Om te beginnen een poosje terug in de historie van Nomeis.

Is er reden om hier nóg eens aan te komen met een stukje dat verband houdt met de uitspraak van “rullevant” voor ‘relevant’ en vergelijkbare woorden? Nog eens, dik negen jaar geleden schreef ik in dit blog een aantal stukken over de uitspraak van Mark Rutte; “rullevant” hoorde daar bij. “Rufferendum” ook en dan zijn er zonder twijfel mede-sprekers van het ABN die wel eens een “rufferaat” houden. Beetje VVD-uitspraak allicht.
Er zijn verschillende relaties tussen deze drie voorbeeldwoorden. Ze beginnen allereerst met re-, vast door de meeste mensen uitgesproken als “ree-”. Dat is een woorddeeltje uit de Romaanse talen, alle drie gevallen betreffen een Romaans leenwoord.
Er is nog iets en dat betreft de accentuering. Bij relevant, referendum en referaat valt de meeste nadruk op de derde lettergreep, dus releVANT, refeRENdum en refeRAAT.
Is de eerste klinker van deze woorden telkens een “uh” of een sjwa? Is het dus de laatste klinker van “THEEbus” of de laatste van de twee gelijknamige klassieke steden die samen “THEEbes” heetten?
Daar gaat het nu even niet om, wel over een van de verschillen tussen de taal van Marc Rutte en Dick Schoof. Rullevant, rufferendum – dat is Rutte, niet Schoof. Schoof hoor ik in gedachten “reelevant” zeggen en “reeferendum”.
Maar zoals Rutte iets opvallends had bij zijn realisering van besstudéren, zo heeft Schoof dat bij het woord tegelijkertijd. Dat spreekt hij uit als “teggelijkertíjd”. Dat is van origine zeker geen Romaans woord zoals telefoon. Schoof zegt “tellefoon” bijna alsof het Engels is. Dat lijkt wel wat op die groep uitspraken van het type “sikretaris”, “gerifformeerd” en “spikkulaas” maar in plaats van een korte [I] zegt Schoof dus een [è].
Zo hebben we er dankzij Dick Schoof een variant bij, althans in theorie:
tee-lefoon, tillefoon, tullefoon en nu dus ook tellefoon.
De uitspraak “tiggelijkertijd” heb ik nog niet bewust van anderen gehoord voorzover ik me kan herinneren.