Gisteren – begin nooit met een bepaling van tijd in een journalistieke tekst – gisteren noteerde ik een aanvulling bij wat hier gepost stond en waar dit het begin van was:

Wie werkt maakt fouten, ik kritiseerde de wijze waarop de Rijksvoorlichtingsdienst de persconferentie van premier Schoof had omgezet van mondeling naar schriftelijk, een zogeheten mediatekst waar vooral journalisten de RVD dankbaar voor zullen zijn. Ook voor politici is het een handig middel; een uitgeschreven tekst van een 12000 woorden is sneller te lezen dan het luisteren naar een persconferentie van een klein uur zoals gisteren.
Gisteren kwam de mediatekst van de wekelijkse PC van Schoof aan het eind van de middag beschikbaar. Dat was Ruttiaans snel.

Bovendien was de weergave correct, een groot verschil met de vorige mediatekst die (laat ik het nu helder formuleren) bar slecht was.
De RVD revancheerde zich wat mij betreft dus geheel.
Ook Schoof deed dat: hij was wat snel en onverzorgd maar hij complimenteerde NRC-journaliste Lamyae Aharouay deze keer wél toen zij (eindelijk) aan de beurt was. Prachtig!
Hoe belangrijk is het aantal malen dat de premier “zeg maar” zegt tijdens een persconferentie? Ik schreef er eerder in november een keertje over en begon nu te tellen omdat de mediatekst van 14 maart op dat punt de binnenbocht koos en hier en daar een “zeg maar” wegliet. In de versie van de RVD staat 11 maal zeg maar; wie luistert komt in dezelfde 57 minuten tot 33 stuks. Drie-en-dertig keer.
Als dat een RVD-regel is, heeft Schoof in al zijn persco’s tot nu toe niet een kleine 500 maal zeg maar gezegd maar komt hij voor de geïnteresseerde luisteraar tot zéér dik over de 1000.
Mr. F.B. Bakels muntte voor dit woordgebruik de term ‘wauwelwoorden’.
Ik schreef er een stukje over:
https://www.janstroop.nl/oudesite/columns/Wauwelwoordenenwateroplijkt.shtml
Aanbevolen, lezer!