Vroeger, ja vroeger hadden we een minister van Landbouw die zonder blikken of blozen kon verzuchten: “Er liggen erg grote opgaven op het bordje van het boerenerf.” Aldus Minister Adema bij het debat dat het Beëindigen onderhandelingen over het landbouwakkoord als onderwerp had, 29 juni 2023. Alsof het boerenerf een bestuursorgaan is, een persoon of een rechtspersoon. Komische man, Adema.
Nu hebben we een Kamervoorzitter die komisch is en op zeker moment in het laatste Landbouwdebat van 22 mei 2025 vindt (en laat horen) dat het wel genoeg is wat de opvolgster van Adema op 22 mei 2025 allemaal met minder humor dan Adema heeft gezegd in het debat over het startpakket dat de Ministeriële Commissie MCEN na een aantal maanden produceerde. (Zie het eerdere stuk hierover.)
Dat startpakket is wat Caroline van der Plas (BBB) veelbelovend noemde, André Flach (SGP) “een stap in de goede richting”. Daarin stonden ze in feite alleen in de Kamer. Na zo- en zoveel minuten betoog en na een zeker aantal antwoorden van minister Wiersma zei Voorzitter Bosma ineens: “Ik wil naar de staatssecretaris.” Maar minister Wiersma (LVVN) schrok, want ze was niet klaar, er lag nog een stapeltje voorbereide antwoorden waar ze bijlangs moest.

Vooruit dan. Maar als dezelfde minister beseft dat ze per ongeluk zei dat de MCEN opgelicht was en niet opgericht, horen we de voorzitter erop reageren die nu zijn kans schoon ziet: “De minister-president wordt ineens heel nerveus na die verspreking van u. Laten we snel overschakelen naar de staatssecretaris. Dan praat hij eroverheen. Het woord is aan de staatssecretaris, de heer Rummenie zelf.”
Wie: de heer Rummenie zelf. (Over hem en de wolf ging het in dit blog hier.)
Deze zich noemende knetterneutrale voorzitter, Martin Bosma (PVV), geeft ook wel helderder commentaar. Als de minister heeft voorgelezen wat voor stukken er binnenkort niet allemaal naar de Kamer komen, zegt hij spottend: “Die Landbouwwoordvoerders boffen maar, want die hebben echt iets om over te praten de rest van het jaar.”
Spot, Landbouw en Bosma vormen een trio. Toen de vertrekkende woordvoerder Thom van Campen (VVD) iets over een koeientoilet en toiletteren had gezegd – ja, als het over emissiereductie gaat, dan gáát het ook over emissiereductie – zei Bosma: “Misschien kunnen we na de schorsing even een koe binnenbrengen, zodat u dat even kunt demonstreren.” Zeg niet schijt in de Kamer, zelfs niet in een debat waarin het om mest, stront en urine draait – déze Bosma-tekst kan ermee door.
Over staatssecretaris Rummenie ging het hier dus eerder – bij het MCEN-debat heb ik gelet op zijn Minister. Rummenie formuleert in het algemeen gemakkelijker maar heeft ambtelijk-bestuurlijk gezien een ruimere ervaring. Wiersma verliest zich geregeld in haar eigen betoog.
Daar heeft de Dienst Verslag en Redactie een goed middel op gevonden, dat van de herhaalde puntjes.
Soms markeren die een wachtje in de bijdrage van een spreker, bedoeld of zonder oogmerk.
Op andere momenten staan ze genoteerd als spreker A (vaak de voorzitter) spreker B onderbreekt. Die voorzitter weet ook wel eens niet zo gauw hoe de spreker alweer heet en laat dat via zo’n witje horen.
Bij de huidige LVVN-minister gaat de verhampeling van haar spreektekst als volgt: “Dit is natuurlijk niet het enige wat er ligt. De provincies hebben vorig jaar echt heel veel geld gekregen om met maatregelenpakketten … Dat kan ik mijn voorganger van de VVD nog toerekenen.”
In eerdere debatten overkwam het Wiersma vaker dat ze los van het stapeltje van haar zelfgekozen pad afdwaalde en probeer daar als verslaglegger maar eens een lopende tekst van te maken die nauw aansluit bij wat er gezegd is:
- Ik kan natuurlijk niet garanderen dat er niet veel extra vragen komen. Ik wil ‘m wel graag … Dat is ook voor mijn ambtenaren, want het gaat van links naar rechts.
- Het is nog te prematuur om iets te zeggen over wat uiteindelijk uit de doorrekening komt, maar er zijn natuurlijk meerdere … Het is niet alleen de doelsturing die daaraan bijdraagt.