Moeilijke taak? Ja een onmogelijke taak dat voorzitten van de Tweede Kamer! Gelukkig hebben we momenteel een president die zeer bedreven en ook nog eens gevat is. Daartegenover is de opvallendste deelnemer aan de Plenaire Vergaderingen de man wiens anciënniteit al behoorlijk gaat in de richting van de tienduizend dagen (peiling april 2025), Geert Wilders (PVV). Als er íemand is, die artikel 8.14 van het Reglement van Orde kent (“Ieder lid gedraagt zich in de vergadering op een wijze die getuigt van onderling respect, en die geen afbreuk doet aan de waardigheid van de Kamer.”) dan is hij dat. Hetzelfde geldt voor Artikel 8.16 (Waarschuwing voor) ongeoorloofd gedrag Tijdens de vergadering onthoudt een ieder zich van:
a. het gebruik van beledigende uitdrukkingen;
b. het verstoren van de orde;
En als er daartegenover iemand is die weet op te treden bij overtreding van bijvoorbeeld deze punten van dat RvO dan is het Martin Bosma, toevallig eveneens PVV. Hij is met zijn langzamerhand tegen de 7000 dagen parlementair ook bijzonder ervaren. Die moet het weten wanneer de orde verstoord wordt door een Kamerlid of wanneer dit zich op een beledigende wijze uitdrukt. Waar de grenzen liggen? Het publiek bereikt de rode lijn zeer snel, Kamerleden hebben meer ruimte. Ik ben geen minuut Kamerlid geweest en heb weinig voorzitterservaring. Daarom beperk ik me bescheidenlijk tot twee vragen.
- In een debat over de Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Asiel en Migratie ontspon zich op 7 november 2024 het volgende dialoogje tussen Joost Eerdmans (JA21) en de Kamervoorzitter. De heer Eerdmans (JA21): “(….) Gaat er dus een handreiking komen van de PVV-minister van Asiel onder dwangbevelen naar gemeenten om asielzoekers op te vangen?
De voorzitter:
Er bestaat niet zoiets als een PVV-minister.
De heer Eerdmans (JA21):
Nou, “de minister namens de PVV” mag ik zeggen, toch? Of mag dat ook al niet meer?
De voorzitter:
Het is niet een kwestie van mogen, maar ik probeer het staatsrechtelijk een beetje zuiver te houden. U continueert.”
Voorzitter Bosma (PVV) verzet zich met een beroep op zekere staatsrechtelijke zuiverheid tegen de aanduiding “PVV-minister”, wat in het algemeen gangbaar parlementair taalgebruik is.
Is dat werkelijk staatsrechtelijk on-zuiver? Wordt er door het hele Presidium tegen opgetreden en doet Bosma dat ook in andere gevallen?

- Toevallig kunnen we uit Eerdmans’ citaat een tweede vraag afleiden: hoe worden de functies van bewindslieden in de Plenaire Zaal vermeld? Wat Eerdmans hier deed is bij hem usance, mevrouw Faber aanduiden als de Minister van Asiel, ofschoon haar officiële betiteling “Minister van Asiel en Migratie” is. Het weglaten van Migratie is geen toeval naar valt aan te nemen. Geert Wilders (PVV) – die haar nota bene heeft voorgedragen – spreekt in het geval van mevrouw Faber eveneens uitsluitend van de “Minister van Asiel” alsof zij óók niet Migratie in haar Portefeuille heeft. Wilders zit in dezelfde hoek van de Tweede Kamer als Eerdmans.
Meneer de voorzitter: is die verkorte betiteling staatsrechtelijk wél zuiver? Is het conform de eisen van respect en waardigheid die het RvO stelt? En accepteert het presidium deze ingekorte aanduiding, en helemaal wanneer dit permanent gebeurt?
P.S. Letten op de aanduiding van mevrouw Hermans’ portefeuille is ook zoiets: wie laat Groene Groei vooral weg en wie zeker niet?