Het is inmiddels meer dan 20 jaar geleden. Onder leiding van de CDA’er Donner hadden CDA, VVD en LPF een Strategisch Akkoord gesloten als basis voor een kabinet-Balkenende en daarover werd op 4 juli 2002 in de Tweede Kamer een debat gehouden. Dat klinkt misschien neutraal, maar het gebeurde in de slagschaduw van de moord op Fortuijn en de verkiezingen (te) kort erna. Balkenende en Zalm waren de fractieleiders van CDA en VVD, Mat Herben was voorzitter van het LPF-smaldeel geworden.
In het Kamerdebat sprak Zalm de woorden die later vaak aan Jan Peter Balkenende zouden worden toegeschreven: “Wij hebben gezegd: eerst het zuur en dan het zoet. Dat geldt in de tijd, dus alle vervelende maatregelen worden zo veel mogelijk in het eerste jaar van de regeringsperiode genomen.” Zalm over dat Akkoord:

Dat eerste jaar duurde overigens nauwelijks een maand of zes: al op 22 januari 2003 waren er verkiezingen na een LPF-crisis en de val van Balkenende. De tijd voor het zuur was dan misschien kort, de uitdrukking kende een langere echo en de combinatie van zuur+zoet (en in die volgorde graag) werd dus vooral aan Balkenende toegeschreven. Paste mogelijk beter bij een CDA’er uit Zeeland? Deed eerst het zuur en dan het zoet in de verte als korte geloofssamenvatting denken? Zeg, op het aardse leven zou een zalige plaats van eeuwig geluk kunnen volgen, dus een beloning op het eind?
Het is de laatste tientallen jaren niet vindbaar in de Handelingen van de Tweede Kamer, maar het Duits kent in zekere zin een vergelijkbare combinatie als die welke Gerrit Zalm noemde, Zuckerbrot und Peitsche (‘suikerbrood’ en ‘zweep’). De Duitse Wikipedia noemt het een zegswijze waarin uitgedrukt staat hoe anderen beïnvloed worden door een tweeling van beloning en straf. Oorspronkelijk zou er alleen sprake zijn van Zuckerbrot. Maar nog in de 19de eeuw zou er van sociaal-democratische zijde in reactie op de sociale wetgeving door Bismarck geschreven zijn: “Sein Zuckerbrot verachten wir, seine Peitsche zerbrechen wir”. De combinatie van suikerbrood en zweep zou Bismarck zelf al in 1878 benut hebben.
In dat Duitse Wikipedia-schoentje vinden we even verderop een kleine surprise. Na een uitweiding over het duo beloning-en-straf in de klassieke oudheid komt daar ineens: Sinterklaas! “In einer langen Tradition der Erziehung mit Lohn und Strafe steht auch das Brauchtum um Nikolaus von Myra, der demnach jedes Jahr am 6.Dezember Kinder besucht und entweder belohnt oder bestraft, oft in Begleitung des strafenden Knecht Ruprecht.” Sinterklaas is daarom voor sommigen een figuur met een Janus-kop.

En afrondend: juist voor iemand als Balkenende volgt in deze bron nog de interessante en actuele aanvulling tussen Sint-Maarten en Sinterklaas. Maarten Luther schreef in een exegese van een Bijbelboek dat kinderen en scholieren zó gestraft moesten worden dat er een appel naast een roe lag.
Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe. Op naar 5 december. (Wordt vervolgd)