Het gegeven peerd: De Tawl (8 en slot)

De Tawl is een feest. Goed, ik mis een register en zelfs op een overzichtelijk lijstje van hoofdstukken lijkt er door de uitgever bezuinigd. Daar staat een mooie Verantwoording tegenover, vol met verwijzingen waar internet de geïnteresseerde lezer verder helpt. Maar mist er nu echt een verwijzing naar een Nederlander als Dirk Nieland die in een stukje van Amerika voor ruim honderd jaar zo’n gevierd auteur was, schrijvend in krom-achtig Engels waar je niet alleen Nederlands maar ook Noordelijk dialect in kunt horen/zien doorklinken? Fonny! (Zie over hem een bijdrage in m’n Biografie van het Gronings (Assen, 2016) nummer 0641 “Fonnie Bisnis (iii): de Moudertoal van Dirk Nieland (1907)”. Het is waar, in Wiki-achtige bronnen is weinig van hem te vinden.)

Het prachtige relaas van Philip Dröge als resultaat van een oranje fietstocht door een stuk Oostkust van de VS op zoek naar sporen van het verdwijnende of al verdwenen Nederlands, de tawl, bracht ons hier vanzelfsprekend op Kloeke en diens dialectologische dus op variërende taol en toal gerichte fietsritten uit Winschoten vanaf 1914. In deze afrondende bijdrage een toetje over de fiets van Kloeke en de auto van William Z. Shetter.

Gesinus Kloeke was hoogleraar in Leiden, de positie die prof. Klaas Heeroma (Nedersaksisch Groningen) graag als opvolger wilde bezetten. Heeroma beweerde tegen de weduwe van Kloeke zelfs dat deze hem dat had toegezegd en hij was daarom teleurgesteld dat Kloeke zich niet sterk voor hem had gemaakt. Ik weet dat door een bezoek aan de hoogbejaarde weduwe, Maria Kloeke-van Lessen, afkomstig uit Groningen en daar op het Stedelijk Gymnasium net als haar zus en collega-neerlandica Jacoba van Lessen leerlinge van Wobbe de Vries met wie Kloeke tegen het advies van zijn echtgenote in vinnige taalkundige discussies gevoerd heeft. (Op de Algemene Begraafplaats in mijn geboortedorp zie ik in gedachten uit m’n ooghoek en wat tegen de zon in de grafzerk van grootouders van de zussen Van Lessen, Steven Broeils Elings en Alide Goldhoorn – alleen al aan die familienamen valt af te lezen dat hier heel wat bunders bij elkaar gevoegd moeten zijn geweest.)

Voor we de tocht van Dröge afronden twee korte observaties van Maria Kloeke over het reizen van haar man. Die had aan zijn fietstochten in het begin van de 20ste eeuw de vrees overgehouden dat deze middelen van vervoer snel roestten, tóen. Maar nog in de jaren ’60 raakte hij in hun huis in Leiden tegenover een universitaire instelling opgewonden van het beeld van studenten die hun fietsen stalden in de regen. IN DE REGEN, JA!

Kort na de Tweede Wereldoorlog kwam de Amerikaanse hoogleraar William Z. Shetter bij Kloeke op bezoek. Staat Shetter niet ergens in De Tawl genoemd? Wat geeft het als het niet zo is, ik bespaar me de zoekmoeite – hij misstaat in deze sfeer van De Tawl allerminst. Ze reden getweeën met de auto naar het Noorden. Gezellig koutend zei Kloeke tussendoor dat ze Zwolle naderden. What did you say, vroeg Shetter kort daarna. “That wás Zwolle”, zei Kloeke. Zó snel ging dat tegenwoordig!

Philip Dröge is bezig om trappend op de pedalen de laatste sporen te vinden van het tegengestelde van de grote theorie van Kloeke, bekend als de Hollandsche Expansie. In Amerika verliest het Nederlands juist terrein, the Dutch Withdrawal – ‘Hollandse retractie’? De VS beschrijft Dröge op allerlei plaatsen fraai, als het gaat over een portieverpakt burgerlijk geluk (p. 20 een huis van hout dat goed in de verf zit) of wanneer hij spreekt van het verschil tussen Europeanen en Amerikanen (38), of als we op p. 67 lezen van een slordige plak asfalt die getransformeerd is in een parkeerplaats. Of het antwoord wat we ons bij geeuwgemeentes moeten voorstellen, blz. 188. Mooi!

Soms is het dus lastig iets terug te vinden. Waar stond die hoogleraar uit Salzburg genoemd toen het in de tekst van straattaal ineens overging op substraattaal? (Dat laatste was nu typisch iets voor prof. Heeroma, het eerste zeer zeker niet maar eerder iets voor Kloeke.) En waar viel er te lezen wat de etymologie van dat smerigheid aanduidende woord feest ook alweer was? Moeten we daar wellicht liever denken aan ons woord veest dan aan het Nederlandse feest dat – toegegeven – veel bekender is? Wie het weet mag het zeggen.

Prikkelend boek, De Tawl.

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.