Super-: in enkele tientallen jaren van supermarkt via superbelangrijk naar super!

Mega, mooi, maar hoe zit het met super, zou de vraag van een lezer kunnen zijn.
Hoe ver gaan we terug voor een antwoord? Laten we globaal wat verder weerom kijken en eigentijds ietsjes preciezer. Waarschijnlijk lijkt me dat super– als voorvoegsel een product is dat we aan het Amerikaanse Engels te danken hebben. Daar bestaan woorden als Super Power, Super Market al (iets) langer, bij ons komen ze na de Tweede Wereldoorlog op als supermacht en supermarkt. Een supermacht is een mogendheid die door zijn grootte hoog in de rangorde staat, boven de meeste andere en dus machtiger. Super betekende dat in het Latijn ook letterlijk ‘boven’. Bij de supermarkt moeten we al met een iets figuurlijker blik kijken, hier is het vooral de oppervlakte, de breedte van het aanbod e.d.
In het verlengde van dit soort voorbeelden ontstond in de jaren ‘50, ‘60 en ‘70 van de vorige eeuw een voorvoegsel super– dat gehecht kon worden aan zelfstandig naamwoorden en dan was de betekenis ‘groot in zijn soort’. Na 1945 ontstond er begrijpelijkerwijs een hoogconjunctuur, ja een superhoogconjunctuur. Er werden superwinsten gemaakt, de Minister van Financiën kon met het parlement debatteren over plannen voor een superweeldetarief. Een rij-instructuur moest een rijbewijs bezitten dat boven de normale diploma’s op dat gebied te plaatsen was, een superrijbewijs. Dat Amerikaanse voorvoegsel kreeg ook in andere talen ingang, de Fransen ontwikkelden in deze jaren een snelle kweekreactor in de vorm van de Super Phénix.

Dat gebruik van super– bleef gangbaar (we kregen later in de 20ste eeuw supersnelrecht en niet lang voor 2000 een super-p.g. in de persoon van Arthur Docters van Leeuwen) maar het voorvoegsel begon zich ook te hechten aan bijvoeglijke naamwoorden: in 2000 kan in de Tweede Kamer iemand superonduidelijk genoemd worden, een minister superbehoedzaam, iets supermodern in hetzelfde jaar. Dan is duidelijk dat super ook met een bijvoeglijk naamwoord combineerbaar is geworden of als bijwoord.

Daarna duurt het niet lang meer (sterker, de volgende citaten stammen uit hetzelfde kalenderjaar 2000 en 2001), of super staat al voldoende sterk om zichzelf te redden:
(Hella Voûte-Droste, VVD) “Kortom, om in Arenatermen te spreken: als je moet schieten, schiet de heer Hindriks op het verkeerde moment op het verkeerde doel. Ik vind dat niet echt super.”
(Ineke van Gent, GroenLinks) “Boeren die bewijzen dat het wel degelijk milieuvriendelijker kan, worden niet echt super gestimuleerd, zo constateren wij.”
(Olga Scheltema, D66) “Verwerd de Europese top tot een super circusnummer, zoals het Dagblad Trouw onlangs kopte?”

Het is geen toeval – maar daarmee nog niet verklaard – dat het drie spreeksters zijn van wie de eerste voorbeelden van losgezongen gevallen van super gevonden zijn. Hetzelfde deed zich (min of meer) voor toen in een volgend stadium van super een uitroep gemaakt werd: Super! is of was aanvankelijk vooral een kreet van vrouwen.

Hoe kijken we in het kalenderjaar 2021 naar super- en super in de Handelingen? Er kan vandaag nog iets bijkomen maar dat zal aan het beeld niet veel veranderen, zo is aan te nemen. We zien dit jaar voorbeelden van

super+zelfstandig naamwoord
overwegende dat de inzet van supersnelrecht, net als bij de avondklokrellen, een rol kan spelen in het versneld afhandelen van de asielaanvragen (motie-Bisschop SGP)
We mogen wel naar de supermarkt en de drogisterij (Den Haan, Den Haan)

super+bijvoeglijk naamwoord
daaraan gekoppeld heb ik een, denk ik superbelangrijke, staatsrechtelijke vraag (Baudet, FvD)
dit is superexplosief (Marijnissen, SP)
iets dat staatsrechtelijk gezien echt superfundamenteel is (Baudet, FvD)
Dat is een superlang antwoord, maar nog geen begin van het antwoord op mijn vraag. (Ouwehand, PvdD)

super als bijwoord (min of meer, dat ik liever los zou schrijven zoals sommige stenografen dat doen)
En er zijn niet superveel potjes waar een gemeente het uit kan halen. (Westerveld, GroenLinks)
De situatie is echt super schrijnend. (Stoffer, SGP)
De surplusrichtlijn bij de huisartsen is super simpel (minister De Jonge, VWS)

super! als uitroep
Dat is super. (Aukje de Vries, VVD)
Super. Dan de motie op stuk nr. 21. (Rutte, minister-president)

