Soms biedt premier Schoof helderder of minder helder uitgesproken excuus aan als hij zich met behulp van iets uit de taal van de Westelijke goede buren uitdrukt op zijn wekelijkse persconferentie. Op zijn allereerste van 4 juli vorig jaar zei hij: “dat heet dan boots on the ground”. Stil excuus: dat heet dan.
Maar een kleine week later op 12 juli 2024 heeft de minister-president het over the target (“the target blijft honderdduizend”) en dan is dat als een druppeltje Engels te zien dat doorsijpelt in het Nederlands van Schoof. Misschien heeft hij er “zeg maar” bij gezegd, weet ik niet.
Een sprongetje naar 2025. Op 24 januari spreekt Schoof buitenlands als hij op de persconferentie zegt: “(….) case-by-case wordt benaderd en dat dat vooral gericht is op het voorkomen van het gebruik van materiaal of voor dual use of voor militaire doeleinden.” Hij heeft eerder, in 2024, al enkele malen eerder dat dual use gebezigd:
• (30 augustus) “(….) zeg maar dual use of belangrijke strategische goederen ook op ICT-gebied”.
• (11 oktober) “en dat zit met name ook in de high-tech-kant en alles wat met dual use te maken heeft, dat dat die kant op gaat.”
Terug naar die persontmoeting van 24 januari 2025 als aan de premier gevraagd wordt: “Hebben jullie al contact gehad met de nieuwe administratie, als ik het vragen mag?”
De minister-president: “Ja, dat mag u zeker vragen. En ik heb daar volgens mij een melding van gemaakt dat ik een telefoongesprek alweer enige tijd geleden heb gehad met de president. Ik heb hem ook kort gesproken in Parijs ten tijde van de opening van de Notre Dame. En dat er op verschillende niveaus in de Nederlandse administratie, laat ik even hetzelfde woord gebruiken, op allerlei niveaus contacten zijn met de Trump-administratie.”
Hier spreekt iemand die let op taal, ook dat van zichzelf (laat ik even hetzelfde woord gebruiken).
Des te verrassender is het als Schoof meer en meer overgaat op het binnenhalen van Engels in zijn Nederlands, zij het nog zeer vaak met een zekere mate van verontschuldiging daarvoor:
• Dus we zitten on track, zou ik bijna zeggen (zou ik bijna zeggen, 7 februari 2025)
• Technisch gezien hadden we even geen andere keuze dan het te laten doorlopen met wat er in het jargon heet dan placeholders. (wat er in het jargon heet, 7 februari 2025)
• elke keer jumpen we weer op een ander heuveltje waarom iets niet zou kunnen (7 februari 2025)
• is gezegd dat het traject van NAVO voor Oekraïne irreversable is (7 februari 2025)
• contact met hun counterparts (7 februari 2025)
• En ik geloof ook dat de Amerikanen ook spreken over, en niet alleen in Europa, over peace through strength, (geloof…. spreken over, 7 februari 2025)
• ik constateer dat erover en weer van alles gebeurt wat veel fuss oplevert, laat ik het dan zo zeggen. (14 februari 2025, laat ik het dan zo zeggen)
Nederland is host country (21 februari 2025)
• En, zeg maar, we see it when we get there. (21 februari 2025, zeg maar)
• ReArm-plan van Von der Leyen (7 maart 2025)
Op dezelfde 7de maart hoorden we de term depth sustainability van hem, nadat Schoof eerder bij de Nederlandse term daarvoor excuus had aangeboden “de schuldhoudbaarheid, vreselijk Nederlands woord, maar vergeef me”.
Op 14 maart horen we half-Engels spreken over “de devil zit toch in the details” en “wij hebben een Triple-A rating” maar dit is een algemeen gangbare term inmiddels. Ook een beetje niet-Nederlands treffen we aan in “deze week verschijnt er nog weer een white paper van de Commissie”. En dan opeens brengt Schoof ons in de problemen als hij, zomaar uit het overleg tussen de vier coalitiepartijen uit de school klapt: “Er is geen partij van de dragende partijen die zegt: nee, maar Oekraïne zouden we niet moeten steunen, of: ja, defensie is niet van belang, of: de internationale geopolitieke orde, we don’t care.”
Het lijkt er sterk op 1) dat Schoof een langer traject moest afleggen naar het Engels dan zijn voorganger Rutte; 2) dat hij zich aanvankelijk bewust was van niet-Nederlandse elementen in zijn uitingen en er zijn verontschuldigingen voor aanbood; maar ook 3) dat de kans groot is dat we bij Dick Schoof toenemend in ongeëxcuseerd Nederlands met steeds Engelser trekken zullen terechtkomen.
Vanuit Schoofs positie is dat in feite een natuurlijke ontwikkeling voor iemand die in zijn werk zoveel buitenlands moet spreken. Dat zou voor de gemiddelde volger van zijn persmomenten anders kunnen liggen en tot hen zal hij zich toch primair richten.

Aanvulling 20.03.2025: Vandaag spreekt de premier in De Telegraaf van een bumpy ride van zijn kabinet, een ‘hobbelige rit’.