Heerlijke wereld die kindertaal, niet in de laatste plaats voor de observeerder. Daarom, lezer: wie anderen mee wil laten delen in dit geluk, kom er maar in! In deze aflevering beperk ik me tot een (n=één) gevalletje waar ik eerst misschien niet eens echt bij stilstond, maar waar ik toen het in verwante vormen vaker voorkwam juist geïntrigeerd door raakte – ja, van genóót.
De vijfjarige vroeg bij wellicht een houten speelgoedspoor: “Staat de locomotief omstekeerd?”
Het beoogde woordje omgekeerd kreeg hier een vreemde maar ook verrassende vorm in omstekeerd.
Maanden later zei hetzelfde inmiddels zes jaar geworden kind: “Je moet ‘m niet opstekop pakken.” Minder dan een maand daar weer na herhaalde hij dat in iets andere context: “Als ik ’t in m’n map doe is ’t opstekop.”
Ik schreef voor mezelf vragend bij deze aantekening of dit wellicht taal was, ontstaan onder invloed van ondersteboven. Dat zou eerder ook het geval hebben kunnen zijn bij die locomotief; toen links-rechts verdraaid, zoals opstekop een verticale omkering zou betreffen.
Alleen, bij opstekop was er klankwettig een grotere logica. Op z’n kop klinkt al snel als “op-ze-kop” (zeg dus “opsekop”) en dan is het laatste stapje maar een kleintje naar dat opstekop.
In dezelfde weken dat opstekop tweemaal vastgelegd werd, klonk ook omstebeurt, de zoals Onze Taal zegt spreektaalvariant van op z’n beurt.*) Maar nog een derde taal-tijdgenoot kon ik noteren, blijkend uit een vraag over een jas en nog wat later over een sok: “Wil jij dit nog ‘n keer uit binnenstebuiten halen?”
Opstekop en binnenstebuiten bleven in deze periode vrij geregeld vallen uit de kindermond. Telkens kan het ene woord het ontstaan van het andere beïnvloed hebben en bevorderd dat er, tussen twee op zich zelfstandige woorden in, een geïnfigeerd dus tussengevoegd -ste- gebruikt werd. Een nieuw infix met een herkomst uit de overtreffende trap en in een betekenissfeer van iets met ‘om’ zoals in woorden als andersom, omgekeerd, om-en-om.
Heerlijk.
Zinnig ook.
*) omstebeurt zou voortgesproten kunnen zijn uit een contaminatie van om de beurt en op-ze-beurt
In deze serie over kinderen en hun taal verschenen tot dusver deze afleveringen:
• Kinderetymologie: trekpapier op een tweesplitsing én een lezers-oproep
• Kindercontaminatie: de logica van stijgeren, ontfrutselen en liegpeuk
• Kinderanalogie: heerlijk vrij spreken van viezernij, fout 8 uur en deugwel
• Kinderidioom: stillezen en hoe boeken tot net-naast-normale-taal kunnen leiden
• Kindergeografie: het is een toestand in de wereld
En hier dus een bijdrage over kinder-infigering. Er volgt nog één bijdrage in deze reeks van zeven stuks.