De geachte afgevaardigde: eerst uit een district, later van een partij (ii)

Voor het jaar 2021 is het lijstje met de gevallen van het gebruik van de uitdrukking geachte afgevaardigde(n) in de Tweede Kamer langer en een tikkeltje gevarieerder in vergelijking met het kalenderjaar 2020. Het is sowieso een bijzonder overzicht:
• Renske Leijten (SP): Ik had graag gehoord dat de geachte afgevaardigde van de PVV zou zeggen (…)
• Thierry Baudet (FvD): Ik meen in het betoog van de geachte afgevaardigde van de VVD toch te horen dat hij (…)
• Dion Graus (PVV): ik geef het stokje door aan de geachte afgevaardigde van de BoerBurgerBeweging (…)
• Tunahan Kuzu (DENK): Verder sluit ik me aan bij de woorden die geachte afgevaardigde Eickhout daarover heeft gesproken.
• Minister Slob: Er is door een aantal van de geachte afgevaardigden ook naar gevraagd (…)
• id: Een aantal van de geachte afgevaardigden hebben ook gewezen op een recent rapport, (…)
• id: Volgens mij stelde de geachte afgevaardigde van Volt mij daarover een vraag.
• Martin Bosma (PVV): Ik beluisterde zojuist met belangstelling de bijdrage van de geachte afgevaardigde Van der Plas en daarvoor die van de geachte afgevaardigde Ellian. Wij zijn geachte afgevaardigden en waarom zijn wij dat? Dat is afkomstig uit de tijd van het districtenstelsel. De heer Ellian zou hier de geachte afgevaardigde voor Almere zijn geweest. Hendrik Colijn was ooit de geachte afgevaardigde voor Sneek. Ikzelf zou nooit de geachte afgevaardigde voor Amsterdam zijn geworden, aangezien mijn woonplaats inmiddels volledig is geyuppificeerd.
• Tony van Dijck (PVV): Mag ik de geachte afgevaardigden er even aan herinneren dat (…)
• Léon de Jong (PVV): De geachte afgevaardigde geeft aan dat het nooit haar droom is geweest (…)
• id: De geachte afgevaardigde is van de VVD.
• id: Volgens mij heeft de geachte afgevaardigde Pieter Omtzigt heel goed gehoord wat ik zei, (…)
• Dion Graus: Ook deze motie is dus meeondertekend door de geachte afgevaardigde Van Haga.

Eenmaal zegt er iemand van de SP “de geachte afgevaardigde” maar Renske Leijten doet dat allicht niet toevallig in de richting van de PVV, bij deze manier van verwijzen is dat juist de parlementaire groothandelaar. Daarnaast horen we het dus ook eenmaal gezegd worden door een vertegenwoordiger van Forum voor Democratie en eenmaal iemand van DENK. De laatste vergeet daarbij het lidwoord, afgaande op de ongecorrigeerde Handelingen. Minister Slob is in 2021 het enige kabinetslid dat zich van de “geachte afgevaardigde(n)” bediende – was hij met al zijn parlementaire ervaring toen al een beetje afscheid aan het nemen van het Binnenhof en B67?

Het overzichtje van het kalenderjaar 2021 moet nog met één citraat worden aangevuld. Léon de Jong zei volgens de Handelingen: “De geachte afgevaardigde heeft er vooral zin in om die pensioendebatten te doen.” Daar verwijst De Jong zo te zien…. naar de geachte afgevaardigde Léon de Jong zelf! Dat is een nieuwe aanpak en het is niet het enige voorbeeld van veranderingen rond de aanduiding geachte afgevaardigde. Ook Martin Bosma verwees op deze manier naar zichzelf maar in zijn geval ook als onderdeel van de verzameling collega’s: “Wij zijn geachte afgevaardigden.” Voor de PVV blijkt geachte afgevaardigde een inclusieve aanduiding, we horen erbij.

Aanvankelijk – Martin Bosma haalde het aan en het staat ook in Dat gezegd hebbend – was een afgevaardigde iemand die in het vroegere kiesstelsel de meeste stemmen in een district had behaald. Die winnaar werd gestuurd = afgevaardigd naar Den Haag. Begrijpelijk is het dus (maar bij het lezen van oudere Handelingen wellicht wel eens lastig) dat sprekers zonder naam impliciet aangeduid werden als “de geachte afgevaardigde uit + plaatsnaam”. Daarbij kon gevarieerd worden door bijvoorbeeld te spreken van “de geachte afgevaardigde uit de hoofdstad” in plaats van Amsterdam of “de residentie” in plaats van ‘s-Gravenhage. Het geografische gegeven kon daarbij betekenisvol in de strijd geworpen worden als een geachte afgevaardigde uit (noem ‘es iets) Gouda nu net over een Goudse kwestie het woord voerde.

Uit een steekproef (in 1910) blijkt dat het meest gezegd (althans genotuleerd) werd de geachte afgevaardigde uit daar en daar, maar ook geregeld gewoon de geachte afgevaardigde zonder meer. De toevoeging (achter de geachte afgevaardigde) de heer zus en zo gebeurde incidenteel. Die topo-toevoeging “uit X” verviel toen het districtenstelsel verlaten werd in 1918 en (een andere steekproef, nu van 1920) vanaf nú werd zeer geregeld de(n) heer + familienaam toegevoegd. Kennelijk was een nadere precisering zó gewoon dat dit als een logische reactie te zien is op de verdwijning van de geografische aanduiding. De geachte afgevaardigde bleef lange jaren gehandhaafd – het klónk althans als een combinatie van respect (geacht) en een neutrale aanduiding (afgevaardigde).

Bezuidenhoutseweg 67 (SR)

 

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

De geachte afgevaardigde: eerst uit een district, later van een partij (i)

Bezuidenhoutseweg 67 (SR)

De laatste bijdrage in 2021 ging over de wens van Kamervoorzitter Bergkamp om in vergaderingen op te houden met u en jullie te zeggen: “geen ge-u en geen ge-jullie!” Via de voorzitter spreken is het soms wat krachteloos overkomende motto. Maar via is dubbelzinnig, het is helderder als het Reglement van Orde zou bepalen dat sprekers in de vergaderzaal zich alleen TOT de voorzitter mogen richten. Dat rechtvaardigt tegelijkertijd de talloze malen dat er gezegd wordt Voorzitter!
Het zou direct gevolgen hebben voor leden die het in de aanspreekvorm hebben over “ambtgenoten” of met een blik op de camera spreken tot “beste burgers thuis”. De Tweede Kamer als plaats waar een bijdrage in de zendtijd voor politieke partijen opgenomen wordt is daarmee verleden tijd, als de hand aan die veronderstelde bepaling wordt gehouden. Het maakt het ook moeilijker voor de minister-president om sprekers en volgers van het debat af te leiden met telegram-woordjes, storend tussengeworpen als een ander een interruptie plaatst, zoals “Eens!” (betekenis ‘ik ben het hiermee eens’). Het debat wordt daarmee weer een dialoog tussen spreker en voorzitter, waarop anderen kunnen reageren wanneer zij de beurt krijgen. Order! Order!

Een belangrijk verschil met vroeger is de aanduiding “de geachte afgevaardigde”. Die is net niet helemaal verdwenen maar de uitdrukking is bepaald van karakter veranderd. In de vorige tekst over jullie is verwezen naar Dat gezegd hebbend uit 2018 waar er ook over geschreven is. Voor de geachte afgevaardigde geldt hetzelfde: in die bron (ik heb het boek zelf samengesteld dus ik prijs het graag aan) staan bijvoorbeeld dit soort stukjes:

Dat gezegd hebbend, p. 119 (2018)
Dat gezegd hebbend, p. 27 (2018)

Hoe stond het bijvoorbeeld een paar jaar later in 2020 met “geachte afgevaardigde(n)”? Het is volgens de Handelingen nauwelijks gebruikt. Dion Graus (PVV) is een liefhebber op dit terrein. Hij zei bijvoorbeeld in een variërende opsomming tegen een VVD-collega: “Meneer Van Aalst, het lid Van Aalst, de geachte afgevaardigde Van Aalst, de ambtsgenoot Van Aalst, de amice, zal naar ik aanneem altijd voorstander zijn van alles wat aan de veiligheid bijdraagt.” De amice!
Graus’ collega Léon de Jong (PVV) in hetzelfde kalenderjaar: “Ik ben zo benieuwd of de geachte afgevaardigde van de VVD …” en in een later debat: “Zojuist gaf de geachte afgevaardigde van D66 zelf een voorbeeld.” De Jong houdt van deze taal, Graus niet minder. De laatste klinkt bijvoorbeeld zichtbaar enthousiast: “Zoals de luisteraars en kijkers die nog wakker zijn hebben kunnen zien en horen, steun ik een aantal moties van Cem, Rem en Jan. Dat zijn de geachte afgevaardigden van de Socialistische Partij, het lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie en natuurlijk ook de heer pater Fraternotte van Democraten 66. Ik wil ze bedanken, want ik vind het altijd mooi.” De heer pater Fraternotte! Dit voorbeeld van ouwe-jongens-krentenbrood belandde in het ongecorrigeerde verslag en het is daarin gehandhaafd.
In 2020 werd “de geachte afgevaardigde” weinig gebezigd in de Tweede Kamer, enkele malen slechts en áls het gebeurde, dan uitsluitend door de PVV. Laten we even verder kijken naar dichterbij, 2021.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De Tweede Kamer in de tegenwoordige tijd: (geen) “ge-u” en “ge-jullie”

De voorzitter (Bergkamp) zei op 21 december 2021 in reactie op een interruptie van Maarten Hijink: “Graag spreken via de voorzitter, dus geen “ge-u” en “ge-jullie””. Hijink had zijn vragen aan Aukje de Vries juist beëindigd met: “Als u het hebt over het weghalen van zorg uit de ziekenhuizen, waar gaat u met die zieke mensen naartoe, mevrouw De Vries?” Dat was zeer duidelijk en rechtstreeks, inclusief de achternaam van de aangesproken persoon. De VVD-spreekster had haar eerdere antwoord op de SP-collega juist ook al afgesloten met een zin met tweemaal u: “Dat verhaal moet u er ook bij vertellen als u het over de getallen heeft.” Kortom: veel “ge-u”.

De Vries, Hijink en Bergkamp in het coronadebat van 21.12.2021

En jullie? Het is er hier vaker over gegaan, kijk bijvoorbeeld hier of hier (en zie ook Dat gezegd hebbend p. 160, het stukje staat onderaan afgebeeld) maar nu heb ik maar eens geturfd hoe vaak jullie in de Kamer valt. Vroeger (laten we zeggen ergens voor 2000) gebeurde dat uitsluitend in een al of niet letterlijk citaat en zei de spreker het dus niet zelf, maar de Kamer wordt minder formeel. Er wordt ook minder en minder via de voorzitter gecommuniceerd. Dat geldt zowel voor de leden als voor vak-K en premier doe-zelf-normaal Rutte voorop. Soms richt een spreker zich rechtstreeks tot een aanwezige om dat corrigerend daarna snel (en met een blik op de voorzittersstoel) aan te vullen met woorden als “zeg ik via u voorzitter”. Salima Belhaj (D66) kan daarover meepraten.

U kan in het Nederlands in het enkelvoud én in het meervoud gebruikt worden (zij het beide met een enkelvoudige werkwoordsvorm, bijvoorbeeld u ziet, u hoort, weet u wel) en er is dan een zekere mate van respect uitgedrukt. U is prima, zolang de voorzitter aangesproken wordt, niet als het tot andere leden van de Kamer gericht is of iemand van vak-K. Bij jullie is alleen een meervoud bedoeld en het drukt hooguit gelijkwaardigheid tegenover de aangesproken personen uit maar het betreft veel vaker neerzien op. In een formele setting als de beraadslagingen in ‘s Lands Vergaderzaal kwam jullie daarom logischerwijs zéer weinig voor, want nimmer prima (behalve in een aanhaling). In de eerste tien jaren vanaf 2000 betrof dat gemiddeld hooguit een stuk of 7x jullie per miljoen woorden. Dat is nog veel ten opzichte van voorheen, maar via een groei naar ruim 20x per miljoen woorden tijdens het voorzitterschap van mevrouw Van Miltenburg, steeg dat naar gemiddeld ruim 50 stuks per miljoen onder mevrouw Arib. Die eindigde in 2020 met een gemiddelde van ruim 115 stuks jullie per miljoen woorden. De beer is los! De Tweede Kamer (schreef ik in vergelijkbare bewoordingen eerder) is telbaar aan het amicaliseren, van 7 naar 20 naar 50 naar 115 keer jullie per miljoen woorden. En jullie is een ontzettend gewoon woord in het dagelijkse Nederlands.

De nieuwe voorzitter, mevrouw Bergkamp, probeert het tij te keren, bijvoorbeeld dus door aan de leden te vragen om “ge-u” en “ge-jullie” achterwege te laten. O ja natuurlijk, sorry voorzitter, kan de reactie van de spreker m/v daarna zijn, om vervolgens gewoon op de oude voet door te gaan. Die voorzitter zwijgt nu maar op haar beurt en denkt dan waarschijnlijk: ik houd me even in. Dat wekt eerlijk gezegd een machteloze indruk, de president(e) als lam en niet als leeuw.
Hoe serieus wil de Kamer eigenlijk dat er hoorbaar tegen die amicaliteit wordt gestreden?
In het Reglement van Orde staat onder Artikel 8.14 Gedrag in de vergadering: “Ieder lid gedraagt zich in de vergadering op een wijze die getuigt van onderling respect, en die geen afbreuk doet aan de waardigheid van de Kamer.”

Bij waardigheid of onderling respect past jullie niet maar u tegen andere woordvoerders evenmin: de Kamer én vak K spreekt immers uitsluitend via de voorzitter. Staat dat in het Reglement van Orde? Ik vind het niet of kom alleen op deze impliciete bepaling: “In de vergadering voert een ieder slechts het woord na het aan de Voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.”

Trouwens, Maarten Hijink zei in dezelfde vergadering als die van hierboven, dat wat mevrouw De Vries hem antwoordde een afleidingsmanoeuvre was en er geen zak mee te maken had. Is deze veronderstelde primeur in het onparlementaire taalgebruik (nee en dat had ik kunnen weten) in overeenstemming met de waardigheid van de Kamer? Getuigt het van onderling respect? Als de voorzitter het niet aan de orde stelt, wie dan wél in de vergaderzaal? Geen fuck kon er in 2015 ook mee door, in 2011 geen sodemieter. Die uiterlijke waardigheid van dat Hoge Huis en dat onderlinge staat al langer onder druk dan onder het bewind van de huidige voorzitter. Dat repareren is nog een flinke klus. De beste wensen in het nieuwe jaar!

Dat gezegd hebbend, Assen 2018 p. 160
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Bij het overlijden van Jan Klompsma: Nait zulfs, allerdeegs!

Door het familiebericht in het Dagblad van het Noorden (24.12.2021) was ik verrast: Jan Klompsma is overleden. De verrassing betrof de boodschap en de plek, op de website van de regionale omroep van Groningen had ik het eerder verwacht. Daar immers was Klompsma nog als student economie begonnen als verslaggever, daarna eindredacteur Groninger Programma en nog hoger. Ik schrijf het uit de losse pols, zonder verdere studie, onder andere op basis van wat hij me heeft verteld. Van het Martinikerkhof ging hij naar de VPRO om er baas van de radio te worden en daarmee lid van de directie van deze omroep. Plotseling had hij genoeg van Hilversum en werd bijkantoorhouder van de RABO-bank op Schiermonnikoog. Was tegelijkertijd jaren actief in de gemeentepolitiek en toen besloot hij te solliciteren naar een burgemeesterschap aan de wal. Hij kwam ver, maar de minister van Binnenlandse Zaken (Max Rood) vertelde hem dat het een vrouw moest worden en zo verhuisde Jan Klompsma enkele jaren later via Leens ambteloos terug naar zijn geboortedorp Middelstum.

DvhN via mensenlinq.nl (fragment)

Wat hij aan het Gronings heeft gedaan is niet weinig. In mijn Biografie van het Gronings noem ik hem op allerlei plaatsen, zijn houding tegenover het dialect van zijn geboorteprovincie was lange jaren bepalend voor de attitude van de regionale omroep op dat onderwerp. Dat is inmiddels verleden tijd, maar daarover mogen anderen schrijven, net als over wat Klompsma allemaal heeft gedaan met pen en stem.
Toen ik in 1984 streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen werd, kreeg ik een zelfstandige baan maar daarnaast een klankbord in de vorm van een royaal samengestelde Begelaaidenskemizzie. Misschien had Gedeputeerde Beukema vertrouwen in me en vond hij zo’n grote groep eigenlijk niet nodig, maar op deze manier waren veel organisaties eingebunden zou men in de Duitse politiek zeggen. Op de lijst van commissieleden stond Jan Klompsma, dan nog woonachtig op Schiermonnikoog. Hij meldde zich nimmer, kwam dus ook niet naar vergaderingen en zo kon het volgende gebeuren.

Met het gezin hadden we een zomervakantie op Schier, het zal 1985 geweest zijn. Ik liep met een van de kinderen (3 of 4 jaar oud) op de Middenstreek en we praatten kennelijk zodanig verstaanbaar Gronings, dat een man die ons voorbij fietste daar een opmerking over maakte. Ik riep terug: “Der binnen nog gonnen dij t zulfs gewóón doun!” Er zijn nog mensen die in hun eigen moedertaal met de kleine kinderen praten. De man draaide zich om en riep nog luider mij verbeterend: “Nait zulfs, allerdeegs!” Ik had allerdeegs moeten zeggen en niet zulfs, ik wist op datzelfde moment: dit moet Jan Klompsma zijn. Ik zocht zijn adres (iets met een bloemennaam erin) en belde hem op, kort daarna zat ik bij hem en Hermien aan de koffie.

Toen we later een keer voorafgaand aan een interview in de studio van Radio Noord zouden lunchen en ik ons iets haalde, vroeg ik: “Melk of karnemelk?” Jan zag zijn kans schoon en riep met luide stem: “Zoepen!” Vele malen belde hij – inmiddels weerom in Middelstum – om observaties door te geven (hij hoorde bijvoorbeeld iemand zeggen “mien woagen is totoal lös”, een vertaling van total loss) of kritiek op wat hij nu weer in het dorp of in media had gehoord of gelezen. In een van onze latere contacten kwam hij voor het eerst met een verrassend compliment: Iemand als jou hadden we in Groningen enkele tientallen jaren eerder moeten hebben.

Jan is op 21 december j.l. overleden in Winsum.

P.S. Bij het verzenden van de tweet die op deze bijdrage attendeerde, was ik onzorgvuldig: ik schreef eerst vooral en wijzigde dat in bovenal, maar het resultaat werd onbedoeld bovenalal. Excuus.

Aanvulling 26.12.2021: Een van de kinderen van Klompsma twitterde een reactie. Dank langs deze weg én gecondoleerd.

Aanvulling 27.12.2021: Een paar schermafbeeldingen van de uitvaartplechtigheid van Jan Klompsma. Lianne Abeln zong, Rik Zaal sprak.

Geplaatst in In het nieuws | Een reactie plaatsen

“Nog één keer. U zei?” Het begin van de coronacrisis voor Rutte.

Het klonk wat rommelig die eerste keer dat de term corona als los woord in een van de wekelijkse persconferenties van premier Rutte viel na afloop van een vergadering van het kabinet. Corona heet het vooral, pas later en hooguit incidenteel valt Covid-19 als aanduiding in die bijeenkomsten. Die eerste maal was na afloop van de ministerraad op 7 februari 2020, toen (ik veronderstel) Stephanie van den Berg voor Reuters vroeg: “Ik heb twee vragen over de Corona/Wuhan virus. Om te beginnen de voorbereidingen.”
De virus: het was vroeg in februari 2020 nog geen onderwerp waar veel over gesproken werd en misschien wijst het gebruikte lidwoord vooral op kennisneming van berichten via het Engels. Dat zou sporen met het gegeven dat het de vertegenwoordiger van Reuters was die de kwestie tegen het einde van de bijeenkomst van 7 februari aan de orde stelde. De wekelijkse persconferenties van de minister-president worden door de grotere landelijke media geopend, regionale zijn zelden of nooit aanwezig, internationaal komt pas laat aan de beurt.

Nog één keer. U zei? (still Youtube)

Ook de premier moest nog even focus vinden: “Nog één keer. U zei?”
De Corona….
Rutte: Ja, ja, daarna zei u….

Over de uitbraak in China was het vaker gegaan, de minister voor Medische Zorg had het kabinet bijgepraat, er werd goed gemonitord, we zijn alert en waakzaam en dergelijke. Maar nu was Rutte kennelijk verrast. Bij de voorbereidingen dacht de premier allereerst “aan supply chains in de wereld. Logistieke verbanden, dat er natuurlijk effecten zullen zijn op leveranties van onderdelen en leveranties van producten en zeker ook als internationale vluchten beginnen op te drogen. Dat zou ook economisch zijn effect kunnen hebben.”
Pas daarna ging het in het antwoord van Rutte over de ziekte voor de mens: “En verder in Nederland is niet veel nieuws sinds vorige week over te melden, anders dan dat wij volledig varen op het kompas van de deskundigen. Dat lijkt me ook heel erg verstandig hè. Dus het RIVM is daar in the lead. En overleg met de zorgverleners. Dus GGD’s, maar ook ziekenhuizen en huisartsen leidt dat weer tot het implementeren, het overnemen, het uitvoeren van die adviezen. Maar goed, daar is nu niet sinds het afgelopen weekend heel veel nieuws te vermelden.”

Het onderwerp-corona bestond al enkele weken, maar Rutte klinkt vooral als een antwoordapparaat, hij wekt een machinale impressie. Ja, er werden in Nederland 14 mensen in quarantaine gehouden. In de komende tijd zullen we leren dat medici graag onderscheid maken tussen quarantaine (in een ziekenhuissfeer) en sociaal isolement (meer in een thuissituatie). Het letterlijke, wat haastig getikte verslag van de RVD, inclusief spelfouten: “Bruna Bruins (dan nog de verantwoordelijke minister Bruno Bruins, S.R.) heeft er een paar aan de lijn gehad vandaag. Heeft gebeld of gisteren. Dus wij proberen ook met hen in contact te blijven en te vragen: hoe gaat het en kunnen we helpen. En tot nu toe: niemand vindt het geloof ik leuk, maar heeft met zoiets van, we snappen het dat dit nodig is. En er wordt natuurlijk in de wereld heel intensief samengewerkt binnen de WHO en op alle mogelijke manier om zo snel mogelijk meer over dat virus te kunnen achterhalen. Want we weten er nog niet zoveel van. Het virus zelf en hoe zich dat precies ontwikkeld en hoe je daar weerstand tegen opbouwt, dat is allemaal nog in onderzoek.”

Kortom: Rutte-III heeft bij het begin van corona eerst attentie voor de economie, daarna oog voor de ziekte maar voor dat laatste was het kabinet als het ware de praktische uitvoerder van wat het RIVM, de GGD’s aan adviezen verstrekten.
Op doorvraag van mevrouw Van den Berg (Reuters) grijpt de premier naar enkele cliché’s: “We zijn op zichzelf als Nederland meestal wel goed georganiseerd. Maar het is wel zo natuurlijk dat je nooit weet wat er….. Ja, er kan zich altijd een ontwikkeling voordoen die dan weer vraagt om snel een reactie te geven. Je probeert natuurlijk zo goed mogelijk in zo’n situatie je voor te bereiden op denkbare scenario’s. Dat doen we natuurlijk.”
Nederland bereidt zich voor op alle denkbare scenario’s, natuurlijk, maar deze vraag op de persconferentie kwam wat onverwacht en stond niet op het lijstje. Het past bij wat Tom-Jan Meeus eerder deze week (21.12.2021) in NRC Handelsblad schreef: “Achteraf is het frappant hoe onschuldig alles nog was. Ik herinner me een bewindsman die vertelde over premier Mark Rutte (VVD) die in het eerste coronacrisisoverleg van het kabinet het belang van gezond eten en goed slapen benadrukte.”

Je weet nooit. Hoeveel we níet wisten, inderdaad dat wisten we in februari 2020 nog niet.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Wie nem’n de freule en een localototief. Zoals Bob het vertelde

De freule vertelt haar memoires. Inderdaad, ze spreekt tot de lezer in het boek dat Bosch & Keuning uitgaf (Baarn, 1973). Freule C.W.I Wttewaall van Stoetwegen was in haar tijd een populaire politica. Toch was het behoorlijk verrassend dat ze in de Tweede Kamer kwam, want haar politiek leider Tilanus (CHU/CDA) vond het maar niks als vrouwen in de politiek kwamen. Als ze in het huwelijk traden, moesten ze hun beroep ook met ingang van de volgende dag opgeven, vond hij een halve eeuw geleden.
Toch komt de freule door toedoen van diezelfde Hendrik Tilanus in het parlement, wanneer de CHU-leider als het ware bij toeval op zoek is naar een vertegenwoordiger uit zijn maatschappelijke sector in het eerste naoorlogse Noodparlement. Hij kwam uit bij een straatgenote in ‘s-Gravenhage. De altijd ongehuwd gebleven Van Stoetwegen was toen 44 jaar en misschien was dat een leeftijd waarop ze in een partij als de CHU acceptabel was, kinderen zou ze allicht niet meer ter wereld brengen en daarmee in dat opzicht gelijk te stellen aan een man….
CHU stond vrijwel gelijk aan Nederlands-Hervormd en dat impliceerde even bijna vanzelfsprekend lid van de NCRV. Geen wonder dat juist haar bekendste citaat dat een nachtelijk debat gelijk stond aan gékkenwerk door het NCRV-cabaret Farce Majeure met graagte in een liedje gebruikt werd.

Voorzijde aangehaalde boek

Dát waren nog eens tijden. De freule roemt Kamervoorzitter Van Schaik, die woordvoerders op hun nummer zette, om het even of het een kamerlid of een bewindsman was. Toen minister-preseident Schermerhorn sprak van “dominee Zandt” (fractievoorzitter van de SGP) liet Van Schaik de hamer vallen en corrigeerde de premier aldus mejuffrouw Van Stoetwegen: we kennen hier alleen “de heer” Zandt, andere functies van parlementariërs plegen niet vermeld te worden. Vergelijk dat met de hedendaagse vrijheid in de vergaderzaal! Zélden zijn er buiten die van de voorzitter functies te horen, vaak klinken er daarentegen voornamen (“als jij even daarop wilt reageren, Hugo”). Het toppunt is misschien het gebruik van het meervoudig-amicale jullie. (Zie bijvoorbeeld ook dit stukje.)

Dat zou de freule zeker opgevallen zijn, want taal was zeg maar wel haar ding. Ze laat geregeld het regionale karakter van iemands Nederlands in een citaat doorklinken; haar herinneringen aan de tijd dat ze in Zeeland woonde (ik wens je de goeden avond) of Drenthe (wie nem’n de freule) worden ook talig gekarakteriseerd. Vlamingen laat ze valieske en cadeauke zeggen. Geen wonder dat we bij haar iets over de jeugdige Beatrix kunnen lezen – Bob Wttewaal van Stoetwegen was met Juliana bevriend en de dochters noemden haar tante Bol. Vanuit Canada wordt haar in een wat gecodeerde brief in WO II bericht (p. 60) dat de kroonprinses zegt: “het is een localototief maar ik kan dat woord niet goed zeggen omdat ik nog niet helemaal groot ben”. Enkele jaren daarna werft Beatrix als achtjarige in de omgeving van paleis Soestdijk actief voor een stem op “tante”, wanneer deze verkozen moet worden in de Tweede Kamer. Ze haalde voldoende stemmen en dat was niet voor het laatst.

De freule was of wérd politica zoals bijvoorbeeld doorklinkt in haar wijzen van benadrukken. Bijwoorden van graad of andere onderstrepers die we nog kennen maar inmiddels toch wat anders combineren blijken bijvoorbeeld in:
• (docenten op het gymnasium) die mij prachtig hebben opgevangen (p. 20)
• vergezeld van een prachtige nuchterheid (p. 40)
• voldeed enorm goed (p. 233)
hard ziek (p. 255)
• ‘t begon me al hard te vervelen (p. 265)

Ook die aparte groep van stellige woorden bezigde de freule graag die in dit niet-uitputtende lijstje staan, van adel of niet:

• we zagen hemelhoog tegen haar op (p. 32)
• ik was kip-vereerd (p. 41); kip-nieuwsgierig (p. 160)
• een innig gelovig mens (p. 39)
• (bepaalde telefoonnummers) waren moordgeheim (p.67)
oerchristelijke komaf (p. 93)
pioenrood (p. 160)
poeslief (p. 222)
spinnijdig (p. 263)

Aangedikte taal enerzijds is het, maar met afgeslankte woorden daartegenover, niet meer zo gangbare verkleinende bijwoorden zoals koeltjes, zedigjes, zuurtjes. Taal verandert. Bij De freule vertelt lezen we van verhoorlingen (mensen die aan een verhoor worden onderworpen), de telefoon belde, we zien iemand gepensioneerd worden en we lezen een op zich begrijpelijk meervoudig “de Staten-Generaal hadden daar niets mee te maken”.

De Frul (ook wel aangesproken met Zus of Freuletje) was voldoende op taal gericht om afrondend te wijzen op twee kleine bijzonderheden in haar Nederlands: alle gedachte (en niet gedachten) en aanstalte maken (en geen aanstalten). Dat zijn vast ook voorbeelden van regionaal Nederlands waarmee Bob Wttewaal van Stoetwegen zich zo vermaakte.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

De kerk: onderweg naar een depreciërend achtervoegsel

Woorden hebben stuk voor stuk hun eigen geschiedenis, natuurlijk.
Zo kun je begrijpen dat kerk en kurk ondanks hun gelijkenis twee verschillende verledens hebben. Kerk heeft Griekse roots met een betekenis die verband houdt met het woord kurios ‘heer en meester’, eventueel met hoofdletter ‘Heer’. Kurk mag erop lijken, het bezit een relatie met het woord voor ‘schors, bast’ (cortex) en is dus in derdaad iets heel anders.
Tussen en binnen talen variëren de uiterlijke vormen – ons kerk wordt dus net even anders uitgesproken dan het Engelse tsjurtsj (church), ons kurk klinkt over de Noordzee als kork (cork).

Wie in de Tweede Kamer luistert, kan horen, hoe ook de inhoud van een woord als kerk binnen het Nederlands kan verschuiven. Dat is bij voorbaat verrassend, want een kerk staat in de Nederlandse cultuur nog steeds voor de Christelijke geloofsgroepen, de moskee of de synagoge is bijna in contrast daarmee een gebedshuis van andere religies. Toch heeft kerk ook een algemenere notie, getuige enkele citaten van Wybren van Haga (Groep Van Haga) en Martin Bosma (PVV) waarin zij zich leerlingen tonen van Pim Fortuijn die ooit begon over de linkse kerk:

• “Vorige week was ik echt heel blij, want het CDA, nota bene een coalitiepartij, weliswaar van de coronakerk, stemde toen vóór een motie van de heer Kuzu van de firma DENK en mijzelf om niet te sturen op het aantal positieve PCR-tests, maar om te sturen op de bedbezetting.” (Van Haga)

• “De klimaatkerk geeft ons nog vier jaar om de wereld te redden.” (Bosma)

Hier wordt kerk gebruikt in een betekenis die Van Dale nog niet heeft opgenomen. Met de protestantse of katholieke religie heeft een woord als coronakerk of klimaatkerk niets te maken. Het rechterlid van deze samenstellingen drukt nu iets uit in de sfeer van een gezamenlijk beleden standpunt of liever nog visie en waar door de spreker (fel) afstand van genomen wordt. Kerk heeft hier zeer duidelijk een negatieve, ja anti-betekenis die iets weergeeft uit de sfeer van drijvers, drammers. Dit –kerk heeft wel een zeer onaangename inhoud.

Een partij als de SGP zit in de kamerbankjes dicht bij de groep Van Haga en niet minder in de buurt van de PVV. Ik weet niet of Kees van der Staaij en de zijnen al hoorbaar verzet hebben aangetekend tegen wat zij toch als het kapen van een dierbaar begrip zouden kunnen beschouwen. Het lastige voor hun positie is dat ze bij het linkerlid corona– en klimaat– juist in een vergelijkbare hoek van de Tweede Kamer zitten, ook inhoudelijk.

Aanvulling 17.12.2021: Dit stuk verscheen vandaag (met mijn instemming en onder een andere kop) op de opiniepagina van het Nederlands Dagblad. (De ND-redactie paste Fortuijn aan tot het gangbaardere maar naar mijn mening onjuist gespelde Fortuyn.)

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen