Op het ogenblik maken we parlementair een periode mee waarin schot voor de boeg weinig voorkomt. Zo is het in de eerste maanden van het lopende kalenderjaar in de plenaire verslagen nog niet opgetekend. Pieken in het gebruik zijn te zien in de parlementaire jaren ‘08/‘09, ‘12/‘13 en ‘17/‘18. Als het vertrouwde getalsritme blijvend is, zal het niet meer lang duren of we tellen dit “schot” weer duidelijk vaker in de TweedeKamer-vergaderingen dan tegenwoordig het geval is.
Te vermoeden is bij geringere frequentie dat de betekenis minder scherp wordt, vooral als de vorm van de uitdrukking ook nog licht variabel blijkt. Aanvankelijk was er sprake van het lossen van een schot, later werd het geven – allicht onder invloed van de betekenis ‘waarschuwing’ die immers ook gegeven en niet gelost wordt.

De ontwikkeling gaat verder. Momenteel is het afgaande op de Handelingen niet zelden het geval dat men een schot voor de boeg neemt – hoe vreemd dat vanuit de militaire marinehistorie ook mag zijn. Neem deze voorbeelden:
- Mevrouw Aasted Madsen-van Stiphout (CDA): Aangezien wij vandaag niet toekomen aan de tweede termijn van de Kamer, zal ik een schot voor de boeg nemen. Ik deel mevrouw Arib mee dat ik in tweede termijn een motie zal indienen om deze operatie kostenneutraal uit te voeren. (2010)
- Renske Leijten (SP): “(….) de Kamer kan laten zien dat zij, gezien alle verkiezingsprogramma’s en gezien de beloftes die zijn gedaan in verkiezingstijd, alvast een schot voor de boeg neemt.” (2017)
- Minister Schouten (Armoede, CU) “Want ik heb ook al gezegd in het debat dat er nog een kabinetsreactie moet komen; we hebben het rapport nog maar net ontvangen. Hier worden al allemaal schoten voor de boeg genomen.” (2023)
Dat andere werkwoord nemen kan ontstaan zijn uit het in de verte wat gelijkende ‘voorschot’ wat hier de betekenis kan zijn – van een waarschuwingsschot zal hier geen sprake te zijn.
Het bijzondere is, dat naast deze nieuwe inkleuring in dezelfde jaren zo nu en dan tegelijkertijd door andere sprekers de oude betekenis beoogd moet zijn.
Naast de betekenis ‘voorschot’ is soms ook te denken aan ‘vooraankondiging’ (een schot voor de boeg doen van komende wetgeving), soms ook ‘voorlopig oordeel’ (omdat ik geen schot voor de boeg wil geven”) en zelfs ‘attenderen op, aandacht vragen voor’ (zou ik de minister-president alvast als schot voor de boeg willen wijzen op de 7 maart 2024 aangenomen motie).
Maar helder is het niet steeds bij dit veranderende taalgebruik. Wat moet een normale in het Nederlands opgevoede burger begrijpen van “Volgende week gaan we daar een eerste schot voor de boeg op nemen.” Is dat een aankondiging van een debat?
Het schot voor de boeg klinkt ook meer dan honderd jaar na z’n lancering in Den Haag door, zij het dus in de vorm van allerlei echo’s.