Een lintje voor de RVD: rechtsom tutoyeren zoals niemand

Van de vrijdagse persconferenties na de ministerraad worden letterlijke weergaven gemaakt door de Rijksvoorlichtingsdienst. Mooie service!
De dienst en ik hebben verschillende expertises. In vrijwel geen enkel opzicht durf ik het tegen de RVD op te nemen, behalve misschien op het uittikken van het Duits uit de mond van premier Rutte.
Op de laatste persco van 22 april 2022 zei de minister-president volgens de officiële lezing het volgende op vragen van Wouter de Winther (Telegraaf):
“Ik vind de tragiek van de VVD dat wij er niet in geslaagd zijn om, waar wij toch altijd een beetje a la Franz Josef Strauss, rechtsom uns duzen wie keiner, zei hij als leider van de CSU van Beieren, wij er niet geslaagd zijn om rechts van de VVD niet andere partijen te laten ontstaan. Dat is wel gebeurd.”

Mediatekst Rijksvoorlichtingsdienst 22.04.2022

Rechtsom duzen wie keiner: dat zal zoiets betekenen als ‘rechtsom tutoyeren zoals niemand’. Wat het echt inhoudt? Een lintje voor wie deze lezing begrijpt.
In mijn aantekeningen stond dat de vroegere Beierse minister-president in zijn rol als leider van de CSU gezegd zou hebben (althans in de woorden van Rutte, de historicus): “Rechts von uns dulden wir keiner”. Rechts van de CSU mag er geen partij kansen hebben. Lees: die moet onder de horde van 5% blijven bij verkiezingen, de democratische legitimatie in Duitsland.

Even googelen in Duitse bronnen levert het citaat van Franz Josef Strauß: “Rechts von der CSU darf es keine demokratisch legitimierte Partei geben”.

Franz Josef Strauß (Google-Abbildungen)
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Kijken naar “de bak” en verder (i)

Het woord bak heeft een groot aantal betekenissen. Van Dale deelt ze in drie hoofdvarianten in. Bak-II en Bak-III zijn de twee kleinste en die hebben achtereenvolgens te maken met het werkwoord bakken (inclusief ‘mop, grap’) en met de scheepvaart. Bak-I bevat daarentegen liefst 29 onderscheiden betekenissen en nuances, van een min of meer vierkant voorwerp tot aan een afvalcontainer.
Het is wat mij betreft geen wonder dat daartussen níet het gebruik vindbaar is dat in de Tweede Kamer uit de mond van bewindslieden hoorbaar is, maar waaraan ik lang voorbijgehoord moet hebben. Het gaat om dit soort gevallen:
• “Ik kijk even naar de bak. Wanneer is die brief gestuurd? Dat zoek ik op.” (minister Dekker, Rechtsbescherming)
• “Ik heb aan het eind niet alles kunnen meeschrijven, dus ik kijk nog even naar de bak.” (minister Hoekstra, Financiën)
• “Ik zou heel graag, kijkend naar de bak, de loge, de ambtenaren van VWS van harte willen bedanken voor de echt geweldige ondersteuning in de afgelopen dagen, weken en jaren.” (minister De Jonge, VWS)

De bak is in dit specifieke gebruik dus de ambtenarenloge, waar de camera ons zelden een blik op gunt en vanaf de tribune zie je dit stukje evenmin. Maar vanuit vak-K is er in tijden van nood wel degelijk een blik op te werpen, met de tweede termijn als reddingsboei. Ik neem aan dat voor dit gebruik van bak een culturele term gebruikt is, bijvoorbeeld de plek waar het orkest zetelt (de orkestbak) of de “zitplaatsen op de begane grond in de schouwburg” (Van Dale).

Wie in Utrecht loopt, ziet aan veel ramen een affiche opgehangen waarin geprotesteerd wordt tegen de uitbreiding van de A27 bij Amelisweerd:

Actie-affiche: www.stopverbredingringutrecht.nl

In de Kamerverslagen duikt Amelisweerd vanaf 1975 op in verband met de verbreding van de A27 – Hugo Brandt Corstius liet toen weten dat de plaatselijke uitspraak “amulusweerd” was – en momenteel weer. De vraag is: kan volstaan worden met een verbreding van de bak (de tunnelbak)? Daarnaast komen we bak veel tegen in de vorm van de jij-bak bij interrupties (zeg na 2000).

Verder treffen we het woord vooral aan in twee contexten. De eerste is met name in combinatie met het werkwoord komen en vooral in ontkende vorm, dus niet aan de bak komen. De betekenis daarvan is allereerst de onmogelijkheid om een baan te krijgen. Later wordt het ook gebruikt in verband met andere maatschappelijke problemen, zoals het niet aan de bak kunnen komen op de huizenmarkt. Daar heeft het betrekking op de onmogelijkheid om een huis te kopen. Ligt de oorsprong in de sfeer van voer dat is voorgelegd aan dieren?

Grof gezegd tijdens Rutte-II begon de bak zich verder te ontwikkelen:
• In samenhang met de bewijslastverdeling moet vervolgens de fraudeur aan de bak om aan te tonen dat sprake is van een rechtsgeldige overeenkomst (Foort van Oosten, VVD)
• Pas als zij daar overmacht in hebben, komt de overheid aan de bak. (minister Schippers, VWS)
• We vinden het ook belangrijk dat Air France nu weer steviger aan de bak gaat. (staatssecretaris Dijksma, Verkeer)

In het verlengde van de baan, de betrekking heeft bak hier de inhoud ‘bezigheid, activiteit’. Als kabinetsleden of anderen tot actie gemaand worden, kan dan gezegd worden dat een bewindsman aan de bak moet. Kamerlid Matthijs Sienot (D66) kon dus kortweg uitroepen: “Aan de bak!” Dat is merkbaar een gebiedende wijs waarbij het moeten zogezegd ingebakken zat.

Aan de bak werd in het Binnenhofs een variant van het geliefde aan de slag (zie Dat gezegd hebbend en onder andere hier binnen dit binnen blog). Kijk concreet bijvoorbeeld naar:

• Gemeentes moeten echt aan de slag en aan de bak. (Zohair El Yassini, VVD)
• Dat de VVD graag wil dat men ook in de kunst- en cultuursector flink aan de bak gaat met bijvoorbeeld ondernemerschap. (Zohair El Yassini, VVD)
• Ik wil echt dat we nu aan de bak gaan voor de studenten die onnodig boeken moeten kopen die niet worden gebruikt in de lessen. (Zohair El Yassini, VVD)

Inderdaad, sommige sprekers zijn gek op bepaalde uitdrukkingen:

Zohair El Yassini (website Tweede Kamer)
Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Vermogen – zo’n werkwoord dat feitelijk de uitgang van het actuele ABN heeft bereikt (ii)

Vóor 2022 is de laatste actieve gebruiker van vermag Tamara van Ark (VVD), in elk geval als staatssecretaris en minister:
• “Alles wat ik vermag in mijn bijdrage aan dit debat, draait om de veiligheid van de werknemers en natuurlijk ook de snelheid voor de sector en alle mensen die asbestdaken hebben, maar die prioriteit ligt bij mij. De heer Laçin verzocht mij om uit te zoeken wat de overheid vermag om asbestslachtoffers die strijden met werkgevers te kunnen helpen.” (2018)
• “Voorzitter. Ik heb een aantal vragen gehad over de zorg en wat de zorg verder vermag, maar ik wil hier toch ook een aantal zaken echt even zeggen.” (2020)

Hier hóren we bijna taalverandering (wellicht uit ambtelijke pen voorgelezen): ik vermag maar dan zonder een ontkenning en het is vrijwel de juridische versie, maar goed, die past bij een dan nog niet zo lang geleden aangetreden bewindspersoon. “Wat de zorg vermag” past beter.
De betekenis van dit werkwoord vermogen is juridisch van aard, het gaat om wat een instelling, een instantie, een orgaan wettelijk behoort te doen of althans waar deze of dit toe in staat geacht kan worden.
In de versie van de elektronische variant karakteriseert Van Dale vermogen als “voornamelijk BE; in Nederland archaïsch” en omschrijft het met 1) kunnen (1) (daar gedefinieerd als “de geschiktheid, het door aanleg of oefening verkregen vermogen bezitten het genoemde of uit het verband blijkende te doen”) en 2) met “kunnen bereiken”.

El. Van Dale 2022

Dat vind ik wat onbevredigend. Althans afgaande op de Handelingen van de Tweede Kamer betreft het steeds iets met een zekere wettelijke status of minstens iets abstracts dat/waaraan een rol is toebedeeld. In de periode van 2010-2019 gaat het bijvorbeeld om Europa, de wetgever, de Europese Unie, de minister, het bedrijfsleven, iemands inkomen, een wet, mijn systeem, vriendschap, techniek, landbouw, onderwijs, een parlement, apparatuur, de Nederlandse cultuur, onze zorg, de politiek, de inspectie, blokchaintechnologie, een cliëntenraad, de mens. Verreweg de meeste van deze termen duiken op in een bijzin die begint met wat en die verderop het woord allemaal bevat – dus de bijna rechtskundige kwestie hoever wetgeving of een verplichting strekt. Vaak wordt ook “wel en niet” gecombineerd met vermag.
Helaas kunnen we niet met de oren van bijvoorbeeld 1950 luisteren naar deze voorbeelden en ze op basis daarvan beoordelen als dan meer of minder gangbaar.

Opmerkelijk zou ik in elk geval naast het eerste citaat van mevrouw Van Ark deze twee gevallen willen noemen:
• (….) wat je met wetgeving wel of niet vermag (Chris van Dam, CDA)
• (….) welke bonussen je vermag te scoren (Roelof Bisschop, SGP)

Van Dam, Bisschop, Van Ark (resp. van website KRO/NCRV, id. Tweede Kamer en via Youtube)

Minstens hier heb ik het gevoel dat oudere, wat proces-verbalerig klinkende taal enigszins krampachtig gekozen is om het in ‘s Lands Vergaderzaal mooi te zeggen. Datzelfde gevoel kan iemand daar soms bekruipen. Heel soms.

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Vermogen – zo’n werkwoord dat feitelijk de uitgang van het actuele ABN heeft bereikt (i)

Raar werkwoord tegenwoordig, dat vermogen. In feite gebruiken we momenteel alleen de tegenwoordige tijd, net niet uitsluitend maar vrijwel alleen in de eerste persoon enkelvoud (ik) en dan ook nog bij uitstek in een vaste ontkennende combinatie. En dit alles steeds minder vaak dan voorheen. Ja, vermogen is een werkwoord dat feitelijk met de uitcheckprocedure van het Nederlands bezig is. Bye bye!

Jorritsma (links) en Ollongren (rechts) als verkensters van Rutte-IV (corona-opstelling)

Eigenlijk moeten we twee varianten onderscheiden,- laat ik direct wat afdingen op de eerste regels. De ene van de twee vrouwelijke verkenners die het pad naar Rutte-IV effenden, mevrouw Jorritsma, zei in de Tweede Kamer: “De Kamer bepaalt natuurlijk zelf wat een verkenner vermag te doen en wat niet.” Dit is de ene variant van vermogen, die we de juridische kunnen noemen of misschien beter de juridisch-mogelijke die vermag gebruikt in de derde persoon enkelvoud. (Minister Hoekstra heeft het begin 2022 geregeld over wat Nederland vermag inzake de sancties in verband met Oekraïne en in de verleden tijd zelfs “over wat Sparta nou allemaal vermocht een paar duizend jaar geleden”.)
De andere is lange tijd niet in de Handelingen verschenen, – terug naar 2018. Toen zei Vera Bergkamp (D66) in haar rol als Kamerlid-medewetgeefster: “Dat zeg ik ook in de richting van de heer Bisschop, die een vraag stelde over polyamoreuze relaties, want het verband tussen zijn vraag en het voorliggende wetsvoorstel vermag ik niet te zien.” Dat is de persoonlijk-onmogelijke: dit vermag in de eerste persoon enkelvoud wordt altijd gecombineerd met een ontkenning. Bovendien gaat dit persoonlijke tegenwoordig bij uitstek vergezeld van het werkwoord (in)zien of betekenisvariant zoals begrijpen. (Snappen uiteraard niet, want dat is te gewoon in combinatie met niet vermogen.)

Dat is het resultaat van een slijtageproces van de afgelopen tientallen jaren. Wat nu niet meer zou kunnen, kon bijvoorbeeld vroeg in de jaren ‘50 van de vorige eeuw nog wel:
• ik vermag mij toch niet aan den indruk te onttrekken, dat (…)
• Hoe de uiteindelijke oplossing voor dit probleem zal zijn, vermag ik nog niet te voorspellen.
• (…) dat ik de conclusie van de heer Bruins Slot, dat Europese integratie de voorwaarde is voor een goede Atlantische samenwerking, niet vermag te delen.
• De geestelijke en morele schade daarvan is groter dan ik in woorden vermag uit te drukken.
• Ik vermag daarop, om redenen, welke — naar ik aanneem — de Kamer zal willen billijken, thans en te dezer plaatse niet nader in te gaan.

Of neem andere voorbeelden, eveneens daterend van het jaar 1950 en 1951:
• Dit vermag echter niet af te doen aan het feit, dat (…)
• Slechts het geoefende oog van de insider vermag in vele gevallen nog de draad niet kwijt te raken.
• (…) vermag hij thans deze hoop niet te koesteren en moet hij het doen van het voorstel betreuren.

Hoe anders moet dat Nederlands destijds geklonken hebben.

Er is meer over dat vermag te zeggen. Wordt vervolgd.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Het motorblok accommoderen in Van Dale 16

Citeren uit eigen werk, is er iets makkelijkers en luiers? In Dat gezegd hebbend…. schreef ik dit op bladzijde 209, inclusief een nu maar gauw verbeterd tikfoutje: “Motorblok
Bij de formatie van Rutte-III stonden drie partijen in feite op voorhand als coalitiepartners vast: VVD, CDA en D66, er moest alleen nog minstens één partij bij om een Kamermeerderheid te krijgen. De eerste drie heetten al snel in de lange formatie het motorblok. Herman Tjeenk Willink wees er in een informatiepoging van hem op dat het woord in de tijd van Paars ‘een deel van het regeerakkoord’ betrof. Tien jaar na Paars werd een deel van de Europese grondwet met het begrip aangeduid (2007). Buma betitelde in 2012 de vijf partijen die na de val van Rutte-I het –> Kunduz-akkoord mogelijk maakten als “het economische motorblok”. Motorblok is een nog niet uit-ontwikkeld begrip in het Binnenhofs.”

Wat zegt de nieuwe Van Dale, de 16e druk die op 22.03.2022 gepresenteerd is?

Wat er onder de figuurlijke betekenis 2 vermeld staat is een toevoeging van Van Dale 16 ten opzichte van Van Dale 15. Joehoe!

Wat staat er in Dat gezegd hebbend…. onder het trefwoord Accommoderen?
Accommoderen
Onderhandelen met andere partijen komt in wezen hierop neer, verklaart premier Rutte in een wekelijks gesprek met de minister-president: “Wat zijn je politieke wensen en kun je die accommoderen.” (21 april 2011) Deze uiting van Rutte is net als het problemen adresseren een typisch voorbeeld van een anglicisme, want het Engelse woordenboek moet de oplossing bieden die in Van Dale (nog) niet gevonden wordt: to accommodate someone’s wishes is ‘aan iemands wensen tegemoetkomen’. Accommoderen is ruilhandelen – jij doet wat voor mij, ik voor jou. Hetzelfde als –> comfort bieden –> adresseren.”

Er ontbrak iets in 2018 in Van Dale 15 dat in 2022 in Van Dale 16 gerepareerd blijkt op een manier waar ik het helemaal mee eens ben (er staat ambtelijke taal en lees dus voor het gemak Binnenhofs, bovendien heet het een leenvertaling uit het Engels!):

Bij de pleeboy is Van Dale nog niet zover dat het lexicon het gebruikte Nederlands beter reflecteert, bij motorblok en accommoderen wel, net zoals we eerder zagen bij ommekomst.

Stuiteren is ook in een nieuwe betekenis toegevoegd, dat miste nog in februari 2017 getuige een tekst in dit blog. Van Dale nu:

Het voorbeeld van Arie Slob (CU) had ik (in verkorte vorm) graag in Van Dale gezien. Hij zei: “Ik weet nog dat onze politiek leider, die toen vicepremier was, zowat tot het plafond stuiterde toen dat gebeurde.”

Als ik Van Dale citeer, meld ik dat. Woordenboekmakers kunnen er niet aan beginnen, suggesties van gebruikers met naam te honoreren. Daar moeten we begrip voor hebben.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Excuus, excuses – het mondkapjesdebat van 7 april 2022

Sommige vragen kunnen blijven hangen, vooral als ze niet beantwoord worden. Laurens Dassen van Volt vroeg naar een woord dat ik niet kende en eerder niet in de Handelingen van de Tweede Kamer voorkwam: “wat bedoelde de assistent van de minister toen hij waarschuwde voor “lijnvervaging“?” Nu het ongecorrigeerde verslag van gisteren online staat, zocht ik naar het antwoord van minister De Jonge. Ik was geïnteresseerd in het woord maar misschien kwam dat ook wel een beetje door het feit dat een politiek adviseur het gebruikt in een waarschuwing.

Misschien gaf minister De Jonge antwoord (Dassen was een poosje weg bij het debat), misschien niet – vinden kon ik het niet. Kan de gedachte opkomen dat het er door stenografen uit is weggelaten? No way! Toen minister Helder per ongeluk een privé-mailadres van Hugo de Jonge noemde, reageerde de laatste direct (niet hoorbaar voor mij, de stenograaf van dienst registreerde het) en aansluitend zei de voorzitster “We zullen het uit de Handelingen schrappen, in ieder geval.”
Neen! Het staat nog gewoon in de niet-gecorrigeerde versie en het zal wellicht ook in de volgende variant blijven staan. Waarom? Uit principe? (Gezegd is gezegd en openlijk geregistreerd.) Of kwam het door toedoen van Wybren van Haga? (Hij negeerde het verzoek om geen privé-mails te noemen, mogelijk in het belang van Nederland.)

Hoewel ik maar kleine delen van het debat gevolgd heb – het was een schaakpartij waar ook Rutte zo bedreven in is, herhaling van zetten waardoor er niet verloren wordt maar een reglementaire remise het resultaat is – hoorde ik toch een paar dingetjes die ik wilde checken in de gepubliceerde versie:
• Jesse Klaver (GroenLinks, na dit debat vaker “meneer Jesse” te noemen) sprak van “ten allen tijde” – in het verslag gecorrigeerd tot “te allen tijde”
• minister Helders “dat ik met één knop op de druk” is net zo rechtgezet tot “één druk op de knop”
• Fleur Agema (PVV) had het over “vergoeilijking” en “vrijgewaard” – in de tekst lezen we “vergoelijking” en “gevrijwaard”

Zo vielen er wel meer taalkruimeltjes op de grond (Attje Kuiken “dat betreurt mij”, Eva van Esch “in nasleep daarvan”) en ook die zijn gecorrigeerd genotuleerd. Geregeld hoorden we data als een enkelvoudig woord gehanteerd (wanneer het als onderwerp diende) en op dat punt is het Latijn het druk bezig af te leggen tegen het Engels maar in de verslagen wordt dat (veelal) aangepast.

In de media (meervoud) viel vooral het excuus op dat minister De Jonge maakte of aanbood, beide varianten zijn blijven staan. Ja, dat deed De Jonge vaak (herhaling van zetten!) maar minister Helder veel terloopser zij het bepaald niet minder, hetzij excuus, hetzij excuses.
Dat iemand letterlijk excuus maakt was duidelijk waarneembaar bij het begin van de beantwoording door De Jonge: hij las zijn verontschuldigingen voor vanaf een papiertje. Klaar, excuses gemaakt en voorgelezen. Als iemand excuus aanbiedt, verwacht je dat daar een reactie op komt van de andere kant. Zijn ze geaccepteerd door de Kamer? Hier zal wel de stille regel gelden dat ze aanvaard zijn zolang het tegendeel niet blijkt.

Overigens. Als een tekst via een motie aan de Handelingen wordt toegevoegd, kan de Dienst Verslag en Redactie daar moeilijk iets aan wijzigen. In de Kameruitspraak van Judith Tielen (VVD) en anderen gaat het over het lange en ongetwijfeld prijzige onderzoek door Deloitte: “constaterende dat de publicatie van het eerste deelonderzoek, dat toeziet op de overeenkomst met Relief Goods Alliance, is vertraagd en dat (….)”.
Dat deelonderzoek controleert niet, het ‘heeft betrekking op’. Hier is nieuwer Nederlands gebruikt een beetje in de sfeer van ommekomst: een juridische term zien op is in dit geval niet inhoudelijk maar wel naar de vorm verbasterd tot het bekendere toezien op. Mevrouw Tielen is waarachtig niet de enige in Den Haag die dat zo gebruikt. Even wachten op het accorderen door Van Dale. Van Dale 17 schat ik.

Van Dale (16)
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Wegzetten, slingertuin en reisproduct in Van Dale 16: raadsels

Als je iets in een woordenboek probeert te vinden dat er niet in blijkt te staan, is dat een vervelende ervaring. Ooit hoorde ik bij een darts-verslag gesproken worden van een kwaliteit van (ik meen) Raymond van Barneveld: hij was goed in het wegzetten. Ik kon het niet vinden in Van Dale. Ze zullen het niet leuk vinden, maar er is tegenwoordig via internet een zeer praktisch alternatief voor iemand die echt achter zoiets wil zien te komen. Toen ik keek of dit wegzetten van darts in de zestiende editie was opgenomen (zou logisch zijn, het is inmiddels een populaire sport geworden door diverse Nederlanders onder wie Michael van Gerwen) en ook in deze druk teleurgesteld werd, was het antwoord via Google gauw gevonden. “Met wegzetten wordt meestal bedoeld dat je in de beurt voordat je gaat finishen een zo goed mogelijk finish overhoudt,” zó zegt de website https://sport.infonu.nl/ waar deze illustratie aan ontleend is:

Van https://sport.infonu.nl/

Jaren en jaren terug is de redactie van het grote woordenboek via Noordelijke media geattendeerd op het ontbreken van de aanduiding voor een specifieke tuin rond vooral boerderijen in Groningen, de slingertuin. Geen regionale variant, zichtbaar een Nederlands woord maar dat heeft er niet voor gezorgd dat deze Engelse landschapstuin Van Dale gehaald heeft, ook nu niet.

Slingertuin (via Youtube)

Zoeken we via Nexis Uni dan vinden we slintertuin een 150 maal in kranten, logischerwijze bij uitstek in het Dagblad van het Noorden (ruim 100 maal). Misschien is er te weinig ruimte in het steeds uitdijende universum dat Van Dale is of dreigt te worden. Zouden we dan ook gevallen mogen aandragen die misbaar zijn? Tsjoektsjoek suggereerde ik ooit, te verwijderen. Blijkt een tapijtenzwendelaar, regionaal gebruikt én informeel. Die vind je niet eenmaal in Nexis Uni! (Stand eind maart 2022.) Via Google ook nauwelijks, behalve in een oudere encyclopedie als scheldwoord in Vlaanderen voor een Arabier of iemand met een wat bruinige huidskleur. Kunnen we in het woord een verbastering zien van caoutchouc? Ik zou de tsjoektsjoek graag ingewisseld zien tegen de slingertuin.

Tsjoektsjoek doet overigens ook denken aan een oude trein: uit de tijd dat er nog kaartjes verkocht werden aan degenen die mee wilden. Dat heet in de terminologie van de Nederlandse Spoorwegen tegenwoordig geen kaartje meer maar reisproduct. Reisproduct. Dit krijg je aan suggesties van Google als je het intikt:

Reisproduct, hoe gangbaar blijkens Google

Als kaartje er in deze betekenis wél in hoort (zie betekenis 4 in de huidige e-versie van Van Dale) waarom reisproduct dan niet?

Van Dale geeft honderdduizenden antwoorden, met een paar vragen blijft de actieve gebruiker desondanks zitten.

P.S. Ik neem aan dat het bij slingertuin gaat om een ingekorte samenstelling van slingerpadtuin, de paden zijn immers het meest opvallende slingerende element.

Aanvulling 06.04.2022: Bij de stemmingen vanmiddag ging het op zeker moment over een studentenreisproduct.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen