Het gegeven peerd: De Tawl (7)

Om De Tawl zit een stofomslag waarop een goud-achtig aandoende sticker is geplakt, Winnaar Taalboekenprijs 2024. Van harte gefeliciteerd! Bij zo’n boek is het weliswaar begrijpelijk om naar de gebruikte taal te kijken maar ik moet niet nalaten te benadrukken hoe meeslepend Dröge schrijft en wat voor mooie, ja spannende elementen het boek bevat. Ik hou bv. van zijn uitdrukking “de helaasheid der dingen” (200), van een uitstraling die getuigt van betaalbare prijzen en ontbrekende aspiraties (128), de korte beschrijving van uit eigendunk opgetrokken vrouwen (112) of een apathische liniaal (87). (Ik bladerde hier wat naar voren langs een paar aangekruiste stukjes taal.)

Maar ook kan deze lezer ineens blijven steken achter een woord slechts dat niet eenmaal maar een reeks van malen opduikt. Waarom? Net zo word ik (concludeer ik achteraf) kennelijk afgeleid door het herhaalde gebruik van het beeld van een radar, of dat van een pijnbank, snij- of tekentafel. Ja, en vleide op p. 128 is het oog van de corrector blijkbaar niet opgevallen, de zogeheten lange ij hoorde op de plek van de korte in dit geval van het vlijen van een reerug. Het veelvuldige gebruik van het werkwoord zitten (zoals er nagelsalons, tandartsen en buurtwinkels zitten in dozen op p. 19, of kerkgenootschappen in voormalige winkelpanden op p. 20, op welke bladzijde al langer een bepaalde geloofsgemeenschap zit. In Ghent (p. 36) zit nu juist geen fietsenmaker, helaas. Rond Paterson zit allerlei industrie (141), waar nu de grote bioscoop zit (197) e.d. Ik begin op den duur te struikelen over een accent dat weer eens zwaar of vet genoemd wordt, telkens weer.

Anglisten kunnen mogelijk antwoord geven op de achtergrond van wat er aan de hand is bij de volgende stukjes in De Tawl maar ook in het Nederlands van andere schrijvers. Is bij deze korte citaatjes het ø-teken te verklaren vanuit het Engels, omdat in die taal daar het lidwoord ontbreekt? Het komt veel voor in De Tawl en dat is juist in een boek met dit onderwerp van het door het Engels verdreven Nederlands dan bijzonder:

  • ø Dichter William Carlos Williams beschrijft (8)
  • zoals ø dichter Amanda Gorman het verwoordde (54)
  • ø Taalkundige Zola Sohna denkt dat (58)
  • ø Germanist Charles Gehring (70)
  • ø Rijmende romanticus Bleecker huwde pas… (80)
  • zoals ø taalkundige Jan Stroop het noemt (96)
  • sinds ø Amsterdammer Andries Hoppe – (128)
  • lesgeven, aan ø Columbia University in New York (151)
  • ø Historicus David Cohen weet nog goed (169)
  • in ø lintdorp Paramus (195)
  • ø Tachtiger Charles Gehring kijkt me aan (205)
  • ø Soldaten Vrooman, Van Slyck, De Graaf en Antwerpen zijn gestorven (214)
  • …. tekenen ook ø historici Van Cleaf Bachman en Alice P. Kennedy als co-auteurs (215)
  • Namens de Nederlanders tekenen ø bestuurders Jacob Eelckens en Hendrick Christiaenssen (219)
  • ø Zestiger Tim Adriance kijkt tevreden om zich heen (223)

Ik ben eigenlijk telkens geneigd, hier het lidwoord de c.q. het te gebruiken. Wordt vervolgd.

P.S. In afwijking van het meer gebruikelijke plaatsingsritme en als onderbreking van de reeks naar aanleiding van De Tawl wordt overmorgen een tussendoortje gepost.

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.