidelijk en wellicht verklarend voorbeeld staat op 14 maart 1965 (blz. 289): “Marijnen schreef (dinsdag?) nog aan Schmelzer, ter bevestiging van zijn uiteenzetting, dat hij wel mogelijk acht het indienen van een definitieve omroepwet dit jaar enkele maanden uit te stellen, maar dat hij het nu niet juist zou vinden (….).” Hier moet wel mogelijk acht wat later in de zin verschijnen.
Vergis ik me en zien we die bijzondere woordvolgordes minder tegen het eind van het schrijven van de dagboeken? Een van de latere voorbeelden is de notitie op 18 april 1970: “Zij hebben moeite met het plaatsen van het restant van de B.I.D. bij Defensie omdat zij vrezen manipulaties voor militaire doeleinden en eenzijdige werving en sortering.” (blz. 442)

Ik denk dat een geval als dit duidelijk maakt waarom “vrezen” ongewoon vroeg in de zin geplaatst is: het voorwerp van het vrezen is “manipulaties voor militaire doeleinden en eenzijdige werving en sortering” en dat is een beetje lang voor het geheugen van sprekers én toehoorders. De vreemde woordvolgorde voorkomt als het ware wat een tangconstructie heet, waarbij woorden onprettig ver van elkaar voorkomen. Kortom, ook al is Van Nispen in zijn dagboeken natuurlijk geen spreker, hij lijkt zich aan de politieke spreektaal gewend te hebben.

Nemen we de Freule als ander voorbeeld (zie eerder in dit blog).
Haar vertellingen (uitgegeven in Baarn 1973) waren hier dus eerder onderwerp van aandacht. Op twee bladzijden van die uitgave viel de bedoelde woordvolgorde op:

  • Voor mij is de heer Van Schaik altijd gebleven: de President. (blz. 102)
  • Ik stond pal achter Beernink en betreurde iedere dag meer het aftreden van het kabinet-Marijnen om de televisiekwestie. (blz. 173)

Wat betreurde de Freule in de tweede aanhaling, en nog wel iedere dag meer: het aftreden van het kabinet-Marijnen om de televisiekwestie. Door dat betreurde vooraan te plaatsen, is het eenvoudiger om als het ware als toehoorder geconcentreerd te blijven op wat er nog komt, namelijk dat lange lijdende voorwerp.
Weliswaar is “de President” in het eerste citaat een zeer korte woordgroep maar door “gebleven” naar voren te halen, wordt het mogelijk om hem de voorname, geïsoleerde positie te geven die de vertelster nu juist nastreefde. Dat blijkt ook uit de gebruikte dubbele punt die een korte pauze aangeeft voor: de President.
Met andere woorden, als inderdaad klopt dat deze woordvolgorde allereerst iets is voor sprekers en dus politici, kunnen we het een specifieke redenaarsvolgorde noemen. Niet correct wellicht met het oog op de regelmatigheden van het Nederlands, maar in de praktijk een plezierig middel.

Illustrerend

Uit de eerste honderd bladzijden uit de Van-Nispenuitgave stammen de volgende voorbeelden als illustratie. De lezer mag bepalen of het vermoeden klopt dat de vroegere Bondskanselier Willy Brandt hier syntactisch zogezegd in doorklinkt. Die zei na de Duitse eenwording eind 1989: “hier wächst zusammen was zusammen gehört”. Woorden komen dicht tot elkaar in de zin, voor het gemak van luisteraar en spreker:

  • Betoogde nog eens dat de grootste fout van Schermerhorn toch wel was zijn afzakken naar de P.v.d.A. (p. 38)
  • Zo zal de eerste wereldverklaring blijken een voortdurende druk naar eenheid en menselijkheid te zijn. (p. 58)
  • want dat zou betekenen het offeren van duizenden en duizenden getrouwen aan openlijke moord en sluipmoord. (p. 60)
  • Het is voor mij onbegrijpelijk hoe men tegenstemmend kan aanvaarden chaos in Indonesië met gewelddadig zich losrukken uit het Nederlandse gezag. (p. 76)
  • Met 11 tegen 7 stemmen werd afgewezen deze verwijzing naar een hogere orde. (p.85)
  • Toen kwam alleen uit de bus het bezwaar tegen de FNV-man. (p. 90) (foutje? FNV was er nog niet in 1952)
  • en gaf me terug het boek van M. Sluyser (…) (p. 91)
  • Verder kan ik me denken de situatie dat een meerderheid haar macht zo organiseert en zich zo verschanst achter kiesstelsel en bepalingen (dat…) (p. 95)
  • De anderen (behalve van de Kieft) beheersten zeer hunne humeuren. (p. 97)
  • Tot mijn verrassing en vreugde deed Drees het voorstel dat ik verder uit zou werken een plan om regelmatige ontmoetingen met enige hoofdredacties van landelijke bladen te hebben voor het geven van… (p. 99)

Jhr. Van Nispen kwam geregeld uit voor zijn kerkelijke opvattingen (RK) en voor zijn herkomstregio (de Liemers). Daar is tegenwoordig de Gabriël-parochie gevestigd die onder andere dit soort foto’s op de website zet:

Wordt vervolgd.

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.