Destilleren op IJsberg: premier Rutte wordt door de RvD niet altijd goed verstaan

Alle tijd was er afgelopen vrijdag (20 mei 2022) bij Nieuwspoort op de wekelijkse persconferentie. De dag tevoren was er in de Tweede Kamer een lang debat over het weggooien van sms’jes op een oude Nokia geweest, de Voorjaarsnota was vastgesteld, de oorlog in Oekraïne woedde onverminderd door. Inderdaad nieuws en dus gespreksonderwerpen te over. En nog maar een keer, wat mooi is het ook voor later, dat de RvD een mediatekst maakt van die kleine 50 minuten pingpongen tussen premier en journalisten.
In de tekst van deze week was de hoeveelheid spelfouten gering in vergelijking met waar het hier eerder over ging, maar de persconferentie opende wel zicht op een ander nieuwtje: premier Rutte articuleert geregeld onvoldoende duidelijk voor de oren van de Rijksvoorlichtingsdienst. Bovendien moet hij werken aan zijn tempo.

• Een geval dat ik persoonlijk, namelijk binnen het kader van dit blog, interessant vind is dit stukje, naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad over Box 3: “Nou ja, de term is dan destilleren, en dat gaan we ook echt doen omdat het gewoon een hele ingewikkelde kwestie betreft.”
Hier bevestigt de RvD waar het hier vaker over is gegaan, de Ruttiaanse uitspraak van bestuderen. Bèstuderen, daar maakte degene die de tekst uittikte niet onlogisch destilleren van.

• Er moet een andere achtergrond vindbaar zijn bij het misverstaan van een Deense havenstad in dit stukje tekst: “Dat zie ik als, afgelopen woensdag in IJsberg, met mijn collega’s van Denemarken, Duitsland en België en de voorzittend commissie, en Rob Jetten, die daar ook was met zijn collega’s (….)”. Lees voor IJsberg Esbjerg.

• Op diverse plaatsen zal Rutte die ook amateur-pianist is, simpelweg prestissimo gesproken hebben, véel te snel voor de oren van de RVD – neem deze voorbeeldjes:

  • daar zal ik ook voorstellen doen [nee: daar zat ook een forse oploop SR] in het regeerakkoord, in dat Nationaal Groeifonds,
  • volgens mij hebben wij de familieruzie gisteren behoorlijk uitgeklopt [nee: uitgeknokt SR] en dat mag ook af en toe.
  • maar dat dat lelijke [nee: leningen- SR] deel wat minder populair is.
  • gesprekken met Noord-Macedonië die op dit moment ook al banen [nee: Albanië SR] blokkeren.
  • je krijgt natuurlijk wel met elkaar een gevoel voor waar zou een belangen [nee: landings- SR] grond kunnen zijn

Wie via Youtube de persconferentie terug wil zien, kan een automatische ondertiteling kiezen door CC aan te klikken. Over die bagger is hier vaker geschreven, zie de bijdrage Alle gedichten, Calliope, da’s groentes Q-Park en krokussen: automatische ondertiteling via de computer. Maar nu gebeurde er iets aparts. Als het gaat om zeer veel geld (“ik heb het al heel lang niet bij elkaar gezien”) waar iets af moet, zegt de minister-president volgens de mediatekst het volgende: “(….) wat is er ongeveer nodig. Het is niet een precies bedrag tot 5 cijfers achter de komma, dus dat laat enige ruimte om ook naar die bedragen te kijken.”

Mediatekst RvD – lees voor door de ogen ernaar kijkend door de oogharen kijkend


In mijn aantekeningen noteerde ik dat de premier hier een mij onbekend woord gebruikte dat de RvD geheel heeft weggelaten, iets als “bolpor”. Zoeken in een Engels woordenboek en daar de oplossing vinden, het aan honkbal ontleende begrip ball-park ‘onnauwkeurig’. Kijk dan in de automatische ondertiteling en zie…..

Er is onder al degenen die door ons bij de laatste verkiezingen naar de Tweede Kamer afgevaardigd zijn niemand naar wiens voltooide opleiding zó vaak in het parlement verwezen is als Mark Rutte, de historicus. Nog in het sms’jes-debat werd hem door Wybren van Haga (Van Haga) voorgehouden “Dat de historicus Rutte geen betrouwbare archivaris is, wisten wij al in 2018.” (Wat geïrriteerd overkomende reactie van Rutte: “Inderdaad, meneer Van Haga, ik ben een historicus; u herinnerde mij daar terecht aan.”) De tekstuele RvD-archivering van de wekelijkse persconferenties is om een inhoudelijke reden voor verbetering vatbaar, verstáán wat er door de hoogste baas gezegd is. Dat moeten historici beamen, nu of in de toekomst.

P.S. Ik vergat dit: “dat heeft potentieel enorme ratificaties, ook voor heel Noordelijk Afrika en andere delen van de wereld”. Mijn oren verstonden ramificaties ‘vertakkingen’.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De uitgewerkte persconferentie van de premier: een herexamen Nederlands voor de RvD

Op de persconferentie van afgelopen vrijdag (13 mei 2022) was premier Rutte goedgemutst. Wat zeg ik, hij was charmant, innemend soms, bijna alsof hij wist dat zijn aanstaande schoonmoeder meekeek.
De laatste verkiezingen, de VVD deed het goed, maar het was niet zozeer de verdienste van Mark Rutte, welnee: “ik was er de lijsttrekker van, dus zegt eerlijk gezegd ook iets misschien over de lijsttrekker maar vooral iets over partij denk ik”.
Natuurlijk heeft de premier (hij is dat al twaalf jaar “en daar moet ik mee leren leven”…) fouten gemaakt en hij zou bijna geneigd zijn voor de journalisten nu ook te gaan schetsen wat er wél gelukt is, maar nee – bescheidenheid in zijn puurste vorm.

Op de persconferentie van 29 maart 2019 refereerde Rutte niet voor het eerst aan zijn andere klus, maar dan als vrijwilliger: “Ik geef nu les op een middelbare school, ik kan je één ding verzekeren: wat wij nu vragen aan die kids om te kunnen en te kennen als ze eindexamen doen, en ik vergelijk dat met mijn eindexamen in 1984. Nou, ik weet niet of het mij nog gelukt zou zijn. Wat is dat onderwijs veel beter geworden en wat hebben we daar goede mensen voor die klas staan.” Dat laatste sloeg natuurlijk niet op de donderdagse rol van Rutte zélf, het was een compliment aan al die collega’s voor de klas én aan de huidige generaties leerlingen die eindexamens doen.

Was op dat punt ergens de afgelopen week de aftrap met het vak Nederlands? Ik moest denken aan een onderwerp waar het hier vaker over is gegaan, toen de uitgeschreven tekst van de persconferentie van de premier van 13 mei nog op de vooravond van diezelfde vrijdag op het net verscheen. Daarin zag ik dit soort ongelukkige (vrijdag de dertiende!) stukjes tekst:

• Wat wel is verandert is dat je ….
• De ronde was bedoelt om ….
• gemeenten die in heel veel gevallen wel bereidt zijn ….
u verteld dat u allemaal contacten heeft ….
• dat dat ertoe gaat leidden dat ….
vind u uzelf nog wel de geschikte premier?
• dat hij pas bereidt is tot een vredesakkoord als ….
• Maar vind u dat de sancties dan
• Moldavië wordt ernstig bedreigt, ….
Vind u dat bijvoorbeeld Nederland actief Moldavië kan steunen ….
in algemene zin geld dat ik altijd beschikbaar ben voor ieder telefoontje ….
• zijn wij allemaal in de NAVO en in de EU natuurlijk bereidt om te helpen als wij kunnen.
• in goede banen kunnen worden geleidt.
• dat heeft niet geleidt tot andere inzichten
• Dat heeft geleidt in een heel groot aantal gevallen tot uithuisplaatsingen ….

Dat was het vak Nederlands. Mijn oordeel: komt u maar eens terug. Dan nu rekenen. Rutte: “ik neem ieder Kamerlid serieus, we zijn met zijn allen samen, zijn we met 189 mensen, 150 Kamerleden en 29 leden van het kabinet, en daarnaast natuurlijk de 75 Eerste Kamerleden, vormen wij het landsbestuur (….).”

Niet dat de Koning niet bij het landsbestuur gerekend werd, maar klopte die rekensom van 150+29=189?

Ten slotte Duits, niet de taal waar de Rijksvoorlichtingsdienst in gespecialiseerd is. Bij de rol van de premier werd vrij nadrukkelijk stilgestaan door de journalisten (niet voor het eerst en de behendigheid waarmee Rutte zich op dat punt uitlaat is in de afgelopen twaalf jaren groter geworden). Dit zei hij in dat kader volgens de RvD: “en verder geldt natuurlijk ook dat de ambt (onverstaanbaar) daar ook iets mee te maken heeft”. Onverstaanbaar – en niet even navragen?
Rutte sprak van de “Amtsinhaber”, degene die het ambt van premier, in Duitsland kanselier, bekleedt.

Even verderop: “altijd met collectief leiderschap, en daar past niet een richting die aan competent achtige oplossingen bij, zoals de Duitsers kennen.”
Competent achtige oplossingen zoals de Duitsers kennen? Rutte zei in werkelijkheid: “daar past niet een Richtlinienkompetenz bij zoals de Duitsers kennen.”

De RvD wordt straks een bespreekgeval als de docenten de examencijfers moeten bepalen. Ze zullen meewegen wat de RvD niet zo lang geleden presteerde bij dat rechtsom tutoyeren zoals niemand. Rutte is er niet verantwoordelijk voor als er iets mis gaat, maar we kunnen hem er altijd op aanspreken, zo heeft hij vrijdag herbevestigd.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

We gaan naar Ron in Den Haag: Acht jaar Achtuur

Toen ik de laatste bladzijden van Ron Fresens Acht jaar Achtuur (Uitgeverij Balans) afgelopen vrijdag aan het lezen was, begonnen de uitslagen van de lokale Britse verkiezingen binnen te komen. Daar doorheen dwarrelde ook het bericht dat de politie in Durham opnieuw een onderzoek deed naar het overtreden van de coronaregels door Labour-leider Keir Starmer. De Conservatieven verloren op grote schaal onder andere als gevolg van al de partijtjes die tijdens de lockdown door Johnson waren gegeven, en nu kwam er een herhaald onderzoek naar de leider van de oppositie?
Onder invloed van het boek van Fresen was er maar één overheersende vraag: heeft 10 Downingstreet dit ingestoken, net nu? Datzelfde gevoel kwam op, toen eerste commentaren het verlies van de Tories iets kleiner lieten zijn dan voorspeld. Een voorbeeld van wat aan de andere kant van de Noordzee expectation management heet?

Na de verhalen van Fresen komen dergelijke veronderstellingen direct op: Acht jaar achtuur maakt achterdochtig en gaandeweg ga je net als Fresen anders naar het Haagse nieuws kijken. Voor een deel net als een advies in dat Duitse boek waar het hier laatst over ging: Cui bono? Wie heeft er baat bij bepaalde berichtgeving?

Ron Fresen bij DWDD (youtube.com)

Ron Fresen – ik heb enkele malen contact met hem gehad, een keer cappuccino met hem gedronken, een plezierige man – is de verteller in dit boek. Bij eerste lezing van de tekst hoorde zijn vrouw hem práten en dat aspect hebben de correcties door derden gelukkig niet veranderd. Neem als voorbeeld het slot van hoofdstuk 3: “(Is ons parlementaire stelsel SR) Een circus? Een spel? Hou op. Er is zoveel om te vertellen.”
Hou op – Ron is met ons in gesprek, hij spréekt tegen ons. Op bladzijde 82 zien we: “Vooraf zeg ik nog maar eens dat…” Weliswaar ontkomt de pen van Fresen enkele malen niet aan “echter” (zie bijvoorbeeld hier binnen dit blog), maar dat zijn kleine schrijftaal-elementjes die opvallen in hun contrast met de enkele malen dat hij iets klote noemt. Of: “Hállo, er komen verkiezingen aan” – de verteller aan het woord, Hállo! Op p. 250: “Kom op zeg.” Fresen is direct met ons in gesprek, kom op zeg.

Als je dergelijke tussenwerpsels zo aanstreept, doet dat denken aan die wekelijkse persconferentie in mei 2016, toen Rutte eens ontplofte op een vraag van Fresen: “Denk je nou werkelijk Ron dat ik bij iedere gladiool in dit land, die totaal matteklap is, langs ga om aan die man of vrouw aandacht te gaan besteden? Ben je nou goed snik? Dat doe ik toch niet? Come on… Ik ga toch niet achter een gek die zo’n Facebookpagina, ga ik toch niet de eer doen daar langs te gaan?” Hier sprak de minister-president van Nederland op een persconferentie.

Premier Rutte heeft het de aanwezigen ook eens verteld op een van die vrijdagse persconferenties, Ron is Hagenees. Hij schrijft er een paar talige observaties over. Vinden de koekwauzen van bladzijde 130 hun oorsprong in het Haags? Inderdaad, hij sprak als duider naturel en zo schrijft hij ook. Toch duiken op allerlei plaatsen woorden op die ik eerder voorbeelden van Binnenhofs zou noemen, niet op straat of in z’n jeugd geleerd maar vast overgenomen uit de Tweede Kamer. Neem benoemen voor ‘onder woorden brengen, zeggen’, “een Rob-Jettentje” of “als een dolle” dat ook in vergaderingen graag gebruikt wordt. Volle bak, schrijft Fresen diverse malen. Gerommel in de marge.

Maar dat haalt het niet bij twee zó frequent gebruikte woorden dat ik ze bijna als stopwoordjes zou aanmerken. Geen bezwaar, het versterkt het vertellende karakter. Staat het woord direct in Acht jaar Achtuur? Ik denk het niet. Daar staat tegenover dat we de moderne variant gelijk daarvan vele, vele malen tegenkomen: Ik moest ook gelijk denken aan die ene keer, Het was gelijk einde uitzending, Ik moet gelijk een bekentenis doen, Ik ben gelijk verkocht, en dan zijn we nog niet op pagina 25.

Net zo vaak bijna zien we het versterkende bijwoordje verdomd, dat ik me niet kan herinneren van ook maar één van die talloze stand-ups in acht jaar lang Achtuur. Bij wijze van illustratie van een paar bladzijden:
• Ik neem politiek verdomd serieus.
• …. die je verdomd stevig moet wantrouwen
• …. daarvoor verdomd hard werken
• Ik heb er verdomd weinig trek (in)

Fresens herinneringen dateren vooral uit 2021, ik heb ze met plezier gelezen.

Iedereen kon nu eens lezen wat zijn Binnenhofse werk bij uitstek is geweest: wachten (inderdaad, soms bij het hek van het Catshuis), met een collega op nieuws lopen hopen in de wandelgangen, praten en luisteren, appjes sturen, bellen en dan weer wachtend hopen op antwoord. Ineens realiseerde ik me dat ik moest denken aan een verre voorganger van hem: Ton Planken, Den Haag Vandaag. Wat een verschillen tussen Ron en Ton.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Zeker weten: vernieuwend Nederlands op bijwoordelijk terrein

Dezelfde woorden kunnen in dezelfde vaste volgorde voorkomen en toch inhoudelijk verschillen. Nemen we als voorbeeld de combinatie zeker weten, aanhalingen uit het kalenderjaar 2022 (ongecorrigeerde Handelingen):
• (Sophie Hermans, VVD) ik wil zeker weten dat het geld ook terechtkomt waar het terecht moet komen
• (Jan Paternotte, D66) zodat we ook zeker weten dat dat sanctiepakket klaarligt
• (Pieter Omtzigt, Omtzigt) Maar ik zou het graag zeker weten en ik zou ook graag willen weten hoe dat precies gebeurt
• (Maarten Hijink, SP) Wij moeten zeker weten (….) dat belangrijke onderzoeken niet tegen de wet in door bewindspersonen zijn gefrustreerd.

De sprekers willen zeker weten, ze moeten het zeker weten, ze zouden graag zeker weten, ze weten zeker. Vaak is zeker weten dus met een hulpwerkwoord gecombineerd, noodzakelijk is dat niet als het onderwerp van de persoonsvorm weten maar meervoudig is.
Maar in 2022 is er (tot dusver) ook één geval waarbij dat zeker weten gebruikt is op een andere manier, door Renske Leijten (SP): “Hoe ga je dan om met de enorme datadeling binnen de overheid, waarbij mogelijk — of zeker weten — schendingen van grondrechten aan de gang zijn?” Dit verder werkwoordloze zeker weten is hier hetzelfde als ‘zeker’, misschien zelfs ‘absoluut zeker, tegenspraak onmogelijk’.
Dat mag nu nog de enige maal van het kalenderjaar 2022 zijn, daar zal het dit jaar niet bij blijven. Dit is immers de oogst van deze constructie vorig jaar, 2021:

Zeker weten dat er in augustus met een noodvlag is gewapperd (Renske Leijten, SP
• Dan kunt u zeker weten een inhoudelijke reactie van ons verwachten. (Lilian Marijnissen, SP)
• dat er nu nog steeds tientallen tolken die voor ons hebben gewerkt, zeker weten in Afghanistan zitten (Kati Piri, PvdA)
• Als we ons zouden verschuilen achter het feit dat we demissionair zijn, hadden we zeker weten niet bijna 7 miljard vrij gemaakt voor klimaatmaatregelen (Staatssecretaris Yeşilgöz-Zegerius, EZ)
• Ik hoor in de mooie woorden over oplossingen goede dingen — zeker weten — maar ik zou nog wel graag (Eva van Esch, PvdD)
Zeker weten dat er dan weer nieuwe slots open zijn gezet waarvoor je een afspraak kunt maken. (Minister De Jonge, VWS)

Marijnissen, Yeşilgöz, Piri

Het kalenderjaar 2021 lijkt de doorbraak van deze constructie: in 2020 zijn er drie gevallen vindbaar, in 2019 nul, in 2018 twee stuks, in de paar jaren daarvoor zie ik niets in de ongecorrigeerde Handelingen.

Het bijzondere van dit zeker weten is dat het een bijwoordelijke constructie is, eentje die onderstreept of zelfs buiten discussie plaatst wat de spreker beweert. Zeker weten doet in al zijn kaalheid denken aan volle bak, dikke mik kans.
Ik zou graag zeker weten: is het Nederlands (althans maar niet alleen het Nederlands van het Binnenhof) de laatste jaren druk doende om zich juist op dit terrein te vernieuwen? Ik herinner de lezer aan enkele stukjes in dit blog over het nuancerende best wel, soort van. Net aan hoort hier misschien ook bij (het is net aan buitenspel dus hetzelfde als ‘net’) en wellicht het ook vrij actueel gangbare kantje boord? Of over juist onderstrepende en actuelere één-woord bijwoorden als onwaarschijnlijk, spectaculair, waanzinnig, krankzinnig, bizar, idioot. Niet normaal!

P.S. Incidenteel horen we in plaats van zeker (of zeker weten) de variant zekers. Altijd gedacht dat het een kenmerk van de taal van regio-Den Haag was, simpelweg omdat ik het voor het eerst bewust registreerde uit de mond van een collega uit Den Haag. Als de uit het Noorden afkomstige maar niet Noordelijk klinkende minister Bruins het daar heeft overgenomen, kan het kloppen. Hij staat er het vaakst mee genotuleerd in de verslagen, verder ook bijvoorbeeld Alexander Pechtold (D66), Gidi Markuszower (PVV).
Grappig. Zeker weten als het boven beschreven bijwoord staat niet als trefwoord in Van Dale opgenomen, of je moet al kijken onder zekers:

el. Van Dale

Zekers te weten: is dat wellicht primair Brabants? Afgaande op wat er in de krantenbank NexisUni staat, is dat waarschijnlijk.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

“Dikke mik kans” – zuidelijke taal die de Handelingen niet haalde?

Op 4 juni 2020 verscheen in dit blog een tekstje over het amicale taalgebruik dat in de Tweede Kamer duidelijk wordt via de tussenwerpsels jongens! en joh! Wie de huidige Van Dale bekijkt, ziet dat een blogstukje ook twee jaar later nog heel wat meer informatie kan bieden dan het grote woordenboek.

Op dezelfde vierde juni van 2020 was er een corona-debat in de Tweede Kamer. Als ik de destijds overgenomen ongecorrigeerde Handelingen daarvan bekijk, zie ik taal die door de stenografen niet gecorrigeerd is maar anderzijds ook wel. Theo Hiddema (dan nog FvD) zegt “om zelf te kunnen gloreren”, maar dat is gezuiverd tot gloriëren. Als Carla Dik-Faber (ChristenUnie) naar haar partijgenoot Blokhuis verwijst en zegt dat de staatssecretaris hier niet “vertegenwoordigd” is, dan is dat gehandhaafd, terwijl ze tegenwoordig in de betekenis ‘aanwezig’ bedoeld zal hebben en niet dat er iemand door hem is afgevaardigd.
Een bijzondere uitspraak van Joba van den Berg (CDA) heeft mijn aantekeningenboekje wel, maar niet het verslag gehaald. Dit staat er in de Handelingen: “(….) als ik daar alleen tijdens kantooruren terechtkan, dan is er een dikke kans dat er weer een dag verloren is voordat die test kan worden afgenomen.”
Ik noteerde in plaats van “dikke kans” het komische (maar voor mij zeer ongebruikelijke, ja onbekende) “dikke mik kans”. Hier lijkt een combinatie gemaakt van twee vastere woordkoppels, dikke kans + dikke mik. Misschien ligt het verband in het kuren dat uit mikken spreekt en het kansberekenende van het andere woord in kwestie. Van zoiets komisch taalcreatiefs verlengds houden diverse sprekers van het Buitenhofs. In wezen is iets als van ze lang zal ze leven niet vergelijkbaar of nota-beide-bene, maar ook allerlei woorden. (Zie Dat gezegd hebbend voor voorbeelden zoals winstwaarschuwing waar simpel waarschuwing bedoeld wordt.)

Iets vergelijkbaars met dikke mik kans kon ik in de plenaire verslagen alleen uit de mond van minister Hans Alders vinden, toen hij een keer zei dat er “een kans van 51% dikke mik aanwezig” was – net niet helemaal hetzelfde maar wel dichtbij. En ja, ik dacht er even aan toen die sportpresentator volle bak medaillekansen aankondigde, vandaar die twee eerdere stukjes.

Dikke mik is iets wat we aanvankelijk vooral in Zuidelijke krantenbronnen vinden. Alders kwam uit Nijmegen. Joba van den Berg is volgens parlement.com afkomstig uit Utrecht, maar ze heeft een reeks RK aandoende voornamen. Ook buiten het Nederlands van Zuidelijk-Nederland denk ik dat er een en ander aan de hand is in het Nederlands op bijwoordelijk terrein. Nóg een stukje, over een paar dagen.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Verrat am Rhein – fraaie politieke roman van Hartmut Palmer

Wat Hartmut Palmer op bladzijde 402 van zijn net verschenen roman schrijft, herken ik uit eigen ervaring. Toen ik een voormalige Haagse staatssecretaris en minister interviewde, deed deze een boekje open over een collega-politicus, maar hij was wel zo handig geweest om erop toe te zien dat ik op dat moment de bandopname even stopte. Palmer sprak de bejaarde Duitse politicus Rainer Barzel niet veel jaren voor diens dood en deze maakte hem deelgenoot van een bijzonder geheim – maar eerst moest de recorder uit.

Voorzijde besproken boek

Barzel (1924-2006) is een even opvallende als tragische figuur in de wat meer nabije geschiedenis van West-Duitsland. Hij maakte snel carrière in de CDU, onder meer als fractievoorzitter van de CDU-CSU in de Bondsdag. Hij was daarmee oppositieleider ten tijde van het SPD-FDP-kabinet van Brandt en Scheel. Zijn fractie had in 1972 door overlopers uit de coalitie voldoende stemmen om kanselier Willy Brandt via een zogeheten constructieve motie van wantrouwen weg te kunnen stemmen. Intern daartoe aangezet (niet in het minst door Franz Joseph Strauß (CSU)), speelde Barzel deze troef uit…. maar hij bleek na telling enkele stemmen tekort te komen. Dat betekende zijn val als fractievoorzitter, door toedoen van Helmut Kohl later gevolgd door het verlies van het partijvoorzitterschap van de CDU.
Vanaf het moment dat de uitslag van de stemming op 27 april 1972 duidelijk werd, is er gegist naar het wie en de beweegredenen van diegenen uit de eigen rijen die Barzel op dat moment bij de geheime stemming lieten vallen. Zelf verklaarde Barzel in een vertrouwelijk gesprek met de journalist Hartmut Palmer dat dit vooral op het conto kwam van Franz Joseph Strauß: die kon niet dulden dat een ander dan hijzelf christelijk-sociaal bondskanselier van West-Duitsland zou worden.

Palmer mocht deze informatie niet gebruiken zolang Barzel leefde, hij kwam er als het ware in kleine lettertjes mee voor de dag toen hij een beknopte necrologie schreef voor Der Spiegel (04.09.2006). In een tussenzinnetje merkte hij daarin op dat Barzel zelf Strauß tot degenen rekende die hem in de beslissende stemming niet gesteund hadden.
Dat zag Palmer als een “versteckte Bombe” in de Spiegel-tekst en hij wachtte op de reacties die er zouden komen. Maar ze bleven uit. Zelfs werd er gezwegen door de familie Strauß die op dit punt werkelijk een naam had opgebouwd. (Denk aan hun acties tegen de ambtelijk-precies schrijvende Wilhelm Schlötterer die de familie van dubieus verkregen rijkdom betichtte.)

Deze politieke detective is het middel dat de journalist Palmer gekozen heeft om aan deze mededeling van Rainer Barzel bekendheid te geven. Dat gebeurt dus in de bijzondere (en mij aansprekende) mengvorm van feit en fictie waartegen de Strauß-nazaten niet zullen willen procederen tenzij ze reclame willen maken voor Verrat am Rhein of in de vlek willen wrijven die Barzel via Palmer heeft nagelaten.

Ik vind het een heel plezierig geschreven, fraai gecomponeerd boek met slim geconstrueerde fantasie die tegelijkertijd royaal gekoppeld is aan feiten. Dat het langs verschillende wegen de wereld van dit blog raakt is iets wat mij verraste. Natuurlijk allereerst via een cd waarop een hoorspel gemaakt is van Het stenen bruidsbed van Harry Mulisch. Logisch, dat speelt tegen de achtergrond van het bombardement van Dresden waar het hier eerder over ging in verband met Victor Klemperer. Een serietje over hem maakt deel uit van dit blog. Vlakbij Dresden ligt Pirna, dat in het leven van Klemperer een belangrijke rol speelde (zie onder andere deze tekst) maar ook in deze Krimiroman.
Persoonlijk vind ik enkele beroepsmatige aspecten interessant, naast die van de politiek: de eigenlijke hoofdfiguur is de journalist Kurt Zink die terloops over zijn vak vertelt (zoals op p. 42) en een van de personages is lang werkzaam in laten we zeggen de griffie van de Bondsdag: hij moet parlementaire Handelingen voor de druk gereed maken. Kan het toevalliger?
Ja, ook taal valt soms op. Neem de tekst over iemand “mit dem er vor vielen Jahren in Bonn eine Affäre und den er seither nie aus den Augen verloren hatte” (blz. 71).
Dat kán kennelijk in het Duits – er (hatte) eine Affäre + verloren hatte – waarmee het Nederlands worstelt (want dat deels samengetrokken hatte fungeert tegelijkertijd als een zelfstandig werkwoord en als een hulpwerkwoord van tijd), maar D66 minder:

Voor wie Duits kent, dat boek uit de Gmeiner-Verlag gauw lezen. Voor anderen: hopen op een spoedige vertaling en verfilming.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Kijken naar “de bak” en verder (ii)

Als taal zich bezig is te ontwikkelen, kan er in het concrete geval van de Kamerhandelingen Nederlands terechtkomen waarachter niet eens zoveel jaren later vraagtekens geplaatst kunnen worden. Niet misschien omdat het overduidelijk fout was, maar omdat het vanuit een iets later perspectief ongewoon klinkt – waarschijnlijk net als destijds maar toen wellicht met een sausje van nieuwigheid.
Neem gevallen als deze:
• Dan zullen wij een volle bak vooruit doen (Kees Verhoeven, D66)
• Een corporatie kan echter niet alleen aan de bak staan voor het tegengaan van segregatie (minister Spies, BiZa)
• Zodra iemand zijn werk kwijtraakt: omscholen en ergens anders aan de bak brengen (minister Asscher, SoZa)

Is dat Nederlands? Een volle bak vooruit doen? Niet alleen aan de bak staan? Ergens anders aan de bak brengen? Natuurlijk, maar of het helemaal normaal Nederlands van nu is (2022) dat betwijfel ik.

Aan de bak ontwikkelde zich in het Binnenhofs dus heel snel tot een synoniem voor ‘aan de slag’ (zie de eerste aflevering). Om aan de verlangde actie nadruk te geven, kon een spreker bijvoorbeeld beweren dat er echt, stevig of flink aan de bak gegaan diende te worden. Maar gebruikelijker in dit verband is het woord vol:
• …. daar moeten we met elkaar vol voor aan de bak (minister Slob, Onderwijs)
• Het kabinet zal in september vol aan de bak moeten. (Wouter Koolmees, D66)
• …. echt vol aan de bak gaan om de dingen die ik voorstel… (minister Dekker, Rechtsbescherming)

Vol aan de bak kon – allicht onder invloed van de taal van de wielersport – verkort gebruikt worden in de vorm van volle bak:
• volle bak inzet op groene waterstof (Jesse Klaver, GroenLinks)
• Heel veel ondernemers zijn weer volle bak aan de gang. (minister Hoekstra, Financiën)
• Wij zien in het volle bak inzetten op innovaties de meest heilzame weg. (Caroline van der Plas, BBB)

Caroline van der Plas (BBB) hoort bij de topgebruikers van vol aan de bak, volle bak op dit moment, ze is de opvolgster van mensen als Kees Verhoeven, Zohair El Yassini en ze overtreft in dit opzicht CDA’ers als Derk Boswijk en Agnes Mulder.

(van website Tweede Kamer)

Net zoals in het geval een sportpresentator aan het begin van de uitzending aan de kijkers “volle bak medaillekansen” aankondigt, heeft volle bak in dit soort gevallen de betekenis ‘volop, maximaal’. Het mag uit twee woorden bestaan, het fungeert dus als een bijwoord. Je zou geneigd kunnen zijn het daarom als vollebak te schrijven. (Zo is voortaan uit twee opeenvolgende woorden voort aan samengegroeid.)

Volle bak doet denken aan een ander, maar nog heel zeldzaam geval in de taal in de Tweede Kamer. Over een paar dagen het volgende stukje. We kunnen beginnen te vermoeden dat er op bijwoordelijk terrein een en ander aan de hand is in het hedendaagse Nederlands.

P.S. In een aflevering uit de reeks Sporttaal is volle bak al eerder (kort) langs gekomen.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen