Verrast was ik bij het nazoeken van de leeftijd van Staatssecretaris Rummenie. Anderzijds is zijn 71 geheel in lijn met medebejaarden in het buitenland die nog wat hogere functies bekleden maar die ik hier niet opsom – zie de nieuwsbrief Machtige Tijden van Tom Jan Meeus (NRC) van afgelopen zaterdag:

– een zeer leesbare zaterdagsurprise voor abonnees van die krant.
Rummenie is dus 71 en hij heeft werkelijk een lange, ambtelijke carrière achter zich vooral in de agrarische sfeer waaronder als landbouwraad.
Wat bij zo iemand verbazend is, dat is niet zijn verzorgde ABN (dat zou van de VVD of D66 kunnen zijn), wel zijn blijkende onervarenheid in de Kamer. Gedurende de korte periode dat het kabinet-Schoof in functie is, is er door de voorzitter en door anderen honderden keren gezegd “via de voorzitter”. Waarom zegt een Kamerlid dat: om een excuus uit te drukken omdat hij/zij in de fout ging/gaat door een rechtstreekse aanspreking. (Excuses. Dat doet denken aan Caroline van der Plas (BBB) die bij het wolvendebat van 25 maart 2025 aan het eind van de termijn van de Kamer met haar laatste interruptie excuus aanbood aan het lid Kostić omdat zij deze/dit met “mevrouw” had aangesproken; deze wijze van aanspreking zal de BBB-fractievoorzitter nog niet eerder opgevallen zijn, hoezeer zij bijvoorbeeld alleen al in commissieverband juist met leden van de kleine PvdD-fractie de degens heeft gekruist.) “Het was mij eigenlijk helemaal ontgaan dat ik “mevrouw Kostić” zei. Wij weten dat lid Kostić graag “lid Kostić” wil worden genoemd. Daar besteed ik mijn laatste interruptie dan maar even aan.” Even.
Terug naar het ongecorrigeerde verslag van het Wolvendebat, het woord is aan de Staatssecretaris die zich soms rechtstreeks tot volksvertegenwoordigers richt:
- Maar, mevrouw Bromet, toen ik aantrad op 2 juli, lag er met recht één advies op tafel over een landelijk informatiepunt.
- Meneer Flach, een landelijke vergunningsvrije situatie is met betrekking tot wolven niet aan de orde zolang ze nog strikt beschermd zijn. (Even verderop in het antwoord: “U vroeg ook naar….” U.)
- Nou, dat is wel een hele snelle conclusie, mevrouw Podt; ik ben net begonnen.
- First things come first and then comes the rest. Dus het antwoord is: nee, mevrouw … Sorry: lid Kostić.
Kortom, de staatssecretaris was behoorlijk consequent in het afwijken van de regel van de Tweede Kamer om tot en dus via de Voorzitter te spreken. Die liet dat passeren. De Staatssecretaris ging nog een stukje verder, in strijd met wat de Voorzitter talloze malen verteld heeft: niet u zeggen tegen anderen dan tegen diezelfde Voorzitter, dus ook niet jullie tegen de Kamer. De Staatssecretaris:
- Ik heb net in alle eerlijkheid al uitgelegd dat dat niet op de begroting stond. Ja, mevrouw Bromet, dan kun u wel gaan zitten blazen, maar dat is de realiteit. (Blazen, SR)
- Het antwoord is heel duidelijk nee. Maar goed, jullie beginnen meteen erg vroeg. Dat is prima, maar alles begint natuurlijk met het vaststellen van de staat van instandhouding.
- (Rummenie is nog bezig over de internationale staat van instandhouding als de Voorzitter aan Flach het woord wil geven maar die doet een stapje terug en dan wordt het nog amicaler:) De heer Flach wacht nog even, hoor ik. Het komt allemaal, jongens!
Hier spreekt iemand minder terughoudend dan op basis van zijn c.v. en leeftijd te verwachten was. Sterker. Als de Voorzitter een poosje eerder de mensen op de publieke tribune (vooral gasten van mevrouw Van der Plas) gemaand heeft tot stilte en verbiedt om hoorbare blijken van instemming of afkeuring te geven, zegt Rummenie – gepikeerd over voor hem hoorbaar geluid van Laura Bromet (GroenLinks/PvdA) en Anne-Marijke Podt (D66): “Ik geloof dat wat voor de tribune geldt, soms ook voor de zaal geldt, maar goed.” Hier bemoeide iemand zich met de orde.

Rummenie corrigeerde niet enkel, hij regisseerde ook, bijvoorbeeld door een motie te willen aanhouden. Toen Thom van Campen (VVD) eerder in het debat onvoldoende snel op Rummenies woorden inviel, eindigde deze door te zeggen: “En toen was het stil.” Bijzonder was misschien bij al deze bijzondere gebeurtenisjes dat er niet door Voorzitter Bosma ingegrepen werd, evenmin als bij wat Joost Eerdmans (JA21) betitelde als het geraaskal van Dion Graus (PVV) in een zeer lange en inderdaad moeilijk volgbare bijdrage van de laatste. Het oordeel van Bosma: “We zouden niet anders willen.” We.
Niemand kon het einde dus meer verbazen. Het lid Kostić kreeg aan het slot van de beraadslagingen door Bosma het zwijgen opgelegd, toen ze in reactie op de appreciaties van de moties nog wat zei over het gevaar dat er uitgaat van koeien:
Voorzitter Martin Bosma:
“Dan gaan we het debat weer overdoen, want dit heeft u in de eerste termijn ook al gezegd.”
De bewindsman van Natuur nam afrondend eventjes het laatste woord:
“Ik dacht dat het vandaag over de wolf ging, maar goed.” Niet goed.