Eindejaarsverrassing: HUIBUI (III)

Misschien moet ik de lezer eerst melden dat ik een voorkeur heb voor rijmende woorden – nu ja, niet zoals bij Sinterklaas maar intern rijmende woorden. Als ik door een stad loop, kan ik zomaar door zoiets getroffen worden en dan maak ik er een fotootje van. Niet alleen van intern rijmende woorden, ook van woordcombinaties:

Verkeerd geknipt: foutieve volgorde….

Als we toch op de persoonlijke toer zijn, dat type woorden vormde onderdeel van m’n allereerste taalkundige publicatie – het is even geleden, het verscheen in Tabu, Taalkundig Bulletin van het Nederlands Instituut (RU Groningen). Veel van die rijmsels bleken gemaakt volgens een model als haaibaai. Buiten de eerste medeklinker van de rijmende parten betrof het veelal twee identieke delen – alleen de onset varieerde dus.*)

In wel zeer veel rijmende woorden begon het eerste deel met een medeklinker die verder achterin de mond gerealiseerd bleek dan het tweede stuk, het tweede wordt niet zelden vooraan, met of bij de lippen gearticuleerd. Dus: haai– en –baai. Die regelmaat (achter vóór voor) is te observeren in allerlei variëteiten en niet alleen het Nederlands en het Gronings.

Dit is misschien voldoende excuus voor de aandacht die ik ooit besteedde aan de kleine story rond huibui, een woord dat opgevat bleek als huilbui. Laten we dat HUIBUI I noemen. Hui (Gron.) betekent oorspronkelijk allicht vooral ‘lawaaimakend, wild’ (hui is net als hai ‘hi’ ook een aandachttrekkende uitroep) en is vervolgens rijmend versterkt door het afsluitende –bui. In de eerste bijdrage is de (niet onbegrijpelijke) redactionele verandering in een dichtbundeltje van huibui naar huilbui toegelicht. Wie onbekend is met huibui, die leest al snel huilbui.

In HUIBUI II is aandacht geschonken aan het overlijden van dr. Fokke Akkerman, een Friese Groninger, die een gedicht uit zijn hoofd had geleerd inclusief dat foutieve huilbui en dit aan mij voordroeg. Ik was het vergeten maar verwees in die bijdrage naar een in memoriam van de hand van dr. Piet Steenbakkers. In deze tekst staat een in dit kader treffende observatie: “Fokke heeft zijn leven lang een speciale liefde gekoesterd voor poëzie, in het Fries zowel als in andere talen.”

Nu volgt HUIBUI III, Latinisten zouden spreken van triplex. Stomtoevallig ben ik met een Eurostar onderweg van Rotterdam naar Londen en moet overstappen in Brussel-Zuid. Daar bleek een werkelijk enorme rij mede-passagiers te ontstaan (en de vertrekkende trein raakte verder en verder achter op het schema). Door de lange duur dat we daar samen optrokken of wellicht liever op-schoven, kon ik nog veel stomtoevalliger in gesprek raken met een man die later ook nog eens pal achter me een zitplaats had en die…. dezelfde dr. Piet Steenbakkers van een regel of acht terug bleek te zijn. Hij had een nauwe relatie gehad met Fokke Akkerman en trouwens ook met andere Neo-Latinisten in Groningen, ons beider studiestad.

De ontmoeting voltrok zich een behoorlijk aantal weken geleden alweer, maar als ik erover nadenk kan ik er nóg hui van worden. Wat? Huibúi.

Tot volgend jaar.

*) Fonologie en idiomatische rijmvormen
In: Tabu; vol. 11 (1980-1981), afl. 1 (nov 1980), pag. 9-19 / 1980

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.