Duidelijker staat het in de Handelingen van de vorige periode genoteerd, vooral uit de mond van Madeleine van Toorenburg, inmiddels Gedeputeerde in Limburg:
Super! Dank u wel. (Van Toorenburg, CDA)
O, zij gaat meteen antwoorden. Helemaal super! Gaat uw gang. (Van Toorenburg als voorzitter)
Dank u wel, voorzitter. Zou het spreekgestoelte een heel klein beetje naar beneden mogen? Ja, super. Dank u wel. (Van Toorenburg, CDA)

Aanvulling 09.07.2021: Voor de volledigheid het gebruik van super(-) nagegaan in de ongecorrigeerde Handelingen van gisteren, de laatste voor het reces en voorlopig aan het Binnenhof.
Dit is de oogst: superintensieve zorg (Attje Kuiken, PvdA), “overwegende dat zelfredzaamheid in het water van kinderen met een beperking superbelangrijk is” (in een motie van Lisa Westerveld, GroenLinks); het woord supermarkten werd diverse malen (in relatie tot boeren) gebruikt door de sprekers van CDA en BBB; talig interessanter is wat Ockje Tellegen (voorzitster) zei: “Mijn collega Bosma heeft dat vanochtend al gehanteerd, en het loopt super.”

ex naaldwijkscooters (fragment)

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Een woordje dat toenemend in gebruik is bij één deel van het spectrum: mega

Eerder in dit blog – inmiddels een jaar of vier geleden – verscheen een serietje onder de titel Giga, mega en flut. Hoe zit het in de nieuwe Tweede Kamer met het gebruik van mega als zelfstandig woord of mega– als voorvoegsel? Ik keek in de eerste maanden van dit jaar tot aan deze week, de laatste week voor het reces.
Die laatste week is in dit geval voorlopig ook de laatste periode aan het Binnenhof in verband met de aanstaande renovatie daar. Hoe de sfeer op het langdurig-tijdelijke onderkomen ook zal zijn, we zullen kunnen aannemen dat de positionering van de leden in de plenaire zaal gedurende deze zitting niet zal veranderen (behalve bij scheuringen in fracties).
ProDemos heeft een tool waarmee de toedeling van de zitplaatsen kan worden bekeken. Dat komt in veel opzichten overeen met hoe partijen en fracties als meer links of als meer rechts worden gezien. Vooral bij (erg) kleine fracties is het evenwel niet zo simpel om te bepalen waar ze zich op die schaal van rechts naar links of van links naar rechts bevinden. Dat hangt daar (en elders) natuurlijk mede af van het onderwerp waarover het gaat.

Hoe plezierig is het om zonder enige verplichting of verantwoordelijkheid een lijstje op te kunnen stellen van links naar rechts, mede op basis van die tool van ProDemos. Het is een heel gepuzzel met zo veel fracties!

Van links naar rechts in de Tweede Kamer

Hoe zit het met het gebruik van mega of mega– in de eerste maanden van de huidige Tweede Kamer? Ik laat technisch gebruik in woorden als megaton, megawatt e.d. buiten beschouwing. Dit is wat er resteert:

• Zeker drie jaar lang was daarmee onze controle op die megabezuiniging uitgeschakeld. Immers, als wij daarop even vol aan de bak gingen, dan waren we kijvende wijven en daar hoef je toch niet naar te luisteren? (Leijten, SP)

• In totaal zijn daar al 600 megalomane torens uit de grond gestampt. Om een heel actueel voorbeeld te geven, noem ik het beschermde natuurgebied aan de Oude Maas in Zuid-Holland, waar ik zelf ook Statenlid ben. Daar worden 1.014 bomen gekapt om vijf megawindturbines neer te zetten. (….) In het grootste beschermde natuurgebied in Nederland, onze Noordzee, wil GroenLinks 6.000 megawindturbines neerzetten. (Van Meijeren, FvD)

• (….) er moet toch een grotere megafoon zijn om duidelijk te maken dat mensen online die afspraak kunnen maken. (Paternotte, D66)

• Ik wil er toch ook inderdaad wat over zeggen, want we hebben ons de afgelopen jaren hélemaal gek laten maken met deze windmolens en megazonneparken. (Van der Plas, BBB)

• Je ziet dat er megaveel geld gaat naar grote bedrijven voor zogenaamde innovatie, waarvan we weten dat het in de zakken van de aandeelhouders verdwijnt. (Leijten, SP)

• Een hartelijk dank aan de minister van OCW dat zij vandaag bij ons was voor dit megadebat. (Voorzitter Bosma)

• (….) de massale aanwezigheid van megawindturbines, zonneweides en het aardgasvrij maken van de volledige gebouwde omgeving (Eerdmans, JA21 in motie)

• (….) omdat gekozen gemeenteraadsleden nauwelijks grip hebben op dit soort mega-uitgaven (….) als D66 het voor het zeggen krijgt, we naar dergelijke megagemeentes of miniprovincies, of hoe u ze ook noemt, toe gaan (Bosma, PVV)

• (….) deze steunpakketten waren oprecht een megaoperatie, voor heel veel uitvoeringsorganisaties, (….) het gaat uiteindelijk natuurlijk om een megaoperatie met een extreem complexe uitvoeringsorganisatie. (Aartsen, VVD)

• Voor elke maatregel die wij nemen om onze landbouw te vergroenen, wordt er in China een ongereguleerde megastal bijgebouwd. (….) dat het vlees wordt geproduceerd in extreem vervuilende Chinese megastallen waar het met het dierenwelzijn verschrikkelijk is gesteld (Van der Plas, BBB)

• (….) dat ons hele land vol wordt gezet met windturbines — megawindturbines, wel te verstaan — (Eerdmans, JA21)

• (….) een Europese sociale pijler, megaschulden en nieuwe Europese belastingen (Ruissen EP/SGP)

• (….) om onze vruchtbare landbouwgronden vol te plempen met megazonneparken en windmolens, terwijl ze onze Noordzee en ons IJsselmeer vol aan het zetten zijn met natuurverstorende megawindparken, (Van der Plas, BBB)

• (….) nu blijkt dat de economie ook zonder dit megafonds boven verwachting herstelt? (Bisschop, SGP)

• (….) Dat is in ieder geval landbouwgrond niet gelijk opofferen voor woningbouw en volplempen met megazonneparken, de windmolens op het IJsselmeer en de Noordzee daarmee volplempen. Daar zijn hele simpele oplossingen voor, alleen wil D66 graag woningen op landbouwgrond en megazonneparken hebben. (Van der Plas, BBB)

Tweemaal is er sinds maart in de Handelingen iets vindbaar met het hier bedoelde woord of voorvoegsel mega(-) vanuit vak-K: Corona-minister De Jonge (VWS) sprak van een megaoperatie en Staatssecretaris Vijlbrief van Financiën had naar eigen zeggen een megabelastingplan ingediend. Dat was beide malen niet negatief bedoeld, mogen we aannemen.

Vanuit de Kamer scoorde Renske Leijten tweemaal mega en deze SP’er was daarmee de enige gebruiker m/v echt ter linkerzijde. Verder opschuivend naar rechts komen we alleen eenmaal Jan Paternotte (D66) tegen, en dan ook nog met het neutralere woord megafoon.
De andere keren dat we mega– horen is het uit de mond van iemand van de fractie van de VVD (2x), SGP (2x), JA21 (2x), Van der Plas is parlementair eenling namens de BBB maar gebruikte 7x een woord met mega-, de FvD (3x) en de PVV (3x). Uit de micro- of megafoons op het Malieveld moeten we dus vandaag mega– kunnen horen bij de aangekondigde boerenprotesten.

Mega is buiten de megafoon van Paternotte in al deze gevallen een voorvoegsel dat iets negatiefs uitdrukt en we horen het dus verreweg het meest van de rechterzijde (dat wint met 19-2). Gaat het momenteel bij uitstek over mega– in combinatie met alternatieve energie, een jaar of tien geleden waren het de megastallen waar de Kamer talloze malen over vergaderde. Staatssecretaris Bleker (toen CDA) wilde dat laten definiëren (wanneer is een stal mega; hij liet er maatschappelijk over discussiëren onder leiding van Hans Alders) en zei grappenderwijs een keer dat hij zich mega in zou zetten voor de uitvoering van een motie op dat gebied. Mega! Inderdaad sprekers van het Nederlands, een voorvoegsel kan mettertijd een bijwoord worden! Daarom valt er iets te zeggen voor de schrijfwijze van “mega veel” boven “megaveel”.

Mega had al een negatief imago want het onderstreepte de verwerpelijke inhoud in taal als megawaterbedeffect; een megamaas in de wet; megaschandaal; megatrawler en later ook megageklungel en een megapuinhoop. Het had voor links in megastallen in Grubbenvorst en Vlagtwedde dezelfde negatieve bijsmaak als op rechts tegenwoordig het geval is met parken waar via wind of zonne-energie CO2-neutraal elektriciteit wordt opgewekt (let onder meer op woorden als volplempen). Het voornaamste verschil is dat we mega– momenteel kennelijk vooral van één kant van het politieke spectrum horen. O ja, als het over megastallen gaat laat Caroline van der Plas van BBB zich negatief uit -, althans als ze in China staan; dat ligt nog wat verder weg dan Zuid-Limburg of Oost-Groningen.

Aanvulling 07.07.2021: Toch even gekeken naar het ongecorrigeerde plenaire verslag van gisteren, 6 juli. Eenmaal viel toen het woord megaschuld, in een bijdrage van Tony van Dijck (PVV). Dat brengt de stand 0p 20-2 in het voordeel van rechts.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Een verdiende extra stenografenperiodiek en politici die borstkloppend “des” gebruiken

Wat is er over van des? Vrijwel niks. Een ‘s-je in ‘s-Gravenhage, wat zichtbaarder in een handvol uitdrukkingen en dat is het – bijna. Lilian Marijnissen (SP) zei dat Sigrid Kaag beweerde “dat ze woorden gebruikt die niet des Binnenhofs zijn” naar aanleiding van “hier scheiden onze wegen”. De D66-leidster zelf sprak op haar beurt van iets vergelijkbaars: “Ik heb heel gemengde gevoelens over de Europese outlook van dit kabinet. Dat is niet allemaal des D66’s, maar we zitten in een kabinet en op een gegeven moment moet je keuzes maken.” Joost Sneller (ook D66) memoreerde een “steen des aanstoots”, Derk Jan Eppink (JA21) had het over “de tand des tijds” en Gidi Markuszower PVV sprak bij herhaling van “zonder aanzien des persoons”, iets wat ook aan de andere kant van de Kamer gezegd werd door Renske Leijten (SP). Lilianne Ploumen (PvdA) zal een CDA-lid op het oog gehad hebben toen zij repte van mensen die zich voordeden “als weldoener des vaderlands” maar intussen wel mooi miljoenen opstreken en Martin Bosma (PVV) maakte onderscheid tussen dingen waarover een minister ging en wat des Tweede Kamers is.
In een gecombineerde vergadering met leden van het Europese Parlement zei Europarlementariër Rob Roos (JA21): “De nationale verkiezingen gaan straks om des keizers baard als de volksvertegenwoordigers hier niet snel op hun strepen gaan staan.” Deze taal is hoorbaar koren op de molen van Roelof Bisschop (SGP): “Sommige terreinen zijn des lidstaats.”

Wat horen we hier vet gemarkeerd tussen versteende taalvormen door? Een revival van iets uit een verleden tijd: het gebruik van een pseudo-plechtige genitief des en nog wel vooral in een verwijzing naar de eigen constitutionele wereld des Binnenhofs, des Tweede Kamers, des lidstaats. Wij horen spelers-woordvoerders in dat spel zichzelf op de borst kloppen. Hier scheiden de wegen van vroeger en die van nu. Vroeger, toen we nog wél naamvallen leerden en kenden, óok van de bijvoeglijke naamwoorden in des Tweeden Kamers.
Het ging er hier eerder over, toen een hoge ambtenaar in een blauw uniform in Buitenhof iets niet des polities noemde. Ik merkte daarin op dat het in de kranten bij uitstek taal uit de sportjournalistieke hoek geworden leek te zijn, vandaar de titel Die bravoure is eigenlijk niet des SV Spakenburgs boven dat stukje.

Vrij geregeld hoor je iemand spreken van zonder aanziens des persoons – ik heb het niet nagegaan, maar de Dienst Verslag en Redactie corrigeert dat in het algemeen stilzwijgends. Niet altijd, want in een herdenkingsrede voor Dick Dolman (onder meer Kamervoorzitter en actief geweest in het Genootschap Onze Taal) zei de voorzitter blijkens de Handelingen: “Dick Dolman stond boven de partijen en handelde zonder aanziens des persoons.”

Kort geleden was er een staatssecretaris in de Tweede Kamer aan het woord. Voorzitter, zei mevrouw Keijzer (en zij werd aansluitend de actueelste des-spreekster in dit kalenderjaar tot dusverre): “Mevrouw Leijten hield een betoog dat ik erken en herken als een echt SP-betoog. Zij vroeg mij of ik niet eens een visie zou moeten vormen op juist de vraag die wegkomt achter deze discussie: zouden bepaalde taken niet weer des overheid moeten worden? Een zeer interessant debat, maar ik ben een demissionair staatssecretaris, dus het is niet aan mij.” Des overheid: dit gaat zo langzamerhand om des Keijzers baard, maar hoe treffend dat Mona hier niet van overheids sprak. Tja, het is ook een vrouwelijk woord!

En de stenograaf (m/v) die hier nauwkeurig handhaafde wat mevrouw Keijzer zei en dat niet stiekempjes rectificeerde? Chapeau! Ik pleit voor een extra periodiek des stenografen (m/v) aan wiens/wier werk dit stukje te danken is.

Sigrid Kaag des D’66’s bij Buitenhof
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Taal en politiek in het VK: Carrie Antoinette en SAJ

Hét nieuws in Groot Brittannië de laatste dagen is de vertraagde val van Matt Hancock, de minister van Gezondheid. Wat hij niet wist – en wie van zijn mede-bewindslieden wel? – is dat er op de ministeriële werkkamer sinds 2017 een geheime camera aan het plafond bevestigd is. Iemand moet de beelden van de CCTV, het videobewakingssysteem, gezien hebben en daar moet het begin van het lek zitten naar de media.
Dat gebeurde eerder deze week en zo konden allereerst de lezers van de boulevardkranten zien hoe innig de minister iemand kuste. En net nádat de lockdown met een maand verlengd was en hugging verboden bleef buiten de sfeer van huisgenoten. Hier betrof het Gina Coladangelo, een goede kennis van vroeger die nog niet zo lang geleden in een hoge functie op Hancocks ministerie was benoemd. Premier Johnson verdedigde zijn minister (hij kon moeilijk anders, was toch zélf niet het voorbeeld van iemand die een kuis leven leidde zeiden commentatoren vanochtend op de BBC) maar de druk van Tory-parlementariërs werd te groot.

Sunday Mirror (fragment) 27.06.2021

Johnsons vroegere hoogste adviseur Dominic Cummings gooide vanmorgen direct olie op het vuur toen de opvolger van Hancock bekend werd: Sajid Javid. Die was in het begin van Johnsons premierschap kort minister van Financiën, maar stapte op toen Cummings andere, door hem aangewezen, speciale adviseurs bij Javid wenste. Nu SAJ weer prominent op het politieke toneel staat, verwees Cummings in een tweet naar Johnsons vrouw Carrie (Symonds), “So Carrie appoints Saj!”
Dat leidde in Engelse media tot het gebruik van de betiteling Carie Antoinette.

In een paar zinnen zien we hier van alles wat de Engelse politiek onderscheidt van de Nederlandse, niet essentieel meer wel in felheid en omvang.
Sadiq Javids naam wordt redelijk algemeen afgekort tot SAJ, drie letters die ook als één woord worden uitgesproken. Het zijn naar keuze de eerste twee letters van de voor- en de eerste van de achternaam óf het zijn de eerste drie van de voornaam.
Hebben we momenteel een Nederlandse politicus die zoiets overkomt? Wellicht was HAFMO de laatste (Van Mierlo’s voorletters tot woord en dus alternatieve naam gemaakt).

De naamgrap met de vrouw met wie Johnson sinds kort getrouwd is, is ook bepaald on-Nederlands. Partners spelen bij ons een veel minder grote rol, ook al dook Wopke Hoekstra’s echtgenote regelmatig op in zijn bespiegelingen toen hij wel of geen lijsttrekker zou worden; ook al figureerde de vrouw van Hugo de Jonge tijdens de lockdown in een filmpje als diens huiskapster; alleen de CDA-lid en gemeentelijk fractievoorzitter gebleven wederhelft van Pieter Omtzigt speelt een beetje een merkbare rol in zijn politieke leven.
In Engeland verwezen ze met behulp van de gedeeltelijke naamsgelijkheid van Carrie en Marie naar Marie Antoinette, de vrouw en beïnvloeder van de Franse koning Lodewijk XVI. CarrieMarie Antoinette,- als je er naar zoekt, kun je het verzinnen.

Aanvulling 28.06.2021: De bewuste camera op de ministerskamer is inmiddels buiten werking geplaatst, verklaarde de nieuwe minister van Gezondheid vandaag. 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Denken over gedachtegoed (iii). Een kleine retrospectie naar even voor 1900

Na de verschijning van de eerste aflevering over gedachte(n)goed reageerde een lezer. Ik had gekeken in de Handelingen en geobserveerd dat gedachtengoed voor het eerst gebruikt werd door Bart Verbrugh (GPV/CU) in een bijdrage over de kwestie-Aantjes, maar vóor 1978 – schreef deze reageerder – is het woord al via Delpher vindbaar, namelijk in de jaren ‘30 van de vorige eeuw en vooral in relatie met de NSB.
Ik had naar het gebruik in de Nederlandse politiek gekeken wegens de enorme gift aan het CDA en het gedachtegoed van die partij. Blij ben ik achteraf dat ik door onwetendheid zelfs niet impliciet de link kon leggen met de NSB, want dat zou terugredenerend even onterecht als snel gebeurd zijn alsof het een verband zou houden met het ander: CDA -> Aantjes -> NSB.

Stapsgewijs is de kwestie van gedachte(n)goed in dit blog dus als volgt op basis van de chronologie: (1) Allereerst 2021. De grote gift van Hans van der Wind aan het CDA wegens het gedachtegoed van die partij kwam naar buiten door wat Pieter Omtzigt had opgeschreven voor de commissie-Spies, een tekst die gelekt is. Omtzigt observeerde daarin juist een gebrék aan gedachtengoed bij wat toen nog zijn partij was.

(2) In 1995 maakte de nieuwe spelling van het Nederlands dat het voorheen als gedachtengoed gespelde woord gewijzigd werd in gedachtegoed.

(3) In de Tweede Kamer kreeg gedachtengoed voor het eerst enkele malen de aandacht tijdens debatten rond de kwestie-Aantjes. Dat was 1978, de eerste keer maar zeker niet de laatste maal dat dit woord aan het Binnenhof viel – vooral vanaf 1990 werd het veel gehoord, het meest in de Eerste Kamer.

(4) Delpher laat inderdaad zien hoe het geen nieuwe term was in 1978: vanaf 1931 gaat het in journalistieke teksten bij ons over het nationaal-socialistische gedachtengoed in Duitsland (en daarna ook Oostenrijk), dat “van den Heimatschutz” e.d. Als voorbeeld een stukje uit de Arnhemsche Courant van 01.11.1933

Is ons gedachtengoed dan wellicht een leenvertaling van het Duitse Gedankengut en is dat een NS-term?
Er is een mooie website die het mogelijk maakt, te zien hoe het met de geschiedenis van Duitse woorden zit: https://www.dwds.de

DWDS (fragment)

Gedankengut blijkt van vrij kort vóor 1900 te dateren en gaat vervolgens in frequentie regelmatig omhoog: het kan dus niet typisch een NS-woord zijn. Maar als wij het juist wel in die periode hebben overgenomen, is dat toch iets om taalhistorisch te markeren.

Denk niet op basis van een eerste blik in de DBNL Ngram Viewer dat het Nederlands bijvoorbeeld al in 1519 de term gedachtegoed kende, via Erasmus. Het komt voor in een in 2010 uitgegeven vertaling van een brief van Jan Šlechta uit Kostelec (Tsjechië) aan Erasmus en wordt in de tijdlijn geplaatst op de oorspronkelijke datum.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Denken over gedachtegoed (ii). Van gedachtegoed soms terug naar gedachtengoed

Dit is aflevering ii van wat ongedacht een reeksje van drie stuks zal worden. Gedachtengoed werd dus in de nieuwe spelling van het midden van de jaren ‘90 van de vorige eeuw aangepast tot gedachtegoed.
Voorheen moesten we bij die overgang tussen twee woorddelen nadenken in hoeverre het eerste deel van de samenstelling de gedachte aan een noodzakelijk meevoud opriep én of dat een meervoud op –en betrof. Daarom enerzijds bessensap maar hoededoos daar tegenover: sap van één bes stelt in feite niets voor, normaliter past in een doos daarentegen één en niet meer dan één hoed.

Maar ja, dan is daar nog de groep van woorden zoals groente en gemeente: was het groentenzaak en gemeentennieuws? Enerzijds was dat logisch (in het geval van groente want in die winkel ging het per definitie om iets meervoudigs) maar nieuws van de eigen gemeente betrof uiteraard een enkelvoud. Het akelige was bij deze beide voorbeelden, dat hier het meervoud zich in twee vormen vertoonde, groenten en groentes, gemeenten en gemeentes.
In de nieuwe spelling werd daarom gekozen voor de simpele oplossing: zijn er twee verschillende meervouden bij hetzelfde woord in gebruik, dan kiezen we in een samenstelling altijd de enkelvoudige variant (groentezaak). Is er maar één meervoud op –en gangbaar dan kiezen we daarvoor (linzensoep geeft het Groene Boekje sinds 1995 als voorbeeld, kerkenraad hoort hier uiteraard ook in nieuwe vorm bij).

Nu kunnen we naar gedachtegoed. Vroeger stond gedachtengoed op eeén lijn met de groentenzaak maar dat raakte in 1995 in strijd met de nieuwe regels: we gebruiken in de praktijk immers twee meervouden, gedachten en gedachtes. Daarom werd het omgespeld naar gedachtegoed net als de groentezaak.
Daar ontstaat nu een probleem. Want groenten of groentes, dat is allemaal één pot nat – het is een meervoud van willekeurig welke groente. Maar wie op een gewone dag (ergens in juni 2021) via LexisNexis kijkt naar het gebruik van gedachtes tegenover gedachten in Nederlandstalige kranten die ziet het volgende (ik neem een eerste handvol gevallen van actuele datum om een impressie van Nederlands uit de praktijk te krijgen):

GEDACHTES

• “Bij non-fictie moet je je aan de feiten houden, terwijl wat je feitelijk achterhaalt allerlei gedachtes stimuleert over wat er nog meer achter daden van mensen kán zitten. Onbewezen gedachtes die je in non-fictie niet mee kan nemen.

• Maar een tv die avond na avond voetbal uitzendt, dat is ook mij iets te veel van het goede. Maar zo denkt mijn partner er niet over. En dus gaan deze zeven gedachtes door mijn hoofd tijdens het EK.

• Ik kan op het podium mijn onrust en gedachtes kwijt.

• Ik had moeite met slapen, je denkt er toch de hele tijd aan. Je bent toch met je gedachtes bij hem.

• Een lieflijk klinkend protest tegen het taboe op het laten zien van je problemen en negatieve gedachtes.

GEDACHTEN

• Hier wordt gedacht. Hier vormen zich gedachten.

• Volgens F. Scott Fitzgerald was het ‘tegelijkertijd kunnen vasthouden van twee conflicterende gedachten en toch blijven functioneren’ een teken van ‘eersteklas intelligentie’.

• Wraak, het is een zwarte tor die vaak door mijn gedachten kruipt.

• De gedachten van Thierry Baudet en die van mij liggen nog wel een behoorlijk eind uit elkaar. Ik wil daar eerst met de andere leden van de partij over spreken. [aldus een FvD-partijgenoot, SR]

• De dwangstoornis put haar uit. Dat begint al ’s ochtends, als ze zich probeert op te maken, maar haar gedachten haar proberen tegen te houden.

Toegegeven, uit dit steekproefje blijkt het niet voor 100 procent, maar er is een substantieel onderscheid tussen gedachten en gedachtes: stoornissen, snelle flitsen door je brein, minder serieus dat zijn kenmerken die vooral bij gedachtes gezien worden; bij het meervoud gedachten is het vooral minder emotie en meer intellect, geestelijke activiteit. Gedachten is serieuzer, gedachtes zijn eerder flodders.

Als deze steekproef standhoudt bij een groter onderzoek, moeten we in het geval van gedachtegoed terug naar de oude spelling gedachtengoed. Hetzelfde zou ik willen bepleiten voor gedachtengang, maar anderzijds weer niet voor gedachtespinsels en gedachtekronkels. Verschil mag er zijn. Als Pieter Omtzigt zich op dit punt kritisch over zijn vroegere partij wil schrijven, zou hij het moeten hebben over het CDA-gedachtegoed (want het stelt niks voor), Hans van der Werf moet CDA-gedachtengoed schrijven want het is hem wel een miljoentje waard. Subtiel onderscheid, niet tendentieus, wel gefundeerd.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Denken over gedachtegoed (i). Van gedachtengoed naar gedachtegoed

Door de uitgelekte notitie van Pieter Omtzigt (intern, bedoeld voor de commissie-Spies) en door de bekendmaking van late geldschieters aan de CDA-campagnekas kreeg ook de reactie van de gulle, anonieme gever de attentie die deze verdiende. Hans van der Wind over zijn donatie: “Daar is niets geheimzinnigs aan. Ik doe dat vooral omdat het gedachtegoed mij aanspreekt.” Van der Wind gaf zoveel wegens het gedachtegoed van de christen-democraten. Dat was een interessant onderscheid met de tekst van Omtzigt die op dat punt vaststelde dat het er met het CDA (toen nog de partij waar hij lid van was) wel erg mager voor stond. Hij spreekt van een “gebrek aan (een concretisering van de) inhoudelijke visie” (p. 5).
Net als het geval bleek met joods-christelijke traditie blijkt ook gedachtegoed niet een eeuwenoude term te zijn. Wie zoekt in de Handelingen moet er rekening mee houden dat het woord aanvankelijk als gedachtengoed geschreven is, tegenwoordig gedachtegoed sinds de nieuwe spelling van even voor 2000.*)

Het begrip gedachtengoed werd geregeld gebruikt in de debatten over Willem Aantjes, de in zijn leven politiek van rechts naar links opgeschoven fractievoorzitter van het CDA, voortkomend uit de ARP. Terwijl er debatten gaande waren over de positie van Nederland in de NAVO en zelfs een eventueel het vertrek hieruit (Aantjes was kritisch wegens het stationeren en eventueel gebruiken van de neutronenbom die door anderen minder zwaar neutronengranaat genoemd werd, hij zou er de NAVO voor willen verlaten), kwamen er geruchten over een oorlogsverleden van Aantjes naar buiten. Het werd gelekt via het Nieuwsblad van het Noorden (06.11.1978) dat er lucht van het gekregen door toedoen van de vrouw van Loe de Jong die erover belde met haar broer in Assen.

Het lopende onderzoek door het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD) van Loe de Jong (op verzoek van het kabinet Van Agt) veranderde door deze persoonlijke betrokkenheid van De Jong niet: het moet een illustratie zijn van de destijdse statuur van Loe de Jong dat hij dat niet aan anderen over liet toen hij persoonlijk betrokken bleek bij het lek. Op het RIOD-rapport kwam via vervolgonderzoek door de Tweede Kamer zelf veel kritiek: “Het RIOD had onder meer ten onrechte geconcludeerd dat hij als bewaker was opgetreden in Port Natal, dat hij lid was geweest van de Waffen SS, dat hij het Nederlanderschap had verloren en dat hij er zelf voor had gekozen om in Duitsland te gaan werken.” (Aldus de website parlement.com.)

Het GPV-kamerlid Bart Verbrugh (het GPV ging later op in de ChristenUnie) merkt in het debat van 16.11.1978 op over het rapport van De Jong:
• Het rapport vraagt niet in hoeverre de heer Aantjes wel of geen aanhanger van het antirevolutionaire gedachtengoed is geweest
• De conclusie moet zijn, dat de afwijzing van de non-coöperatie met de Duitsers door Wim Aantjes niet het gevolg was van zijn grote trouw aan de Catechismus en de leer van de Gereformeerde Bond, maar van het feit, dat hij in die tijd het antirevolutionaire gedachtengoed slechts marginaal moet hebben aangehangen.

Misschien is het goed om in plaats van nader in te gaan op de kwestie-Aantjes terloops op het leeftijdsaspect te wijzen. Wat Aantjes precies had gedaan rond 1940 werd in dit debat soms wel in verband gebracht met zijn leeftijd (Aantjes was geboren in 1923 en was bij de Duitse inval 17 jaar, als hij in Duitsland te werk gesteld wordt 21) namelijk wanneer er gesproken werd van “de jonge Aantjes”. Maar iemand van 17 mag tegenwoordig bijna als een volwassene beschouwd kunnen worden, in 1940 moest zo iemand nog tot zijn 25ste wachten voordat hij zou mogen stémmen. Om gekozen te wórden was toen nog het bereiken van de 30-jarige leeftijd een vereiste, 13 jaar later.
Ik weet niet, of er in 1978/1979 voldoende besef geweest is dat men terugkijkend een middelbare scholier in 1940 vanuit volwassener normen beoordeelde dan destijds met die hoge leeftijdsgrenzen voor het stemmen en gekozen worden. Bij de leeftjdskwestie komt een kenniskwestie: zelfs Loe de Jong wist aanvankelijk niet dat er onderscheid was tussen de Waffen-SS en de Germaansche-SS. Het Nieuwsblad van het Noorden kopte veelzeggend verkeerd althans onvolledig SS maar ging in een toegevoegd tekstje enigszins op het verschil in. Bijna als in een voetbalstadion dat Auf Wiedersehen joelt wanneer een Duits team een toernooi dreigt te moeten verlaten, commentarieert de krant direct prominent “Adieu Aantjes”.

Sinds de kwestie-Aantjes begon het begrip gedachtengoed vaker op te duiken, geregeld maar zeker niet alleen in verband met de christen-democratie. In de beschouwelijker ingestelde Eerste Kamer viel het vaker dan in de Tweede. Er is daar onder andere ook sprake van liberaal en humanistisch gedachtengoed. Het werd een succesvol begrip, talloos vaak (nu ja, bij wijze van spreken) komt gedachtengoed vanaf 1990 in de Handelingen voor en enkele jaren verderop niet minder frequent hetzelfde maar dan door de spellingwijziging van 1995 als gedachtegoed geschreven begrip.

Dat is iets om de gedachten verder over te laten gaan na de slotopmerking in deze aflevering, dat ook Omtzigt zélf het woord in zijn memo aan de commissie-Spies gebruikt. Hij schrijft over het succes van zijn eigen Twitter-account: “Let wel: ik zeg dit niet om mezelf op de borst te kloppen, maar om ervoor te pleiten dat er nagedacht wordt over hoe een grote groep mensen, ook buiten het CDA, kan worden bereikt om het gedachtengoed van onze partij onder de aandacht te krijgen.” (p. 22) Er zijn nog altijd veel mensen die gedachtengoed schrijven.

*) Ewoud Sanders wees er in de NRC van 22.06.2021 op dat christen-democratisch juist al wat ouder is: “De woordcombinatie christelijk-democratisch duikt bij mijn weten voor het eerst op in 1869.”

Geplaatst in Uncategorized | 3 reacties