Burn-out: ‘even’ doen alsof er niks aan de hand is

Sociaal gezien sloot Pieter Omtzigt na zijn terugkeer driekwart november een nieuw contract,- althans met zichzelf. Hij zou minder dingen tegelijk gaan doen. Hij begon “op kantoor” met een persconferentie op 20 november 2024, maar veel ruimte voor vragen was daar niet,- en begrijpelijk. Hij zou zijn taken immers geleidelijk oppakken in afstemming met Nicolien van Vroonhoven die in de Kamer geregeld “mevrouw Vroonhoven” heet. Oppakken was wat er ook in tweets door/namens Omtzigt gebruikt werd. Deze figuurlijke betekenis van dat werkwoord zou Van Dale aan de volgende druk kunnen toevoegen.

Still van video nu.nl (na ruim 20′)

Voor we terugkeren naar Omtzigt (die niet kon nalaten direct de verschillende vormen van migratie te benadrukken, asiel is daar maar eentje van) maken we een klein toertje door dit blog en door de Handelingen van de Tweede Kamer.
Ooit besteedde ik aandacht aan de bijzondere taal van toenmalig minister Bruno Bruins. Dat ging onder andere over zijn gebruik van het woord efkes ‘kort, eventjes’. Is dat Noordelijk Nederlands?

Een van de West-Nederlandse varianten voor ‘een kort poosje’ is beschreven in een aflevering over “Accenten gekwalificeerd”, dat betrof de vorm “effe.”

In het Westen moeten we waarschijnlijk ook de zeer zeldzame variant effentjes lokaliseren. Dat gebruikte Alexander Pechtold (D66) in 2016 in het debat over Nasleep legercoup Turkije. Pechtold op 13.09.2016: “De premier gebruikt heerlijk zalvende taal, maar ondertussen roept hij op zondagavond lekker effentjes “pleur op”.
Ook Esther Ouwehand (PvdD) komt uit de westelijke kuststreek. Zij zei op 19 november 2024 volgens het ongecorrigeerde Plenaire Verslag van de Tweede Kamer over Caroline van der Plas: “Maar zodra van het openlijke racisme dat we al van dit kabinet hebben gezien, het de ronde doet dat dat ook in de ministerraad besproken is, krijgt ze hier weer alle ruimte om effentjes haar punt te maken. Ik vind dat u daar wat van moet zeggen als voorzitter.” De voorzitter zwéég.

Nu kunnen we weerom naar Omtzigt (NSC) die dus terugkeerde van een burn-out waarvan hij op de persconferentie zei: “Een tijdjelang doe je alsof er niks aan de hand is”. Een tijdjelang – kunnen we daar iets dialectgeografisch van zeggen net als bij efkes, effe en effentjes?
Zoek het niet als één woord in Van Dale. Hetzelfde geldt net niet helemaal maar wel feitelijk voor de krantenbank LexisNexis. Via Delpher.nl is het ook zeer weinig vindbaar, maar desondanks duikt tijdjelang op in een stuk of 12 tijdschriften. Dat is inderdaad zeer weinig. Ik kopieer de hoogste in het overzichtje dat Delpher op “relevantie” sorteerde:

Wat ziet de beschouwer: Twente én RK. Wil iemand nog meer Pieter Omtzigt qua dialect en religie?

Nou ja….. – zó zijn de uitkomsten voor wie tijdjelang als één woord schrijft, net als de gewoonte is bij het wat in omvang oplopende urenlang, dagenlang, jarenlang of zelfs eeuwenlang. Daar geeft het suffix –lang nadruk aan het temporele eerste deel van het samengestelde woord. Maar -lang dat het nietige tijdje– accentueert oogt ronduit mal, lijkt me. Dat verandert ook niet als we het uiteen schrijven (een tijdje lang). Het belangrijkste verschil is dat we die notatie geregelder in de Handelingen vinden.

Soms is dat een probleem, één woord schrijven of twee. Is jaarrond één woord? Is dondersgoed één woord maar deksels goed twee?

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.