Kinderanalogie: heerlijk vrij spreken van viezernij, fout 8 uur en deugwel

Ja, een zékere jaloezie moeten sommige ouders kunnen ervaren als zij met open oor luisteren naar kinderen en horen hoe die soms bijna dichterlijk-vrij met de aangeboden taal omgaan. Zo kunnen zij veel vrijer dan later – als ze hebben schoolgegaan – woorden creëren op basis van eerder geleerde lexicale elementen. Nu nemen ze een deugniet als het ware nog letterlijk en dan laat zich daar positief een deugwél uit destilleren.
Hoe laat het is? Ik denk goed acht uur.
Aha – een kindertalige analoog-redeneerder (mv) maakt daar fout 8 uur van als het nog wat vroeger is. Gewoon van goed het tegendeel maken, fout.
Dat kan bewust maar het kan ook ongemerkt gebeuren.
Zo lag de poes van de buren een poos bij ons op een kleed en dat was daardoor zanderig geworden, zei ik tegen een van de kinderen. Die reageerde instemmend-aanvullend en aansluitend scherper observerend: en zo harerig. Om vervolgens zichzelf op die analogie te betrappen: “Hé, ik zeg ‘harerig‘.”
Echter, bewuster zal de vorming zijn geweest van viezernij dat afgeleid moet zijn op basis van lekker-nij.

Waarom zouden we van allerlei sportteams niet aantallen hebben (zoals tiental, elftal) en waarom dan ook niet ééntal? Zo moet bij het schaken kunnen, analogisch op z’n minst. Ach, misschien hebben we het ook wel in onze woordvoorraad opgenomen.

En als we een keer naar een landenwedstrijd keken – welke sport het ook betrof – werd een clubswedstrijd als woord dan niet helemaal in orde, theoretisch althans?
Datzelfde gold voor de binnenstad; toen we daarheen gewandeld waren en terugliepen, was de vraag heel begrijpelijk of we nu weer in de buitenstad waren.
Als overmorgen twee dagen verderop in de toekomst is, hebben we dan kinderen nodig om ons erop te attenderen dat overweek veertien dagen verderop is? Trouwens, op dezelfde manier moet morgenmorgen ook kunnen – hier lijken we een toevallig gaatje in ons lexicon te hebben.
En naar de nabije verleden tijd verwijzen we tot nu toe wel via eergisteren, – zou ook moeten kunnen via eerjaar.

Dat we daar kinderen voor nodig hebben in de sfeer van een jaar of zeven, acht om onze volwassen ogen daarvoor te openen.

Zeer bedankt!
Zeer alstublieft.

Reacties van andere kinderen via hun verwanten blijven welkom.

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Eén reactie op Kinderanalogie: heerlijk vrij spreken van viezernij, fout 8 uur en deugwel

  1. Inge Boulonois schreef:

    Ik herinner me een leesfout van mijn zoontje die net zijn eerste leeslessen had gekregen. Dat gebeurde bij AH, in de lente. Op grote borden stond toen: Volop lente, volop Albert Heijn. Hij las het mij voor: Flop lente, flop Albert Heijn.
    Van een kleinzoon komt deze. Toen hij een boterham met jonge kaas kreeg, vroeg hij of er ook meisjeskaas was.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.