Een van de vorige bijdragen bevatte voorbeelden van wat plat of grof taalgebruik te noemen is. Verzachting werd daar bij aangebracht door toevoeging van het bijvoeglijk naamwoord spreekwoordelijk. Zó zeggen we dat nu eenmaal met de volksmond (ik niet, wij) lijkt er gezegd te worden en dan is de inhoud sneller acceptabel – excuses hoef ik dus niet te maken. Neem als voorbeeld wat in LexisNexis vindbaar is net als citaten uit kranten verderop: “De show leidde tot een breuk met hun internationale boekingskantoor en bracht een storm van kritiek teweeg. Het trio veegde daar de spreekwoordelijke billen mee af.” Wat een bijvoeglijk naamwoord oogt is hier natuurlijk een bijwoord, want het gaat om figuurlijk afvegen en niet om een figuurlijk lichaamsdeel.
Spreekwoordelijk heeft ook een tikkeltje andere functie door toevoeging aan een algemeen bekende wijze van zeggen. Dat de kogel door de kerk is of moet, verandert als het ware licht van karakter door toevoeging van het stempeltje spreekwoordelijk. Dezelfde gang van zaken, ik zeg het niet, want het was een cliché. Het blíjft een cliché maar de auteur laat blijken dat hij/zij zich daar bewust van is en dat scheelt een stukje.
Spreekwoordelijk betekent tegenwoordig dus ‘figuurlijk’ of helderder gezegd ‘niet echt, hoor!’
“Dat de ontwikkelaar die de kerk kocht deze ook nog wilde gaan slopen voor nieuwbouw, was helemaal zout in de spreekwoordelijke wond.” Niet letterlijk nemen dus en naar de EHBO rennen, want er is geen wond te zien.
Wat stond er op het menu in het huis waarin het wielrennen van oudsher een populaire sport was? Bedenk dat ook nu alleen figuurlijke uitleg van de uitdrukking bedoeld is bij “de zoons des huizes hadden fietsen met de spreekwoordelijke paplepel binnengekregen.”
Als er ergens de spreekwoordelijke aap uit de mouw komt, hoeft er geen sprake te zijn van een circus-act – het is figuurlijk. Maar als Raymond de Roon (PVV) van een Islamitische aap uit de mouw spreekt en deze nader preciserend van een familienaam voorziet, kan er een groot gedoe over ontstaan en niet alleen omdat het woordje spreekwoordelijk in die context ontbrak.

Het al gedegradeerde Rolder Boys parkeerde de spreekwoordelijke bus voor het doel. Denk niet dat de sportverslaggever van het Dagblad van het Noorden getuige was van een bijzondere verkeerssituatie op het voetbalveld waartegen de scheidsrechter had moeten optreden. De collega van de Gooi- en Eemlander kende zijn sportcliché’s ook: Batavia wisselde in de rust drie spelers en parkeerde de spreekwoordelijke bus voor het eigen doel. Ze wilden een al te dramatische nederlaag voorkomen.
De inkt druipt er wel eens van af, zó zichtbaar hebben sommige schrijvers hun best gedaan in het verknopen van taal:
- De rupsen van deze algemene vlinders vreten zich met zoveel voortvarendheid door de bladeren, dat zelfs de spreekwoordelijke groei de kool niet kan redden.
- In plaats van dat we van de spreekwoordelijke zwaarden ploegen smeden, gebeurt in de huidige geopolitieke verhoudingen juist het omgekeerde.
- De kiem voor de spreekwoordelijke muur waar de burgemeester is tegen gelopen, is in het stadhuis te zoeken.
- Hier viel niet eens de spreekwoordelijke druppel tijdens de traditionele lintjesregen.
- in plaats van er dan dus maar gewoon mee op te houden en het penseel aan de spreekwoordelijke wilgen te hangen, moest en zou de Gentenaar de Vincent van Gogh uithangen.
Verknoopte, ineen gedraaide tekstbijdragen klinken er soms ook in de Tweede Kamer. Neem het voorbereidende debat over de Europese top in oktober vorig jaar. We citeren Gidi Markuszower (PVV): “Deze maar ook andere ontwikkelingen tonen aan dat de Europese leiders bereid zijn om echt stappen te zetten. Deze Brusselse top van de EU-regeringsleiders komt wat onze fractie betreft dan ook geen dag te vroeg. De bal ligt op de spreekwoordelijke strengemigratiemaatregelenstip. Onze minister-president kan naar onze taxatie dus donderdag en vrijdag deze bal in het doel schieten. Graag vraag ik via de voorzitter aan premier Schoof: kunt u aangeven wat juist op dit thema uw exacte inzet wordt bij de aankomende Europese top?”
Even bijkomen van die bal op de spreekwoordelijke strengemigratiemaatregelenstip! Dit was Nomeis-aflevering 1100.
1100: gefeliciteerd!
Spreekwoordelijk, kun je dat eten?
W. Boom, pol. verslaggever op 10 sept. 2025 ’s ochtends voor NPO Radio 1:
“Hij [min. Van Weel] moet de asielnoodmaatregelenwet aanpassen (…) dat het helpen van illegalen strafbaar wordt (…). Nou, dat wil de Eerste Kamer ook niet he, dat gaat over dat spreekwoordelijke kommetje soep…”
Wat voor soep zou dat zijn: figuurlijke, niet echte – en dat in menselijke nood?