Wopke Hoekstra in het Oekraïne-debat: ‘fully international’ in goed Nederlands

Als minister De Jonge (CDA) de plenaire zaal binnenkomt en de voorzitter begroet, gebeurt dat via een nederige buiging op grotere of kleinere afstand. Zijn er daarnaast nog andere smaken behalve dan die joviaal-amicale zwaai van premier Rutte (VVD)? Zekers. Wanneer minister Hoekstra (ook CDA) met zijn aktentasje in de linkerhand de zaal beheerst-rechtop binnenschrijdt, brengt hij zijn rechterhand bij wijze van betrokken eerbied even naar het hart als hij in de richting van de voorzitster kijkt. Ieder zijn stijl en dat geldt voor de taal niet minder. Elk het zijne? Natuurlijk, maar toch is de indruk moeilijk te vermijden dat de ene bewindsman/-vrouwe het model van de ander soms overneemt. Zo is in Hoekstra toch ook een stukje Rutte te zien.

Iemand die op de post Buitenlandse Zaken belandt, zal vooral diplomatieke taal spreken. Diplomatiek kán de minister wel degelijk, zie bijvoorbeeld hoe hij Pepijn van Houwelingen (FvD) kan negeren met simpel te zeggen: “Ik verwijs de heer Van Houwelingen naar mijn vorige antwoord.” Einde van wat de FvD’er te horen krijgt en deze stelt zich daarmee tevreden, haast zich naar zijn blauwe stoeltje. Hetzelfde hoort dit Kamerlid nogmaals (“Ik verwijs toch weer naar het vorige antwoord.”) en dat was het tussen Minister en Kamerlid. Game, set, match Hoekstra.
Maar dat Hoekstra sinds hij BuZa doet zich louter nog diplomatiek uit? Neen. We hoorden hem immers de afgelopen week zeggen over Poetin: “Daar heeft hij de boel natuurlijk volstrekt belazerd.” Dat is al krachtige taal (belazerd) die nog eens onderstreept is (volstrekt).

Zou Hoekstra zijn omvangrijker wordende aandeel Engels van Rutte imiteren of heeft het te maken met de toegenomen hoeveelheid airmiles in zijn nieuwe functie? Ik beperk me tot voorbeelden uit het laatste Oekraïne-debat van 10 maart 2022. Fifteen!
• Ik had het al over accountability.
• dat er een groep is van 35 landen, die heeft gezegd dat ze on the fence blijven en geen kleur bekennen.
• is dat het creëren van een pretext voor mogelijke ellende?
• het exposen, het benoemen en aangeven wat je ervan vindt.
• De heer Sjoerdsma had ook een vraag over het steunen van de civil society en de vrije media in Rusland.
• wat ooit Radio Free Europe was, waarbij gebroadcast werd vanuit West-Duitsland,
• een van de dingen waar ik mij zorgen over maak, is sanctie-leakage, niet zozeer binnen de Europese Unie, maar wel door….
• Nederland zit daarbij echter in de forward linie, in goed Nederlands
• Die projecten staan allemaal on hold.
• Wij zitten eigenlijk steeds wel aan de forward leaning-kant.
• Nederland is de vijfde donor van het zogenaamde Central Emergency Response Fund.
• en heeft ook nog bijgedragen via de Dutch Relief Alliance, de DRA, en het Rode Kruis.
• Dat is overigens iets anders dan fast forward door de Kopenhagencriteria heen gaan.
• Mijn vermoeden is dat de Commissie getaskt wordt om daar varianten voor uit te werken.
• Dan heb ik ook de vraag van de heer Dassen beantwoord over de nauwere verbintenis onder de header van de Europese familie.

Still uit Oekraïne-debat 10.03.2022

Is dat in eh the slipstream van Rutte? Mogelijk. En dat denk ik ook als Hoekstra over Moldavië zegt: “Ik kan me wel voorstellen dat men naar Nederland kijkt en denkt: ich möchte ihre Probleme haben.” Terloops past de minister de Duitse wijze van zeggen aan die ik kende als deine Sorgen möchte ich haben.

Meer dan één lid van het team-Rutte houdt er tegenwoordig van om excuus voor gebezigd of nog te bezigen Engels aan te bieden in de vorm van “in goed Nederlands”. Dat klinkt een beetje corpstalerig en is trouwens al een halve eeuw hoorbaar in de Tweede Kamer: “Omdat good governance, in goed Nederlands, belangrijk is voor de kwaliteit van zorg” (De Jonge); “uitbreiding van de Europese Unie is, in goed Nederlands, een tedious en ingewikkeld proces. (Rutte)”; “De Amerikaanse ambassade is, in goed Nederlands, fully operational (Hoekstra)”.

Ook in dit debat zien we weer hoe de minister dan niet met de vuist op tafel slaat maar wél graag decibels wil laten horen via het gebruik van constructies bestaande uit een versterkend bijwoord X, maar dan ook versterkend bijwoord X:
• Dat hebben we bijvoorbeeld gezien bij het volstrekt, maar dan ook volstrekt misplaatste verwijt dat er genocide zou plaatsvinden in Oost-Oekraïne.
• Ik zou hier echt willen zeggen dat dat totaal, maar dan ook totaal, geen pas geeft.
• Dat is natuurlijk gewoon volstrekt, maar dan ook volstrekt, ongepast.

Maar wat ingehoudener (en tegelijkertijd verdraaid, maar dan ook verdraaid stellig) komt Hoekstra eveneens graag over, bijvoorbeeld als hij naar de Kamer een open deur serveert. Dan formuleert hij een staatsrechtelijk axioma als volgt: “Ik wil één ding voor nu en alle eeuwigheid met de Kamer oplossen. Wat ik persoonlijk ergens van vind, doet er niet toe. Staatsrechtelijk sta ik hier als lid van het kabinet.”
En voorzichtig spotten zien we de minister van Buitenlandse Zaken ook, als en voorzover een minister van Buitenlandse Zaken zoiets vermag:
• Ik zou het zelf ingewikkeld vinden, in ieder geval vanuit mijn ministerie, om daar specifiek op bij te klussen of om ervan te zeggen dat je er wat van af moet halen. Mijn indruk is dat het proces gewoon gedegen z’n loop heeft.
• Dan moet ik even het net ophalen bij de economische driehoek.
• Die heb ik in een apart mapje, in het vierde blok. Maar ik wil het met alle liefde nu uitventen.
• Ik ken de Kamer ook als zodanig dat de Kamerfracties daar dan wat van zullen vinden.

Ingewikkeld: als Hoekstra dat woord gebruikt, betekent het niet zelden ‘onmogelijk maar dát hebt u mij níet horen zeggen’. Gewoon gedegen z’n loop? Lees: dat gaat zoals altijd lang duren en ik heb u impliciet gewaarschuwd! Het net ophalen bij de economische driehoek? Ambtenaren, opletten: praat mij straks even bij voor de tweede termijn.

Bij een toets zou ik graag dit als dubbele vertaalopdracht geven: Wat betekent in wezen “De minister vent uit” en “de Kamerfracties vinden daar dan wat van?” Antwoorden hieronder invullen.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Vera Bergkamp in het omgangsdebat – taal waar u van schrikte

Zoveel weken geleden wilde ik graag naar het debat van de Tweede Kamer dat vandaag uiteindelijk werd gehouden. (Het is 09.03.2022 en ik heb het ongecorrigeerde plenaire verslag nog niet gezien.) Dat bezoek op de publieke tribune zou zeker op een teleurstelling uitgedraaid zijn, weet ik nu. Ik zou maar een partje hebben mogen volgen in de zaal en het lot zou dan vooral beslissen welk stukje. Vandaag heb ik alleen de beantwoording door Vera Bergkamp (D66) in haar rol als lid-voorzitter live kunnen volgen. Henk Nijboer (PvdA) was de dienstdoende president en toen ik hem hoorde zeggen dat het debat na een pauze verder zou gaan om “twintig over” van een bepaald uur wist ik weer dat hij uit het Noorden kwam. Een meer Amsterdamse spreker (zoals de met veel stemloze klanken sprekende Fera Bergkamp van het preessidium) spreekt eerder van “tien voor half”. Regionaal bepaalde taalvariatie.
Hoezeer Roelof Bisschop (SGP) ook zijn best deed om het over vulgair taalgebruik te hebben en over vloeken – beide door hem bestreden, concrete gevallen dienen in zijn zienswijze bij voorkeur uit de Handelingen geweerd te worden – het ging daar nauwelijks over in Bergkamps beantwoording. Nu ja, ze betitelde wat Rutte bij het spreken met de Kamer ontkwam bij het omstoten van een bekertje koffie, een scheldwoord en niet een vloek, wat dat verdomme natuurlijk was. Ik denk dat mevrouw Bergkamp op dit punt niet zo precies op taal is als de SGP-woordvoerder. Maar Bisschop schonk premier absolutie want deze had destijds direct berouw betoond.

Vera Bergkamp in de voorbereiding in vak-K (i)

Ja, ik heb wat op de taal van de voorzitster gelet en was enkele malen verrast. Meneer Eerdmans (Ja21) mag het “form over substance” noemen zoals hij het spreken-via-de-voorzitter betitelde, het blijft informatief om mevrouw Bergkamp te horen zeggen “dat we schrikten van dat woord”. Schrikten! Zo is het ook vrij uitzonderlijk Nederlands om in het meervoud te spreken van coulisses zoals zij deed, net als haar accentuering van het woord unícum dat de hoofdklemtoon op dezelfde positie had als uníekheid. (Zie de aanvulling bij een stukje over dit onderwerp dat het meest aangevulde stukje van dit hele blog is.)

Mevrouw Bergkamp kent of gebruikte niet het onderscheid tussen het en de figuur, achtereenvolgens een afbeelding en daartegenover in “een vreemde figuur” met de betekenis ‘iets geks’. Zij zei: “ik vind dat een vreemd figuur”. Ik ook. [P.S. Zie aanvulling onderaan.]

Kamerleden zullen geluiden in de samenleving proberen te representateren zei de voorzitster, een vaker voorkomende uitglijder die misschien mede z’n oorzaak vindt in woorden als mandateren of relateren. (Een kennis van mij zei vroeger graag recreatatief naar het model van facultatief. Het komt dus vaker voor maar opmerkelijk blijft het.)

Voorzitster-Bergkamp had geen samenhangende beschouwing. Ze pakte papieren uit verschillend gekleurde mapjes, een handeling die ze vanuit haar gewone positie kende en wat ze nu met genoegen zelf kon doen en gebruikte die om dingen improviserenderwijs te zeggen zónder het in de Tweede Kamer verboden woord blokjes te gebruiken. Ach, in zo’n omstandigheid komen er momentjes voor het rode potlood en dingen die Roelof Bisschop graag niet in de Handelingen opgenomen wil zien wellicht.

Uiteindelijk vond ik een andere impressie in dit stukje debat veel belangrijker. Dat is de voorzichtigheid waarmee mevrouw Bergkamp zich over het ijs van B67 bewoog. Lam was ze en geen leeuwin. Ze kwam met behoedzame uitspraken, wilde over véel nog eens nadenken of anders wel overleggen – meer zeg ik er nu niet van. Dat leek wel (zoals zij het op zeker moment bescheiden samenvatte) wat ik zie als mijn visie. En tussendoor talloos veel malen zeg ik maar, zeg ik ook, laat ik zeggen, ik was zeg maar niet de voorzitter, het blijft zeg ik u ook, waar iedereen laat ik zeggen, zeg ik u ook maar zo.

Al met al klonk het buitengewoon nederig tegenover de Kamer. Toch wel, best wel, best, toch, wel, best, nog best wel beren op de weg. Maar een belangrijke toezegging kwam er mooi wél in het debat: in het najaar is er een toezeggingsregister gereed, ergens tussen eind september en eind december. Het is vandaag 9 maart, dus binnen een maand of negen.

Vera Bergkamp in de voorbereiding in vak-K (ii)

Aanvulling 10.03.2022: De stenograaf hoorde, nee schreef, een vreemde figuur. Ook de zwakke verleden tijd schrikten staat niet in de ongecorrigeerde (maar op deze punten dus wel degelijk gecorrigeerde) Handelingen en is dus verbeterd in schrokken. Hetzelfde geldt voor representateren > representeren. Aan een hele opsomming van het type weglatingen in heel uitvoerig (zeg maar) te delen, die werkgroep (zeg maar) te delen, over iets het heel uitvoerig (zeg maar) te hebben e.d. waag ik me hier maar niet. De Dienst Verslaggeving en Redactie doet inderdaad ook aan redactie. 

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Andere gevallen uit de sfeer van “dat laat me niet onbetuigd”

Ze belanden lang niet altijd in de Handelingen, want tussen de uiting en de notulering zit de stenograaf van de Dienst Verslag en Redactie. Die heeft ervaring, een zekere kennis van het Nederlands en een beperkte hoeveelheid tijd. Daarin kan hij/zij nadenken over wat een woordvoerder uit de Kamer of namens het Kabinet heeft gezegd, desgewenst bronnen erbij pakken of bij derden te rade gaan.
Denk aan dat bijzondere moment buiten Binnenhof en vervangende vergaderruimte van B67, daar op een plek in Den Haag waar premier Rutte een afspraak met NOS en RTL had geregeld. Segers (ChristenUnie) had bekend gemaakt dat zijn partij niet zou gaan deelnemen aan een kabinet Rutte-IV na de kwestie van het “functie elders”. Rutte had in een vroege fase van de formatie naar eigen zeggen niet over Pieter Omtzigt gesproken, hij bleek kort erna uit de verslagen juist over de (toen nog) CDA’er te zijn begónnen. Zie de aanvulling bij een stukje in een zomerserie over taalsmeedsels. Wat zei de premier tegen de twee parlementaire journalisten, hij kwam eraan gefietst op de zaterdag tussen Goede Vrijdag en Pasen, muts op want het was nog vroeg in april: “dat laat me niet onbetuigd”.
De premier en VVD-voorman weet gewoonlijk heel goed welke woorden hij kiest, heeft ze voorbereid, geoefend zelfs, maar op zo’n stille, vrije zaterdag kan dat er bij ingeschoten zijn. Hij bedoelde ‘het laat me niet onberoerd’, hij zei in plaats van dat laatste woord onbetuigd. Dat liet een groepje ex-toppers uit de VVD rond Rutte niet: zij schoten Mark op dezelfde dag te hulp met een reeksje aanvallen op Gert Jan Segers. Misschien heeft dat de totstandkoming van Rutte-IV gered.

Wie een debat volgt, kan soms zulke taalstaaltjes horen. De afgelopen maanden noteerde ik onder andere de partiële citaatjes hieronder – uitleg en bron laat ik achterwege. Het kan ons allemaal overkomen en zeker als we in een situatie verzeild raken dat we iets officieel onder woorden moeten brengen en ons bewust zijn van de formele setting en dan nét even een variant van het Nederlands spreken die we normaliter kunnen voorbereiden voor een geprinte versie. Contaminaties kunnen we vooraf nog juist deleten, zoals ik foutjes hier achteraf kan repareren…..*)

Geniet!

• …. onder ogenschouw nemen….
• …. als ze daar met heug en meug gaan zitten….
• …. dit doet gestand aan onze beloften….
• …. op z’n voegen staat te trillen….
• …. heeft zich ervan vergewittigd….
• …. doet dit gestand aan z’n beloften….
• …. daar was onze aandacht op ingericht….
• …. dingen die voor onmogelijk werden geacht….
• …. tot nadere orde….
• …. is het gedienstig deze week te stemmen….
• …. artikel 1 van de Grondwet ziet toe op….
• …. dat gaat me diep aan het hart….
• …. dat ik me daar verre van werp….

*) Ik heb inmiddels dabat > debat en voorkomen > overkomen gecorrigeerd.

Kamervoorzitter Vera Bergkamp spreekt voorafgaand aan het Oekraïnedebat op maandag 28 februari 2022 – de meeste aanwezigen staand (fragment van website tweede kamer)
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De tong van Boris Becker en een deuk in een pakje boter (ii)

Sinds ik in het laatste kwart van de jaren ‘70 van de vorige eeuw de uitdrukking “geen deuk in een pakje boter kunnen slaan” hoorde van een volleyballer (te weten Paul van Sliedrecht), denk ik concreet dus aan een beweging uit de sport; volleybal allereerst maar het kan ook tennis zijn. Dat verandert niets aan de betekenis die op een persoon betrekking heeft, ‘werkelijk zeer slecht in iets zijn’.

Als zo’n uitdrukking door taalgebruikers omarmd wordt, bestaat de mogelijkheid tot aanpassing, verandering. Bij “geen deuk in een pakje boter kunnen slaan” zijn daarvoor veel mogelijkheden:
• het werkwoord slaan aanpassen zoals onlangs een keer gebeurde in Rondo op Ziggo, waarbij er sprake was van een deuk in een pakje boter schoppen. Geen wonder, in Rondo gaat het over voetbal.
een pakje boter wijzigen of van een bepaling voorzien (bijvoorbeeld een week pakje boter – een voorbeeld dat ik verzin, overigens)
• het woord deuk omzetten naar iets anders

Ik kijk in de Handelingen van de Tweede Kamer, maar lezer: niet uitputtend. Van links naar rechts is de eerste optie om iets met het woord geen te doen.
Dat deed minister Wijers (Economische Zaken) in 1996: “tjonge, slaan wij even een deuk in een pak boter”. Dat maakt alleen al door het voorop geplaatste tjonge een wat spottende indruk, ‘kijk ons eens’. Door geen om te zetten tot een wordt een negatieve manier van zeggen positief, zij het dat het resultaat wel een zeer bescheiden inhoud betreft. De handelende persoon is in dit citaat niet een ander over wie er iets gezegd wordt maar het betreft onszelf.

Het gaat nog steeds over mensen, maar dat is veranderd als Kees Vendrik (GroenLinks, een belangrijk maar desondanks niet de enige veelgebruiker van de deuk in het pakje boter in de Tweede Kamer) het in 2000 heeft over “geld dat een deuk in een pakje boter slaat”, financiële middelen dus die iets voorstellen. Vendrik spreekt volgens de Handelingen in hetzelfde jaar over biologische landbouw, die ook werkelijk een deuk in een pakje boter slaat.
Een andere minnaar van de uitdrukking is Camiel Eurlings (CDA). Als Kamerlid zei hij in 2002: “Zoals ik in het debat heb gezegd, slaan de voorwaarden helaas geen deuk in een pakje boter.” Opnieuw zijn het niet mensen maar abstracte dingen (voorwaarden) die iets te betekenen hebben. In 2004 zegt Eurlings dat een rapport (eventueel) geen deuk in een pakje boter slaat.
Vendrik sprak in 2003 over het realiseren van de vergoeding van de goedkoopste prijs van bepaalde medicijnen en zei volgens het Plenaire Verslag: “Mocht dat 200 mln opleveren, dan slaan wij dus morgen samen een deuk in een pakje boter.” Betekenis: ‘dan presenteren we iets, gezamenlijk’.
Vendrik, Eurlings, later Bert Koenders (PvdA)*) houden bo-ven-ma-tig van een deuk in een pakje boter, in Rutte III was minister De Jonge er een actief gebruiker van. (Koenders laat als minister bv. abstracte begrippen als interne convergentie en samenwerking, later ook vertrouwelijkheid een deuk in een pakje boter slaan.)

Vendrik, Eurlings, Koenders: veel deuken in pakjes boter

Minister Plasterk (O&W) is volgens de Handelingen in 2007 de eerste die de hele uitdrukking reduceert tot geen deuk (in een pakje boter), daarmee doelend op ‘zeer weinig’: iets betreft in zijn woorden “nog geen deuk in een pakje boter (….) op het punt van het lerarenbeleid”. Heel wat jaren later in 2017 zal Gidi Markuszower (PVV) Plasterk in hetzelfde Nederlands evenaren maar in frequentie overtreffen:
“Maar, zoals zo vaak met de VVD, is iets beter dan niets. Het is een deuk in een pakje boter, maar het is wel een deuk.”
“En die tbs? Ach, dat is een deuk in een pakje boter.”
“Alweer, het is niet eens een deuk in een pakje boter, het is misschien nog niet eens een halve deuk in een pakje boter.”
Het woord deuk krijgt de betekenis ‘iets’, de halve deuk is bij Markuszower dus uiterst weinig. Vendrik sprak jaren tevoren (2010) juist van een forse deuk in een pakje boter.

In 2007 is Alexander Pechtold (D66) kritisch op het kabinet: “Retoriek en koehandel is het. Dit kabinet schopt geen deuk in een pak boter.” Z’n negatieve houding drukt Pechtold extra uit door niet van slaan te spreken maar van schoppen.
Ronald Vuijk (VVD) zei in 2014 “dat onze krijgsmacht echt nog wel een deuk in een pak boter kan trappen”. Trappen is in deze militaire en niet zo genuanceerd te werk gaande sfeer eerder een onderstrepend dan een afzwakkend werkwoord.
Juist vanaf een andere, pesterig-prikkelende kant spreekt Tony van Dijck (PVV) in 2016 van lachen in kritiek op minister Dijsselbloem: “Deze minister van Financiën lacht zich een deuk in een pakje boter.”

Ja, de PVV is momenteel de groepering die het meest de deuk en de boter in teksten laat doorklinken. Ter afsluiting daarom Dion Graus die vaker een bijzondere positie inneemt en nu ook talig. (Graus komt meer dan eens voor in dit blog, als voorbeelden zijn gebruik van het woord kont of ballen.) Dit is in 2018 uit zijn mond genoteerd: “Meneer de voorzitter, ik ga mijn spullen pakken en ik ga weg. Ik vind namelijk dat ik de laatste maanden echt geen deuk in een pakje boter meer geslagen krijg. Ik heb op alles wat ik hier heb voorspeld altijd gelijk gekregen.”

*) Een lezer van de vorige aflevering wees daar al op. Ik had de tekst van deze aflevering al klaar en heb deze in essentie onveranderd gelaten buiten deze aanvulling. Hij heeft gelijk v.w.b. vindplaatsen via Delpher: de eerste is in 1963 in het Algemeen Handelsblad, de tweede twee jaar later in dezelfde bron en wellicht van dezelfde anonieme auteur. Interessant en komisch is wat De Waarheid in 1966 schrijft over een voorbeeld uit boksjargon: “Hij slaat op een hete zomerdag geen deuk in een pakje boter.” Dat valt moeilijk te overtreffen, lijkt me.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Mark aan het woord, dan is het Engels nabij obviously

Denk niet dat wij niet meetellen op het internationale speelveld. Op de zeer late wekelijkse persconferentie van 25 februari 2022 – aan de mondbewegingen van de premier was gedurende de hele tijd wellicht zichtbaar dat hij net had gegeten en neem hem die maaltijd of greep uit de nootjespot ‘es kwalijk in deze zeer spannende en dus dubbel drukke tijd – liet Rutte al in zijn inleidende statement weten met wie hij de laatste uren onder anderen had gebeld. Hij kwam net uit de NAVO-top. Volodymyr (een maat genoemd door Rutte) had hij woensdag maar ook net nog aan de telefoon gehad, eerder deze week Olaf en Boris. Emmanuel spreekt hij zo te horen iets minder net als Joe en Justin, maar we hóren erbij. Hoe vaak herinnert de premier van Nederland de aanwezige journalisten en over hun hoofden heen óns er niet aan, op welke plaats van de wereldeconomie Nederland gepositioneerd is, de hoeveelste we zijn binnen de EU en dat wij deze organisatie mede hebben opgericht: er wórdt naar ons gekeken en we beseffen eens te meer it’s the economy, stupid. Heel soms horen we van hem dat we punchen above our weight. De wereld is een bokswedstrijd, dat is in het tot oorlog verworden conflict om Oekraïne op een extreem ruwe manier weer duidelijk geworden.

Net als in het stukje over de laatste persconferentie van de premier op 11 februari was het Engels present vanaf de asset freeze en via Enhanced Forward Presence met een voorbeeld van NAVO-speak. Als we het hebben over de posture…., zegt Rutte, en dan krijgen we aansluitend een vertaling meegeleverd (de stevigheid), maar veel frequenter zijn de niet-vertaalde Engelse teksten van de minister-president ook nu: by far, by far! De premier maakt extra uren, we zien het en horen het impliciet – hij zit bij wijze van spreken onafgebroken in internationale overleggen. Wat Poetin doet, daarvan zouden de gevolgen bij een kernoorlog devastating zijn horen we, dat is obviously nu. (Obviously, een bijwoord in een naamwoordelijk gezegde is een vraag die in deze omstandigheden niet op z’n plaats is.) De premier citeert Auntie uit de Tweede Wereldoorlog als hij een vraag krijgt over de bereidheid van Zelensky om over een neutraal Oekraïne met Poetin (mister-zoveel-procent heeft Rutte wel bij geruchte over hem vernomen, hij krijgt privé een percentage van overheidsopdrachten) te onderhandelen: destijds had de BBC immers al gewaarschuwd dat berichten from countries at war might contain propaganda! Maar de vraag van de journalist is wel spot-on, horen we van hem op een ander moment.
Als het over bepaalde maxima gaat, zegt Rutte liever dat iets aan een zekere threshold komt en zo horen we bijna voorbij aan die momenten dat hij spreekt over massief herinvesteren of dat het een het ander contamineert en dat dit zeer authentiek voortkomt uit enzovoort. Massief werd in het Nederlands heel lang gecombineerd met een concreet stoffelijk iets (massief eiken) maar kan bij Rutte heel goed een bijwoord zijn dat iets benadrukt, een betekenis die ontleend is aan het Engels.*) Dat geldt voor contamineren ook: lange tijd ‘mengen’ (zoals bij een contaminatie), maar inmiddels ook ‘beschadigen’ e.d.

Afscheid neemt Rutte zonder daarna een mondkapje op te doen (het is 25 februari zoals jullie weten, het hoeft niet meer!) onder andere met de woorden die hij de man bij wie “onze gedachten, onze gebeden” zijn ook zal hebben toegewenst aan het eind van iedere call: stay safe, goed weekend! Ik benut het onder andere met me een paar dingen af te vragen over de uitingen van Rutte. Had hij het over “een groter canvas”? En zei hij “fock of war?” De zogeheten mediatekst is er nog niet en vertrouw de automatische vertaling van (bv.) Youtube voor geen cent!

*) President Reagan had de val van de Sovet-Unie bewerkstelligd door massief te herinvesteren in de Amerikaanse defensie.

Stills uit besproken persconferentie
Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

De tong van Boris Becker en een deuk in een pakje boter (i)

Na zijn uitschakeling in 1992 in de kwartfinales van Wimbledon verbaasde Boris Becker zich: hóe kon Andre Agassi hém in vredesnaam verslaan? Volgens de sportpers (en Becker zelf) sloeg Agassi die dag alles goed, de ballen belandden niet zelden op de lijn. Becker verloor niet alleen die dag in 1992 maar zeer vaak van de Amerikaan en dat raakte hem. Zozeer zelfs, dat Becker zelfs verklaarde te vermoeden dat Agassi’s trainer hem ongeoorloofde tekens gaf.
Jaren later vertelde Agassi aan Becker (ik vond dat hier), hoeveel moeite hij aanvankelijk altijd had gehad met diens boem-boem-service, maar ook hoe hij dat probleem had overwonnen. Agassi bestudeerde daartoe videobeelden van de opslag van Becker en ontdekte toen wat de Becker-code is gaan heten. Als hij de bal opgooide, kwam Beckers tong tevoorschijn. Was dat recht, dan sloeg hij de bal door het midden of op het lichaam van zijn tegenstander. Wees de tong evenwel naar links, dan betekende dat bijvoorbeeld bij een service vanaf de rechterzijde, dat de bal zover mogelijk naar de buitenzijde geserveerd werd. Zoiets.
Die voor-kennis hielp bij het terugslaan. Het enige wat Agassi nog moest doen, was zó beheerst met deze wijsheid om te gaan, dat Becker niet kon vermoeden dat zijn tegenstander de truc kende. Dan immers zou Boris zijn tong meer in bedwang gaan houden. Vanaf het moment van zijn ontdekking won Agassi 11 maal achtereen van de Duitser, die in 1995 op de US Open wanhopig aan de scheidsrechter vroeg: “He is talking with his crew, is there something like coaching too?”

Agassi die de winnaarstrofee op Wimbledon even in handen mag houden

Terug naar 1992, toen Becker de verbaasde journalisten na zijn uitschakeling te woord moest staan. Voor Trouw was Nicolien van Doorn in Londen en zij schreef op 3 juli: “Het is wel ironisch, meende Becker, dat het uitgerekend Agassi moest zijn die zijn dag had. Een tennisser, die lange tijd nog geen deuk in een pakje boter sloeg. “Het hele jaar speelt hij in de eerste versnelling. Maar zodra hij mijn gezicht op de baan ziet, schakelt hij over naar de vijfde.””
Dat is de eerste maal dat LexisNexis de uitdrukking geen deuk in een pakje boter kunnen slaan vermeldt. Maar omdat het in 1992 diverse malen de kolommen heeft gehaald, is aan te nemen dat deze langer gangbaar was maar simpelweg nog niet door deze krantencollectie geregistreerd.
Ik leerde deze manier van zeggen met de deuk en het pakje boter van een oud-volleyballer nog voor 1980 – sindsdien zie ik er in gedachten al snel een smash of een bovenhandse service bij. Nu ja, een verprutste smash of service.

Vanaf wanneer staat dit Nederlands in Van Dale? Voor het eerst in de dertiende druk van 1999.
Wanneer gebruikte iemand dit idioom voor het eerst in de Tweede Kamer? Robin Linschoten van de VVD kritiseerde kritische opmerkingen van minister d’Ancona (WVC), gedaan op een PvdA-bijeenkomst “op een moment dat dezelfde minister op het punt van de sociale vernieuwing nog geen deuk in een pakje boter heeft geslagen”. Dat was 13 februari 1990.
Linschoten was de eerste, maar waarachtig niet de laatste gebruiker van die deuk in het pakje boter. Jaarlijks staat het meestal minstens een handvol malen in de Handelingen. In 2022 kunnen we het eerste geval al noteren dankzij Olaf Ephraim (groep Van Haga, die grappig genoeg meestal zegt te spreken namens BVNL en dat mag dus volgens het Reglement van Orde). Ephraim vroeg zich af of een Europees leger na het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie nog wel een deuk in een pakje boter zou kunnen slaan. Kortom, de betekenis heeft zich van een persoon die niets presteert op een bepaald gebied uitgebreid naar het veronderstelde onvermogen van zelfs een heel leger (althans theoretisch) van een grote groep landen.

Wat kan er zoal meer veranderen aan zo’n manier van zeggen met dat pakje boter? Wordt vervolgd.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Mark aan het woord, dan is het Engels nabij

Als Mark Rutte aan het woord is, is het Engels niet ver weg. Het ging er hier vaker over. Vooral op zijn wekelijkse bezoek bij de vrienden van de pers, vrijdagmiddags in Nieuwspoort, grossiert hij in de taal van over het water. Neem de laatste keer dat de premier er optrad, de elfde februari van dit jaar. Soms betreft het Engels in een Nederlandse jas (“die ene maatregel in isolatie” in de betekenis ‘op zichzelf’), maar meestal is het 100% en dus onverpakt Engels:
• een tone of voice die…,
• een France led, een door Frankrijk geleide…,
• het was echt compare notes op dat vlak,
• d’r zijn natuurlijk altijd unforeseen circumstances.

Vraag niet waarom, maar het Engels van Rutte is een vaste metgezel van diens Nederlands. Aan het begin van die bijeenkomst van 11 februari zei de Nederlandse minister-president “I won’t grace it with a comment” en niet veel later: “Dus ik snap totaal de radeloosheid die daar gevoeld wordt.” Proef dat laatste citaat en verwonder u; registreer het eerdere en constateer dat Rutte het Engels van zichzelf niet altijd vertaalt.

I won’t grace betekent ‘de eer niet aandoen’. Zoek het de laatste dagen op in Engelse kranten en dan zien we dat dat werkwoord to grace overweldigend vaak gecombineerd optreedt met iets taligs van inhoud, zoals bij Rutte ook het geval was met a comment. Ik streepte onlangs in Engelse media aan: a reply, an answer, the term “science”, the word “initiative”, that word, a response, that title, serious reviews. Niet aan taal gerelateerde woorden combineren kennelijk minder vanzelfsprekend met dat werkwoord (not) to grace.

Hoe zit het met dat andere, “ik snap totaal de radeloosheid”. Goed, de woordvolgorde lijkt van het Engels afgekeken, maar er is meer. Kijk je hoe sprekers van het Engels het bijwoord totally in een zin door een werkwoord laten vergezellen, dan zijn dat vooral I agree (ja, dat geregeld en daarom soms ook wel I disagree), I love, I accept, I see, en als topper in deze sector I understand.
Dat Engelse I totally understand kan Mark Rutte heel goed en in de nog verder naar het Nederlands aan te passen woordvolgorde omgezet hebben naar “ik snap totaal”. Maar snappen is een uitzonderlijk werkwoord bij het bijwoord totaal. Kijken we weer via LexisNexis naar iets werkwoordelijks in de directe nabijheid van totaal – en laten we alle getalsachtige voorbeelden buiten beschouwing – dan zien we woorden als verrast, strookt niet, niet verwacht, verbijsterd, ongepast, faalt, genegeerd, niet geluisterd, ontwricht, ingestort, verzopen, verbouwd, vernield, vergeten, overschaduwd, niet begrepen, gesjeesd, niet vinden, niet aan gedacht, onbekende, onwetend, onvoorbereid.

Kortom, zoeken we in het Nederlands naar het meest rechtstreekse equivalent van dat Engelse “I totally understand” (dus die woorden van Rutte “ik snap totaal”) dan hoort daar bijna automatisch een ontkenning op te volgen. Dat is voor “ik begrijp totaal” niet anders: ik snap totaal niet.

Als Mark Rutte aan het woord is, is het Engels nabij. Woorden in het Nederlands hebben soms ook hun geprefereerde buren en daar willen we wel eens van het Engels afwijken, Prime Minister.

Still Youtube pc 11.02.2022
Geplaatst in Uncategorized | 5 reacties