Men vergeve mij

Wensende wijzen worden er vele gevonden in de Heidelberger Catechismus – geen wonder in zo’n oude tekst. Maar de conjunctief is er bijna geweest, zelfs in het eigentijdse kookboek (men neme) komt het niet meer voor. Zeldzaam dus dat bij de opening van de Staten-Generaal “Leve de Koning!” geroepen wordt. Daartegenover is die oude taalvorm heel gewoon in de Heidelberger, bijvoorbeeld in het antwoord op vraag 56: “opdat ik nimmermeer in het gericht Gods kome”. Ook het Onze Vader wordt in de catechismus behandeld, vandaar het voorkomen van de conjunctieven worde, kome, geschiede.

Men vergeve mij is de zeer gangbare tekst die in de Handelingen van het Nederlandse parlement valt aan te treffen. Vroeger werd het ook wel gezegd bij wijze van verontschuldiging voor een uitweiding of een langere bijdrage dan de voorzitter lief was, maar meestal betrof het geen excuus voor de omvang maar voor de inhoud van het taalgebruik. Nemen we twee voorbeelden uit een uiteenlopende periode:

  • De Friese liberaal Daam Fockema zegt in 1832: “(…) dewijl zij de werkzaamheden door albeschikking vermeerdert en de bureaucratie versterkt. Men vergeve mij het gebruik van die twee vreemde woorden, en ik zal dit niet te vergeefs inroepen, want die gebreken zijn van eene vreemde afkomst en strijdig met den geest der Grondwet.”
  • Minister Boy Trip van Wetenschapsbeleid in 1976: “(…) heel veel, zeker van structurele vernieuwingen, begint bij research en development. Men vergeve mij deze Engelse woorden, maar ik vind nog altijd de vertaling ervan wat minder duidelijk.”

De laatste keer dat er iemand volgens de Handelingen in de Tweede Kamer men vergeve mij gezegd heeft, is minister-president Wim Kok. Het gebeurt bij de Regeringsverklaring van 1998: “Men vergeve mij de opmerking dat niet iedereen die een bevlogen visie van dit kabinet mist, er zelf in slaagt om een bevredigend antwoord op die vragen te geven, maar over smaak valt natuurlijk te twisten.” Men vergeve mij was al sinds 1950 bezig vervangen te worden door vergeef mij dat een tikkeltje minder deemoedig klonk – vergeef me was het laatste stadium op deze weg. Dat lijkt vooral na 2010 opgang te maken, afgaande op de verslagen.

Gerrit Jan Wolffensperger (D66, deze partij gebruikte bovengemiddeld men vergeve mij) gebruikte het excuus om een anecdote te vertellen: “Voorzitter! Men vergeve mij de vergelijking, maar het doet mij een beetje denken aan de hypocrisie van de man die de deur uitgaat om een ruzie te beslechten en daarbij een pistool in zijn zak stopt. Zijn buurman spreekt hem aan en zegt: weet je niet dat schieten heel gevaarlijk en verboden is? De man zegt: ja, maar ik zal het pistool absoluut niet gebruiken. Waarop de buurman zegt: maar waarom steek je het dan in je zak? De man antwoordt dan: je kunt nooit weten.” (4 september 1991)

De taalgeschiedenis heeft een frappante loop genomen bij de ontwikkeling van de wens vergeve mij tot een krachtterm, een vloek. Zie in Van Dale onder vergeme en een paar voorbeelden van Zuidelijk-regionale vormen. Vergeme is ontstaan uit vergeef me. De kwestie moet hier geweest zijn, dat vóor de wensende werkwoordsvorm niet men maar God gedacht moet zijn en dus ondanks de weglating toch ijdellijk gebruikt. Dat was in de kring van de Reformatie behoorlijk streng verboden.

 

About Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen.
Publicaties bijvoorbeeld via http://bit.ly/2hyBtUy of (verder teruggaand) http://bit.ly/2htQceB

This entry was posted in PARLEVINKEN, prot-chr. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *