Van hier tot Tokio – Facetten (vi)

Credits Natasja Ybema

Van Simon Carmiggelt is bekend dat hij niet alleen Kronkels voor de krant of voor de Hilversumse radio maar ook reclameteksten schreef, zeker in de eerste jaren van zijn bezigheden. Schnabbelde hij in dit opzicht ook bij bij zijn eigen krant? Wie zal het auteurschap achterhalen van deze schoenenadvertentie waarvoor de fabrikant als het ware aan de keukentafel in gesprek gaat met de potentiële klant over “Uw loopbaan op SWIFT: Hoeveel kilometer loopt U per jaar? Dat zal niet zo weinig zijn. Wat dacht U? Misschien wel een weg van hier tot Bagdad. (….)”. Uw loopbaan.

Swift-advertentie: tekst van Carmiggelt?

Deze tekst, in elk geval ook geplaatst op 20.04.1953 in Het Parool, past dus precies in de tijd én in de sfeer van de teksten van Carmiggelt (Super Swift is “een pracht-schoen, die royaal woonruimte biedt aan een flinke mannenvoet”), de schrijver die onderweg was naar de hoofdstad van Japan waar hij enkele maanden later zou arriveren.
Van hier tot Tokio werd daarna toenemend een uiterst gangbare manier in het Nederlands om dingen in het algemeen te onderstrepen, en niet enkel specifiek de lengte van iets, een diamant met vele facetten.

Het Parool bevatte op 27.04.1956 een reclame-tekst die tegenwoordig eerder advertorial genoemd wordt: “Op de eerste etage van een Amsterdams grachtenhuis — waar o.m. het blad International Textiles wordt gemaakt, dat voor textielmannen van de Noordkaap tot Timboektoe en Tokio een bekende klank heeft — in dát huis hebben zich deze week 26 ernstige mannen rond een tafel gezet om te spreken over overhemden en pyjama’s.” Van de Noordkaap tot Timboektoe en Tokio! Kan Carmiggelts pen hier ook aan hebben meegeschreven?

Wordt vervolgd met allereerst een uitstapje naar Tokio’s kleine broertje, Timboektoe.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Van hier tot Tokio – Facetten (v)

Credits Natasja Ybema

In deze sfeer is het niet verrassend maar wel komisch door het allitererende extraatje dat er verstrekt wordt, wanneer Carmiggelt zich op zaterdag 6 februari 1954 zogenaamd op een klagende manier uitlaat. Hij doet geërgerd over de kritische brieven die hij soms op de krant ontvangt. Wat kúnnen groepen mensen (zelfs al in deze tijd zonder bv. Twitter of X) gauw aangebrand zijn! Wat hébben zij, of het nu kruideniers of kelners betreft, een lange tenen! Zo heet deze aflevering dan ook (Tenen) en de maat die Kronkel de mensen neemt wordt door hem zó uitgedrukt: “De volksgroepen hebben tenen van hier tot Tokio.” Dat is op dat moment iets nieuws in het Nederlands – veronderstel ik. [Ik baseer me op wat ik vind via delpher.nl en het past dus bij dat soms olijke Nederlands dat te zien is in het verlengde van de afloop van WO II.]

Uit Het Parool 06.02.1954 via Delpher.nl

Deze Kronkel trekt de aandacht. Dat blijkt een week of twee later uit Het Binnenhof (Den Haag) van 19.02.1954. Kennelijk – ik heb er geen onderzoek naar gedaan – werd bij deze courant soms een “officieel parochieblad van het bisdom Haarlem Editie voor het dekanaat Den Haag” bijgevoegd, Sursum Corda geheten, ‘omhoog de harten’. In een openingsartikel schrijft een zekere A.B. daarin: “Alle eer aan S. Carmiggelt, die mensen met lange tenen een tenenmaat neemt „van hier tot Tokio”. Ook ons rijke Roomse leven kent zulke formidabele teengangers. Uiteraard bedoel ik hiermee niet de missionarissen, wier bloed zelfs geneigd is te kruipen waar de tenen niet meer gaan kunnen.”
Trouwens, in deze jaren viel ook al eerder in datzelfde blad Het Binnenhof dit soort Nederlands op te tekenen bijvoorbeeld in volksige taal:

  • • “Ik heb d’r zelf een paar van de veldslag terug zien komme met een deuk in d’r lui harnas en een blauw oog van hier tot gunter. Mot ik dan soms anneme, dat die buite an het knikkere wazze en dat ze over een wolkie gestruikeld benne? Maak mij nou effe wat!?” (Het Binnenhof 05.08.1950)
  • • “„Je weet niet eens wat ik wou wensen”. „Haha”, zei Pom-Pom, „dat wist ik op hetzelfde ogenblik, dat jij iet wist. Je eerste wens was een stuk drop van hier tot Sittard, je tweede wens, dat je nooit meer een beurt op school zou krijgen en je derde wens, dat je drie nieuwe wensen mocht wensen.” (Het Binnenhof 07.01.1952)
  • We zijn waar we naartoe wilden, van hier tot Tokio. Wordt vervolgd.
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Van hier tot Tokio – Facetten (iv)

Credits Natasja Ybema

Het lijkt bijna een bewijs van een na-oorlogse sfeer van opluchting en olijkheid: in Nederlandse kranten zijn er rond 1950 frequent voorbeelden te vinden van wat we kunnen zien als een stap in de richting van Tokio in de vorm van de versterkende aanvullingen “van hier tot gunder” en “van hier tot ginder”. Deze laatste variant is zeker voor Simon Carmiggelt een graag gebruikte woordgroep geweest om iets mee te onderstrepen dat in de tekst een accentje verdiende. De Kronkel Bewijsvoering van 27.10.1949 bevat bijvoorbeeld de zin “Beneden staat Arie met een schoongewassen gezicht en een lach van hier tot ginder.” De bijdrage van 20.04.1949 (Paasdagje) opent op deze manier: “Nou, tante Fie in Soest had aardig uitgepakt met de Paas, dàt kan niemand haar afstrijden. Een zelf-geklopte schuimtaart van hier tot ginder en talloze beschilderde eieren, zó meesterlijk weggestopt in de tuin, dat de helft tot op heden nog niet is teruggevonden.”

Op 30 juni 1952 konden Kronkellezers kennis nemen van Aanleiding. Men leze: “Affijn, drie dagen geleden kom ik weer eens aanlopen en daar zit Jan met opgedraaide wenkbrauwen naast het grietje op de divan en het ouwe mens met een lach van hier tot ginder achter de trekpot.” Trekpot is een verouderde aanduiding voor ‘theepot’.

Al een paar dagen eerder (in Het Parool van 20.06.1952) was er in een bijdrage van Carmiggelts goede collega en kennis Henriëtte van Eyk sprake van “een boodschappentas van hier tot ginder”. Van hier tot gunder (met een u) komen we eerder in Noord-Nederlandse kranten tegen en in media langs de Duitse grens. Het gebeurt zeker niet bij uitsluiting maar je ziet het  in die regio wel duidelijk meer dan bijvoorbeeld in bladen uit het Westen. Maar dan direct maar als uitzondering op deze regelmaat: op 09.02.1953 verschijnt in Het Parool het verhaal Ze zijn weer terug, hoor “Door S. Carmiggelt” met daarin dit: “En o ja, hij heeft vier keer een dubbeltje in de collectebus gedaan en zou die oude jas bèst gegeven hebben, als hij niet bijtijds gehoord had dat de dames en heren van het bestuur in sleeën van hier tot gunder… terwijl die arme stakkers daarginds… wáárdelóós!” Van hier tot gunder – rolde dus ook uit Carmiggelts Haags-Amsterdamse pen. Dat kon hetzij hetzij dankzij de invloed van de taal van zijn Gelderse vader, hetzij om de combinatie van gunder met het volgende daarginds door de klinkervariatie lichter consumeerbaar te maken.

Carmiggelt was dus zogezegd in de weer met dit soort Nederlands. Vergelijk de beschrijving die daar ook wat aan doet denken in zijn Kronkel Kunstbroeder (29.10.1953). Daarin trekt iemand vocaal los door een aria aan te heffen: “Een beetje verslagen stonden we tegenover hem en hoorden het allemaal — van Figaro hier en Figaro daar en Figaro ginder en Figaro boven..”

In de vroege jaren ’50 maakt Simon Carmiggelt óok geregeld gebruik van de allitererende uitdrukking van top tot teen, al is het dan niet altijd exact in de huidige betekenis. In de Kronkel Ik dacht: kòm… (07.02.1950) gaat de ik-figuur met zijn echtgenote onaangekondigd en daarna blijkt ook ongelegen op bezoek bij kennissen. Als er een ander duo aanwezig is dat “psychisch op springen staat” schrijft Carmiggelt: “mijn vrouw wil van top tot teen naar huis”. In de aflevering van 20 juni 1950 zit de ik-figuur “van top tot teen gespannen” in zijn stoel; op 25 oktober van dat jaar lezen we over een een onderkomen in Parijs: “Een grijs pand, dat kraakte van geschiedenis en van top tot teen vol schilderachtige uitslag zat.”

Ook in 1951 benut Kronkel geregeld de combinatie van top tot teen, dan vooral om iemands kleding te beschrijven. Op 4 oktober 1951 keert hij terug naar de psychologische tekening waarmee hij eerder de gesteldheid van zijn echtgenote uitdrukte maar nu gaat het over een andere vrouw: “ze was van top tot teen in Bourgondische extase”.

Van top tot teen wisselt de schrijver overigens geregeld af met van hoofd tot voeten, zij het hier eventueel weer lichtjes gevarieerd zoals in “een man, van hoofd tot klompen gewikkeld in boers vooroordeel” op 10.12.1954.

We zijn bijna waar we wezen moeten, 東京市 – zeg maar Tokio. Wordt vervolgd.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Van hier tot Tokio – Facetten (iii)

Credits Natasja Ybema

Het is een sport om de oudste bewijsplaats vinden van van hier tot Tokio. En zoals het bij sporten als hardlopen, hoogspringen en gewichtheffen geldt (voorbeelden van het Olympische trio citius, altius, fortius) dat er altijd wel weer iemand sneller is, hoger kan of meer tillen, zo is het ook goed mogelijk dat iemand overbóden wordt als hij zoals ik hier beweer dat Simon Carmiggelt het was die die uitdrukking met Tokio als eerste in de krant heeft gebruikt, en wel vroeg in het jaar 1954.

Voor Carmiggelt en vooral 1954 pleit wel iets. Om te beginnen lag Tokio niet alleen maximaal ver weg vanuit Nederland bekeken, het was kort na de Tweede Wereldoorlog ook veel in het nieuws. Daar werd er een Oorlogstribunaal gehouden, maar wat veel belangrijker was, in de jaren na 1945 bestond er veel aandacht voor het net van intercontinentale vluchten dat toen alom werd opgezet en waar KLM en Schiphol hun aandeel in kregen.

Tokio hing dus als het ware in de lucht van de Nederlandse taal, er moest alleen nog iemand komen die er naar greep én deze vondst deed in combinatie met iets toepasselijks. Zo ver is het nog niet helemaal, de afstanden die we in woorden afleggen zijn eerst nog beperkter. Van Nina de Kempenaere wordt in de jaren 1945 tot zeker in 1947 in het Veenkoloniale dagblad De Noord-Ooster een feuilleton geplaatst onder de titel “De sprong naar geluk. Het is later in boekvorm verschenen – ik ken de schrijfster evenmin als de inhoud van het boek. Maar tweemaal staat er een aflevering van het vervolgverhaal in die krant (op 29.01.1945 en op 06.01.1947) waarin er sprake is van iemand met een minderwaardigheidscomplex “van hier tot Rijswijk.” In het feuilleton van Nina de Kempenaere slaat het op een verlegen jongedame, gymnasium afgerond, woonachtig in Delft en werkzaam op een kantoor bij een uitgeverij-drukkerij in Den Haag – vandaar Rijswijk? Dat is in elk geval lopend op flinke afstand en haar minderwaardigheidscomplex is dus echt wel eh, een dingetje.

Via delpher.nl

Jo Daan (medewerkster van wat later het Meertens Instituut in Amsterdam ging heten, dan nog gevestigd aan de Kloveniersburgwal) publiceert in februari 1948 een klein boekje vol “Grepen uit de Amsterdamse volkstaal” met als hoofdtitel Hij zeit wat. Het is licht van toon. De Inleiding begint met een gefantaseerde Amsterdammer die het boekje in de etalage ziet liggen en dan verbaasd uitroept: “Wat heb ik nou an m’n kar hangen”. Al in september 1949 volgde er een nieuwe editie, in 1992 tekende Jan Berns voor een licht uitgebreide derde druk. Op p. 55 in de tweede en op p. 87 van die derde uitgave staat de Amsterdamse uitdrukking die Jo Daan had ontleend aan Justus van Maurik (1846-1904): “krijg een rolling van hier tot Haarlem (alle paaltjes raak)”. Dat oogt als een voorloper van de later vriendelijker en zonder medische verwensing ‘beroerte’ geformuleerde afstand van hier tot Tokio. Trouwens, Hij zeit wat is om de talige en komisch-Amsterdamse inhoud typisch een boekje dat Carmiggelt gekoesterd kan hebben. Hij kan het door de beperkte omvang van 60 bladzijden wandelend door Mokum gemakkelijk bij zich hebben gedragen in de binnenzak van zijn net zo grijze lange jas als de kleur van het boekje zelf. (Wordt vervolgd.)

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Van hier tot Tokio – Facetten (ii)

Credits Natasja Ybema

Uit de Reynaert-editie van Van Helten van 1887:
‘Reynaert, hout huwen mont van desen,
Ende sijts seker ende ghewes:
Haddic al thonich, dat nu es
Tusschen hier ende Portugale,
Ic haet alleene up te male’.

Alle honing van hier tot Portugal: is dat het land van die naam of de Zuid-Hollandse plaats Poortugaal? In beide gevallen is het een enorme hoeveelheid zoetigheid die (solo!) geconsumeerd moet worden. Succes, Bruun de Beer. Deze wijze van accentleggend taalgebruik is vaker te lezen in de Reynaert, dus al ik weet niet hoeveel eeuwen terug. Eerder heette Crayant “Die scoenste hane, diemen vant Tusschen Portaengen ende Polane”. Gevonden ergens Tusschen X ende Y dat zal toch in wezen hetzelfde zijn als ons Van X tot Y. Van hier tot daar is dus niet vreemd maar ook weer niet hetzelfde als van hier tot Tokio.

Iets minder eeuwen geleden kon er in de sfeer van de literatuur vergelijkbaar de loftrompet gestoken worden, want iets heette “vermaert van hier tot swerelts endt”. Dat is dezelfde onderstrepende wijze van zeggen waarbij het einde van de wereld een superlatief uitdrukt. Nec plus ultra! Zoiets is met een beetje vindingrijk zoeken in bijvoorbeeld dbnl.nl aan te treffen tot in het begin van de 20ste eeuw en daar stopt het niet.

De beroemde actrice Gloria Swanson wordt in 1925 in de Deli Courant (Sumatra, we hebben Indië dan nog) geprezen als “filmsterre” maar ze richt onder haar grote aantallen bewonderaars ook wel iets aan, zo is op 08.04.1925 te lezen [met dank aan delpher.nl waar veel Nederlandse kranten van vroeger raadpleegbaar zijn]. Wat veroorzaakt de sterre? Ze “vermaakt, ontroert, slaat met stomheid of smart of liefde — wat op hetzelfde neerkomt — eenige honderden millioenen menschen; van de Noordkaap tot Kaapstad, van Vancouver tot Tokio, van Vuurland tot Siberië wordt zij bewonderd en aangebeden; schieten wanhopige jongelingen zich voor haar voor den schedel; loopen gehuwde mannen, vervuld van den hals of de onderbeenen der heldin, peinzend in het water; droomen jonge meisjes van de toiletten der diva; worden huwelijken ongelukkig en raken verloovingen voor eeuwig af. Een filmster met een paar ton salaris brengt voor millioenen ongelukken teweeg, afgescheiden van de millioenen genot, die zij de menigte verschaft.” Het is ook wel wat korter te formuleren, – overal ter wereld is het dat Gloria Swanson de mensen met haar verschijning op het witte doek emotioneert.

Gloria Swanson via Google

De Nieuwe Courant van 08.01.1922 schreef enkele jaren daarvóor iets vergelijkbaars maar wat ingehoudener enthousiast over Swansons collega Charlie Chaplin. Langs die weg komen we bij de inhoud van deze reeks blogstukken: “Charlie heeft véél gedaan voor de menschheid van dezen tijd. Hij heeft haar doen lachen, toen alles somber scheen. Hij heeft haar doen lachen van Spitsbergen tot Kaap de Goede Hoop en van Los Angeles tot Tokio.”

Van stad A tot stad B en van land C tot land D. Wanneer de wereldkaart erbij gehaald wordt of simpeltjes op grond van hun geografische kennis weten de lezers: wat hier beschreven staat is bepaald indrukwekkend. De beschrijvingen gaan globaal gezien van Noord naar Zuid en ze bewegen zich van West naar Oost. Dat laatste is wellicht geen wonder want juist in de jaren dat we dit in kranten lezen, neemt het vliegverkeer sterk toe – zo wordt er bijvoorbeeld voor het eerst gevlogen tussen Nederland en Indië.
Evenmin is het een kwart-eeuw later verbazingwekkend als die laatste grote aardrijkskundige plaats van belang daar helemaal in het Oosten – Tokio (ligt er gevoelsmatig iets nóg verder weg dan deze stad?) – een hoofdrol krijgt in wat jaren- en jarenlang een onvoorstelbaar succesvol stukje Nederlands zal worden, die uitdrukking VAN HIER TOT TOKIO. Wordt vervolgd.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Van hier tot Tokio – Facetten (i)

Credits Natasja Ybema

Het is de twaalfde april 1988 als de Eerste Kamer de Defensiebegroting van 1988 behandelt. Is dat laat in het tweede kwartaal van het begrotingsjaar zelf? In ieder geval is Marie-Louise Tiesinga-Autsema (D66) er vroeg bij als zij volgens de Handelingen dit zegt: “In de Defensiekrant van 4 april 1987 stond vermeld dat er binnen Defensie een werkgroep zou komen die het aanspreekpunt zou zijn voor de toen pas opgerichte Stichting Homosexualiteit en Krijgsmacht. De maatregelen van de staatssecretaris ter zake getuigden van grote tolerantie die de aandacht heeft getrokken van hier tot Tokio. Wij waarderen dat.” Vroeg is mevrouw Tiesinga met de uitdrukking van hier tot Tokio – als de digitale zoekfuncties werken en de stenografen op dit punt voldoende precies geweest zijn, dan duikt hier voor het eerst die variant van het Nederlands op die zéker een mate van populariteit in de Tweede Kamer heeft gekregen.
Daar is Bibi de Vries (VVD) de eerste gebruikster als er beraadslaagd wordt over een Belastingverdrag met Malta op 24 juni 1997. Waar heeft de VVD precies moeite mee? “Wij hebben echter, net als het CDA, een enorm groot probleem met de terugwerkende kracht van het verdrag. Het zou namelijk moeten ingaan op 1 januari 1994. Ik zou haast willen zeggen dat het een terugwerkende kracht is van hier tot Tokio, maar het is passender om te zeggen dat het een terugwerkende kracht is van hier tot Malta.”
Woordspeling van een wat gewrongen soort: als een terugwerkende kracht van hier tot Tokio erreg lang is, is eentje van hier tot Malta dan juist iets minder lang en daarom minder ingrijpend voor de belastingbetaler die het betreft?

Het geeft in elk geval aan dat negen jaar na de Eerste ook de Tweede Kamer zich van dit vlotte, onderstrepende Nederlands is gaan bedienen en er zelfs op improviseert. In het kalenderjaar 1999 begint Tokio op gang te komen, maar de echte frequentie valt te observeren vanaf het parlementaire jaar 2011-2012 als Renske Leijten (SP) het tweemaal zegt, Tofik Dibi (GroenLinks) en Fatma Koşer Kaya (D66) elk eenmaal, Léon De Jong (PVV) in zijn korte eerste periode in de Tweede Kamer direct tweewerf. Ook Sybrand Buma (CDA) voegt zich bij degenen die naar Tokio verwijzen om woorden kracht bij te zetten. Het Kamerlid richt zich tot de oppositie: “Dat gaat werklozen kosten van hier tot Tokio. Ik wil een keer werkelijk zien wat de SP doet en niet de hele tijd dat halve verhaal horen.” Het betreft het Begrotingsakkoord 2013 (ook wel Lente- of Kunduz-akkoord) na de val van Rutte-I waarbij de SP voorstelt de hypotheekbezitters minder aftrekmogelijkheden te bieden.

In deze serie probeer ik een aantal kanten van die uitdrukking met Tokio (ook Tokyo) te belichten. Welke?

Laten we om te beginnen er eens proberen achter te komen, waar of bij wie en wanneer dit specifieke Nederlands is begonnen. Als cliffhanger eerst de constatering dat het Nederlandse Parlement het laat heeft ontdekt in 1988, het duurde een dertig jaar. De weg naar het Binnenhof is soms verrassend lang. Wordt vervolgd.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Een populaire uitdrukking in de Tweede Kamer: gratis bier

Ineens stond de politiek eind 2023 in het teken van het product dat bestaat uit water, gerst- en/of tarwemout en hop, kortweg bier. De brouwers noemen water op hun website tweemaal dus dat zal het hoofdbestanddeel zijn. Inderdaad, 90%. De bekendste zwak alcoholische drank van Nederland kwam bij de Algemene en Politieke Beschouwingen aan de orde op 21 september. Caroline van der Plas had een aantal moties ingediend, waaronder eentje die voorstelde om het minimumloon een beetje te verhogen. Hoeveel was dat, wilde Mirjam Bikker (ChristenUnie) weten en waar wordt dat van betaald?
Vervolgens informeert Henri Bontenbal (CDA) naar hetzelfde bij de indienster en dan ontstaat er volgens de Handelingen het volgende debat vanaf deze opening van Bontenbal:

Het is dus een hele ongedekte motie. Heel veel partijen proberen netjes dekking te zoeken en u dient even een vrij grove, grote gratis-biermotie in, waarmee miljarden gemoeid zijn, zonder deze te dekken. Ik vind dat niet heel financieel degelijk. Het verbaast me eerlijk gezegd ook dat collega Omtzigt deze motie steunt.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, weet je, die gratis-biermotie is een beetje een populaire uitdrukking in deze Kamer.

(Hilariteit)

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nee, maar dit is dus precies wat er gebeurt. Hoe vaak komt het kabinet niet met een wetsvoorstel en met een bedrag dat daaruit komt?

De voorzitter [Bergkamp, SR]:
Sst, eerst mevrouw Van der Plas en dan de heer Bontenbal.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
U kunt er allemaal wel om lachen …

De voorzitter:
Het is niet u versus de zaal, maar het is echt richting de interruptie van de heer Bontenbal.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Sorry.

De voorzitter:
Nee, meneer Bontenbal, mevrouw Van der Plas is aan het woord.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nee, maar het kan wel. Ik heb hier de afgelopen tweeënhalf jaar heel vaak gehoord dat dingen niet konden, maar uiteindelijk kon het wel. Het kon niet totdat we het deden. Waarom zou dat niet kunnen? Zo sta ik erin. De heer Bontenbal wordt een beetje paniekerig volgens mij.

De heer Bontenbal (CDA):
Ik word niet paniekerig. Ik kan ook wel moties met 10 miljard indienen en zeggen: als het kabinet het wil, dan kan het. Maar zo werkt het hier toch niet? Het voorstel dat het kabinet doet, is de Miljoenennota. Dat is hun begroting: inkomsten en uitgaven. Een beetje financieel degelijke partij komt met een verhaal waarin ze zegt: we gaan aan dit potje wat meer uitgeven en dat halen we daar op. Anders is het gewoon geen serieuze motie.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan stemt u tegen de motie. Dat is heel simpel.

Even later legde Jesse Klaver (GroenLinks) de BBB-leidster nog eens uit wat “gratis bier” betekent en in een volgend debat komt Steven van Weyenberg (D66) er opnieuw over te spreken: de hele oude coalitie minus de VVD en een belangrijk deel van links grijpt naar “gratis bier” om een niet of gebrekkig gedekte motie van rechts te kritiseren.

Gratis bier wordt in de aansluitende verkiezingstijd concreet vooral door de BBB gebruikt (bijvoorbeeld verstrekt in een café in Bathmen, op een kermis in die omgeving) en net zo vrijgevig door de PVV bij de start van de campagne in Venlo. Gratis bier als geuzennaam. Over gratis bier en NSC is bij mijn weten in de media niets te vinden, ofschoon Pieter Omtzigt de bedenker van de gewraakte BBB-motie was (zie Petra de Koning in de NRC, 14.11.2023).

Mevrouw Van der Plas heeft gelijk, “gratis bier” is een beetje een populaire uitdrukking in deze Kamer. De geschiedenis ervan gaat al wat langer terug maar de renaissance dateert van mei 2012. In die maand spreekt Arie Slob (ChristenUnie) er enkele malen van, zoals op de 24e: “Ik hoop dat er straks niet een strijd zal zijn tussen twee kampen, het kamp van “vandaag gratis bier en morgen zien we wel” en het kamp van de partijen die een strenge begrotingsdiscipline willen.”
Had de heer Slob – toch ook een poosje geschiedenis gestudeerd – zitten bladeren door oude Handelingen?

Heeft Pieter Heerma dat gedaan? Hij zit sinds september 2012 in de Tweede Kamer (CDA), heeft hij Arie Slob gehoord? Op 12 december 2012 moet Heerma reageren op een motie: “Ik ben nog even aan het nadenken over de motie. Deze doet mij een beetje denken aan een café bij mij in de buurt. Als ik daar langsloop, hangt er een bordje in het raam, waarop staat: morgen gratis bier.” Hij bedoelt ermee: hoe wordt gefinancierd waar de motie om vraagt?

Eigenlijk is dat dan een nieuwe uitleg. De allereerste die de uitdrukking bij mijn weten in de Tweede Kamer gebruikte, was Marcus Bakker (CPN/GroenLinks). Volgens de Handelingen zei hij op 3 december 1968 onder verwijzing naar een later gepubliceerde lijst van 200 economisch belangrijke personen in Nederland: “Dat zijn de machtigen van de heer Mertens en van de heer Janssen. Deze laatste had beloofd nu iets te zeggen over de beloofde parlementaire enquête, maar – in de stijl van „morgen gratis bier” – hij heeft dit weer tot de volgende keer uitgesteld.” De verwijzing van Bakker spoort met die van Heerma en daarbij is “morgen gratis bier” als reclame op een café 100% bedrog, een belofte die per definitie niet wordt nagekomen.

Die betekenis is inmiddels door andere-met-wegwerpgebaar overvleugeld, niet alleen maar wel vooral door ‘niet gedekt’.
In de laatste verkiezingstijd werd het als verwijt gericht aan de vele partijen die hun verkiezingsprogramma niet lieten doorrekenen. Dat gold niet voor de VVD – de partij die tot dusver zegt, een centrumrechtse coalitie van PVV, NSC en BBB alleen maar te willen gedogen. Dat kabinet waar nu onder leiding van Ronald Plasterk in alle radiostilte aan getimmerd wordt, zal dus in de eigentijdse terminologie van de Tweede Kamer een gratis-biercoalitie worden.

Van https://www.nederlandsebrouwers.nl/over-bier/
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen